Bloggen, meer dan leuk

Jonathan Rolande Ik vind bloggen leuk. Ik begrijp dat het niet iedereens ‘cup of tea’ is, maar de mijne is het wel. Mijn blog is een laagdrempelig podium waar ik mijn gedachtespinsels, mijmeringen en inzichten zonder veel moeite plaats. Het levert interessante discussies, prettig medeleven en nuttige reacties op. Bovendien heb ik er op feestjes goede gesprekken over en hoef ik zelden uitgebreid antwoord te geven op de vraag ‘hoe is het nu met jou’. Want dat hebben mensen al op mijn blog gelezen.

 

Extra leuk is dat ik nu niet alleen meer blog voor mezelf, maar ook voor het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Elke week schrijf ik namens een accountmanager voortijdig schoolverlaten (vsv) een blog over wat hem of haar inspireert. Ghostwriting dus. Een opdracht waar ik blij mee en trots op ben. Eigenlijk heb ik van mijn hobby mijn beroep gemaakt.

 

Deze blogs volgen? De eerste en de tweede blog vind je op Aanvalopschooluitval.nl. Houd het in de gaten.

Baby’s eerste jaar

Evi en Joep ruim vier maandenIedere baby het eerste jaar thuis, ik schreef er eerder al een gepikeerde blog over. Inmiddels heb ik het onderwerp laten bezinken en de documentaire Rust rond de wieg gezien. En ik moet zeggen: die Carolina de Weerth is zo gek nog niet.

 

Ik trok het me persoonlijk aan en dat had ik niet moeten doen. Want niemand zegt dat het een fout van de ouders is dat zij het eerste jaar niet thuis blijven bij hun kind. Het probleem zit hem juist in het gebrek aan mogelijkheden. De vinger wijst niet naar ons, maar naar de overheid. Die moet het verlof beter regelen. Volgens Carolina betekent dat een jaar verlof verdeeld over de man en vrouw.

 

En dat is natuurlijk een ander verhaal. Want hoe belachelijk is het eigenlijk: drie maanden verlof voor de moeder en twee dagen voor de man? Heb je net je draai gevonden en hopelijk iets meer slaap dan in de eerste weken, mag je alweer aan het werk. Ik had graag langer verlof gehad. Tweelingmoeders mogen sinds kort in hun handjes klappen dat het verlof verlengd is naar twintig weken. Dit houdt in dat moeders vier weken eerder met verlof mogen gaan. In de praktijk betekent het vooral een mentale verandering, aangezien veel meerlingmoeders al eerder in de ziektewet terechtkomen.

 

Volgens Carolina is de zorg van de ouders het beste voor het kind vanwege de binding. Zo voorkom je stress. We kunnen op dat gebied veel leren van ‘primitievere volkeren’. Daar waar baby’s veel gedragen worden, huilen ze minder. Ze willen contact met hun ouders. Dat klinkt mooi, maar als ik terugdenk aan de drie maanden tijdens mijn verlof met Joep en Evi thuis, dan denk ik niet aan het eindeloos dragen van twee baby’s. Ik vermoed dat er bij ons thuis ook wel eens stress is geweest bij de één omdat ik bezig was met de ander. Datzelfde geldt vast ook voor andere moeders van meerdere kinderen.

 

Toch ben ik het met de onderzoekster eens dat het fijn is om thuis een stressvrije omgeving te hebben voor baby’s. Fijn voor de ouders, die niet hoeven rennen en vliegen van crèche naar werk  en naar de supermarkt. En fijn voor de baby’s die de rust vast kunnen waarderen. Het krijgen van een kind (of kinderen) gebeurt nu een beetje tussen de bedrijven door. Ik denk dat het goed voor iedereen is om meer tijd te krijgen tijdens zo’n levens veranderende gebeurtenis. Maar ik blijf erbij dat een jaar lang is, ook gezien je positie op de arbeidsmarkt. De keuze aanbieden, dat zou al fijn zijn. Voor moeders én voor vaders.

Schrijven uit de losse pols

workshop1Schrijven, ik doe het veel, heel veel. 99% van mijn schrijfwerk is zakelijk. Ik werk interviews uit, redigeer lijvige documenten en schrijf websiteteksten of blogs. Altijd doe ik dat binnen de kaders van de opdrachtgever: wie zijn ze, wat doen ze en wat willen ze vertellen?

 

Hoe lekker is het om die kaders een keer los te laten. Dat mocht ik doen tijdens de workshop creatief schrijven van Karen Meijs. Als communicatie interimmer bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis viel ik met mijn neus in de boter: de nieuw samengestelde redactie van het personeelsmagazine ging een workshop volgen en ik mocht meedoen.

