Vooral doorgaan

MartinFisch serie van vijfNiet iedereen kan schrijven, net als niet iedereen kan zingen. Al denken sommige mensen daar anders over. Heb je talent, doorzettingsvermogen en beschik je over een kritisch publiek? Dan kun je je schrijftalent ontwikkelen. Want schrijven leer je vooral door het heel veel te doen.
Doen is één ding, beter worden is een tweede. Je wordt alleen maar beter als je kritisch naar jezelf kijkt en anderen vraagt dat ook te doen. Er zijn heel wat rode pennen door mijn teksten gegaan. Ik heb er ontzettend veel van geleerd. In het begin schreef ik bijvoorbeeld veel te lijdend. Ik maakte lange zinnen met veel werkwoorden en ‘worden, zullen, gaan, misschien en men’ erin. Na een tijdje zette ik de kritiekpunten als reminder in Outlook. Elke tekst onderwierp ik aan een screening op de gevoelige punten. En zo leerde ik mezelf verbeteren. Zoek dus naar mensen die eerlijk zijn en je duidelijke feedback geven. Je oma die vindt dat je zulke leuke en mooie verhaaltjes schrijft is een fijne fan maar gaat je niet helpen om te groeien.
Wat ook helpt is de tekst even wegleggen nadat je hem geschreven hebt. Doordat je onderweg schrapt en schaaft wil er nog wel eens een foutje insluipen. Of je ziet het even niet meer. Volkomen normaal. Laat je tekst een nacht liggen en kijk er nog eens kritisch naar, liefst uitgeprint. Waarschijnlijk kom je nog wat tegen. En dan nog, het kan de beste overkomen om eens een foutje te maken. Daar leer je van.
Zorg er tenslotte voor dat je de lezer niet uit het oog verliest. Ga er niet vanuit dat hij al jouw gedachtenkronkels en ingevingen moeiteloos kan volgen. Een onderwerp dat met jouw achtergrond en kennis volkomen helder en logisch is, hoeft dat voor een ander niet te zijn. Veel beginnende schrijvers vergeten om bruggen te slaan en lijnen uit te gooien. Als je wil dat je lezer jouw verhaal volgt, moet je hem bij de hand nemen.

In mijn serie van vijf tel ik af tot mijn vijfjarig jubileum op 1 februari. Ik doe dit aan de hand van mijn eigen ideeën, inspiratiebronnen en geleerde lessen. Vandaag deel vijf van mijn vijf heilige schrijfregels.

 

 

Kort maar krachtig

MartinFisch serie van vijfVeel tekst staat tegenwoordig online. Ga eens na: hoe lees je zelf? Als je een paginalap aan tekst ziet, stort je je daar dan vol overgave en enthousiasme op? Of zakt de moed je stiekem een beetje in de schoenen? Waarschijnlijk het tweede.

Korte alinea’s. Korte zinnen (afgewisseld met wat langere voor de broodnodige variatie) en gewoon korte teksten. De enige reden om lange teksten te schrijven is wanneer je een nieuw literair meesterwerk creëert. En dan nog kun je af en toe best een extra punt zetten of een nieuw hoofdstuk beginnen.
Want zoals gezegd in de blog Schrijf voor de lezer: je doet je lezer er een plezier mee. En daar doe je het uiteindelijk toch voor.

In mijn serie van vijf tel ik af tot mijn vijfjarig jubileum op 1 februari. Ik doe dit aan de hand van mijn eigen ideeën, inspiratiebronnen en geleerde lessen. Vandaag deel vier van mijn vijf heilige schrijfregels.

Keep it simple stupid

MartinFisch serie van vijfZinnen zo lang als een alinea met bijzinnen, ingewikkelde (of Engelse) woorden, vakjargon, afkortingen en in de lijdende vorm geschreven. Ik heb er een broertje dood aan. Je kent het wel: je leest een alinea en dwaalt af met je gedachten. Hè, wat heb ik nou gelezen? En je begint weer bovenaan. Of je geeft het op.

 

Te veel mensen geloven in de misvatting dat goed schrijven moeilijk schrijven betekent. Dat wanneer je maar veel moeilijke woorden en ingewikkelde zinsconstructies gebruikt, je kwaliteit levert. Daar ben ik het niet mee eens. Het enige wat er gebeurt, is dat mensen geïrriteerd raken en/of afhaken. Dan schiet je je doel voorbij.

 

Einstein zei het al: “als je het niet gemakkelijk uit kunt leggen, snap je het zelf niet”. Ik geloof niet in Jip & Janneke-teksten (behalve voor de juiste doelgroep), taal mag best een beetje virtuoos en creatief zijn. Maar geen eenheidsworstteksten schrijven betekent niet dat je dingen niet kunt uitleggen of zo nu en dan een punt kunt zetten. Houd het simpel dus, is mijn dringend advies.

