De zomer van 2018

Wat was het heet hè.
We waren al even bang dat het mooie weer op zou zijn als wij op vakantie gingen, maar dat bleek absoluut niet het geval. Sterker nog, het mooie weer leek deze zomer een bodemloze put te zijn vol zon, geel gras en zweet. Het was genieten met een grote G op vakantie (en daarna thuis). Van buitenspelen, modderdammen bouwen op het strand, barbecueën, zwemmen en schaduwplekjes zoeken.

Groot voordeel is ook dat de was zo lekker droogt (sprak de huisvrouw). Daardoor was de ondergekotste autostoel weer zó schoon en hingen er dag na dag badhanddoeken te wapperen in een warm windje. Daar kan geen droger tegenop (en dank namens het milieu).

Het nadeel van al deze zonnigheid is dat het ook een schaduwzijde heeft. Die van oude van dagen die omvallen van uitdroging en warmte. En van kleine kindjes (of pubers) die je even uit je blikveld verliest om voorgoed te verdwijnen in een zwembadpomp, plas of greppel. Nou ben ik van nature geen paniekerd. Ik denk dat het eigenlijk altijd wel goed komt, en laten we eerlijk zijn: vaak is dat ook zo. Maar bij dit soort berichten krijg ik de brok in mijn keel maar moeilijk weggeslikt. Want, als we dan toch eerlijk zijn, welke ouder is niet ook wel eens een moment zijn of haar kind kwijt geweest. Om hem dan vervolgens opgelucht ergens weer vandaan te plukken. Het gebeurt. En het gaat meestal goed. Gelukkig maar.

De zomer van 2018 gaat bij mij de boeken in als superzomer. Dagen die zich aaneenregen van zon en waterplezier, de geur van zonnebrandcrème, plakkerige handen van het ijs, binnen sjoelen in je blootje en je zonnebril altijd in de buurt. Lange zomeravonden in de tuin, op de kermis of aan het water. Maar ook een zomer van mensen die zomaar ziek worden, aardbevingen die gevoelsmatig dichtbij lijken omdat familie er in de buurt vakantie viert en een woonkamer waar de thermometer op zijn piek 31,5 graad Celsius aangeeft. En dus, ben ik klaar voor het nieuwe schooljaar. Voor structuur en regelmaat. Broodtrommels en al het nieuws dat groep 3 gaat brengen. En vooruit een paar druppels regen. Dan haal ik die dichte schoenen, lange broeken en jassen ook weer tevoorschijn.

Of ik worst lust en of ik het eet

Het eten van bewerkt vlees vergroot de kans op darmkanker.

Heb ik een worstje minder gegeten van de barbecue deze zomer na het lezen van dit nieuws? Om eerlijk te zijn: nee. Maar waarom eigenlijk niet?

Hoe het werkt
Je denkt ‘interessant verhaal, maar ik hoef niet te veranderen’.
Eigenlijk luister je tijdens een discussie niet naar wat een ander zegt, omdat je ondertussen je eigen tegenargumenten in je hoofd formuleert.
Je zoekt bewijs dat past bij jouw overtuiging.
En we doen het allemaal.

Zo ook ik met de worsten, hamburgers en vleeswaren. Want ik eet ze graag. En dus laat ik ze liever niet liggen. Bovendien is de verhoogde kans nou ook weer niet zó spectaculair, blijkt als ik de uitleg op de site van het Voedingscentrum bekijk: het risico op darmkanker gaat van 6 op 100 naar 7 op 100. Je zou maar net die ene zijn, maar toch.

