Die komt er wel

stadion ThiloGStel je voor: een stadion vol mensen, een dwarsdoorsnede van de gemiddelde samenleving. Hoeveel van deze mensen is man, hetero, blank, seculier, komt uit een hoogopgeleid milieu en woont in de randstad? Het antwoord: slechts 4 procent. En toch zijn het in veruit de meeste gevallen deze mannen die hogere functies bij de overheid of in het bedrijfsleven bekleden. Hebben zij die functies omdat ze hard werken of (ook) omdat ze bevoorrecht zijn?

Joris Luyendijk legde de vinger op de zere plek in zijn keynote-speech tijdens de bijeenkomst Lessen uit Nederland op 5 maart van de Gelijke Kansen Alliantie. Kansen in Nederland zijn niet eerlijk verdeeld. We kunnen met elkaar hard roepen dat iedereen gelijk is, maar dat is niet zo. En dus is het eerlijker om jongeren die benadeeld worden vanwege hun achtergrond, een extra duwtje in de juiste richting te geven. Want hoe weet je als kind hoe je moet solliciteren als je ouders geen baan hebben? Wie vraag je om hulp bij je huiswerk als je ouders laagopgeleid zijn? En hoe ontdek je dat je talent hebt in sport, muziek of theater, als je het nog nooit geprobeerd hebt?

Als ik naar mijn kinderen kijk, overheerst het gevoel ‘dat zij er wel komen’. Ik ken het (school)systeem in Nederland, weet of vind de weg wanneer ik denk hulp nodig te hebben en begeleid mijn kinderen waar nodig. Dat gevoel heb ik zelf ook altijd gehad: het rotsvaste vertrouwen dat er op deze wereld een plek voor mij is en dat mensen op me zitten te wachten. Hoe anders moet dat zijn wanneer je dat vertrouwen niet hebt. Voor de ouders, maar zeker ook voor de kinderen. Hoe is het om te voelen dat mensen denken dat je het waarschijnlijk niet kunt? Dat je er níet komt? Dat je je moet bewijzen tegen beter weten in? En hoe is het om niet te weten of je wordt afgewezen omdat je gewoon niet hard genoeg gewerkt hebt, of omdat je huidskleur, seksuele voorkeur of naam iemand niet aanstaat? Onrecht maakt mensen boos, niet ongelijkheid, stelt Luyendijk. En onrecht is er.

Bij de bijeenkomst Lessen uit Nederland zitten mensen die het verschil willen maken. Die zich hard maken voor het creëren van gelijke kansen voor alle kinderen. Ik vind het een voorrecht om als tekstschrijver bij het initiatief betrokken te zijn. Want uiteindelijk verdient iedereen het om een eigen plek in de samenleving te vinden, op basis van zijn of haar talent. Ook de 96 procent in het stadion die zichzelf niet herkent in de spiegel van de top van Nederland.

Wordt vervolgd.

Groeien om het groeien

Groeien is goed en stilstand is achteruitgang. Toch? Deze hardnekkige vGrimm Photographyeronderstellingen zijn verankerd in mijn brein, zoals bij zoveel mensen. Ik ben immers ook een product van mijn tijd en van de economielessen op de middelbare school. Maar eigenlijk is het gek om oneindige groei na te streven. Nu mijn bedrijf zo lekker loopt, houdt het me bezig: móet groei? En tot hoever wil ik gaan?

De gedachte dat groei móet komt -denk ik- vanuit de economie. Ooit was het namelijk zo dat economen veronderstelden dat groei een oplossing biedt voor armoede. En daarom zou groei goed zijn. Alleen blijkt economische groei maar in bepaalde mate een oplossing voor armoede. Na een tijd verandert de algehele economische staat van een bevolking niet meer en worden alleen de verschillen tussen arm en rijk groter. En raakt de planeet ondertussen uitgeput en bedolven onder afval.

