Dat kleine café in Arnhem

Ze heeft een strakke, hoge spijkerbroek aan en een dun wit shirt. Aan de binnenkant van haar linkerarm zit een tatoeage, ik vermoed van een blaadje. Haar haren zijn losjes opgestoken, met pieken voor haar gezicht waarop vrijwel geen make-up te vinden is. Ze heeft het natuurlijk soort schoonheid van een Jan Wolkers meisje. Sexy voor de rijpe, bedachtzame man. De ideale barvrouw voor het etablissement waarin we ons bevinden: kleedjes op de grond, een beetje rommelig en klein.

De bezoekers zijn types op zich. Drie vrouwen van wie ik vermoed dat ze macrobiotisch eten. Een groep oudere vrouwen die wijn drinken, sjaaltjes om hebben en onophoudelijk praten. Wat mannen die (speciaal)bier drinken. Spijkerjas, wat ouder, tikkeltje onverzorgd. De Levi’s viert hoogtij. Achterin het kroegje zitten twee mannen met een gitaar. De één een (naar ik vermoed ietwat beschonken) Nederlander. Mooie stem, raakt soms de draad van zijn gitaarspel kwijt. De ander een enthousiaste Australiër die vanwege een missende tand behoorlijk slist. Hij zingt vol overgave, is een ervaren performer maar perst alles op zo’n manier uit zijn keel dat je bang bent dat het pijn doet. Of dat hij straks niet meer kan praten, laat staan zingen.

We drinken een biertje en een wijntje en laten ons onderdompelen in de ambiance van dit kleine café vol stamgasten. Arnhem op haar smalst. De muziek is vaak droevig, soms een beetje eentonig, maar steeds boeiend genoeg om te blijven. Even stroomt het kroegje vol met Amerikanen. Ze blijven maar één drankje, wat niet erg is want ze passen niet in het geheel. Misschien doen wij dat ook wel niet. Maar we blijven zitten, observeren en genieten. Het Oranje Koffiehuis is het oudste kroegje van Arnhem. Zo kom je nog eens ergens.

http://www.oranjekoffiehuis.nl/

Het regent verdriet

Het regent de hele tijd en het is het gesprek van de dag. Wat een kou in mei en wat zijn we toch zielig. Tegelijkertijd worden de gevonden lichamen van twee jongetjes onderzocht en gaat er ergens in Nederland een moeder kapot van verdriet.

Kippenvel.

En ik krijg een gedachte maar niet uit mijn hoofd: één van die jongens was als eerste aan de beurt. Wist de ander wat er gebeurde? Zag hij wat zijn geliefde vader deed? Begreep hij het?

Laat het nog maar even regenen.

Working mama

Ik ben een werkende moeder. Ik werk met plezier, krijg er energie van en knuffel mijn kindjes ’s avonds net even iets harder als ik ze een dag niet gezien heb. Jet Bussemaker zou trots op me zijn (ja familie, maar zo ver weg dat we elkaar niet tegenkomen op feestjes). Want zij vindt dat vrouwen teveel teren op de zak van hun man en dat ze zich schuldig moeten voelen voor al het geld dat de overheid in hun onderwijs heeft geïnvesteerd terwijl ze niets doen met hun diploma. Ik vind dat ze gelijk heeft, maar tegelijkertijd vind ik dat ze ook ongelijk heeft. Verwarrend, dus ik licht het even toe.

Ja, de overheid betaalt mee aan de studies van jonge vrouwen (en mannen). En ja, dat is tot op zekere hoogte weggegooid geld als zij een paar jaar voor de kinderen thuis gaan zorgen. Bestwel zonde. En ja, het is dan héél vervelend wanneer zij en haar wederhelft besluiten om te scheiden. Want dan is er simpelweg te weinig geld om alle kosten te betalen. Tot dusver ben ik het met Jet eens.

Máár (daar is de maar), wat is het alternatief? Werken in een sector waarin je niet wilt werken omdat een baan op niveau niet in deeltijd kan? Werken voor een bedrag dat je vervolgens ‘doorsluist’ naar het kinderdagverblijf? Werken ver van huis omdat je geen baan in de buurt kan vinden, het is tenslotte crisis mensen, waardoor je je kinderen alleen nog sporadisch ziet? Zo lang er geen goed alternatief is, kun je het vrouwen niet kwalijk nemen dat ze ervoor kiezen om zelf voor hun kinderen te zorgen. Het is misschien makkelijk om de verantwoordelijkheid bij de overheid neer te leggen, maar ik zie geen andere optie. De samenleving verandert; steeds meer mannen en vrouwen werken, maar de voorzieningen volgen de ontwikkelingen nauwelijks. In wezen steunen die nog steeds op het idee dat vrouwen voor de kinderen zorgen en mannen werken. Pas wanneer de overheid ophoudt met het faciliteren van deze constructie, kunnen vrouwen andere keuzes maken. Dus Jet, aan het werk.

