Tracy over haar en liefde

Johhny LaiTracy Chapman schalde door de auto terwijl ik de snelweg opreed. Lang geleden draaide ik de cd compleet grijs en nu had ik hem weer opgeduikeld. Woord voor woord zong ik de teksten mee die blijkbaar nog ergens in mijn hersens waren opgeslagen. Wonderbaarlijk hoe je brein zoiets onthoudt. Alsof je een vergeten, stoffige doos van achter het schot op zolder haalt en de woorden er één voor één uithaalt.

 

Ik was veertien toen Tracy mijn leven binnenkwam. Ik dacht overigens eerst dat zij een man was, vanwege de diepe, warme stem. Het besef dat ik het mis had, kwam pas toen ik haar naam goed tot me door liet dringen. In die tijd leefde ik van songteksten. Ik stond ermee op, schreef ze stiekem in schriften tijdens schooluren en ging ermee naar bed. En toch begreep ik niet alles wat er gezegd werd. Ik begreep wat een ietwat onzekere maar gelukkig opgroeiende veertienjarige kán begrijpen, maar meer ook niet.

 

Nu ik wat ouder ben, hoor ik meer. En wat me opviel is dat de teksten van Tracy nog steeds actueel zijn. Helaas. Met name het nummer Why raakte me. Want hoewel ze zingt ‘the time is coming soon’, is er helaas weinig veranderd. Vandaag, de dag dat we mogen (en moeten) stemmen, blijft het in mijn hoofd hangen. Het haalt de idealist in me naar boven. Die zat in het meisje van veertien en bestaat nog steeds in de vrouw van 36 jaar.

 

Why do the babies starve
When there’s enough food to feed the world
Why when there’re so many of us
Are there people still alone
Why are the missiles called peace keepers
When they’re aimed to kill
Why is a woman still not safe
When she’s in her home

Love is hate
War is peace
No is yes
And we’re all free

 

Verhalen met een rietje

Rossy yumeWaarom kan ik me mijn geschiedenisleraar van de middelbare school zo goed herinneren? Waarom weet ik sommige details nog van de verhalen die hij vertelde terwijl veel van mijn schooltijd verder is verzand in een bak algemene kennis zonder noemenswaardige uitschieters? Het antwoord is omdat hij daadwerkelijk het verhaal van geschiedenis vertélde. De klas hing aan zijn lippen. En wat hij zei, zoog mijn brein op als limonade door een rietje.

 

De benen gestrekt onder het tafeltje, licht achterover leunend, de zon die schuin door het raam naar binnen scheen en de oren gespitst: ontspannen maar aandachtig luisterde ik naar meneer Heestermans. En nu besef ik dat hij mijn inspiratiebron is geweest. Waarom ben ik tekstschrijver geworden? Omdat ik ook verhalen wil vertellen. Omdat ik iets over wil brengen, ondertussen creatief bezig wil zijn én omdat ik iets te vertellen heb. Mijn eigen hersenspinsels of die van een ander.

 

Na twee jaar interimopdrachten bij ETZ en Tilburg University sla ik mijn laptop weer open aan de eettafel. Ik heb genoten van de afgelopen tijd als interimmer en er veel van geleerd. Over organisaties, mensen, communicatie en strategische beslissingen. Ik stop het in mijn rugzak en neem het mee. Maar waar gaat de reis nu naar toe? Dat ik dat niet precies weet, maakt me niet onzeker maar geeft me juist een fantastisch gevoel: de mogelijkheden zijn legio. En toch weet ik dat er één leidraad is die me de weg wijst: schrijven, verhalen vertellen. Want dat is waar mijn hart ligt. Of het nu via een blog, website, interview of boekje is: ik wil nog veel meer verhalen optekenen.  Daar ga ik voor, bedankt Heestermans.

 

 

 

Het voordeel van Trump

IosonounafotocarmeraEigenlijk is de komst van Trump zo slecht nog niet. “Hoezo dat dan?”, hoor ik je denken. Nou wel hierom.

 

Decennia lang zijn we aan het sluimeren. Maar weinig lijkt de Westerse wereld te raken. Het meeste nieuws is een ver-van-onze-bed-show en echte invloed hebben we toch niet, want ‘politici beslissen en wat is nou één stem waard’. Soms piept er opeens een nieuwsbericht door onze afgestomptheid heen: het lichaam van een Syrische jongetje op het strand, een bomaanslag dichtbij of het mogelijk verhogen van het eigen risico op de zorg (ach en wee). Maar het meeste nieuws blijft buiten ons eigen veilige wereldje. Tot nu.

