Zoals het klokje thuis tikt

Als de kleine wijzer op de 7 staat, moeten we naar school.
Als de groter wijzer bovenaan staat, is het bedtijd.
Joep en Evi leren klokkijken. Vol enthousiasme vertellen ze na hun eerste schoolweek dat ze ermee aan het oefenen zijn. Leuk! En dus wordt de houten speelklok erbij gepakt. Zeg jij maar hoe laat het nu is. Er worden uitgebreid klokken geknutseld en beplakt. En zo komt de schoolklas de huiskamer in.

Is school voldoende om een kind te leren wat het nodig heeft in de wereld? Ik denk van niet. Kinderen leren in de eerste plaats op school, zeker. Maar ze leren eigenlijk continu. Thuis, bij de buren, vriendjes, opa en oma, de sport- of muziekles en tijdens het buiten spelen. Is het mijn taak als ouder om mijn kinderen te helpen om klok te leren kijken? Ik ervaar het niet zo, zie het meer als een vanzelfsprekendheid: een kind is enthousiast over iets en daar ga ik graag in mee.

Het doet me denken aan een interview dat ik ooit hield met een mentor op het gebied van Voortijdig Schoolverlaten. Hij vertelde over een jongen die steeds te laat op (de middelbare) school kwam. Hij was er iedere ochtend op een ander moment. En wat school ook deed, zei en welke straf ze hem ook oplegde: niets hielp. Uiteindelijk kwam de aap uit de mouw: de jongen kon geen klok lezen. Ja, hij had het ooit geleerd op de basisschool. Maar er was niemand die hem thuis vroeg hoe laat het was, hem zei dat hij om zo-en-zo-laat naar bed moest, laat staan die klokken met hem knutselde.

Schrijnend, vind ik dat. Ik gun die jongen de hulp en begeleiding vanuit huis die hij nodig heeft.  Tegelijkertijd typeert het hoe mijn wereldbeeld gevormd wordt door mijn opvoeding en omgeving. Ik vind het heel normaal dat je je kinderen voorleest, dat ze op muziek- en sportles mogen, dat je met ze knutselt en naar de film, een voorstelling of de bibliotheek gaat. Maar helaas is dit niet voor ieder kind normaal. En daarmee wil ik niet zeggen dat de ouders van deze kinderen deze zaken doelbewust niet doen. Waarschijnlijk is het voor hen ook heel normaal om het niet te doen en zijn ze van mening dat school er is om te leren. Waarschijnlijk hebben deze ouders die begeleiding en stimulans ook niet gehad en is het geen onderdeel van hun wereldbeeld, van hun normaal. Dat kun je hen niet kwalijk nemen. Maar je kunt er wel iets aan doen. Tenminste, dat zou zo fijn zijn. Gelukkig heeft het de aandacht van de Gelijke Kansen Alliantie, een van mijn opdrachtgevers.

Wat is daarop je antwoord

Mag ik een zelfgemaakt drankje maken met restjes uit de koelkast? Mag ik een emmer water meenemen naar de speeltuin? Mag ik een tent bouwen in de woonkamer? Mag ik van het geld uit mijn spaarpot zelf iets kopen? Mag ik nu bij een vriendje aanbellen om te spelen?

Zoveel vragen, zoveel mogelijkheden. En dan zijn er nog de vragen die niet gesteld worden. Dan handelen kinderen gewoon. Vaak omdat ze voorvoelen dat het antwoord anders waarschijnlijk ‘nee’ is. Soms omdat ze lekker in hun spel zitten. De mogelijkheden zijn eindeloos, maar wanneer zeg je ‘ja’ en wanneer ‘nee’? Want soms zijn de consequenties niet te overzien.