Ons advocatenbrein
Waarom is het zo moeilijk voor mensen om te veranderen van overtuiging? Ik las er een interessant artikel over op De Correspondent: Waarom slimme mensen domme dingen zeggen. Discussies rondom vaccinaties, borst- of flesvoeding, de vluchtelingencrisis, vegan eten en wel of geen alcohol drinken leveren vaak een patstelling op. En iedereen beroept zich op keiharde cijfers. Toch zijn deze cijfers discutabel. Want er wordt gelogen met cijfers, of beter gezegd met de hoe ze worden uitgelegd. Het zit hem in het verschil tussen correlatie en causaliteit: veroorzaakt het een het ander of gaat het om een toevalligheid en kunnen veel andere factoren van invloed zijn?
Bovendien, schrijft Sanne Blauw in haar artikel, speelt psychologie een belangrijke rol. “Ons brein werkt als een advocaat, koste wat kost zal het argumenten vinden om onze overtuigingen te verdedigen.”

Nieuwsgierig blijven
Sinds ik dat gelezen heb, plopt het op onverwachte momenten omhoog in mijn hersens wanneer ik artikelen lees bij onderwerpen waar ik zelf een duidelijke mening over heb. Hoe objectief ben ik? Wat is nu eigenlijk waarheid? Blauw geeft gelukkig een tip. Namelijk: besef dat je feilbaar bent. En blijf nieuwsgierig, want dat is je wapen. “Kies niet alleen artikelen die bevestigen wat je toch al dacht. Zoek naar informatie die je verrast, die ingaat tegen je overtuigingen, die je je misschien ongemakkelijk, boos of wanhopig laat voelen.” Oké dan. Dat kan en gá ik doen, ik ben namelijk altijd rete-nieuwsgierig. Maar of ik mijn Fuet laat liggen, durf ik nog niet te zeggen.

Die komt er wel

stadion ThiloGStel je voor: een stadion vol mensen, een dwarsdoorsnede van de gemiddelde samenleving. Hoeveel van deze mensen is man, hetero, blank, seculier, komt uit een hoogopgeleid milieu en woont in de randstad? Het antwoord: slechts 4 procent. En toch zijn het in veruit de meeste gevallen deze mannen die hogere functies bij de overheid of in het bedrijfsleven bekleden. Hebben zij die functies omdat ze hard werken of (ook) omdat ze bevoorrecht zijn?

Joris Luyendijk legde de vinger op de zere plek in zijn keynote-speech tijdens de bijeenkomst Lessen uit Nederland op 5 maart van de Gelijke Kansen Alliantie. Kansen in Nederland zijn niet eerlijk verdeeld. We kunnen met elkaar hard roepen dat iedereen gelijk is, maar dat is niet zo. En dus is het eerlijker om jongeren die benadeeld worden vanwege hun achtergrond, een extra duwtje in de juiste richting te geven. Want hoe weet je als kind hoe je moet solliciteren als je ouders geen baan hebben? Wie vraag je om hulp bij je huiswerk als je ouders laagopgeleid zijn? En hoe ontdek je dat je talent hebt in sport, muziek of theater, als je het nog nooit geprobeerd hebt?

Als ik naar mijn kinderen kijk, overheerst het gevoel ‘dat zij er wel komen’. Ik ken het (school)systeem in Nederland, weet of vind de weg wanneer ik denk hulp nodig te hebben en begeleid mijn kinderen waar nodig. Dat gevoel heb ik zelf ook altijd gehad: het rotsvaste vertrouwen dat er op deze wereld een plek voor mij is en dat mensen op me zitten te wachten. Hoe anders moet dat zijn wanneer je dat vertrouwen niet hebt. Voor de ouders, maar zeker ook voor de kinderen. Hoe is het om te voelen dat mensen denken dat je het waarschijnlijk niet kunt? Dat je er níet komt? Dat je je moet bewijzen tegen beter weten in? En hoe is het om niet te weten of je wordt afgewezen omdat je gewoon niet hard genoeg gewerkt hebt, of omdat je huidskleur, seksuele voorkeur of naam iemand niet aanstaat? Onrecht maakt mensen boos, niet ongelijkheid, stelt Luyendijk. En onrecht is er.

