Eind van een tijdperk

De dagen duren lang maar de jaren duren kort. Het is zo waar. De dagen dat de kinderen nog baby’s waren zijn ver weg, verdwenen in mijn hoofd in een brei aan herinneringen. Hoe zo’n dag (en nacht) echt verliep? Hoe een huiluur voelde? Of het samen wandelen, knuffelen en lachen? Ik weet nog fragmenten, maar meer ook niet.

Zo liep ik nog met een duowagen gevuld met twee baby’s, achtervolgd door nieuwsgierige blikken en welgemeende opmerkingen als ‘jij liever dan ik’. Nu zijn het twee eigenwijze bijna groep5’ers die hoofdrekenen en TikTokken, van wie je niet zou zeggen dat ze tweeling zijn. En zo was Huub nog een knorrend warm wurmpje die hele dagen aan mijn lijf geplakt zat, nu is hij een Beybladende kleuter.

Gisteren had Huub zijn laatste dag op het kinderdagverblijf, vandaag is de laatste schooldag van Joep en Evi. Door de lockdown en de vele zonnige uren samen thuis is mijn gevoel voor tijd compleet verstoord. Met de zomervakantie komt het besef dat dit bijzondere schooljaar ten einde komt. Ik ben eraan toe, heb zin om me over te geven aan het vakantieritme van langzaam opstaan, lekker weer en samen plezier maken.

En daarna heb ik drie schoolgaande kinderen. Een leven dat draait volgens het ritme van schooltijden. In de eerste jaren van Huub kwam ik nauwelijks aan mezelf toe vanwege borstvoeding en slaapgebrek. Toen er weer meer ruimte kwam, meldde ik me enthousiast bij een yogastudio en startte ik begin dit jaar met een cursus fotografie. Mijn wereld werd weer wat groter. Dat kwam keihard tot stilstand door de lockdown. Maar na de zomer is het er weer. Ik kijk ernaar uit, met een weemoedig gevoel vanwege de periode die ik achter me laat.

Dag gesjouw met luiers, hapjes en kleertjes
Dag uitvogelen wat die kleintjes nou toch bedoelen en willen
Dag geploeter met een tegenstribbelende peuter en slaapjes
Dag moederschap vol vlekken, een hoofd vol watten en constante prikkels
Dag kleine kindjes, volledig afhankelijk van Mathijs en mij

(Ik maak me geen illusies overigens, de prikkels, catering en vlekken, alleen dan niet op mij maar op de bank, blijven nog wel even).

Veertig kaarsjes

Veertig jaar. Al in september zag ik het voor me: een spetterend ‘grote mensen’-feest in een kroeg waarbij er tot in de kleine uurtjes gedanst, gekletst en gelachen zou worden. Want deze mijlpaal moest gevierd worden.

Ik hield mijn ogen open voor leuke locaties, maar had er nog geen gevonden. Ik stuurde sommige vrienden en familieleden al een ‘save the date’ maar had zelf nog geen oppas. Ik maakte er me niet druk over. Alsof ik onbewust al wist dat er een kink in de kabel ging komen.

En die kwam er in de vorm van corona. Dansjes, drankjes en goede gesprekken zijn een gelimiteerd goed momenteel. En dus vier ik mijn verjaardag met een select groepje lieve mensen: mijn gezin. Al kreeg ik afgelopen weekend ook een paar verrassingsbezoekjes. Maar dat feest, dat gaat er komen. Misschien met veertig en acht maanden, misschien met 41 jaar, het maakt niet uit. Ik heb zomaar het vermoeden dat de dansjes nog net even uitbundiger gaan zijn, de gesprekken net wat geanimeerder en het gelach nog net even iets luider. Voor nu vermaak ik me met schilderkunst van de kinderen, taart en lieve cadeautjes. En met het vooruitzicht dat wat in het vat zit, niet verzuurt.

N.b. Nee, ik vind het niet erg om veertig jaar te worden. Nee, dat voelt niet anders (ik denk dat ik me nog dertig voel, voor zover je dat kunt weten). Ik voel alleen dat je als vrouw van veertig bent af geserveerd als vruchtbare bodem. Die jaren liggen achter me. Dat is prima, en een beetje confronterend.