Neem nou de eerste vraag: mag ik een zelfgemaakt drankje maken met restjes uit de koelkast? Ik weet hoe leuk Joep en Evi het vinden om te klooien, te kliederen en te onderzoeken. Bovendien ben ik groot voorstander van proefondervindelijk leren. Wordt ranja vies met een scheutje melk? Probeer en proef het. Aan de andere kant wil ik mijn kinderen leren dat eten en drinken waarde heeft (en dus niet zomaar weg gemikt moet worden), heb ik geen zin in een gigantische plakzooi (gelukkig kan zoiets heel goed buiten bij mooi weer) en wil ik dat ze het zelf klaarzetten en weer opruimen (een utopie, of in ieder geval ‘work in progress’). Dus een antwoord geven is zo makkelijk nog niet.

Soms, meestal als ik moe ben, heb ik geen zin in alle vragen en laat ik ze een beetje aan me voorbij gaan. Dan pas ik de afwachttactiek toe in de hoop dat iets zichzelf in de tussentijd oplost. Soms is dit het geval (Mathijs zegt ‘nee’ of ze gaan iets anders doen), maar meestal niet. Soms gaan ze dan zonder goedkeuring aan de slag en kom ik er in mijn vermoeide bui achter dat ik beter ‘nee’ had kunnen zeggen. Maar dan is het kwaad al geschiet. Het probleem is dat ik niet te vaak ‘nee’ wil zeggen. Niet omdat ik mijn kinderen geen grenzen wil leren, maar vooral omdat het leven zo saai en vervelend is als er helemaal niets mag. Het is zo negatief. En dat de reden om ‘nee’ te zeggen, vaak een gemakzuchtige is, bijvoorbeeld ‘ik heb geen zin in troep’. Maar hoe erg is een beetje troep eigenlijk? Een keer moet toch kunnen.

En dus blijf ik dubben, afwachten, grenzen stellen, kinderen blij maken en troep opruimen. Kortom ik ben het zelf net zo goed als mijn kinderen: work in progress.

 

De onderbrekende vloek

Ken je dat gevoel van lekker bezig zijn? Dat je je volledig concentreert op wat je aan het doen bent, de wereld om je heen er even niet is en je in staat bent prachtige resultaten te bereiken. Je bent productief, voortvarend en nou ja, lekker bezig. Of je het nu een flow, zen of mindfull noemt: het is heerlijk.

Of ken je dat krampachtige gevoel van het afwerken van een takenlijstje in je hoofd? Wanneer het je moeite kost om te onthouden wat je ook alweer allemaal moest doen. En je je best doet om alles te vervolmaken. Koekjes mee, koffie op het boodschappenlijstje zetten, fietssleutel, zonnebrandcrème, waar liggen die luiers nou?, oja, hier ligt de herinnering van de tandartsrekening, da’s waar ook: tandpasta op het boodschappenlijstje en het wc-papier boven is op, dus even een rol op de trap zetten. En ga zo maar door.

Twee heel verschillende situaties, maar wat ze gemeen hebben is het volgende: je wil een bordje met ‘niet storen’ op je hoofd plakken. En dat is niet altijd even makkelijk. Zeker niet voor ouders. Want tig keer per dag word ik onderbroken door een noodkreetachtig ‘Mama!?’. De verwachting is dan dat ik alles uit mijn handen laat vallen en à la minute reageer. En of ik dat nou doe of niet, mijn concentratie is onderbroken.

Want wat gebeurt er als je wél wordt gestoord? Dan word je opeens wakker uit je zenvolle bui. Of de onderbreking opent de sluis in je hoofd. En met een rotvaart gaat dat krampachtig opgedreunde to-do-lijstje de afvoerput van je brein in. En laat mij dat nou heel vaak gebeuren.

Ik zie het als de verborgen vloek van het ouderschap (of moet ik zeggen moederschap? Want volgens mij heb ik er meer last van dan Mathijs) dat je thuis zelden of nooit meer iets kunt doen zonder dat er een kind tussendoor komt omdat het dorst heeft, iets van de bovenste plank wil hebben, vraagt wat we gaan eten vanavond of ruzie maakt. Een onverwachte vloek, die me heeft verrast in mijn ontdekkingstocht als moeder. Maar wat ik dus eigenlijk wil zeggen met deze blog is dat als ik iets vergeet, je me dan moet vergeven. Het is niets persoonlijks, ik word onderbroken.