Bij de bijeenkomst Lessen uit Nederland zitten mensen die het verschil willen maken. Die zich hard maken voor het creëren van gelijke kansen voor alle kinderen. Ik vind het een voorrecht om als tekstschrijver bij het initiatief betrokken te zijn. Want uiteindelijk verdient iedereen het om een eigen plek in de samenleving te vinden, op basis van zijn of haar talent. Ook de 96 procent in het stadion die zichzelf niet herkent in de spiegel van de top van Nederland.

Wordt vervolgd.

Groeien om het groeien

Groeien is goed en stilstand is achteruitgang. Toch? Deze hardnekkige vGrimm Photographyeronderstellingen zijn verankerd in mijn brein, zoals bij zoveel mensen. Ik ben immers ook een product van mijn tijd en van de economielessen op de middelbare school. Maar eigenlijk is het gek om oneindige groei na te streven. Nu mijn bedrijf zo lekker loopt, houdt het me bezig: móet groei? En tot hoever wil ik gaan?

De gedachte dat groei móet komt -denk ik- vanuit de economie. Ooit was het namelijk zo dat economen veronderstelden dat groei een oplossing biedt voor armoede. En daarom zou groei goed zijn. Alleen blijkt economische groei maar in bepaalde mate een oplossing voor armoede. Na een tijd verandert de algehele economische staat van een bevolking niet meer en worden alleen de verschillen tussen arm en rijk groter. En raakt de planeet ondertussen uitgeput en bedolven onder afval.

 
Op woensdag 10 januari was ik bij een presentatie van Kate Raworth georganiseerd door Academic Forum van Tilburg University. Kate breekt een lans voor een completere blik op economie. Een benadering waarbij de hele planeet van grondstof tot afval wordt betrokken. Zij legt uit dat het tijd wordt om de bestaande economische modellen onder de loep te nemen en naar deze tijd te brengen. Want we consumeren te veel, maken de aarde kapot en kijken te weinig naar inbreng die niet onmiddellijk winst oplevert zoals vrijwilligerswerk of zorgen voor een gezin.

 

Een inspirerende avond. Wat dit voor mij betekent? Als ik de vergelijking naar mijn eigen leven en bedrijf doortrek, denk ik dat ook ik geen oneindige groei moet nastreven. Want dan raakt mijn lijf en gezin uitgeput en heeft iedereen last van mijn afval (stress). Liever streef ik een bepaalde vorm van volwassenheid in mijn bedrijf na. Waar de groeigedachte wél blijft hangen is in mijn eigen ontwikkeling: er is nog zoveel dat ik wil weten en waarin ik kan groeien. Intellectuele groei dus? Die is wat mij betreft oneindig. Al zal een neurowetenschapper daar misschien weer anders over denken.

Een karrevracht informatie

Francisca happy holidaysDe oplettende lezer ziet dat het laatste bericht op deze website dateert van september. Was er in de tussentijd niets dat mij bezighield? Natuurlijk wel. Sterker nog: heel veel hield mij bezig. Het werkjaar begon voortvarend, ging over in een rustig & relaxed middelste deel en eindigde met één grote uitsmijter. Even opscheppen: dit laatste kwartaal is mijn beste ooit. Dat je het even weet. Het gebrek aan blogs kwam dus eerder door een overvloed aan werk en bezigheden. En dus door een gebrek aan ruimte. Want voor het schrijven van blogs heb je denkruimte nodig. Tenminste, ik wel.

Na al die drukte zit ik dus warmpjes, tevreden en een beetje moe onder onze ietwat psychedelische kerstboom. Maar ook: vol indrukken en inspiratie. Want wat was het een gaaf jaar op werkgebied! Ik ging opnieuw aan de slag voor trouwe opdrachtgevers als de Raad voor Rechtsbijstand, Tilburg University, Deviante, Jan Meurs, Toelgroep en het Ministerie van OCW. En ik verwelkomde nieuwe opdrachtgevers zoals Zonder Zorg 2020 –onderdeel van Transvorm-, Froekje Panis Communicatie, het Ronald McDonald Kinderfonds en de Hogeschool Arnhem Nijmegen.
Het leukste van al deze (nieuwe) opdrachten is de karrevracht aan informatie die het in mijn hoofd opleverde.

