Spelletjes doen

Ik houd van spelletjes spelen. Kolonisten, pokeren, allerlei kaartspellen, Hotel, Scrabble, Mens-erger-je-niet, Rummicub… ik ben er bijna altijd wel voor te porren. Nou schijn ik bestwel wat geluk te hebben bij het spelen van deze spelletjes (bron: Mathijs). Al vind ikzelf dat het mijn vasthoudendheid, kunde en kennis van zaken zijn, die me zo vaak de overwinning bezorgen.

Spelletjes bestaan bij de gratie van regels. Zonder regels is een spelletje stom. Dan kun je niet zeggen ‘hahaaa, dat mag helemaal niet!’. En dat zou zonde zijn. Nu las ik vandaag het volgende op Nu.nl: 

Brits Scrabble laat voortaan eigennamen toe

NEW YORK – Revolutie bij Scrabble: voor het eerst in de historie van het spel worden de regels aangepast. Bij de nieuwe variant voor de Britse markt, die in juli wordt geïntroduceerd, mogen de deelnemers ook talrijke eigennamen gebruiken.

Dat meldden Britse media dinsdag. Het spel blijft in ieder geval in Canada en de Verenigde Staten ongewijzigd, aldus Canadese media. Het speelgoedconcern Mattel UK wil met de wijzigingen het klassieke bordspel aantrekkelijker maken voor jongeren, zodat zij met letters bijvoorbeeld de naam van een bekende popster kunnen leggen.

Dat is net zoiets als zeggen dat je ook best voor een graan en een hout een straatje mag bouwen. Of dat een flush met vier ruiten en één harten helemaal rood is en dus ook goed. Ik vind het vloeken in de kerk. Je maakt het spelletje makkelijker zodat er meer mensen mee willen doen. Een redenatie van niks. Als je het spelletje te moeilijk vindt, moet je maar een potje gaan pesten. Of yathzeëen. Verder ben ik heel flexibel hoor.