De zomer van 2018

Wat was het heet hè.
We waren al even bang dat het mooie weer op zou zijn als wij op vakantie gingen, maar dat bleek absoluut niet het geval. Sterker nog, het mooie weer leek deze zomer een bodemloze put te zijn vol zon, geel gras en zweet. Het was genieten met een grote G op vakantie (en daarna thuis). Van buitenspelen, modderdammen bouwen op het strand, barbecueën, zwemmen en schaduwplekjes zoeken.

Groot voordeel is ook dat de was zo lekker droogt (sprak de huisvrouw). Daardoor was de ondergekotste autostoel weer zó schoon en hingen er dag na dag badhanddoeken te wapperen in een warm windje. Daar kan geen droger tegenop (en dank namens het milieu).

Het nadeel van al deze zonnigheid is dat het ook een schaduwzijde heeft. Die van oude van dagen die omvallen van uitdroging en warmte. En van kleine kindjes (of pubers) die je even uit je blikveld verliest om voorgoed te verdwijnen in een zwembadpomp, plas of greppel. Nou ben ik van nature geen paniekerd. Ik denk dat het eigenlijk altijd wel goed komt, en laten we eerlijk zijn: vaak is dat ook zo. Maar bij dit soort berichten krijg ik de brok in mijn keel maar moeilijk weggeslikt. Want, als we dan toch eerlijk zijn, welke ouder is niet ook wel eens een moment zijn of haar kind kwijt geweest. Om hem dan vervolgens opgelucht ergens weer vandaan te plukken. Het gebeurt. En het gaat meestal goed. Gelukkig maar.

De zomer van 2018 gaat bij mij de boeken in als superzomer. Dagen die zich aaneenregen van zon en waterplezier, de geur van zonnebrandcrème, plakkerige handen van het ijs, binnen sjoelen in je blootje en je zonnebril altijd in de buurt. Lange zomeravonden in de tuin, op de kermis of aan het water. Maar ook een zomer van mensen die zomaar ziek worden, aardbevingen die gevoelsmatig dichtbij lijken omdat familie er in de buurt vakantie viert en een woonkamer waar de thermometer op zijn piek 31,5 graad Celsius aangeeft. En dus, ben ik klaar voor het nieuwe schooljaar. Voor structuur en regelmaat. Broodtrommels en al het nieuws dat groep 3 gaat brengen. En vooruit een paar druppels regen. Dan haal ik die dichte schoenen, lange broeken en jassen ook weer tevoorschijn.

Overstroming in het zwembad

Waarschuwing: zoetsappige blog. Je kunt nu nog terug.

Afgelopen weekend genoten wij van wat quality time bij Landal Vennenbos. Beetje zwemmen, dansen op Bollo-muziek, ijsjes eten en veel spelen, dat werk. En wat hebben we genoten. Maar dan echt genóten. Een half jaar geleden was het allemaal nog compleet anders: Huub sliep nog niet door, wilde niet in het peuterbadje blijven waardoor je steeds achter hem aan moest rennen omdat hij anders op de gladde stenen onderuit ging en was gewoon nog een stuk intensiever in de verzorging. Maar nu. Nu heeft hij een enorme sprong gemaakt, en wij als gezin met hem.

Want hij is zo’n heerlijk vrolijk, gezellig en blij ventje. Hij is overal voor in, eet lekker zijn bordje leeg en rent enthousiast ‘die kant op’ als hij in de verte de tonen van Bollo-muziek hoort. Want een feestje, daar wil hij bij zijn. Zijn broer en zus vinden dat ook gezellig en betrekken hem steeds meer in hun spel. Zo mooi om te zien hoe ze samen spelen, dansen en plezier maken.