 
Op woensdag 10 januari was ik bij een presentatie van Kate Raworth georganiseerd door Academic Forum van Tilburg University. Kate breekt een lans voor een completere blik op economie. Een benadering waarbij de hele planeet van grondstof tot afval wordt betrokken. Zij legt uit dat het tijd wordt om de bestaande economische modellen onder de loep te nemen en naar deze tijd te brengen. Want we consumeren te veel, maken de aarde kapot en kijken te weinig naar inbreng die niet onmiddellijk winst oplevert zoals vrijwilligerswerk of zorgen voor een gezin.

 

Een inspirerende avond. Wat dit voor mij betekent? Als ik de vergelijking naar mijn eigen leven en bedrijf doortrek, denk ik dat ook ik geen oneindige groei moet nastreven. Want dan raakt mijn lijf en gezin uitgeput en heeft iedereen last van mijn afval (stress). Liever streef ik een bepaalde vorm van volwassenheid in mijn bedrijf na. Waar de groeigedachte wél blijft hangen is in mijn eigen ontwikkeling: er is nog zoveel dat ik wil weten en waarin ik kan groeien. Intellectuele groei dus? Die is wat mij betreft oneindig. Al zal een neurowetenschapper daar misschien weer anders over denken.

Een karrevracht informatie

Francisca happy holidaysDe oplettende lezer ziet dat het laatste bericht op deze website dateert van september. Was er in de tussentijd niets dat mij bezighield? Natuurlijk wel. Sterker nog: heel veel hield mij bezig. Het werkjaar begon voortvarend, ging over in een rustig & relaxed middelste deel en eindigde met één grote uitsmijter. Even opscheppen: dit laatste kwartaal is mijn beste ooit. Dat je het even weet. Het gebrek aan blogs kwam dus eerder door een overvloed aan werk en bezigheden. En dus door een gebrek aan ruimte. Want voor het schrijven van blogs heb je denkruimte nodig. Tenminste, ik wel.

Na al die drukte zit ik dus warmpjes, tevreden en een beetje moe onder onze ietwat psychedelische kerstboom. Maar ook: vol indrukken en inspiratie. Want wat was het een gaaf jaar op werkgebied! Ik ging opnieuw aan de slag voor trouwe opdrachtgevers als de Raad voor Rechtsbijstand, Tilburg University, Deviante, Jan Meurs, Toelgroep en het Ministerie van OCW. En ik verwelkomde nieuwe opdrachtgevers zoals Zonder Zorg 2020 –onderdeel van Transvorm-, Froekje Panis Communicatie, het Ronald McDonald Kinderfonds en de Hogeschool Arnhem Nijmegen.
Het leukste van al deze (nieuwe) opdrachten is de karrevracht aan informatie die het in mijn hoofd opleverde.

Tijdens de talloze gesprekken die ik voerde, bijeenkomsten die ik bijwoonde en teksten die ik las, dompelde ik mezelf onder in een bijna eindeloze hoeveelheid feiten, inzichten en conclusies. En daar steek ik dus wat van op. Voor de opdrachtgever, maar zeker ook voor mezelf. Zo leerde ik over hoe het is als je kind een beenmergtransplantatie overleeft (het gaat goed, hij gebruikt nog dagelijks medicijnen en is net geopereerd, maar we zijn zo blij dat hij er nog is), over hoe lang vluchtelingen onder uitzichtloze omstandigheden in kampen verblijven (gemiddeld zeventien jaar!), hoe eerwraak werkt (vergelijk het met hoe wij omgaan met pedofielen), hoe het is om te leven met AEC-syndroom (dat je niet kaal bent om mensen te choqueren), dat vrouwen aan de top een beetje bossy moeten zijn en dat fouten maken móet (want juist daar leer je van). Wat houd ik toch van mijn werk. In januari mag ik weer verder. Fijne feestdagen allemaal!

