Agossie

Bij de meeste makelaars denk je aan het prototype gladde jongen. Een tikkeltje louche figuur met glanzend achterover gekamd haar, glimmende schoenen, een dikke leasebak en een vlotte babbel. De scheve glimlach moet het gebrek aan juiste antwoorden op vervelende vragen compenseren. Zaterdag hadden wij een makelaar die totaal niet voldeed aan dit profiel. Blonde borstelharen, ogen die geen oogcontact maken, een wijfelende stem, verontschuldigende glimlach en een klein postuur. Absoluut niet het type gladde makelaar. Ik vond hem totaal niet passen in het plaatje en had met hem te doen. En toen hij ging lopen kwam ik er maar niet uit. Er klopte iets niet. Liep hij gewoon een beetje moeilijk? Had hij als kind polio gehad? Of misschien een kleine beroerte?

 

De makelaar was twee minuten te laat, iets wat de gladde versie ook had kunnen overkomen. Aangezien wij tien minuten te vroeg waren, stonden we te verkleumen voor de deur. De eigenaresse was zo vriendelijk om ons binnen te laten. Verontschuldigend kwam de man binnen. Zijn vorige afspraak moest uit Hoevelaken komen en was twintig minuten te laat. Vooruit, dat kan. Het zat de man niet mee.

 

Met z’n drieën liepen we door het huis. Het lag op een mooie locatie en had voldoende ruimte. Maar iets te veel werk aan de winkel, bleek na goed kijken en vele vervelende vragen van onze kant. Eenmaal weer buiten bedankte wij de makelaar vriendelijk en liepen richting onze auto. Hij ging nog even terug om lichten uit te doen en de boel af te sluiten. Wij installeren ons in de auto en hebben zicht op een glibberende makelaar. De straat was helemaal met sneeuw en ijs bedekt. Mathijs lacht: kijk hij glijdt al twee keer bijna onderuit. Ik keek op van het dichtklikken van mijn gordel. Precies op tijd om de makelaar weer een keer te zien glibberen, zijn papieren en map vastgeklemd in zijn linkerhand.

 

Hij liep net iets te hard, iets te raar, te onvoorzichtig. En toen viel hij. Zomaar opeens. Zijn benen schoten beide onder hem vandaan naar rechts, net zoals bij een cartoonfiguur. Met zijn heup en schouder landde hij op het keiharde wegdek, de paperassen nog onder zijn arm geklemd. Mijn adem stokte in mijn keel. Wat zielig, dacht ik! Gevolgd door een gewetensvraagstuk in het klein: helpen of niet? Want heeft hij hulp nodig en is het lullig hem te laten liggen? Of voelt hij zich al opgelaten genoeg en zou hulp het alleen maar erger maken? Gelukkig krabbelde hij snel weer op. Zodra hij in zijn auto zat reden we weg. Agossie, dacht ik, dit is letterlijk een gladde makelaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.