In mijn serie van vijf tel ik af tot mijn vijfjarig jubileum op 1 februari. Ik doe dit aan de hand van mijn eigen ideeën, inspiratiebronnen en geleerde lessen. Vandaag deel drie van mijn vijf heilige schrijfregels.

De hoofd- en de bijzaken

John Fife serie van vijfWat wil je nu écht vertellen? En wat is eigenlijk niet zo heel erg belangrijk? De kans is groot dat je zelf diep ondergedoken zit in de materie waar je over schrijft. Je weet er alles vanaf en bent er misschien wel laaiend enthousiast over. Middenin die zee van materie raak je het overzicht kwijt en verlies je uit het oog wat nu echt belangrijk is. En dat is jammer.

Bij schrijven is het ontzettend belangrijk om hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Waar draait het nu echt om? Wat zijn interessante details en wat geeft alleen maar ruis en paginavulling? Denk niet dat wanneer je alles vertelt, mensen alles lezen. Daar hebben ze helemaal geen zin in (in het gros van de gevallen). Houd het behapbaar en vertel het allerbelangrijkste als eerste. Lezers beginnen nu eenmaal bovenaan en lezen vervolgens door of haken af. Door met de belangrijkste boodschap te beginnen is je bereik het grootst. Want dat is je uiteindelijke doel: vertellen wat je te vertellen hebt.

Hiervoor moet je weten wat belangrijk is en wat niet. Vind je dat lastig? Probeer het verhaal dan eens onder woorden te brengen door het mondeling aan een gewillig slachtoffer te vertellen. Waar begin je mee? Wat is de kern? En welke vragen stelt je toehoorder? Het geeft je inzicht in je boodschap.

In mijn serie van vijf tel ik af tot mijn vijfjarig jubileum op 1 februari. Ik doe dit aan de hand van mijn eigen ideeën, inspiratiebronnen en geleerde lessen. Vandaag deel twee van mijn vijf heilige schrijfregels.

Bloggen, meer dan leuk

Jonathan Rolande Ik vind bloggen leuk. Ik begrijp dat het niet iedereens ‘cup of tea’ is, maar de mijne is het wel. Mijn blog is een laagdrempelig podium waar ik mijn gedachtespinsels, mijmeringen en inzichten zonder veel moeite plaats. Het levert interessante discussies, prettig medeleven en nuttige reacties op. Bovendien heb ik er op feestjes goede gesprekken over en hoef ik zelden uitgebreid antwoord te geven op de vraag ‘hoe is het nu met jou’. Want dat hebben mensen al op mijn blog gelezen.

 

Extra leuk is dat ik nu niet alleen meer blog voor mezelf, maar ook voor het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Elke week schrijf ik namens een accountmanager voortijdig schoolverlaten (vsv) een blog over wat hem of haar inspireert. Ghostwriting dus. Een opdracht waar ik blij mee en trots op ben. Eigenlijk heb ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt.

 

Deze blogs volgen? De eerste en de tweede blog vind je op Aanvalopschooluitval.nl. Houd het in de gaten.

Gezellig, zo’n werkende moeder

Werkende moeder zijn: is het nou echt zo erg? Ik las deze blog op Me-to-we.nl waarin een werkende moeder suggestieve opmerkingen voor haar kiezen kreeg en kreeg plaatsvervangende stompneigingen. Wat een onzin! Werkende moeders zijn niet slecht en thuisblijvende moeders ook niet. Laten we ophouden met neerkijken op elkaar en juist kijken waar we van elkaar kunnen leren. Mijn handen jeuken teveel om niet op een paar punten uit de blog te reageren…

* “Tja, ik zou het niet kunnen hoor… de kinderen bij een vreemde achterlaten. Daarvoor houd ik teveel van ze.”

Dat heeft toch niets met houden van te maken? Als ik zie hoe blij onze kinderen zijn om opa en oma te zien of hoe leuk ze het vinden om met ‘de kindjes’ of hun favoriete leidster te spelen dan gun ik ze dat plezier van harte.

* “Raak je er niet gestresst van als je verhalen hoort als over zo’n Robert M.? Die man werkte jarenlang op een kinderopvang bij jou in de stad.”

Nee. Ik heb een goed gevoel bij de leidsters van ons kinderdagverblijf. Sowieso vind ik angst geen goede leidraad.

* “Je voelt je vast heel schuldig.”

Waarom? Omdat ik een deel van mijn tijd mezelf blijf en doe wat ik leuk vind en waar ik goed in ben? Volgens mij leren kinderen van voorbeelden, dit lijkt me een hele mooie.