Verhalen met een rietje

Rossy yumeWaarom kan ik me mijn geschiedenisleraar van de middelbare school zo goed herinneren? Waarom weet ik sommige details nog van de verhalen die hij vertelde terwijl veel van mijn schooltijd verder is verzand in een bak algemene kennis zonder noemenswaardige uitschieters? Het antwoord is omdat hij daadwerkelijk het verhaal van geschiedenis vertélde. De klas hing aan zijn lippen. En wat hij zei, zoog mijn brein op als limonade door een rietje.

 

De benen gestrekt onder het tafeltje, licht achterover leunend, de zon die schuin door het raam naar binnen scheen en de oren gespitst: ontspannen maar aandachtig luisterde ik naar meneer Heestermans. En nu besef ik dat hij mijn inspiratiebron is geweest. Waarom ben ik tekstschrijver geworden? Omdat ik ook verhalen wil vertellen. Omdat ik iets over wil brengen, ondertussen creatief bezig wil zijn én omdat ik iets te vertellen heb. Mijn eigen hersenspinsels of die van een ander.

 

Na twee jaar interimopdrachten bij ETZ en Tilburg University sla ik mijn laptop weer open aan de eettafel. Ik heb genoten van de afgelopen tijd als interimmer en er veel van geleerd. Over organisaties, mensen, communicatie en strategische beslissingen. Ik stop het in mijn rugzak en neem het mee. Maar waar gaat de reis nu naar toe? Dat ik dat niet precies weet, maakt me niet onzeker maar geeft me juist een fantastisch gevoel: de mogelijkheden zijn legio. En toch weet ik dat er één leidraad is die me de weg wijst: schrijven, verhalen vertellen. Want dat is waar mijn hart ligt. Of het nu via een blog, website, interview of boekje is: ik wil nog veel meer verhalen optekenen.  Daar ga ik voor, bedankt Heestermans.

 

 

 

Ik ben er weer

laptop en koffieIk ben er weer. Met een ietwat grotere cafeïnebehoefte, iets meer wallen en een iets ingewikkelder ‘spitsuur’. Maar dat mag de pret niet drukken. Het is niet te geloven dat ik vijf en een halve maand geleden tijdelijk gedag zei tegen het werkzame leven en het fulltime moederschap verwelkomde. Bijna een half jaar was ik thuis. Eerst rond en gezond en daarna samen met kleine Huub op zoek naar een nieuwe gezinsdynamiek en -routine.

 

Het leuke is: mijn opdrachtgevers zijn me niet vergeten. Iets wat je toch een beetje vreest als zelfstandig ondernemer. Ik kon meteen weer aan de slag bij Tilburg University. En ook andere partijen hebben me benaderd. De twee laatste maanden van 2016 besteed ik aan opstarten en werken. In het nieuwe jaar ga ik weer écht aan de bak, in een volgende versnelling. Voor nu voelt het vooral heel fijn om mijn hersens weer te laten kraken, mijn koffie warm te drinken en mijn creativiteit weer aan te spreken voor iets anders dan het maken van tekeningen en knutselwerkjes. Al buig ik me daar op niet-werkdagen natuurlijk nog wel vol enthousiasme over.

Verplichte lezerskost

 

Hoe ik talent voor het leven kreegIk zeg het maar meteen: het boek Hoe ik talent voor het leven kreeg geschreven door Rodaan al Galidi móet je gelezen hebben. Als je iets wilt weten over hoe het is om een asielzoeker in Nederland te zijn. Als je je enigszins wilt openstellen voor mensen die jarenlang in de wachtstand staan nadat ze met veel moeite ons land hebben bereikt. En als je samen met Rodaan kritisch wilt kijken naar ‘het systeem’: Lees. Dit. Boek.

 

De Iraakse Semmier Kariem wacht negen jaar in een asielzoekerscentrum op zijn verblijfsvergunning. Het boekt vertelt over zijn vlucht naar Nederland, zijn eerste contact met de vreemdelingenpolitie op Schiphol en het eindeloze, geestdodende wachten in een centrum tussen vijfhonderd anderen.

