Van oliebol naar jaarverslag

Januari, meestal word ik er niet zo warm van. Het is de soberste maand van het jaar. De maand waarin ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ hoogtij viert, alle festiviteiten achter de rug zijn, de dagen kort en de calorierijke lekkernijen als het goed is op één hand of vinger te tellen zijn. Na al de bombarie van sinterklaas, kerst en oud en nieuw steekt januari schril af. En dan telt deze maand ook nog 31 dagen. Ga er maar aan staan.
Normaal gesproken ben ik niet zo’n januari-fan. Maar dit jaar is dat anders. Ten eerste moet ik bekennen dat ik wel klaar ben met al die borrels, kaasplankjes, bitterballen en oliebollen. Mijn lijf snakt naar een pauze en daar geef ik nu gehoor aan. En ten tweede mag ik me storten op een opdracht waar mijn hart sneller van gaat kloppen: het jaarverslag voor de Raad voor Rechtsbijstand.

Nu vraag je je misschien af hoe leuk een juridisch jaarverslag kan zijn. Nou, heel leuk dus. De Raad voor Rechtsbijstand laat namelijk al jaren zien dat een jaarverslag niet saai en onleesbaar hoeft te zijn en dat het meer is dan een opsomming van feiten en cijfers. De Raad wil naast het verplichte gedeelte een informatief en inspirerend deel vol artikelen waarin staat omschreven wat er het afgelopen jaar heeft gespeeld. De komende tijd duik ik dus in juridische materie, nieuwe wetten en ingevoerde werkwijzen. Ik schuif aan bij advocaten, rechters en andere belanghebbenden en probeer het gezegde in zo duidelijk mogelijke bewoordingen, kort maar krachtig op te schrijven. Klare taal, noemen ze dat. Extra leuk is dat ik het jaarverslag samen met andere freelancers maak: een ZZP-collectief. Ik vermoed dat januari voorbij gevlogen is voor ik er erg in heb.