 

Trump doet wat hij belooft, tenminste, voor zover het hem lukt aangezien zijn beloftes niet allemaal grondwettelijk onderbouwd zijn. Een goede zaak. Want nu zien de Amerikanen, en de rest van de wereld met hen, waar ze eigenlijk voor gestemd hebben. Een inreisverbod voor zeven nationaliteiten, een muur langs de grens met Mexico en investeren in het Amerikaanse leger: Trump wil zijn beloftes waarmaken. En nu wordt de Westerse wereld wakker uit de sluimerslaap, nu staat social media vol met anti-Trump berichten en nu beseffen mensen (hopelijk) opeens dat als je op Wilders stemt, dat hij dan ook gaat proberen om zijn plannen uit te voeren.

 

Er staan weer mensen op de barricades. Jongeren lezen weer over politiek. En een Deens filmpje verovert het internet. We zijn wakker. Het lijkt wel alsof de schellen van de ogen zijn gevallen van die duttende elite en het idealistische bloed weer stroomt. En ik kan me niet voorstellen dat Hillary zo’n goede wekker was geweest. Laat de discussies maar oplaaien, laat dat Malieveld volstromen (en andere internationale locaties) en zorg dat het nachtwerk wordt voor die handmatige stemtellers op 15 maart. Goedemorgen!

Schoolse praktijken

schoolfoto-2016Als je kinderen op de basisschool starten, gaat er een wereld voor je open. Een wereld van vriendenboekjes, kerstvieringen, oudergroep-apps en wachtende ouders op het schoolplein. Opeens hoor ik Evi zeggen dat je ‘van proberen leren kunt’, vertelt Joep over de fluisterpink van de juf (zou het helpen?) en wordt elke dag geëvalueerd met duimen: twee omlaag, twee omhoog of van allebei één.

 

Hoewel enthousiast was het ook even wennen, dat schoolse leven. Zo bleek dat school vijf dagen van je week in beslag neemt: mama, moeten we nou alweer? En dat je soms iets moet doen waar je geen zin in hebt: mama, ik wilde in het knutselgroepje maar dat zat al vol! Maar over het algemeen kunnen we na deze eerste weken concluderen dat de start van de schoolcarrière van Joep en Evi geslaagd is. Op naar de kerstvakantie en daarna écht van start. En laat de kerstman nou heel toevallig vriendenboekjes onder de boom leggen.

Waar is de pauzeknop?

Jarige JobjesEerst je ontbijt opeten, pas dan mag je het chocolaatje uit je schoen Joep. Ik kijk naar het muisje in zijn hand waar een klein hapje uit is. ‘Dat heeft zwarte Piet gedaan’, zegt hij adrem terwijl hij me guitig aankijkt. Wat moet je daar nu tegenin brengen? Ondertussen fotografeert Evi alles met haar nieuwe kindercamera. Van pannenkoek tot ontelbare selfies, ze leeft zich helemaal uit. En ik geniet van hoe zij geniet.

 

Dinsdag 22 november werden ze vier jaar. Als ouders sta je dan altijd ietwat melancholisch stil bij de bijzondere momenten op de geboortedag. Dat we hoorden dat ze die middag geboren zouden worden, hoe dat ging, hun eerste huiltjes, het eerste echte contact, het bewonderen en bekijken. Of een jaar later: Joep achter de door Mathijs zelfgemaakte loopwagen. Evi die haar taart voorzichtig eet, Joep die er ‘head first’ induikt. Of vorig jaar het feest met het springkussen in de tuin. Je herinnert je wat er gebeurd is, maar ergens voelt het zo ver weg.

 

samen-eten-juliWant het leven met kinderen is zoals het NU is. Vandaag, dit moment. Zoals ze er nu uitzien, wat ze nu kunnen en hoe ze nu praten. Hoe het vorig jaar, vorige maand of vorige week was, dat raak je kwijt. Je weet feitelijk hoe het was maar je vergeet hoe hun babylijfjes voelden, hoe de kamer ’s ochtends naar gezellige poepluiers stonk en hoe ze met hun kont in de lucht op hun buik in hun slaapzakjes lagen. Je leeft in het moment, net als kinderen zelf dat doen. Een mooie les. En je probeert dat moment vast te houden, maar dat lukt nooit. Was er maar een pauzeknop zodat je heel bewust momenten op zou kunnen slaan. Hoe ze ruiken, voelen, klinken, lachen, praten en gek doen. Jeetje, wat gaat het snel voorbij.

 

Op naar de vriendenboekjes, luizenmoeders en schoolvakanties.

kerst-driebergen

Full house

hoopje-hendrixJe denkt dat je wel wat weet van het krijgen van kinderen als je een tweeling hebt gehad. En natuurlijk weet je dat ook. Hoe je een baby in bad doet, een luier verschoont en hem vasthoudt, dat is bekend terrein. En dat het vermoeiend gaat worden, dat weet je ook. Maar hoe het écht is, dat weet je pas als het zover is. En het hangt ook van de baby in kwestie af, want geen kind is hetzelfde.