 

Het is toch goed geregeld voor asielzoekers in Nederland? Mensen mogen blij zijn dat ze hier terecht kunnen. Dat klopt, maar niet in alle gevallen, zo blijkt. Want waarom hebben criminelen een cel voor zichzelf en een dagbesteding en slapen asielzoekers met meerdere mensen op een kamer (of in een sporthal) en mogen zij nog geen Nederlandse les volgen? Kun jij je voorstellen dat je negen jaar van je leven doorbrengt in een wachtkamer? Ja, ze krijgen eten. Ja, hun aanvraag wordt minutieus bekeken. Alles wordt volgens de regels gedaan. Maar misschien is dat nu juist het probleem: de regels zijn heilig, maar de menselijke maat verdwijnt.

 

Het boek is een pijnlijke spiegel voor ons Nederlanders. Het legt de vooroordelen bloot: heeft de asielzoeker de fiets gejat of die blonde, Hollandse knul? De manco’s in het systeem: hoe kan een vluchteling een systeem überhaupt vertrouwen als hij alleen het eigen corrupte regime kent? Het geeft duidelijk de pijnpunten weer van dat systeem. Als Irakees beschrijft Semmier hoe Nederlanders zich vasthouden aan regels, afspraken en protocollen. En hoe belangrijk wij tijd vinden. Dat heeft voordelen: protocollen zijn er niet voor niets. Maar je kunt je er ook op blindstaren. Want wie zegt dat wij de wijsheid in pacht hebben?

 

In een interview met de schrijver in het NRC legt Rodaan het uit hoe het is om je te onderwerpen aan een systeem. Hij zegt dat het niet hetzelfde is als integreren, maar dat je getemd wordt. Zelf vindt hij dat niet erg, want ‘vermoord mijn geest honderd keer, maar steek een mes in mijn lichaam en het is gebeurd’.

Het boekt suddert nog na in mijn hoofd. Ik ben er nog niet uit wat ik er precies van moet vinden. Los van dat het goed is en leest als een trein. Lezen dus. Ik ben benieuwd naar jouw mening.

Hoofd- en handzaken

Indmus workerWat is meer waard: het hoofd of de handen? Competenties als vakmanschap en medemenselijkheid óf organiseren, analyseren en leiding geven? Als je kijkt naar het huidige beloningsstelsel zou je zeggen het tweede. Mensen die hun hoofd inzetten om geld te verdienen, zitten meestal hoger in organisaties en ontvangen een hoger salaris. Maar is dat onderscheid eigenlijk wel terecht? En waarom verwachten we van ‘handmensen’ dat ze daarnaast ook kunnen analyseren en rapporteren? Terwijl we niet van bestuurders vragen om eens een spelmiddag met ouderen te doen of een kastje in elkaar te timmeren.

 

Via mijn opdracht bij Tilburg University kwam ik in contact met Jorus Rompa, een collega van het Wetenschapsknooppunt. We raakten in gesprek over onder meer dit onderwerp. Jorus vertelde over een bijeenkomst die hij bijwoonde. Het samenzijn werd onderbroken door een monteur die op het dak een lekkage moest dichten. De aanwezigen vonden dat maar lastig. Maar waarom eigenlijk? Want boven hen op het dak stond iemand er in de stromende regen voor te zorgen dat zij droog bleven. Dat is geen last maar een zegen.

 

Als dyslectische jongen paste Jorus zelf maar moeilijk in het bestaande onderwijsregime. We kwalificeren taal en rekenen nou eenmaal hoger dan presenteren en nadenken. Gek eigenlijk, gezien de aandacht voor 21st century skills. Het lukte hem om van zijn ‘probleem’ een pluspunt te maken; met zijn enthousiasme en andere manier van denken weet hij ogen te openen en discussies aan te wakkeren. Het is inspirerend. Het doet me beseffen hoe gelukkig ik me mag prijzen dat ik met mijn voorliefde voor letters en grote nieuwsgierigheid makkelijk gedij in een schools regime. Want dat is helemaal niet vanzelfsprekend.