Tijdens de talloze gesprekken die ik voerde, bijeenkomsten die ik bijwoonde en teksten die ik las, dompelde ik mezelf onder in een bijna eindeloze hoeveelheid feiten, inzichten en conclusies. En daar steek ik dus wat van op. Voor de opdrachtgever, maar zeker ook voor mezelf. Zo leerde ik over hoe het is als je kind een beenmergtransplantatie overleeft (het gaat goed, hij gebruikt nog dagelijks medicijnen en is net geopereerd, maar we zijn zo blij dat hij er nog is), over hoe lang vluchtelingen onder uitzichtloze omstandigheden in kampen verblijven (gemiddeld zeventien jaar!), hoe eerwraak werkt (vergelijk het met hoe wij omgaan met pedofielen), hoe het is om te leven met AEC-syndroom (dat je niet kaal bent om mensen te choqueren), dat vrouwen aan de top een beetje bossy moeten zijn en dat fouten maken móet (want juist daar leer je van). Wat houd ik toch van mijn werk. In januari mag ik weer verder. Fijne feestdagen allemaal!

Afvalzeikerd

Nick Saltmarsh een beetje schimmel moet je voor lief nemenIk was ook zo’n zeikerd. De gemeente ging de vuilnisbakken in plaats van elke week, om de week ophalen. De ene week restafval en groen, de andere week papier en plastic. Ver-schrik-ke-lijk, dachten veel mensen, waaronder ik. Want: te weinig ruimte, maden en ander ongedierte. Toegegeven, ik was een beetje laks in het scheiden van afval. Een slechte zaak, ik weet het, zeker aangezien ik ben opgevoed met het zeer nauwkeurig scheiden van al het afval (paps werkte bij de M van VROM). Met name plastic belandde bij Mathijs en mij heel vaak bij het restafval, want ik vond het teveel moeite om een aparte bak in de keuken neer te zetten of om even naar buiten te lopen in de regen/zon/kou/sneeuw.

 

Maar ik ben om. Ja, in de zomer hebben we zo nu en dan maden. En ja, dat vind ik walgelijk, maar sinds we van die biologisch afbreekbare zakjes voor het groente- en fruitafval gebruiken en de bak uitspuiten na het ophalen, gaat het beter. En ja, het was wennen om consequent te zijn en afval netjes te scheiden. Veranderingen kosten altijd moeite, maar vallen op termijn gelukkig ook meestal mee.

 

En nu? Nu valt het me vooral op hoe belachelijk veel plastic- en blikafval we wel niet hebben. Kartonnen yoghurtpakken, vleesverpakkingen, zakjes met groente en fruit… Het is een overdaad en doet me afvragen of het wel nodig is allemaal. Toegegeven, mijn motivatie kreeg even een knauw toen ik vandaag op Nu.nl las dat veel gescheiden plastic alsnog de verbrandingsoven ingaat. En dat het sowieso maar een klein onderdeel vertegenwoordigt van de totale CO2-uitstoot. Maar toch, het kan altijd beter, en ik heb de smaak te pakken. Mijn volgende doel wordt om minder plastic in huis te halen. En oja, om nooit meer te vergeten om de bak buiten te zetten, want met een gezin van vijf is elk soort na twee weken goed gevuld.

 

 

Altijd iemand om jaloers op te zijn

Jeff TurnerHoger, beter, verder, meer. Over deze woorden heb ik veel nagedacht deze zomer. In de huidige prestatiemaatschappij ben je eigenaar van de B.V. Ik en doe je bijna automatisch mee met het constant verbeteren van jezelf. Maar waarom eigenlijk? Word je daar gelukkig van? Is het een doel op zich?