 

Ik vond het slaapgebrek weer pittig, zei een moeder ooit tegen me toen haar tweede net geboren was. Ach, dacht ik bij mezelf, het is maar één baby. Wat ik in mijn optimisme even vergat is dat die ene baby je ook hele nachten wakker kan houden. En dat die twee peuters daar geen boodschap aan hebben. Het was en is dus bikkelen. Rondlopen met een huilende Huub, boterhammen smeren voor de oudsten, een luier verschonen en helpen met een tekening. Alles tegelijk.

 

Tegelijkertijd heb ik tijdens de maanden van mijn verlof een onuitwisbare band opgebouwd met Huub. We waren vrijwel altijd samen. Dat is soms beklemmend, maar vaak heel mooi. Ik ken hem door en door. Ik weet wat elk huiltje en scheef getrokken mondje betekent. Ik weet het wanneer hem iets dwarszit en hoe hij giechelt als je zijn shirt en rompertje uittrekt omdat het kietelt.

 

Op de zeldzame momenten van rust keek en kijk ik vol verwondering en trots naar mijn drie kinderen. Drie! Een kinderschare voor volwassen mensen. Dus blijkbaar ben ik dat nu. Ik ben trots wanneer Joep en Evi ruzie maken over wie Huub mag vasthouden/een fruithapje geven of naast hem mag zitten. Ik schiet vol als ik ’s avonds al die slapende, blozende koppies zie. En ik loop over van geluk als Joep of Evi Huub zo aan het lachen maakt dat hij moet schateren. Wonderlijk is het. En zeer vermoeiend, dat ook.

Stichting van het kind

Lol maken Voor de meeste Nederlandse kinderen is een veilig thuis gelukkig heel gewoon. Maar voor 35.000 kinderen in Nederland is dat niet het geval. Zij wonen in tehuizen omdat ze door hun ouders mishandeld, verwaarloosd of verlaten zijn, of doordat ze vanwege gedragsproblematiek niet meer thuis kunnen wonen. Voor deze kinderen is het vanwege geldgebrek vaak niet mogelijk om te sporten, een zwemdiploma te halen of op vakantie te gaan. Daar doet Stichting van het kind iets aan.

 

Het doel raakt me (en zo zijn er nog meer, maar je moet ergens beginnen). Want het idee dat deze kinderen even hun zorgen vergeten, een hoognodig zwemdiploma halen of lekker bezig zijn met sport, vind ik fantastisch. Dat ze weer even kind kunnen zijn. Ik ben er dan ook trots op dat ik met dank aan een flink aantal van mijn vaste opdrachtgevers een mooie donatie mag doen. Bedankt allen! Een fijn idee dat we voor even een lach op het gezicht van deze kinderen kunnen toveren.

Koninklijke kinderwagen

Supersonische wagenIk win nooit iets. Die uitspraak doen veel mensen. Het klopt bij mij niet helemaal. Ik heb wel eens een bakje ijs gewonnen bij de Postcodeloterij of een beer bij de bingo. Maar geen serieuze dingen. Dus toen ik een mail kreeg met ‘gewonnen’, dacht ik eerlijk gezegd dat het om een loting ging en ik na het kopen van zes dure tickets kans zou maken op een miljoen dollar ofzo. Maar niets was minder waar.

 

Ik heb dus écht iets gewonnen. Pas toen ik het op de website van fabmama.nl zag staan, geloofde ik het. Het gaat om een supersonische, luxe kinderwagen: de ABC Design Salsa! We wilden eigenlijk een leuk tweedehandsje op de kop tikken, maar het geluk lachte ons toe. Dit is namelijk andere koek: prachtig uiterlijk, veel rijcomfort, allerlei luxe dingetjes erbij (zoals een kap op de wieg die je los kan maken en als zonnescherm kunt gebruiken), een zitje dat vooruit en achteruit gezet kan worden. En ga zo maar door.

 

Inmiddels staat hij in de bijkeuken glimmend te wachten op de komst van ons derde kindje. Evi heeft hem al even uitgetest met pop Ukkie, straks rijden we broertje er als een koning in rond. Bedankt Fabmama!

Een klein broertje

aan het strandEen kontje duwt omhoog richting mijn ribben terwijl ik dit schrijf. Een voetje stampt op mijn blaas. Ja, lieve lezers, ik ben zwanger van ons derde kindje. Half juni verwachten wij de komst van een klein broertje voor Joep en Evi! Ik ben nu ruim 34 weken zwanger.

 

Dat het een kleine druktemaker is, is duidelijk. Hij trappelt, draait en beweegt wat af in de steeds kleiner wordende ruimte in mijn buik. Nou mag hij niet klagen: hij hoeft de baarmoeder in ieder geval niet te delen. Voorlopig heeft hij het volgens mij nog prima naar zijn zin. En dat is maar goed ook, want hij mag nog even lekker blijven zitten. Rond en gezond graag.

