Poetspraat

Zouden andere mensen ook hun vensterbank stofzuigen? Deze diepgaande vraag stelde ik mezelf gisteren tijdens een schoonmaakwoedeaanval. Ik ben niet echt ‘een poets’, zoals mijn schoonmoeder dat noemt. Ik maak absoluut niet schoon op vaste tijden, dan zou ik er bij voorbaat al totaal geen zin meer in hebben en ik zou eigenlijk iets vaker mogen stofzuigen. Dus niet onverwachts langskomen mensen.

Vroegah hadden huisvrouwen allemaal van die trucjes. Doe wat waspoeder in je stofzuiger en alles ruikt weer fris. Met schoonmaakazijn  krijg je die kalkvlekken eruit. En doe een oude panty om je dekbedovertrek en sokken, shirtjes of spijkerbroeken raken nooit meer verstrikt tot een natte kluwen kleren in de droger. Die laatste tip kreeg ik ooit op de markt van een lieftallige, oude dame. Ik knikte braaf van ja: voortaan sta ik paraat met mijn oude panty. Maar van binnen schreeuwde het nee. Nee, ik trek nog liever vloekend natte kledingstukken uit elkaar dan dat ik een Praktische Echte Huisvrouw ben.

Praktisch ben ik overigens wel, die Echte Huisvrouw dus niet. En daar ben ik erg blij mee. Want voor mijn gevoel sluit het ene het andere uit. Als ik een echte poets ben, kan ik niet tegelijkertijd een succesvolle zakenvrouw en tekstschrijver zijn. En daar leg ik toch liever het accent op. Gelukkig heb ik een vent aan de haak geslagen die niet vies is van een klusje rondom het huis. Zo is de tuin zijn pakkie-aan en heb ik hier nog nooit een raam gelapt of de koelkast schoongemaakt. En dus breng ik zo nu en dan een uurtje door als poetsvrouw. Zij het soms wat onconventioneel en minder praktisch, maar dan weten jullie het nu: dat is dus de bedoeling.