* “Ik zou het heel lastig vinden om mijn kind grotendeels door een ander te laten opvoeden. Maar dan heb ik het puur over mezelf.”

Ik heb totaal geen probleem om mijn kinderen in de capabele handen van opgeleide leidsters of een liefhebbende opa en oma achter te laten. Ik heb de wijsheid niet in pacht, niemand toch?

* “Maar vind je het dan niet erg dat je zoveel speciale momenten van je kind mist?”

Soms. Maar er zijn ook genoeg momenten die ik niet mis. Met een paar poepluiers, driftbuien en tijdrekkende discussies minder in de week kan ik prima leven. En het mooie is dat ik juist op de dagen dat ik Joep en Evi wél zie meer van ze kan genieten omdat ik ze die andere uren gemist heb. Ik denk oprecht dat ik er een betere moeder van word. Een gezelligere ook.

Die lekkere flow

Het is alweer even geleden dat ik de balans opmaakte van 2014. De vakantie is voorbij gevlogen en het nieuwe jaar is spetterend van start gegaan. Ik weet niet of het komt door de acquisitie die ik gedaan heb, mijn fantastische kwaliteiten of puur toeval en geluk, maar mijn agenda puilt plotseling uit. Vandaar dat de eerste blog van het nieuwe jaar even op zich liet wachten. Het schrijven ervan zweefde steeds ergens op mijn ‘to do’-lijstje maar net niet hoog genoeg.

En nu dus wel. Maar wat valt er te zeggen? Ik ben vooral dolblij met het toenemende succes. En tegelijkertijd probeer ik in mijn hoofd de agendapunten en afspraken aan elkaar te knopen. Een interview afnemen in België en hup door om de kinderen op te halen van het kinderdagverblijf. Een afspraak in Utrecht, Tilburg, Den Bosch en, nee, die afspraak in Eindhoven past er niet meer bij. Lastig, voor iemand die heel enthousiast is en liever geen ‘nee’ zegt.

Naast de op de achtergrond in kleine mate aanwezige ongerustheid (gaat dit allemaal lukken? Natuurlijk lukt het! Wat als er een kind ziek wordt? Dan vind ik daar wel een oplossing voor) is er vooral een overheersend gevoel van trots, van goed bezig zijn, van mezelf nuttig maken. Wat is het toch lekker om in een flow te zitten. Als carrièrevrouw, ondernemer en als moeder. Alleen die sportbroek ligt een beetje te verstoffen in de kast. Dat komt in februari wel weer.

Wel/niet geschikt

Bloggen, just do it. Dat is mijn motto. Maar voor mij als tekstschrijver is het makkelijk praten. Ik stuur dagelijks mijn schrijfsels de wereld in waardoor de drempel om dat te doen erg laag is. Voor jou is dat misschien anders. Of misschien beschik je wel helemaal niet over schrijftalent, voldoende kennis van de Nederlandse taal of inspiratie. Dan is bloggen waarschijnlijk niet ‘jouw ding’.

Geen paniek. Niet iedereen moet een zangcarrière ambiëren en niet iedereen moet bloggen. Natuurlijk, een blog is een prachtig middel om te laten zien wie je bent en wat je allemaal kunt. Maar het is geen must. Wil je niet bloggen en werk je binnen een grotere organisatie? Zoek naar de mensen die dat wel willen. Er is altijd wel iemand die stiekem droomt van een schrijfcarrière en staat te popelen om te starten. Is dat niet het geval? Dan kun je altijd nog een professionele tekstschrijver inhuren. Ik schrijf bijvoorbeeld regelmatig blogs op basis van telefonische interviews of steekwoorden. Of ik redigeer een aangeleverde tekst. Dat is vanzelfsprekend kostbaarder dan zelf schrijven, maar ook jouw tijd heeft een prijs.

Ik hoop dat mijn serie blogs de aspirant bloggers op weg heeft geholpen. Vee succes met bloggen! En laat het me weten als je online staat.

Fotograferen voor je eigen blog: 5 tips

Zelf foto’s maken voor je blog? Dat kan natuurlijk prima. Niet elke foto hoeft van professionele kwaliteit te zijn: met deze tips kun je ook met je smartphone of huis-, tuin- en keukencamera een prima plaatje maken om je blog ‘smoel’ te geven!
Door fotograaf Erik van Rosmalen.

1 Gebruik het licht
Let op dat je foto niet te donker wordt. Niet alleen vermindert dat de uitstraling van je foto. Te weinig licht kan ook onscherpte met zich meebrengen, omdat je camera een langere sluitertijd gaat gebruiken. Probeer daarom altijd in een zo licht mogelijke omgeving te fotograferen. Voor het raam werkt dat het beste, maar blijft wel uit het directe zonlicht: daarvan krijg je namelijk weer heel harde schaduwen.