 

Deze tweede zwangerschap is compleet anders dan de eerste. Draaide bij Joep en Evi werkelijk álles om het zwanger zijn, nu is dat niet het geval (ja sorry, hij is nu al verwaarloosd). Een eerste keer zwanger zijn is al bijzonder en wanneer het er meteen twee zijn helemaal. Bovendien moest ik vanaf 28 weken bedrust houden en kon ik op een gegeven moment ook niet zoveel meer vanwege de enorme buik die ik had. Ik zat in mijn coconnetje, trok me terug uit de wereld en dook onder in zwangerschap, luiers en boertjes.

 

Nu is het anders. Ik werk volop tot 36 weken (bij Joep en Evi beviel ik bij 36 weken en 1 dag) en voel me daar goed bij. Al kijk ik ook uit naar mijn verlof, ik ben ook maar een mens. Ik fiets en sport nog, til zo nu en dan een peuter van 13 of 15 kg, pak als een soort drinkende giraffe legoblokjes van de vloer en doe een groot deel van het huishouden. Bij thuiskomst na het werk laat ik me niet puffend op de bank vallen maar kook ik avondeten, haal de kinderen op van het kinderdagverblijf en start ik het deel van de dag dat onder (niet) eten- eventueel badderen- voorlezen- en naar bed gaan valt. Om daarna alsnog het logge lijf neer te vlijen op die bewuste bank.

 

Of ik er al genoeg van heb? Nee, zeker nog niet. Want door een verbouwing en bijbehorende werkzaamheden, een kapotte auto, een blinde darmontsteking bij Mathijs en de drukte rondom werk zit ik nog helemaal in dat gewone leven. Dus, laat mij de boel even netjes afronden. En dan ga ik lekker met een hypnobirthboekje in de tuin zitten, een puzzel maken of dutjes doen. Tussendoor geniet ik van de kleine in mijn buik en zo trek ik me langzaam opnieuw terug in mijn cocon. En voor dan zwaai ik af.

Jongens vs meisjes

Joep en Evi maart 2016Niet stil zitten, impulsief en competitief gedrag vertonen, fysiek zijn, minder goed kunnen plannen en minder goed de consequenties van het eigen handelen in kunnen schatten. Uit onderzoek van het CBS blijkt dat jongens tussen de 10 en 16 jaar het moeilijk hebben op school. De reden: soms wel twee jaar achterstand in de breinontwikkeling en meer testosteron ten opzichte van meisjes. Het gevolg: eerder genoemde gedragingen.

 

Jongens vallen door dat gedrag vaker uit op school, zakken vaker van niveau en stijgen minder vaak dan meisjes. Hoe dat komt? Doordat ze jongens zijn, maar zich als meisjes moeten gedragen. Meisjes passen veel beter in het schoolse regime van plannen, structuur en luisteren. Jongens leren liever door te doen of door de competitie aan te gaan. Neem bijvoorbeeld het in elkaar zetten van een IKEA-kast: vrouwen lezen eerst uitgebreid de gebruiksaanwijzing, mannen beginnen gewoon en kijken pas als ze er niet uitkomen. De aanpak is compleet anders.

 

Als ghostwriter voor de accountmanagers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap mocht ik afgelopen week een blog over dit onderwerp schrijven. En het inspireerde me. Wie bepaalt dat meisjesgedrag wenselijk is en jongensgedrag niet? Accountmanager Frank Koster is van mening dat we jongens vooral niet tot niet-meisjes moeten maken, maar dat we ze moeten leren mannen te worden. Want naast dat jongensgedrag natuurlijk bepaald en helemaal niet zo erg is, is er ook ongewenst gedrag op latere leeftijd wanneer je er niets mee doet. Denk aan gevaarlijk gedrag in het verkeer, ruzie zoeken tijdens het uitgaan of zelfverrijking tijdens de bankencrisis. Het zijn toch zelden vrouwen die dat soort dingen doen. Koster pleit voor een andere aanpak voor jongens op school, een aanpak die meer past bij hoe ze zijn. Die appelleert aan hun behoeften.

Het gekke is dat wanneer het diploma behaald is volgens de normen van het schoolse, vrouwelijke regime, het tijd is voor de échte wereld. En laten daar de mannen nou de dienst uitmaken (sorry feministen). De werkcultuur is masculien. Er is concurrentie, haantjesgedrag, je moet jezelf laten zien, een beetje schreeuwen. En dan delven de vrouwen het onderspit. Dus mijn idee: meisjes hebben net zo goed baat bij een meer masculiene benadering op school. Zo stomen we ze klaar voor werk later in de maatschappij. Als school nou iets meer mannelijk wordt en bedrijfscultuur wat vrouwelijker, dan zijn we er.