Food for thought

Vrouwen denken twee jaar van hun leven aan eten, blijkt uit Brits onderzoek. Dat stond gisteren op nu.nl. Vrouwen besteden per dag 44 minuten aan denken over eten, mannen zijn gemiddeld 39 minuten per dag zoet met eetgedachten. Een begrijpelijke verhouding, vrouwen staan over het algemeen vaker in de keuken. Rond elf uur beginnen de eerste lunchgedachten, rond kwart voor drie krijgt het avondeten de eerste aandacht. Ook dromen Britten regelmatig over eten.

Ik vermoed dat ik het gemiddelde van 44 minuten flink omhoog haal. Eigenlijk is mijn dag een aaneenschakeling van eet- en denken-aan-eten-momenten. Zodra ik wakker word, bedenk ik wat ik wil ontbijten (ik varieer, dat schijnt gezond te zijn). Eenmaal op mijn werk kies ik uit de fruitmand mijn tussendoortjes van de dag. Die fruitjes staren me tot een uur of tien, half elf aan, waarna ik ze met smaak verorber. Rond half twaalf begin ik richting lunch te leven. Wat zal ik eens op mijn brood doen? Krijgen we vandaag een gekookt eitje of anders lekkers? Of houd ik het bij een bakje yoghurt (balansdag)? Rond half één, en als ik pech heb later, schreeuwt mijn maag om aandacht en rinkelt het verlichtende telefoontje: eten!

Na de lunch is het even stil, maar rond drie uur is het weer tijd voor een tussendoortje. Daarna kan er volop gefantaseerd worden over diner. Meestal volgt er een bezoek aan de supermarkt, dan het koken en tenslotte het opeten. Bovendien is er ’s avonds misschien nog wel ruimte voor een kleine snack. Zoveel denk ik dus op een doordeweekse dag aan eten. Dan heb ik het nog niet eens over de dagen dat ik vrij ben. Ik vind het heerlijk om naar de markt te gaan en ingrediënten bij elkaar te zoeken, enthousiasmerend om door allerlei kookboeken te bladeren en rustgevend om aan mijn eigen knip-en-plak-receptenboek te knutselen, recepten te selecteren of eruit te koken. Ik kan wegdromen bij chocoladetaartrecepten, coquilles, oesters, verschillende pasta’s, risotto’s en kip uit de oven (etc., etc.). Pfft, ik krijg al trek bij het idee. 44 minuten? Zeker het dubbele!

Spiegeltje aan de wand

In de spiegel van mijn sportschool ziet iedere vrouw er dik, kwabbig en knalrood uit. Na een flink potje zweten, ga je moe en voldaan richting douches en sauna. Alleen, wat gebeurt er als je onder die douche vandaan stapt en je afdroogt? Dan sta je dus pontificaal voor die enorme spiegel, onder de tl-balk je eigen putjes te bewonderen. Niet bepaald motiverend. Elke keer neem ik me voor om niet te kijken. En toch doe ik het. Het is net zoiets als een enthousiaste hap van een bitterbal nemen terwijl iemand net heeft gezegd dat ie heet is.

Na een blik in die spiegel zakt mijn trotse gevoel dramatisch. Ik ga richting huis of afspraak, waar ik vervolgens probeer lekkernijen te weerstaan al ‘maakt het allemaal toch niets uit’. Thuis ziet het er trouwens heel anders uit als ik in de badkamer voor de spiegel sta. Ok, een klein buikje en hier en daar een putje op de bovenbenen. Maar het is allemaal lang niet zo grotesk als op de sportschool. De vraag is nu: wat is waar? Schat ik mezelf te slank of juist te stevig in? Je bent zo dik als je je voelt. Toch?

Als ik moet afgaan op een derde kijkoptie; de spiegelwand in de grote zaal van mijn sportclub, word ik ook niet bepaald vrolijk. Tijdens Body Jam sta ik de hele tijd naar mijn eigen heupen en knokkige bewegingen te kijken. Overigens blijft mijn blik ook zeer regelmatig hangen op de buik van de lerares. Ik dacht een half jaar geleden te zien dat ze zwanger was, dat bleek niet zo, want de buik groeit niet verder. Maar ze is in ieder geval trots op haar lichaam, zoals ze draait, springt, swingt, pronkt en lonkt. Waarschijnlijk douchet ze thuis.