De rivier van moederschap

Moederdag: nog één keer een lief rijmpje oefenen op de gang, al weken niet mogen kijken in ‘de jurkenkast’ en drie kinderen die de dagen aftellen tot ze mama mogen verrassen. Het moment dat ze de slaapkamer in paraderen barst ik bijna uit elkaar van trots omdat ik moeder mag zijn van die drie eigenwijze, stralende schatten. Een moment om te koesteren.

Voor mij is het moederschap een achtbaan, een constant zoeken naar balans. Het is een aaneenschakeling van magische, frustrerende, kalme, saaie, enerverende, chaotische, boze, gelukkige en verdrietige momenten. Het is opladen en totaal leeggezogen worden en dat hoppa steeds na elkaar. Mijn leven voor het moederschap was een voortkabbelende beekje vergeleken bij de ruwe rivier waar ik me nu in bevind. En dat is prima.

Toch vind niet iedereen het prima dat ik dit zo schrijf. Want mag je als vrouw zeggen dat je het moederschap soms zwaar vind? Of moet het je natuurlijk ingegeven zijn? Waarom is de rol van vaders als verzorger zoveel vrijblijvender dan die van moeders? Ik las dit weekend het artikel ‘We moeten het meer hebben over moeders die niet willen zorgen’ van Sarah Sluimer op de Correspondent. Het intrigeerde me. Want ook ik wil wel eens niet zorgen. Gewoon nu even niet. Weg uit de sleur, verplichtingen en verantwoordelijkheden. Om daarna weer opgeladen en vrolijk verder te gaan.

Maar ik deel Sarahs mening niet helemaal. Want naast dat vrouwen vaker even ‘nee’ moeten kunnen zeggen tegen het zorgen zonder dat hen dat wordt aangerekend, vind ik dat vrouwen zich op andere momenten wél in het moederschap mogen storten. Neem bijvoorbeeld het eerste jaar (of twee) van je kind(eren). Laten we accepteren van moeders dat zij er dan in de eerste plaats voor hun kinderen zijn. Dat ze daarnaast het hoogst noodzakelijke doen en het verder wel mooi is. Laten we hen de ruimte geven om zich in de gezinscocon terug te trekken om er daarna weer als een ietwat ander en tegelijkertijd hetzelfde mens weer uit tevoorschijn te piepen. Want juist dat er aan alle kanten wat van je verwacht wordt, maakt het moederschap ingewikkeld en zwaar.

Want o, wat willen we het allemaal goed doen. We willen gelukkige kinderen die later hun weg weten te vinden in de boze wereld en terugkijken op een idyllische jeugd. Daarover las ik een ander interessant artikel. Luuk Kolthof raadt ouders aan om dat onmogelijke doel van geluk los te laten. Je kunt een ander immers niet gelukkig maken. En door onze kinderen te pamperen leren ze juist níet omgaan met teleurstellingen, moeilijkheden en obstakels in hun latere leven. Luuk pleit voor het hebben van geen doel. Maar ook hier verschil ik van mening met de schrijver. Ik wil mijn kinderen een zo plezierig mogelijke jeugd geven, ze steeds een beetje meer loslaten richting zelfstandigheid en ze koesteren wanneer ze dat willen. Mijn doel is om ze handvatten te geven in het leven. En dan hoop ik dat ze het zo’n beetje als ik gaan ervaren: als een voortkabbelende rivier met stroomversnellingen.

Tracy over haar en liefde

Johhny LaiTracy Chapman schalde door de auto terwijl ik de snelweg opreed. Lang geleden draaide ik de cd compleet grijs en nu had ik hem weer opgeduikeld. Woord voor woord zong ik de teksten mee die blijkbaar nog ergens in mijn hersens waren opgeslagen. Wonderbaarlijk hoe je brein zoiets onthoudt. Alsof je een vergeten, stoffige doos van achter het schot op zolder haalt en de woorden er één voor één uithaalt.