 

Zomaar wat schrijven, waar begin je dan? Nou, gewoon waar je wil. Als alles mag is het best moeilijk om ‘iets’ te schrijven. Karen gaf ons kleine opdrachten en tips om aan de slag te gaan. En in no time was het enige geluid wat je hoorde dat van pennen op papier. En dat van tanden in koekjes trouwens, maar dat is een ander verhaal.

 

Ik genoot ervan om mijn fantasie de vrije loop te laten. Om een verhaal, zonder te oordelen of het goed of slecht was, zich te laten ontvouwen in mijn hoofd en op papier. Het is zo jammer dat we de fantasie die we als kind hebben steeds meer kwijtraken in een maatschappij waar vooral waardering is voor kennis en kunde. En dus neem ik me voor om het vaker te doen, dit schrijven uit de losse pols. Misschien lukt het me ooit wel om dat boek te schrijven. Je weet wel, dat boek dat iedere semi-schrijver in zijn la moet hebben liggen. Met een beetje fantasie moet het lukken.

Predicaat slechte moeder

Evi en Joep 11 wekenHoogleraar Carolina de Weerth van het Nijmeegse Radboud vindt dat ouders het eerste jaar zelf voor hun kind moeten zorgen. Want zo zegt ze: de kwaliteit van crèches is slecht, baby’s krijgen er stress van en snappen niet waar hun ouders zijn en dat leidt tot problemen op latere leeftijd. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar mijn nekharen staan overeind.

 

De Weerth deed negen jaar lang onderzoek onder 200 baby’s. Op basis daarvan trekt ze haar conclusies. Even voor je beeld: per jaar worden er in Nederland tussen de 160.000 en 210.000 baby’s geboren (bron CBS). Dit is dus een steekproef van op in het meest positieve geval 0,001%. De Weerth pleit op basis van haar onderzoek voor een jaar lang verlof, te verdelen over beide ouders. Een flinke investering? Dat klopt, maar die betaalt zich volgens haar terug doordat kinderen op latere leeftijd minder problemen hebben.

 

Ik vind het een bijzondere conclusie voor iemand die zegt wetenschapper te zijn. Ze baseert haar advies in mijn ogen voornamelijk op aannames: crèches zijn slecht en kinderen willen bij hun ouders zijn. Hoe weet zij dat laatste? Heeft zij een goed gesprek met haar kind gehad toen die zes maanden was? En hoezo zijn alle crèches slecht? Hoe erg kun je generaliseren? Ok, ze heeft verhoogde stresslevels aangetoond bij de 200 crèchebaby’s die ze onderzocht. Maar hoe zijn die gemeten? En wanneer? Zijn andere factoren goed uitgesloten?

 

Niet naar de crèche toe, maar wat dan? Wie kan er een jaar lang thuis blijven betalen? Hoe zit het met je carrière? En wat te doen met die hypotheek? Het advies van de onderzoekster: neem je baby gewoon lekker mee naar je werk, in de Maxi Cosi. Dat deed ze zelf ook. ‘En als de baby ging huilen, ging ik gewoon naar huis’. Daar zullen werkgevers blij van worden! Los van het feit dat een baby geen uren achter elkaar in zo’n ding mag liggen.

 

Ik vind het prima dat iemand de knuppel in het hoenderhok gooit. Wat mij betreft mag het verlof van moeders en van vaders een stuk langer zijn. Op dat vlak ben ik het met haar eens, al vind ik een jaar best overdreven. Maar waarom moet er altijd ingespeeld worden op het schuldgevoel van de werkende moeder? Als jij je baby naar de crèche brengt, heeft die stress en ontwikkelt hij of zij zich minder goed. Het predicaat ‘slechte moeder’ is weer eens geplakt en daar pas ik voor.

Edit: uit een reactie van één van mijn lezers blijkt dat een negenjarig onderzoek onder 200 baby’s wél als wetenschappelijk verantwoord geldt. In die conclusie ben ik dus te kort door de bocht geweest. 

De weg van ondernemen

Mijn eigen tijd indelen, werken vanuit mijn eigen naam en verantwoordelijkheid, en werken voor interessante opdrachtgevers en met veel vrijheid. Zo zag ik vier jaar geleden het zelfstandig ondernemerschap. Al die zaken blijken waar, weet ik nu. Maar zelfstandig ondernemen is
nog veel meer dan wat ik van tevoren kon bedenken.