(Ik doe overigens niet mee aan de discussie of thuis blijven beter is dan werken. Dat moet ieder voor zich uitmaken. Wel kreeg ik de kriebels toen een onderneemsters afgelopen week in Debat op 2 zei dat ze anderhalve week na haar bevalling alweer aan het werk was. Ze keek er trots bij, terwijl ik vooral medelijden met haar had. Waarom doe je dat? En ook: hóe doe je dat? Ik had anderhalve week na de bevalling weinig kwalitatiefs kunnen produceren. Voor haar heb ik één woord: arbeidsongeschiktheidsverzekering.)

Op melkjacht

Als een ware krijger besluip ik mijn prooi. Ik triptrappel richting het schap en zie tot mijn grote blijdschap dat er nog een pak staat. Die is voor mij (nou ja, voor Evi en Joep), denk ik en gris hem van de verder lege plank. Ha, we zijn weer drie dagen voorzien! Dames en heren, de jacht is geopend. Waarop, denkt u? Een collectors item? Een gratis attentie? Neen, op de pakken babyvoeding.

Resumé: in 2008 kwamen acht Chinese baby’s om door het drinken van met melamine besmette melk. Logischerwijs keerden de Chinese ouders hun binnenlands geproduceerde poedermelk de rug toe en zijn ze het van ver gaan halen. Alleen zijn de richtlijnen voor de samenstelling van babymelk in China net anders dan die in Nederland. En dus verdwijnen de pakken uit de Nederlandse supermarkten illegaal om voor veel geld te worden verkocht in China. Arme Chinezen.

Maar ook: arme Nederlandse ouders. Want hoewel Nutricia haar best doet om meer pakken te produceren, is er een groot tekort. Mochten we eerst maximaal drie pakken meenemen per supermarktklant (wat leidde tot de pittige discussie of je met een tweeling zes pakken mag meenemen), tegenwoordig mag je blij zijn als je überhaupt met melk thuiskomt. Het probleem lijkt steeds groter te worden. En nou zullen onze twee bloedjes niet zo snel verhongeren, ik denk dat ik op de een of andere manier altijd wel aan ‘spul’ kan komen, irritant is het wel.

Om het goed te maken, publiceerde het melkbedrijf al een paginagrote excuusadvertentie in diverse dagbladen. Daar koop je het wat mij betreft niet mee af. Want wat is nou het probleem voor Nutricia? Het verkoopt bakken vol met poedermelk. Ze kunnen de vraag niet eens aan. Je kunt mij niet wijsmaken dat er niet iemand ergens in een directiekamer in zijn handen zit te wrijven bij het bekijken van de verkoopcijfers. En als er zoveel pakken illegaal Nederland verlaten, dan moet zo’n lek toch te ontdekken zijn? Mij lukt het niet om met meer dan drie pakken een supermarkt te verlaten, hoezo kunnen er dan (vast) duizenden pakken naar China afreizen? Vreemde zaken. Hoog tijd om het lek aan te pakken en de verkoop in China legaal te maken. Zet die export op rantsoen en laat ons onze kinderen voeden. Voor nu prijkt Nutrilon steevast bovenaan op het boodschappenlijstje. In de hoop dat ze het hebben.

Verbijsterende adoptie

Verbijsterend, tragisch, verdrietig, pijnlijk… Eerder deze week keek ik de Holland Doc documentaire Mercy Mercy over een adoptie die niet goed verloopt. In plaats van dat twee Ethiopische kinderen een nieuwe toekomst krijgen in Denemarken omdat hun ouders doodziek zijn van de aids, leven er nu verdeeld over de wereld door verdriet verscheurde mensen. Het ergste is het voor dochter Masho, wiens leven voorgoed verpest is. En dat terwijl haar ouders juist het beste voor haar wilden; een succesvolle toekomst in een rijk Westers land. In plaats daarvan zit ze haar jeugd uit in een kindertehuis.

De beelden van haar ogen laten me niet los. Ze was zo aan het proberen om het goed te doen, deed zo haar best, maar was zo ontzettend ongelukkig. Misschien komt het door mijn eigen moedergevoelens dat het me nu zo raakt, maar het gaat ook om gevoelens van onmacht. Onmacht wat betreft liegende instanties, hulpverleners die verkeerde conclusies trekken en adoptieouders die meer bezig zijn met het ‘in bedwang krijgen’ van een kind dan het een fijne plek geven om te wonen.

Ik zeg: kijk de documentaire (en zet tissues klaar). De kans is groot dat je hetzelfde boze, onheilspellende gevoel bekruipt als mij. Dit kan toch niet zomaar! Kunnen we niets doen?