 

Even terug naar de eerste vraag: waarom krijgt een zorgmedewerker minder betaald dan een zorgmanager? Waarom is de tijd van de één kostbaarder dan de ander? Volgens mij is het gestoeld op een eeuwenoud principe van macht en ongelijkheid. De (ontwikkelde) rijkelui deden het denkwerk, anderen de rest, in dienst van hen. Terwijl hiërarchische modellen langzaamaan afbrokkelen blijft dit verschil evident. Het is niet zomaar op te heffen. Gelijkheid is een utopie. Maar wat we wél kunnen doen is gelijkwaardigheid nastreven. Dus elkaar aanzien voor vol en waarderen voor wat we kunnen. Doe je mee?

Het nieuwe onderwijs

William Creswell schoolklasWat is de taak van onderwijs? Is het kinderen aan een diploma helpen of ze opleiden tot goede burgers? Deze vraag stelde Monaïm Benrida in zijn laatste blog als accountmanager bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Een interessante kwestie.

 

Ik vind dat het ten eerste de taak van de ouders is om kinderen op te voeden. Dat je (actuele) zaken met ze bespreekt, dingen uitlegt en verder gaat bij wat school ze leert. Helaas weet ik via mijn werk dat dit niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Zo sprak ik een keer een vmbo-mentor die me vertelde over een jongen die steeds te laat kwam.  Nablijven, briefjes, strafwerk, niets hielp. Wat bleek? De jongen kon geen klok kijken. Hij had het ooit op de basisschool geleerd, maar daarna was er niemand die het met hem besprak. Er was niemand die zei ‘kun jij me vertellen hoe laat het nu is?’ of ‘om zeven uur gaan we naar bed, is het al zover?’ Hoe sneu is dat. Laat staan dat deze ouders hem vroegen of hij zijn huiswerk had gemaakt of welk boek hij voor zijn lijst moest lezen.

 

Je kunt er dus niet vanuit gaan dat ouders thuis alle verantwoordelijkheid nemen die ze zouden moeten nemen. Daarbij is de rol van sportvereniging en kerk de laatste decennia minimaal geworden. Dan blijft de school over als dé plek om kinderen te bereiken. En om verder te gaan waar de opvoeding stokt. Zoals Monaïm zegt: er is geen alternatief.

 

Ik zie zeker het belang van een diploma in. Het heeft mij een goede basis gegeven en mede gebracht waar ik nu ben. Al besef ik me al te goed dat ik geluk heb gehad: mijn jeugd was fijn en ik ben iemand die goed gedijt in het onderwijssysteem. Dat geldt helaas niet voor iedereen. Naast dat diploma heb ik ontzettend veel geleerd in de praktijk. Gewoon, door te doen, te kijken, te vragen en mijn gezonde verstand te gebruiken. Maar dan moet je wel durven. Je hebt competenties nodig om die kennis te verwerven. En die competenties leerde ik thuis, via bijbaantjes en op school.

 

Het legt een grote druk op de scholen die hun bordje toch al vol hebben. Moeten docenten nóg meer doen naast lesgeven, dossiers bijhouden en checklists invullen? Volgens Monaïm moet het niet meer, maar anders. En ik ben het roerend met hem eens. Want waarom is het (basis)onderwijs nog ingedeeld in vakken? Waarom wordt aardrijkskunde strikt gescheiden van geschiedenis en rekenen? Hoe zou het zijn als je die vakken combineert door bijvoorbeeld op denkbeeldige vakantie door Europa te gaan, onderweg de grond te bekijken, de geschiedenis te beschrijven en de benzinekosten te berekenen? En waarom verwachten wij van kinderen dat ze interesse op kunnen brengen voor zaken die hun leefwereld totaal niet raken? Ga maar eens na bij jezelf: wat vind je interessant om te weten en te lezen? Juist ja. Dat wat een klein beetje over jou gaat.

