De rivier van moederschap

Moederdag: nog één keer een lief rijmpje oefenen op de gang, al weken niet mogen kijken in ‘de jurkenkast’ en drie kinderen die de dagen aftellen tot ze mama mogen verrassen. Het moment dat ze de slaapkamer in paraderen barst ik bijna uit elkaar van trots omdat ik moeder mag zijn van die drie eigenwijze, stralende schatten. Een moment om te koesteren.

Voor mij is het moederschap een achtbaan, een constant zoeken naar balans. Het is een aaneenschakeling van magische, frustrerende, kalme, saaie, enerverende, chaotische, boze, gelukkige en verdrietige momenten. Het is opladen en totaal leeggezogen worden en dat hoppa steeds na elkaar. Mijn leven voor het moederschap was een voortkabbelende beekje vergeleken bij de ruwe rivier waar ik me nu in bevind. En dat is prima.

Toch vind niet iedereen het prima dat ik dit zo schrijf. Want mag je als vrouw zeggen dat je het moederschap soms zwaar vind? Of moet het je natuurlijk ingegeven zijn? Waarom is de rol van vaders als verzorger zoveel vrijblijvender dan die van moeders? Ik las dit weekend het artikel ‘We moeten het meer hebben over moeders die niet willen zorgen’ van Sarah Sluimer op de Correspondent. Het intrigeerde me. Want ook ik wil wel eens niet zorgen. Gewoon nu even niet. Weg uit de sleur, verplichtingen en verantwoordelijkheden. Om daarna weer opgeladen en vrolijk verder te gaan.

Maar ik deel Sarahs mening niet helemaal. Want naast dat vrouwen vaker even ‘nee’ moeten kunnen zeggen tegen het zorgen zonder dat hen dat wordt aangerekend, vind ik dat vrouwen zich op andere momenten wél in het moederschap mogen storten. Neem bijvoorbeeld het eerste jaar (of twee) van je kind(eren). Laten we accepteren van moeders dat zij er dan in de eerste plaats voor hun kinderen zijn. Dat ze daarnaast het hoogst noodzakelijke doen en het verder wel mooi is. Laten we hen de ruimte geven om zich in de gezinscocon terug te trekken om er daarna weer als een ietwat ander en tegelijkertijd hetzelfde mens weer uit tevoorschijn te piepen. Want juist dat er aan alle kanten wat van je verwacht wordt, maakt het moederschap ingewikkeld en zwaar.

Want o, wat willen we het allemaal goed doen. We willen gelukkige kinderen die later hun weg weten te vinden in de boze wereld en terugkijken op een idyllische jeugd. Daarover las ik een ander interessant artikel. Luuk Kolthof raadt ouders aan om dat onmogelijke doel van geluk los te laten. Je kunt een ander immers niet gelukkig maken. En door onze kinderen te pamperen leren ze juist níet omgaan met teleurstellingen, moeilijkheden en obstakels in hun latere leven. Luuk pleit voor het hebben van geen doel. Maar ook hier verschil ik van mening met de schrijver. Ik wil mijn kinderen een zo plezierig mogelijke jeugd geven, ze steeds een beetje meer loslaten richting zelfstandigheid en ze koesteren wanneer ze dat willen. Mijn doel is om ze handvatten te geven in het leven. En dan hoop ik dat ze het zo’n beetje als ik gaan ervaren: als een voortkabbelende rivier met stroomversnellingen.

Tracy over haar en liefde

Johhny LaiTracy Chapman schalde door de auto terwijl ik de snelweg opreed. Lang geleden draaide ik de cd compleet grijs en nu had ik hem weer opgeduikeld. Woord voor woord zong ik de teksten mee die blijkbaar nog ergens in mijn hersens waren opgeslagen. Wonderbaarlijk hoe je brein zoiets onthoudt. Alsof je een vergeten, stoffige doos van achter het schot op zolder haalt en de woorden er één voor één uithaalt.