2 Denk aan kleur
Wanneer je voornamelijk kunstlicht gebruikt (dus TL-licht of een gloeilamp), kan het zijn dat je foto-object wat rare kleuren krijgt. De lichtbronnen geven weliswaar extra licht af, maar het is anders van kleur dan het neutrale licht van de zon. TL geeft een groene gloed, terwijl foto’s bij gloeilamplicht juist wat geel/oranje kunnen worden. Dat hoeft overigens niet altijd erg te zijn. Het kan sfeer brengen. Maar als je een product wilt laten zien zoals het is, is dat niet handig.

Is de kleurechtheid van je foto belangrijk? Fotografeer dan – wederom – bij voorkeur bij natuurlijk licht. Indirect zonlicht in de middag werkt daarvoor het beste (dus ook niet op de vroege ochtend of late avond…).

3 Minder is meer
Wat voor tekst geldt, geldt ook voor beeld: beperk jezelf in het schrijven, maar ook in hoeveel je in je foto laat zien! Als je je lezer snel wilt ‘pakken’ met een foto, zorg dan voor een duidelijk herkenbaar beeld. In één oogopslag wil je je onderwerp laten zien. Maak er dus geen zoekplaatje van:

– ruim de omgeving op: weg met zoveel mogelijk storende elementen;

– werk als het kan met een neutraal getinte achter- of ondergrond;

– wees creatief, maar niet té: een abstracte foto levert meer vraagtekens dan antwoorden op;

– kun je dichterbij? Ga dan dichterbij!

4 Standpunt en compositie

Veel mensen fotograferen automatisch vanaf ooghoogte. Uit gemak, of omdat ze er nooit bij stil staan dat het ook anders kan. Terwijl een foto veel meer kracht kan krijgen door een ander standpunt. Ga dus eens door je knieën. Of pak juist het keukentrapje erbij om een object of persoon vanuit vogelperspectief vast te leggen!

5 Vergeet de belangrijkste foto niet!
Misschien wel de belangrijkste foto van je website of weblog: je profielfoto. Je wilt immers gelezen worden en schrijft vanuit jezelf. Melinde schreef het ook al heel terecht: Mensen doen zaken met mensen, niet met bedrijven. Laat dan ook zien wie je bent! Op mijn website lees je een aantal tips voor een goede profielfoto, of je die nu laat maken of dat je een selfie maakt… Het artikel is wat ouder, maar de basisgedachte is nog steeds hetzelfde: met een profielfoto stel je jezelf voor aan je lezers.

Bloggen met beeld

Hoe leuk ik tekst ook vind, alleen maar tekst is saai. Zeker online. Een dik boek komt er nog wel mee weg, maar een blog moet je toch wat ‘opleuken’. Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik geen ster ben in beeld en vormgeving. Gelukte foto’s zijn meer geluk dan wijsheid en plaatjes moeten maar net een beetje matchen. In de volgende blog geeft fotograaf Erik van Rosmalen vijf tips voor het maken van goede foto’s bij je blog. Vandaag vertel ik meer over het gebruik van bestaand materiaal.

Dat een foto online staat, wil niet zeggen dat hij eigendom van iedereen is. Sterker nog, dat is de foto niet. Gebruik dus nooit zomaar een leuke foto die je vindt. Wat doe je dan wel? Je kunt de fotograaf van die ene hele mooie plaat online benaderen en vragen of je het beeld mag gebruiken. ‘Nee’ heb je, ‘ja’ kun je krijgen.

Een andere optie is stockfotografie. Google maar eens op ‘stockfoto’. Op deze sites betaal je voor je foto, dus let goed op wat het kost. Kijk ook goed welke foto je kiest. Sommige stockfoto’s zijn erg nep, nietszeggend en Amerikaans. Ook moet je niet precies dezelfde foto kiezen als je concurrent. Er bestaan ook stocksites met gratis beeldmateriaal. Bijvoorbeeld SXC. Niet elke foto is even mooi, kwaliteit heeft altijd een prijs. Maar wie weet heb je geluk en vind je precies wat je zoekt.

Nog een andere optie is het gebruik van foto’s met een Creative Commons licentie. Wanneer een foto deze licentie heeft, mag je hem gratis gebruiken bij je blog mits je de licentie en de naam van de fotograaf noemt. De foto’s vind je bijvoorbeeld op Flickr. Lees hier meer over hoe het werkt. Ook kun je via Google specifiek zoeken naar beeldmateriaal met een Creative Commons licentie.

Liever met je eigen foto’s aan de slag? Volgende keer

Vijf tips van fotograaf Erik van Rosmalen