Een eigen bedrijf opzetten is namelijk ook omgaan met onzekerheid: het is nu rustig, wordt het wel weer druk? Het is jezelf op de kaart zetten óók als je dat een beetje spannend vindt: ik stap nu die ruimte vol onbekende binnen en begin vooraan. Het is je eigen administratie doen en je eigen servicedesk zijn: kan ik dit van mijn zakelijke rekening betalen? En waarom doet die laptop het nou niet? En het is doorwerken tot in de kleine uurtjes omdat je tijd tekort komt en een deadline hebt: maar morgen worden de kinderen weer vroeg wakker?

De weg van het ondernemerschap is vol heuvels, dalen, piekeren en toppen. Je komt steeds nieuwe vragen tegen. ‘Hoe zorg je voor een goede balans tussen werk en privé?’ is bijvoorbeeld een vraag die de laatste maanden actueel was in mijn leven. Want er zitten maar 24 uur in een dag en dat is soms iets te weinig.

Samen met collega-ondernemers van de JOST (ontmoetingsplek voor jonge ondernemingen in Tilburg) praatte ik over het onderwerp. Zo ontstond het idee om een avond te organiseren voor ondernemers. Om te ontdekken welke hordes we nu moeten nemen – want het is altijd een momentopname – en elkaar te adviseren hoe dat te doen. Wie beter dan ervaringsdeskundigen kunnen samen antwoorden vinden op vragen? Het resultaat is een eerste interactieve Boostsessie voor ondernemers op dinsdag 21 april. Kom je ook? Jost-leden én geïnteresseerden zijn welkom! Schrijf je even in via deze link en bedenk alvast wat jouw hamvraag is.

Een heel klein beetje wijzer

Soms heb ik van die interviews waardoor ik weer weet waarom ik dit werk doe. Een fijn gesprek, een inspirerende bijeenkomst en mijn hoofd vol stof tot nadenken. En dat ik die input vervolgens mag boetseren tot lekker lezend verhaal. Heerlijk is dat.

Want ooit, zo’n zeventien jaar geleden, koos ik voor de studie journalistiek vanwege mijn nieuwsgierige inslag. Ik wil namelijk graag dingen weten. Veel dingen. Ik wil informatie over zaken die ik interessant vind. En ik wil informatie over zaken die ik op het eerste gezicht minder boeiend vind, maar die dat tóch blijken te zijn. Meestal zijn ze dat wanneer de verteller vol enthousiasme vertelt.

En laat ik nu de laatste maanden zeer regelmatig zulke momenten hebben gehad. Vorige week nog een gesprek over onderwijs en hoe het anders kan. Vandaag een gesprek over de verbetering van het mbo. Vorige maand een gesprek over het verbeteren van ziekenhuiszorg. In januari een gesprek over de klantgerichtheid van de overheid. Twee weken terug een interview over de gevolgen van maatschappelijke veranderingen voor de huizenmarkt.

Natuurlijk, ik voer zo’n gesprek met mijn tekstschrijversbril op. Ik verzamel de informatie die ik nodig heb voor mijn artikel. Maar tegelijkertijd voed ik mijn eigen geest, stel ik vragen uit puur eigenbelang en word ik zo een heel klein beetje wijzer. Een heel klein beetje maar, want er is nog zoveel om te leren en te weten. Ik vind het geweldig. En ik word er nog voor betaald ook.

Darm en decorum

Wil jij nog even kijken in de darm? Een niet alledaagse vraag die me gisteren ter ore kwam toen ik door de hal van de locatie TweeSteden liep. Ik werk daar momenteel een aantal uren in de week ter vervanging van zwangerschapsverlof. De dame aan wie de vraag gesteld werd, bedankte vriendelijk voor de eer. En geef haar eens ongelijk.

We hebben het over een twee meter hoge ongeveer vijf meter lange opblaasbare darm waar bezoekers doorheen kunnen lopen. Een soort springkussen meets ingewanden. De darm lonkt. Al voelt het tegelijkertijd een beetje gênant om het gevaarte binnen te wandelen. Uiteindelijk wint de nieuwsgierigheid het van mijn gevoel voor decorum (niet verbazingwekkend in mijn geval). Ik stap naar binnen.

De darm in kwestie blijkt informatie te geven over darmziektes en legt de verschillende stadia van darmkanker uit. Hij bevat gigantische poliepen en zweren, en gelukkig geen poep. ‘Goed initiatief’, denk ik, terwijl ik zo onopvallend mogelijk de darm verlaat. Ik voel me toch een beetje opgelaten. En laat dat nou net het probleem zijn: mensen schamen zich voor darmproblemen en blijven er daardoor te lang mee rondlopen. We praten er te weinig over. Wist jij bijvoorbeeld dat gezond en vezelrijk eten helpt om je darm gezond te houden? En volg jij je onderbuikgevoel? Doen hoor, want je wilt echt dat je darmen gezond blijven. Dat heb ik nu met eigen ogen gezien.