 

Ik was veertien toen Tracy mijn leven binnenkwam. Ik dacht overigens eerst dat zij een man was, vanwege de diepe, warme stem. Het besef dat ik het mis had, kwam pas toen ik haar naam goed tot me door liet dringen. In die tijd leefde ik van songteksten. Ik stond ermee op, schreef ze stiekem in schriften tijdens schooluren en ging ermee naar bed. En toch begreep ik niet alles wat er gezegd werd. Ik begreep wat een ietwat onzekere maar gelukkig opgroeiende veertienjarige kán begrijpen, maar meer ook niet.

 

Nu ik wat ouder ben, hoor ik meer. En wat me opviel is dat de teksten van Tracy nog steeds actueel zijn. Helaas. Met name het nummer Why raakte me. Want hoewel ze zingt ‘the time is coming soon’, is er helaas weinig veranderd. Vandaag, de dag dat we mogen (en moeten) stemmen, blijft het in mijn hoofd hangen. Het haalt de idealist in me naar boven. Die zat in het meisje van veertien en bestaat nog steeds in de vrouw van 36 jaar.

 

Why do the babies starve
When there’s enough food to feed the world
Why when there’re so many of us
Are there people still alone
Why are the missiles called peace keepers
When they’re aimed to kill
Why is a woman still not safe
When she’s in her home

Love is hate
War is peace
No is yes
And we’re all free

 

Full house

hoopje-hendrixJe denkt dat je wel wat weet van het krijgen van kinderen als je een tweeling hebt gehad. En natuurlijk weet je dat ook. Hoe je een baby in bad doet, een luier verschoont en hem vasthoudt, dat is bekend terrein. En dat het vermoeiend gaat worden, dat weet je ook. Maar hoe het écht is, dat weet je pas als het zover is. En het hangt ook van de baby in kwestie af, want geen kind is hetzelfde.

 

Ik vond het slaapgebrek weer pittig, zei een moeder ooit tegen me toen haar tweede net geboren was. Ach, dacht ik bij mezelf, het is maar één baby. Wat ik in mijn optimisme even vergat is dat die ene baby je ook hele nachten wakker kan houden. En dat die twee peuters daar geen boodschap aan hebben. Het was en is dus bikkelen. Rondlopen met een huilende Huub, boterhammen smeren voor de oudsten, een luier verschonen en helpen met een tekening. Alles tegelijk.

 

Tegelijkertijd heb ik tijdens de maanden van mijn verlof een onuitwisbare band opgebouwd met Huub. We waren vrijwel altijd samen. Dat is soms beklemmend, maar vaak heel mooi. Ik ken hem door en door. Ik weet wat elk huiltje en scheef getrokken mondje betekent. Ik weet het wanneer hem iets dwarszit en hoe hij giechelt als je zijn shirt en rompertje uittrekt omdat het kietelt.

 

Op de zeldzame momenten van rust keek en kijk ik vol verwondering en trots naar mijn drie kinderen. Drie! Een kinderschare voor volwassen mensen. Dus blijkbaar ben ik dat nu. Ik ben trots wanneer Joep en Evi ruzie maken over wie Huub mag vasthouden/een fruithapje geven of naast hem mag zitten. Ik schiet vol als ik ’s avonds al die slapende, blozende koppies zie. En ik loop over van geluk als Joep of Evi Huub zo aan het lachen maakt dat hij moet schateren. Wonderlijk is het. En zeer vermoeiend, dat ook.

Ik ben er weer

laptop en koffieIk ben er weer. Met een ietwat grotere cafeïnebehoefte, iets meer wallen en een iets ingewikkelder ‘spitsuur’. Maar dat mag de pret niet drukken. Het is niet te geloven dat ik vijf en een halve maand geleden tijdelijk gedag zei tegen het werkzame leven en het fulltime moederschap verwelkomde. Bijna een half jaar was ik thuis. Eerst rond en gezond en daarna samen met kleine Huub op zoek naar een nieuwe gezinsdynamiek en -routine.

 

Het leuke is: mijn opdrachtgevers zijn me niet vergeten. Iets wat je toch een beetje vreest als zelfstandig ondernemer. Ik kon meteen weer aan de slag bij Tilburg University. En ook andere partijen hebben me benaderd. De twee laatste maanden van 2016 besteed ik aan opstarten en werken. In het nieuwe jaar ga ik weer écht aan de bak, in een volgende versnelling. Voor nu voelt het vooral heel fijn om mijn hersens weer te laten kraken, mijn koffie warm te drinken en mijn creativiteit weer aan te spreken voor iets anders dan het maken van tekeningen en knutselwerkjes. Al buig ik me daar op niet-werkdagen natuurlijk nog wel vol enthousiasme over.