Hijs de piratenvlag

Dat verdient een taartje“Als piraat bereik je meer dan wanneer je bij de marine gaat”, zei Steve Jobs. Een uitspraak waar ik me helemaal in kan vinden: als zelfstandig ondernemer bereik ik meer dan als medewerker in loondienst. Al geldt dit vanzelfsprekend niet voor iedereen. Ik ben schaamteloos apetrots dat ik inmiddels vijf jaar ondernemerschap op mijn conto heb staan.

 

Vijf jaar geleden stapte ik binnen bij de Kamer van Koophandel om me in te schrijven. Wat wist ik van ondernemen? Ja, van communicatie en tekstschrijven had en heb ik wel kaas gegeten, maar ondernemen is een vak op zich. En dat is nou meteen wat het leuk maakt. Als groentje start je met een berg aan werk en beslissingen. Van visitekaartjes tot een website en van een ondernemersplan tot het opzetten van je administratie. Wanneer achter de schermen alles geregeld is, kun je naar buiten. De boer op. En dan is het hopen dat de buitenwereld op jou zit te wachten.

 

Iets leren doe je met vallen en opstaan. De afgelopen vijf jaar heb ik goede en slechte beslissingen genomen. Maar doordat je jezelf in het diepe gooit, leer je snel. En wanneer je dan die eerste factuur stuurt, je banksaldo ziet groeien of een compliment ontvangt voor jouw werk (en jouw werk alleen, want jij bént je bedrijf) dan geeft dat oneindig veel voldoening. Ik zou niet meer anders willen.

 

Dank aan iedereen die me de afgelopen jaren gesteund, geholpen en aangemoedigd heeft. En een bijzondere dank voor Mathijs die samen met mij de financiële onzekerheid van het zelfstandig ondernemerschap trotseerde en me altijd zijn vertrouwen schonk. De piratenvlag gaat uit, op naar de komende vijf jaar!

Geschenken tikken

Julian Wylegly cadeautjesWat doet Anouschka van Miltenburg nu? Een collega stelde de vraag. Een duidelijk antwoord heb ik nog niet gevonden (afgezien van dat ze lid is van de tweede Kamer namens de VVD) maar iets anders vond ik wel: de cadeaus die deze politica tijdens haar loopbaan heeft ontvangen. Nederland op zijn smalst.

Ik begrijp dat het in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur goed is om openheid van zaken te geven over presentjes en reizen. Maar serieus: wie maakt het wat uit dat Anouschka in juni 2013 twee boeken ontving van het Voedingscentrum ‘met 53 recepten voor een gezonde barbecue’? Of dat zij in september 2009 een Senz storm paraplu kreeg van de Koninklijke Landmacht waarvan de waarde tussen de € 50,- en de € 70,- ligt. Maakt iemand zich druk over het zakje pistachenootjes van de Iranese ambassadeur in december 2013? Waar gáát dit over.

Uit het lijstje blijkt vooral dat Anouschka’s boekenkast goed gevuld is, dat zij droog over straat kan en dat zij regelmatig in het zonnetje wordt gezet met kleinigheden. Leuk voor haar. Maar er is dus serieus iemand die als taak heeft om deze geschenken te plaatsen op de website van de tweede kamer. Iemand die dat in zit te tikken. En zo zijn er nog veel meer tweede Kamerleden. Wat een tijd en geld moet dat kosten. Natuurlijk, als iemand een auto, snoepreisje of kostbaar geschenk krijgt waarbij het riekt naar schandaal en chantage, dan moet Nederland dat weten. Maar of die informatie de website haalt, dat is de vraag. Wat mij betreft slaan we door in het openbaar maken van gegevens. En ik moet mezelf inhouden om Anouschka geen presentje te sturen. En dan elke dag even kijken of het al op die lange lijst staat.