Het allerleukste was het zwemmen. Joep en Evi zijn echte waterratten en krijgen geen genoeg van zwemmen, plonsen en glijden. Ze zitten sinds februari op zwemles en dat werpt langzaam wat vruchten af. Hopelijk kunnen ze volgend jaar zomer samen zónder bandjes en met een diploma op zak het water in. Ook Huub is dol op zwemmen. Hij ging zelf van de glijbaan in het peuterbadje, spoot in het rond met een mini-waterpistool, dobberde met de zwemband in het diepe, ‘sprong’ van de kant af op mama’s hoofd (en dan héél hard lachen) en natuurlijk gingen we samen van álle glijbanen af. Dat moment dat we samen door een pikzwarte buis gleden. Zijn kleine lijfje voor me, zijn beentjes op de mijne. Met mijn handen om zijn borstje voelde ik zijn hart enthousiast kloppen. Hij gilde van plezier en mijn hart stroomde over van liefde. Plons. Nog een keer!

De rivier van moederschap

Moederdag: nog één keer een lief rijmpje oefenen op de gang, al weken niet mogen kijken in ‘de jurkenkast’ en drie kinderen die de dagen aftellen tot ze mama mogen verrassen. Het moment dat ze de slaapkamer in paraderen barst ik bijna uit elkaar van trots omdat ik moeder mag zijn van die drie eigenwijze, stralende schatten. Een moment om te koesteren.

Voor mij is het moederschap een achtbaan, een constant zoeken naar balans. Het is een aaneenschakeling van magische, frustrerende, kalme, saaie, enerverende, chaotische, boze, gelukkige en verdrietige momenten. Het is opladen en totaal leeggezogen worden en dat hoppa steeds na elkaar. Mijn leven voor het moederschap was een voortkabbelende beekje vergeleken bij de ruwe rivier waar ik me nu in bevind. En dat is prima.

Toch vind niet iedereen het prima dat ik dit zo schrijf. Want mag je als vrouw zeggen dat je het moederschap soms zwaar vind? Of moet het je natuurlijk ingegeven zijn? Waarom is de rol van vaders als verzorger zoveel vrijblijvender dan die van moeders? Ik las dit weekend het artikel ‘We moeten het meer hebben over moeders die niet willen zorgen’ van Sarah Sluimer op de Correspondent. Het intrigeerde me. Want ook ik wil wel eens niet zorgen. Gewoon nu even niet. Weg uit de sleur, verplichtingen en verantwoordelijkheden. Om daarna weer opgeladen en vrolijk verder te gaan.

Maar ik deel Sarahs mening niet helemaal. Want naast dat vrouwen vaker even ‘nee’ moeten kunnen zeggen tegen het zorgen zonder dat hen dat wordt aangerekend, vind ik dat vrouwen zich op andere momenten wél in het moederschap mogen storten. Neem bijvoorbeeld het eerste jaar (of twee) van je kind(eren). Laten we accepteren van moeders dat zij er dan in de eerste plaats voor hun kinderen zijn. Dat ze daarnaast het hoogst noodzakelijke doen en het verder wel mooi is. Laten we hen de ruimte geven om zich in de gezinscocon terug te trekken om er daarna weer als een ietwat ander en tegelijkertijd hetzelfde mens weer uit tevoorschijn te piepen. Want juist dat er aan alle kanten wat van je verwacht wordt, maakt het moederschap ingewikkeld en zwaar.

Want o, wat willen we het allemaal goed doen. We willen gelukkige kinderen die later hun weg weten te vinden in de boze wereld en terugkijken op een idyllische jeugd. Daarover las ik een ander interessant artikel. Luuk Kolthof raadt ouders aan om dat onmogelijke doel van geluk los te laten. Je kunt een ander immers niet gelukkig maken. En door onze kinderen te pamperen leren ze juist níet omgaan met teleurstellingen, moeilijkheden en obstakels in hun latere leven. Luuk pleit voor het hebben van geen doel. Maar ook hier verschil ik van mening met de schrijver. Ik wil mijn kinderen een zo plezierig mogelijke jeugd geven, ze steeds een beetje meer loslaten richting zelfstandigheid en ze koesteren wanneer ze dat willen. Mijn doel is om ze handvatten te geven in het leven. En dan hoop ik dat ze het zo’n beetje als ik gaan ervaren: als een voortkabbelende rivier met stroomversnellingen.