 

Ik was veertien toen Tracy mijn leven binnenkwam. Ik dacht overigens eerst dat zij een man was, vanwege de diepe, warme stem. Het besef dat ik het mis had, kwam pas toen ik haar naam goed tot me door liet dringen. In die tijd leefde ik van songteksten. Ik stond ermee op, schreef ze stiekem in schriften tijdens schooluren en ging ermee naar bed. En toch begreep ik niet alles wat er gezegd werd. Ik begreep wat een ietwat onzekere maar gelukkig opgroeiende veertienjarige kán begrijpen, maar meer ook niet.

 

Nu ik wat ouder ben, hoor ik meer. En wat me opviel is dat de teksten van Tracy nog steeds actueel zijn. Helaas. Met name het nummer Why raakte me. Want hoewel ze zingt ‘the time is coming soon’, is er helaas weinig veranderd. Vandaag, de dag dat we mogen (en moeten) stemmen, blijft het in mijn hoofd hangen. Het haalt de idealist in me naar boven. Die zat in het meisje van veertien en bestaat nog steeds in de vrouw van 36 jaar.

 

Why do the babies starve
When there’s enough food to feed the world
Why when there’re so many of us
Are there people still alone
Why are the missiles called peace keepers
When they’re aimed to kill
Why is a woman still not safe
When she’s in her home

Love is hate
War is peace
No is yes
And we’re all free

 

Full house

hoopje-hendrixJe denkt dat je wel wat weet van het krijgen van kinderen als je een tweeling hebt gehad. En natuurlijk weet je dat ook. Hoe je een baby in bad doet, een luier verschoont en hem vasthoudt, dat is bekend terrein. En dat het vermoeiend gaat worden, dat weet je ook. Maar hoe het écht is, dat weet je pas als het zover is. En het hangt ook van de baby in kwestie af, want geen kind is hetzelfde.

 

Ik vond het slaapgebrek weer pittig, zei een moeder ooit tegen me toen haar tweede net geboren was. Ach, dacht ik bij mezelf, het is maar één baby. Wat ik in mijn optimisme even vergat is dat die ene baby je ook hele nachten wakker kan houden. En dat die twee peuters daar geen boodschap aan hebben. Het was en is dus bikkelen. Rondlopen met een huilende Huub, boterhammen smeren voor de oudsten, een luier verschonen en helpen met een tekening. Alles tegelijk.

 

Tegelijkertijd heb ik tijdens de maanden van mijn verlof een onuitwisbare band opgebouwd met Huub. We waren vrijwel altijd samen. Dat is soms beklemmend, maar vaak heel mooi. Ik ken hem door en door. Ik weet wat elk huiltje en scheef getrokken mondje betekent. Ik weet het wanneer hem iets dwarszit en hoe hij giechelt als je zijn shirt en rompertje uittrekt omdat het kietelt.

 

Op de zeldzame momenten van rust keek en kijk ik vol verwondering en trots naar mijn drie kinderen. Drie! Een kinderschare voor volwassen mensen. Dus blijkbaar ben ik dat nu. Ik ben trots wanneer Joep en Evi ruzie maken over wie Huub mag vasthouden/een fruithapje geven of naast hem mag zitten. Ik schiet vol als ik ’s avonds al die slapende, blozende koppies zie. En ik loop over van geluk als Joep of Evi Huub zo aan het lachen maakt dat hij moet schateren. Wonderlijk is het. En zeer vermoeiend, dat ook.

Ik ben er weer

laptop en koffieIk ben er weer. Met een ietwat grotere cafeïnebehoefte, iets meer wallen en een iets ingewikkelder ‘spitsuur’. Maar dat mag de pret niet drukken. Het is niet te geloven dat ik vijf en een halve maand geleden tijdelijk gedag zei tegen het werkzame leven en het fulltime moederschap verwelkomde. Bijna een half jaar was ik thuis. Eerst rond en gezond en daarna samen met kleine Huub op zoek naar een nieuwe gezinsdynamiek en -routine.