Daarnaast tonen we ons aan onze ‘vrienden’ van onze beste kant. We schrijven op Linkedin hoe goed we zijn en hoe ontzettend leuk ons werk is. We zetten de mooiste kiekjes van onze vakanties, ons kroost en wat voor voedzaams we nu weer op tafel zetten op Instagram. En op Facebook plaatsen we de leukste posts van waar we mee bezig zijn. Kijk ons eens een leuk leven hebben!

Tijd is geld, het leven is maakbaar en succes is een keuze. Dit soort uitspraken reduceren het leven tot een wedstrijd. Op een bepaalde manier werkt social media dit gedrag in de hand: we kunnen gemakkelijk vergelijken. Correspondent-journalist Ernst Jan Pfauth schrijft het volgende: “Omdat er altijd iemand is die het beter voor elkaar lijkt te hebben, zullen we nooit een punt bereiken waarop we tevreden zijn met wat we hebben. Hoe succesvol ook, er is altijd wel iemand om jaloers op te zijn.” Wat een onaangename manier van in het leven staan, als je erover nadenkt.

En ja, ik doe er ook aan mee. Maar in een wereld waar ‘stilstand achteruitgang is’, wil ik vooral verder gaan met waar ik mee bezig ben. Meer mooie dingen schrijven en maken voor fijne opdrachtgevers, daarnaast voldoende tijd hebben voor mijn gezin, en hopelijk ergens ook een beetje tijd voor Mathijs en mezelf. Niet sexy hè? Maar het is eigenlijk prachtig: tevreden zijn met wat je hebt en hoe het gaat. Want hoewel ik soms wel aspecten van iemand anders leven zou willen hebben, écht ruilen, dat wil ik met niemand.

Het aanklooi-evangelie

klooien met zand en waterHoe langer ik moeder ben, hoe meer ik inzie hoe ingewikkeld ouderschap is. Voordat ik kinderen kreeg, dacht ik dat als je een bepaalde werkwijze hanteert, er een geslaagd kind uitrolt. Een kind dat luistert, een opleiding afrondt, lief is voor anderen, voor zichzelf opkomt wanneer nodig en dat – natuurlijk – gelukkig is. Inmiddels weet ik dat opvoeden zwaar overschat wordt en dat ieder kind anders is.

 

Een kind opvoeden alsof je tomaten kweekt, vergelijkt Rutger Bregman van De Correspondent. Waarom doen we dat eigenlijk? Waarom denken we dat het goed is om allerlei clubjes, lessen, regels en structuren toe te passen om onze kinderen te helpen op te groeien? Het antwoord volgens mij: omdat wij ook zo zijn opgevoed, met de beste bedoelingen overigens. En omdat ze anders niet in ons leven passen. Maar dat kunnen nooit goede redenen zijn.

 

Ooit waren we jagers en verzamelaars, stelt Bregman. We werkten vier uur per dag, aten gevarieerd en waren volop in contact met de natuur. Totdat de landbouw werd ontdekt. Opeens moest er hard gewerkt worden en moesten kinderen jong meewerken. Anno nu houdt het in dat we succes afmeten aan de hand van salaris en cv. Dat het niet meer draait om ervaren, geluk en je omgeven met mensen die je liefhebt, maar om passen in het systeem. We raken ons contact met de natuur in onszelf kwijt omwille van de wensen van de maatschappij. De maatschappij die we zelf hebben gecreëerd.

 

Ik wil me ervan los worstelen, voor mezelf en voor mijn kinderen. Maar waar begin je? Ik denk bij het aanleren van een aanrommelcultuur. ‘Die andere moeders doen ook maar wat’, is een van mijn favoriete uitspraken. En geldt dat niet eigenlijk voor alles? We doen maar wat. We doen alsof er zekerheid is omdat we een vaste baan hebben en een pensioen. We doen alsof we weten wat we doen als we onze kinderen opvoeden, keuzes maken of een (zwem)school uitzoeken. Ik predik van nu af aan het evangelie van het aanklooien. Tenminste, dat ga ik proberen. Ik houd jullie op de hoogte.