Het aanklooi-evangelie

klooien met zand en waterHoe langer ik moeder ben, hoe meer ik inzie hoe ingewikkeld ouderschap is. Voordat ik kinderen kreeg, dacht ik dat als je een bepaalde werkwijze hanteert, er een geslaagd kind uitrolt. Een kind dat luistert, een opleiding afrondt, lief is voor anderen, voor zichzelf opkomt wanneer nodig en dat – natuurlijk – gelukkig is. Inmiddels weet ik dat opvoeden zwaar overschat wordt en dat ieder kind anders is.

 

Een kind opvoeden alsof je tomaten kweekt, vergelijkt Rutger Bregman van De Correspondent. Waarom doen we dat eigenlijk? Waarom denken we dat het goed is om allerlei clubjes, lessen, regels en structuren toe te passen om onze kinderen te helpen op te groeien? Het antwoord volgens mij: omdat wij ook zo zijn opgevoed, met de beste bedoelingen overigens. En omdat ze anders niet in ons leven passen. Maar dat kunnen nooit goede redenen zijn.

 

Ooit waren we jagers en verzamelaars, stelt Bregman. We werkten vier uur per dag, aten gevarieerd en waren volop in contact met de natuur. Totdat de landbouw werd ontdekt. Opeens moest er hard gewerkt worden en moesten kinderen jong meewerken. Anno nu houdt het in dat we succes afmeten aan de hand van salaris en cv. Dat het niet meer draait om ervaren, geluk en je omgeven met mensen die je liefhebt, maar om passen in het systeem. We raken ons contact met de natuur in onszelf kwijt omwille van de wensen van de maatschappij. De maatschappij die we zelf hebben gecreëerd.

 

Ik wil me ervan los worstelen, voor mezelf en voor mijn kinderen. Maar waar begin je? Ik denk bij het aanleren van een aanrommelcultuur. ‘Die andere moeders doen ook maar wat’, is een van mijn favoriete uitspraken. En geldt dat niet eigenlijk voor alles? We doen maar wat. We doen alsof er zekerheid is omdat we een vaste baan hebben en een pensioen. We doen alsof we weten wat we doen als we onze kinderen opvoeden, keuzes maken of een (zwem)school uitzoeken. Ik predik van nu af aan het evangelie van het aanklooien. Tenminste, dat ga ik proberen. Ik houd jullie op de hoogte.

 

Mijn eerste jaar als mama van drie

Huub 1 jaarHuub is één jaar geworden. Ik vind het onvoorstelbaar en volkomen normaal tegelijkertijd. Het is onvoorstelbaar dat we daadwerkelijk 365 (oké, 371 vandaag) dagen verder zijn sinds hij is geboren. Tegelijkertijd zie ik dat hij geen klein baby’tje meer is. Hij loopt overal langs, zwaait, juicht, zegt ‘ohoh’, gooit met een bal en probeert overal op te klimmen (traphekjes-alarm).

Ik dacht een jaar geleden dat ik wel wat wist van het verzorgen van baby’s. Dat was natuurlijk ook zo, ik had Joep en Evi immers al ‘gedaan’. Maar toch blijkt het cliché dat ieder kind anders is hartstikke waar te zijn. Bij Joep en Evi zat de uitdaging vooral in het feit dat ze een duo waren. Verder waren ze eigenlijk best makkelijke baby’s: ze spuugden niet, sliepen na elf weken door en aten en dronken overal enthousiast van. We hadden ze al vrij snel in een strak ritme zitten. Dat is bij Huub wel anders. De spuugdoekjes waren niet aan te slepen, zijn fles was een tijdlang zijn grootste vijand en doorslapen doet hij tot de dag van vandaag nog niet. Dus wat heb ik geleerd? Dat je vooral veel moet loslaten.