 

Het leuke is: mijn opdrachtgevers zijn me niet vergeten. Iets wat je toch een beetje vreest als zelfstandig ondernemer. Ik kon meteen weer aan de slag bij Tilburg University. En ook andere partijen hebben me benaderd. De twee laatste maanden van 2016 besteed ik aan opstarten en werken. In het nieuwe jaar ga ik weer écht aan de bak, in een volgende versnelling. Voor nu voelt het vooral heel fijn om mijn hersens weer te laten kraken, mijn koffie warm te drinken en mijn creativiteit weer aan te spreken voor iets anders dan het maken van tekeningen en knutselwerkjes. Al buig ik me daar op niet-werkdagen natuurlijk nog wel vol enthousiasme over.

Zwanger sporten? Jazeker!

Samen buiten sportenVoor veel vrouwen staat zwangerschap voor rustig aandoen, luisteren naar je lijf en dealen met de kwaaltjes. Sporten sneuvelt snel van de agenda, of je moet een ‘fitgirl’ zijn. Ik begrijp dat het niet voor iedereen is weggelegd om lekker actief te blijven tijdens de zwangerschap. Soms zijn er medische redenen om rustig aan te doen zoals bekkeninstabiliteit of dreigende vroeggeboorte. Maar als alles goed gaat, kán het wel. Mijn ervaring: het is nog lekker ook!

 

Wordt het yoga of Mom in balance? Puffen of sporten? Dat vroeg ik me aan het begin van de zwangerschap van Huub af. Ik wist als geen ander wat een zwangerschap met je lijf kan doen. Bij Joep en Evi moest ik acht weken bedrust houden, afgesloten met een keizersnede en flinke gebroken nachten. Mijn conditie hierna was nul komma nul. Deed ik een jaar eerder nog mee aan een spinningmarathon, op dat moment was een wandelingetje naar de stad al een inspanning. Dat ging me geen tweede keer overkomen, nam ik me voor. En gelukkig was dat me ook gegund. De keuze viel op Mom in balance: bootcamp buiten met andere sportieve zwangeren onder professionele begeleiding.

 

Er waren koude en natte avonden dat ik weinig zin had. Dat na het hele circus van werken, naar huis, koken en Joep en Evi naar bed brengen, de bank erg verleidelijk was. Toch heb ik me vrijwel wekelijks naar de sportles gesleept. En iedere keer was het heerlijk. Hoe fijn is het om te voelen dat je nog iets kunt met je aftakelende lijf, om vertrouwen te houden in je lichaam en even niet alleen maar zwanger te zijn, maar ook gewoon jezelf. De buitenlucht geeft energie en het sporten zorgt ervoor dat je je conditie behoudt. Je bouwt niets op, maar raakt ook niet zoveel kwijt. Daarnaast bleef ik veel fietsen, ook een bewuste keuze.

 

De laatste keer dat ik sportte was met 39 weken en 4 dagen zwangerschap. Natuurlijk, joggen werd powerwalken en jumping jacks doen werd uitstappen naar opzij, maar ik was lekker in beweging. Ik ben ervan overtuigd dat mijn zwangerschap en bevalling mede zo voorspoedig zijn gelopen door al die beweging. En het herstel na de bevalling (sowieso andere koek dan een keizersnede) verloopt ook vlot. Nu, vijf weken later, heb ik alweer zin om aan de slag te gaan. Dus, wil jij ook fit blijven terwijl je uitdijt? Ik raad je Mom in balance aan.

De wrange bijsmaak van geluk

Bob Jagendorf eenzame schoonmaker’s Ochtends vroeg op, eerst werken en dan de kinderen naar school brengen. Vervolgens je werk afmaken, ’s middags naar een ander baantje, kinderen van school halen, spelen, huiswerk, eten koken en ’s avonds opnieuw voor een andere werkgever aan de slag. Het zou je leven maar zijn.