Die lekkere flow

Het is alweer even geleden dat ik de balans opmaakte van 2014. De vakantie is voorbij gevlogen en het nieuwe jaar is spetterend van start gegaan. Ik weet niet of het komt door de acquisitie die ik gedaan heb, mijn fantastische kwaliteiten of puur toeval en geluk, maar mijn agenda puilt plotseling uit. Vandaar dat de eerste blog van het nieuwe jaar even op zich liet wachten. Het schrijven ervan zweefde steeds ergens op mijn ‘to do’-lijstje maar net niet hoog genoeg.

En nu dus wel. Maar wat valt er te zeggen? Ik ben vooral dolblij met het toenemende succes. En tegelijkertijd probeer ik in mijn hoofd de agendapunten en afspraken aan elkaar te knopen. Een interview afnemen in België en hup door om de kinderen op te halen van het kinderdagverblijf. Een afspraak in Utrecht, Tilburg, Den Bosch en, nee, die afspraak in Eindhoven past er niet meer bij. Lastig, voor iemand die heel enthousiast is en liever geen ‘nee’ zegt.

Naast de op de achtergrond in kleine mate aanwezige ongerustheid (gaat dit allemaal lukken? Natuurlijk lukt het! Wat als er een kind ziek wordt? Dan vind ik daar wel een oplossing voor) is er vooral een overheersend gevoel van trots, van goed bezig zijn, van mezelf nuttig maken. Wat is het toch lekker om in een flow te zitten. Als carrièrevrouw, ondernemer en als moeder. Alleen die sportbroek ligt een beetje te verstoffen in de kast. Dat komt in februari wel weer.

De balans opmaken

De laatste, donkere dagen zijn aangebroken en ik maak de balans op. Wat ging er goed afgelopen jaar? Wat waren de hoogtepunten? Wat was minder leuk? En wat was leerzaam? Genoeg om op te noemen, zo blijkt. Ik vond 2014 zeker niet altijd een leuk jaar, ik heb gemakkelijkere gekend. Maar leerzaam was het wel. En mooi ook. De balans slaat positief uit.

Mijn blik gaat langzaam maar zeker van achteruit naar vooruit, het nieuwe jaar in. Voor 2015 zijn de verwachtingen hoog gespannen. Zakelijk gezien heb ik al een aantal mooie opdrachten op mijn ‘to do’-lijstje staan. Zo mag ik samen met collega freelancers opnieuw aan de slag met het jaarverslag voor de Raad voor Rechtsbijstand, vervang ik een zwangere collega de komende tijd één dag in de week bij het Elisabeth-Twee Stedenziekenhuis en mag ik weer aan de slag met allerlei nieuwsbrieven over het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Daarnaast hoop ik weer aan de slag te kunnen voor allerlei andere opdrachtgevers en opnieuw samen met ontwerpbureau Toelgroep mooie dingen te maken. Met die laatste partij startte ik het afgelopen jaar een fijne samenwerking.

Er zit nog veel meer in het vat, maar niet alles is al rijp om wereldkundig te maken. Voor nu zwaai ik af in 2014 en ga ik met mijn gezin genieten van de knusse dagen rondom kerst en oud en nieuw. Tot in de het nieuwe jaar. Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar, lieve lezers!

Een tikkeltje makkelijk

Opeens heb ik een extra afspraak in mijn agenda staan. Ik zit te werken op mijn ZZP-plek en had me er niet op bedacht een bezoek af te leggen. De grote vraag is nu: kan ik mezelf zo presenteren? Want het liefst laat je het allerbeste van jezelf zien. En de vraag is of die spijkerbroek met gat erin die ik momenteel aan heb, wel zo presentabel is.

Gelukkig heb ik een creatief beroep, dus er is aardig wat bewegingsvrijheid qua mode. Vaak pas ik me aan aan mijn tafelgenoten. Spreek ik een advocaat, dan zorg ik van tevoren voor een jasje. Spreek ik iemand uit het onderwijs, dan houd ik het meer casual. En spreek ik iemand telefonisch dan… houd ik mijn pantoffels aan.

Maar wat is de basis dresscode? Zal ik naar huis toe gaan en een andere broek aantrekken? Eigenlijk heb ik geen tijd. Of kan ik mezelf presenteren zoals ik ben: een tikkeltje modebewust en een tikkeltje makkelijk. Ik weet het, in de tijd dat ik dit schrijf had ik mijn jas al aan kunnen hebben. Dus ik heb besloten: ik kom vandaag als mezelf. Ik ben benieuwd of het in de smaak valt.

Wat vinden jullie: kan het of niet?