cadeautjesEn verder:

  • Dat zo’n klein baby’tje weer best veel werk is.
  • Dat het gemakkelijker is om met één baby tegelijk een band op te bouwen. En wat is die band sterk!
  • Dat drie kinderen bij vlagen een beetje veel is.
  • Dat je smelt wanneer je grote kinderen lief zijn tegen je kleintje.
  • Dat baby-knuffelen goddelijk is. Tot het punt dat je nu écht, écht, écht wilt slapen.
  • Dat je grote kinderen opeens heel erg groot zijn.
  • Dat borstvoeding een vloek en een zegen is.
  • Dat je bij een derde een stuk gemakkelijker bent (of waren we dat al?).
  • Dat je gezin een vrolijke chaos is geworden.
  • Dat je hart een beetje groter wordt en er ruim voldoende liefde is voor iedereen.
  • Maar je aandacht moet je wel echt verdelen.

Van proberen kun je leren

paardrijden proberen is spannend ‘Voorzichtig, dat bord is heet’. Wees eens eerlijk: hoe groot is de kans dat je toch eventjes met een vinger je bord aanraakt om te voelen hoe heet het precies is? Juist ja. Mensen zijn van nature ontzettend nieuwsgierig en eigenwijs. Kinderen zijn net mensen, alleen dan in een wat primitievere vorm. Dus alles moet onderzocht worden.

 

Is dat eetpapier? Probeer maar Joep. Hij stopt het papiertje in zijn mond en concludeert na wat sabbelen dat het antwoord ‘nee’ is. Natuurlijk had ik hem dat ook gewoon kunnen vertellen. Maar Joep kennende werkt dit veel beter. Door te ervaren, leert hij iets écht. En is de kans aanzienlijk dat hij het onderwerp laat rusten, wat voor mij ook weer prettig is. Ik probeer dus zoveel mogelijk ‘probeer het maar’ te zeggen. Maar dat kan niet altijd.

 

Hoe heet is de barbecue? Wat gebeurt er als je met een prikker in het zwembad prikt? Als je je spinner in het zand laat vallen? Of een erwt in je neus stopt? Niet alles kan proefondervindelijk onderzocht worden. En soms willen ze het juist niet proberen. Dan heb ik het vooral over eten en dan nog specifieker: eten dat groente bevat. Misschien vind je het wel lekker! Probeer het maar. Drie woorden die vaak uit mijn mond komen. Want zoals de juf het zegt: ‘van proberen kun je leren. De aanhouder wint toch? Als ze net zo nieuwsgierig naar paella en lasagne worden als naar vuur, spinners en muziek, komt het helemaal goed.

 

 

Schoolse praktijken

schoolfoto-2016Als je kinderen op de basisschool starten, gaat er een wereld voor je open. Een wereld van vriendenboekjes, kerstvieringen, oudergroep-apps en wachtende ouders op het schoolplein. Opeens hoor ik Evi zeggen dat je ‘van proberen leren kunt’, vertelt Joep over de fluisterpink van de juf (zou het helpen?) en wordt elke dag geëvalueerd met duimen: twee omlaag, twee omhoog of van allebei één.

 

Hoewel enthousiast was het ook even wennen, dat schoolse leven. Zo bleek dat school vijf dagen van je week in beslag neemt: mama, moeten we nou alweer? En dat je soms iets moet doen waar je geen zin in hebt: mama, ik wilde in het knutselgroepje maar dat zat al vol! Maar over het algemeen kunnen we na deze eerste weken concluderen dat de start van de schoolcarrière van Joep en Evi geslaagd is. Op naar de kerstvakantie en daarna écht van start. En laat de kerstman nou heel toevallig vriendenboekjes onder de boom leggen.