 

Laatst maakte ik een praatje met de Hongaarse schoonmaakster in het universiteitsgebouw. Bovenstaande is haar leven. Met een marketingdiploma op zak maakt ze nu op drie verschillende plekken in Tilburg schoon om samen met haar man (die lange dagen maakt) de eindjes aan elkaar te knopen. In Hongarije werkte ze zes lange dagen voor een schamel loon. Ze deed wat ze leuk vond, maar zag haar kinderen te weinig. En dus koos ze voor een toekomst in Nederland, zodat haar kinderen het straks beter hebben.

 

Ik ben onder de indruk. Want hoe makkelijk heb ik het dan? Ik doe wat ik leuk vind, verdien er mijn geld mee, werk het aantal uren dat ik wil werken en kan mijn gezin (samen met Mathijs natuurlijk) op die manier een goede toekomst geven. Soms heb ik het gevoel dat ik van hot naar her ren, maar als ik dan het verhaal van deze dame hoor, valt het nog best mee met de ballen die ik hooghoud. En dan valt zij bovendien volgens sommigen in de categorie gelukszoeker. Geluk met een wrange bijsmaak.

Een beetje minder is beter

Spelen met verfEen betere moeder zijn, dat doe je zo! De mail van blog Me to We deed mijn nekharen rijzen. Want toevallig had ik vorige week een gesprek met een oma in spé over het moederschap anno nu. En wat we allemaal wel niet moeten (van onszelf en anderen). Mag het alsjeblieft wat minder?

 

Zij zag dat de regels rondom zwangerschap haar dochter als een harnas omsluiten. En dat is ook wat mij tegen de borst stuitte van het credo ‘een betere moeder zijn’. Waarom moet het altijd beter, meer en groter? Gelukkig zette ik me over mijn weerstand heen en las ik de bijbehorende blog. En daar werd ik wel weer blij van. Eigenlijk draait het om onthaasten: want in onze strijd om álles goed te doen als moeder, vergeten we wel eens om stil te staan bij het moment en al het ‘moeten’ los te laten. Dus juist door minder je best te doen en dingen te laten zijn, word je een betere moeder. Kijk, dat is beter nieuws.

 

Stiekem weet ik wel dat het zo werkt. Want van al dat rennen en vliegen wordt niemand blij. En verstandelijk weet je ook dat je kinderen later niet denken aan die schone keuken of die biologische broccoli, maar aan die keer dat ze gingen picknicken onder lakens in de woonkamer. Dus, note to self: laat het los, laat het gaan (vrij naar Frozen, ik ben gehersenspoeld).

 

Verbouwen volgens vrouwen

Alpha 2008We denken er thuis (zeer serieus) over om de zolder te verbouwen. Dakkapel, wat steunbalken verplaatsen, vaste trap en alles netjes afwerken. Dat werk. Volgens de aannemers die op ons verzoek langskomen is het allemaal niet zo’n probleem. Het trapgat verplaatsen? Dan zagen we gewoon een gat in de vloer hè. Waar ik als leek de kriebels van krijg, daar worden zij niet warm of koud van.

 

Mooi vind ik de verschillende reacties van Mathijs en mij. Bij ons beiden begint het idee te groeien en neemt het enthousiasme toe. Maar waar we precies enthousiast over zijn, dat is anders. Mathijs heeft zin in een verbouwing. Ja, je leest het goed. Hij vindt het leuk om te kijken naar de constructie, kan niet wachten op een hijskraan met bungelende dakkapel en ziet stof, troep en vakmannen over de vloer als ‘leuk’.

 

Ik niet, ik word niet warm van het verbouwproces. Die troep en dat gedoe mogen van mij zo snel mogelijk achter de rug zijn. Mij gaat het om daarna, als het af is. Om het uitkiezen van het behangetje, het (her)inrichten van de kamers en het dromen van wakker worden in mijn nieuwe slaapkamer. Ik breng stiekeme uren door op Pinterest, terwijl Mathijs kijkt naar de dikte van balken. In gedachte dwaal ik al door ons vernieuwde huis dat vanzelfsprekend schoon, opgeruimd en fris is en een serene van zon doordrenkte rust uitstraalt. Ik kan niet wachten.