 

Mijn eerste jaar als mama van drie

Huub 1 jaarHuub is één jaar geworden. Ik vind het onvoorstelbaar en volkomen normaal tegelijkertijd. Het is onvoorstelbaar dat we daadwerkelijk 365 (oké, 371 vandaag) dagen verder zijn sinds hij is geboren. Tegelijkertijd zie ik dat hij geen klein baby’tje meer is. Hij loopt overal langs, zwaait, juicht, zegt ‘ohoh’, gooit met een bal en probeert overal op te klimmen (traphekjes-alarm).

Ik dacht een jaar geleden dat ik wel wat wist van het verzorgen van baby’s. Dat was natuurlijk ook zo, ik had Joep en Evi immers al ‘gedaan’. Maar toch blijkt het cliché dat ieder kind anders is hartstikke waar te zijn. Bij Joep en Evi zat de uitdaging vooral in het feit dat ze een duo waren. Verder waren ze eigenlijk best makkelijke baby’s: ze spuugden niet, sliepen na elf weken door en aten en dronken overal enthousiast van. We hadden ze al vrij snel in een strak ritme zitten. Dat is bij Huub wel anders. De spuugdoekjes waren niet aan te slepen, zijn fles was een tijdlang zijn grootste vijand en doorslapen doet hij tot de dag van vandaag nog niet. Dus wat heb ik geleerd? Dat je vooral veel moet loslaten.

cadeautjesEn verder:

  • Dat zo’n klein baby’tje weer best veel werk is.
  • Dat het gemakkelijker is om met één baby tegelijk een band op te bouwen. En wat is die band sterk!
  • Dat drie kinderen bij vlagen een beetje veel is.
  • Dat je smelt wanneer je grote kinderen lief zijn tegen je kleintje.
  • Dat baby-knuffelen goddelijk is. Tot het punt dat je nu écht, écht, écht wilt slapen.
  • Dat je grote kinderen opeens heel erg groot zijn.
  • Dat borstvoeding een vloek en een zegen is.
  • Dat je bij een derde een stuk gemakkelijker bent (of waren we dat al?).
  • Dat je gezin een vrolijke chaos is geworden.
  • Dat je hart een beetje groter wordt en er ruim voldoende liefde is voor iedereen.
  • Maar je aandacht moet je wel echt verdelen.

Van proberen kun je leren

paardrijden proberen is spannend ‘Voorzichtig, dat bord is heet’. Wees eens eerlijk: hoe groot is de kans dat je toch eventjes met een vinger je bord aanraakt om te voelen hoe heet het precies is? Juist ja. Mensen zijn van nature ontzettend nieuwsgierig en eigenwijs. Kinderen zijn net mensen, alleen dan in een wat primitievere vorm. Dus alles moet onderzocht worden.

 

Is dat eetpapier? Probeer maar Joep. Hij stopt het papiertje in zijn mond en concludeert na wat sabbelen dat het antwoord ‘nee’ is. Natuurlijk had ik hem dat ook gewoon kunnen vertellen. Maar Joep kennende werkt dit veel beter. Door te ervaren, leert hij iets écht. En is de kans aanzienlijk dat hij het onderwerp laat rusten, wat voor mij ook weer prettig is. Ik probeer dus zoveel mogelijk ‘probeer het maar’ te zeggen. Maar dat kan niet altijd.

 

Hoe heet is de barbecue? Wat gebeurt er als je met een prikker in het zwembad prikt? Als je je spinner in het zand laat vallen? Of een erwt in je neus stopt? Niet alles kan proefondervindelijk onderzocht worden. En soms willen ze het juist niet proberen. Dan heb ik het vooral over eten en dan nog specifieker: eten dat groente bevat. Misschien vind je het wel lekker! Probeer het maar. Drie woorden die vaak uit mijn mond komen. Want zoals de juf het zegt: ‘van proberen kun je leren. De aanhouder wint toch? Als ze net zo nieuwsgierig naar paella en lasagne worden als naar vuur, spinners en muziek, komt het helemaal goed.