Winter wonderland

Het knerpende, knisperende geluid van de vaste sneeuw onder mijn voeten. De lucht is lekker koud. Van die kou waar je je goed voor inpakt en die frisse rode blossen op je gloeiende wangen veroorzaakt. Ondanks het late uur is het verrassend licht op straat. De sneeuw reflecteert het maan- en lantaarnpaallicht. De geur is zoals alleen sneeuw kan ruiken; nattig, bedompt en verfrissend tegelijk.

 

Gek om in november al door sneeuw te lopen. Het biedt hoop voor de kerstdagen. Wie weet. Van binnen nestelen de wintersportkriebels zich al onbedaarlijk. We gaan pas in maart, dus ik moet ze nog even in toom houden. We maken sneeuwballen, trekken aan met sneeuwbedekte takken zodat de ander een sneeuwbui op het bemutste hoofd krijgt. En één keer rent Mathijs over het witte pad wat resulteert in een prachtige glijpartij en een goede schep sneeuw in zijn broek. Uitgelaten als kinderen zijn we, heerlijk zo’n onverwacht pak.

De katten weten niet zo goed wat ze ervan vinden. Eerst snuffelen ze uitgebreid. Dan springen ze op de rand van het balkon, de pootjes zakken diep weg in een laagje sneeuw. Je ziet ze schrikken: koud. Met de poten lang gestrekt lopen ze voorzichtig over het smalle muurtje richting het dak van de garage. Eekie is bang (maar wanneer is hij dat niet) en kiest voor het platte dak. Dat is helemaal bedekt met een laag ijs en dus zeker niet geschikt voor een dutje. Dan maar weer terug het dak op. Zo blijven ze even bezig. Maar beide katten kiezen al gauw voor de warme huiskamer. Net als wij. Want dat is misschien nog wel het leukste aan dit weer: binnen met kaarsjes en warme chocomel lekker tegen elkaar aankruipen…