Full house

hoopje-hendrixJe denkt dat je wel wat weet van het krijgen van kinderen als je een tweeling hebt gehad. En natuurlijk weet je dat ook. Hoe je een baby in bad doet, een luier verschoont en hem vasthoudt, dat is bekend terrein. En dat het vermoeiend gaat worden, dat weet je ook. Maar hoe het écht is, dat weet je pas als het zover is. En het hangt ook van de baby in kwestie af, want geen kind is hetzelfde.

 

Ik vond het slaapgebrek weer pittig, zei een moeder ooit tegen me toen haar tweede net geboren was. Ach, dacht ik bij mezelf, het is maar één baby. Wat ik in mijn optimisme even vergat is dat die ene baby je ook hele nachten wakker kan houden. En dat die twee peuters daar geen boodschap aan hebben. Het was en is dus bikkelen. Rondlopen met een huilende Huub, boterhammen smeren voor de oudsten, een luier verschonen en helpen met een tekening. Alles tegelijk.

 

Tegelijkertijd heb ik tijdens de maanden van mijn verlof een onuitwisbare band opgebouwd met Huub. We waren vrijwel altijd samen. Dat is soms beklemmend, maar vaak heel mooi. Ik ken hem door en door. Ik weet wat elk huiltje en scheef getrokken mondje betekent. Ik weet het wanneer hem iets dwarszit en hoe hij giechelt als je zijn shirt en rompertje uittrekt omdat het kietelt.

 

Op de zeldzame momenten van rust keek en kijk ik vol verwondering en trots naar mijn drie kinderen. Drie! Een kinderschare voor volwassen mensen. Dus blijkbaar ben ik dat nu. Ik ben trots wanneer Joep en Evi ruzie maken over wie Huub mag vasthouden/een fruithapje geven of naast hem mag zitten. Ik schiet vol als ik ’s avonds al die slapende, blozende koppies zie. En ik loop over van geluk als Joep of Evi Huub zo aan het lachen maakt dat hij moet schateren. Wonderlijk is het. En zeer vermoeiend, dat ook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.