Zwanger sporten? Jazeker!

Samen buiten sportenVoor veel vrouwen staat zwangerschap voor rustig aandoen, luisteren naar je lijf en dealen met de kwaaltjes. Sporten sneuvelt snel van de agenda, of je moet een ‘fitgirl’ zijn. Ik begrijp dat het niet voor iedereen is weggelegd om lekker actief te blijven tijdens de zwangerschap. Soms zijn er medische redenen om rustig aan te doen zoals bekkeninstabiliteit of dreigende vroeggeboorte. Maar als alles goed gaat, kán het wel. Mijn ervaring: het is nog lekker ook!

 

Wordt het yoga of Mom in balance? Puffen of sporten? Dat vroeg ik me aan het begin van de zwangerschap van Huub af. Ik wist als geen ander wat een zwangerschap met je lijf kan doen. Bij Joep en Evi moest ik acht weken bedrust houden, afgesloten met een keizersnede en flinke gebroken nachten. Mijn conditie hierna was nul komma nul. Deed ik een jaar eerder nog mee aan een spinningmarathon, op dat moment was een wandelingetje naar de stad al een inspanning. Dat ging me geen tweede keer overkomen, nam ik me voor. En gelukkig was dat me ook gegund. De keuze viel op Mom in balance: bootcamp buiten met andere sportieve zwangeren onder professionele begeleiding.

 

Er waren koude en natte avonden dat ik weinig zin had. Dat na het hele circus van werken, naar huis, koken en Joep en Evi naar bed brengen, de bank erg verleidelijk was. Toch heb ik me vrijwel wekelijks naar de sportles gesleept. En iedere keer was het heerlijk. Hoe fijn is het om te voelen dat je nog iets kunt met je aftakelende lijf, om vertrouwen te houden in je lichaam en even niet alleen maar zwanger te zijn, maar ook gewoon jezelf. De buitenlucht geeft energie en het sporten zorgt ervoor dat je je conditie behoudt. Je bouwt niets op, maar raakt ook niet zoveel kwijt. Daarnaast bleef ik veel fietsen, ook een bewuste keuze.

 

De laatste keer dat ik sportte was met 39 weken en 4 dagen zwangerschap. Natuurlijk, joggen werd powerwalken en jumping jacks doen werd uitstappen naar opzij, maar ik was lekker in beweging. Ik ben ervan overtuigd dat mijn zwangerschap en bevalling mede zo voorspoedig zijn gelopen door al die beweging. En het herstel na de bevalling (sowieso andere koek dan een keizersnede) verloopt ook vlot. Nu, vijf weken later, heb ik alweer zin om aan de slag te gaan. Dus, wil jij ook fit blijven terwijl je uitdijt? Ik raad je Mom in balance aan.

De wrange bijsmaak van geluk

Bob Jagendorf eenzame schoonmaker’s Ochtends vroeg op, eerst werken en dan de kinderen naar school brengen. Vervolgens je werk afmaken, ’s middags naar een ander baantje, kinderen van school halen, spelen, huiswerk, eten koken en ’s avonds opnieuw voor een andere werkgever aan de slag. Het zou je leven maar zijn.

 

Laatst maakte ik een praatje met de Hongaarse schoonmaakster in het universiteitsgebouw. Bovenstaande is haar leven. Met een marketingdiploma op zak maakt ze nu op drie verschillende plekken in Tilburg schoon om samen met haar man (die lange dagen maakt) de eindjes aan elkaar te knopen. In Hongarije werkte ze zes lange dagen voor een schamel loon. Ze deed wat ze leuk vond, maar zag haar kinderen te weinig. En dus koos ze voor een toekomst in Nederland, zodat haar kinderen het straks beter hebben.

 

Ik ben onder de indruk. Want hoe makkelijk heb ik het dan? Ik doe wat ik leuk vind, verdien er mijn geld mee, werk het aantal uren dat ik wil werken en kan mijn gezin (samen met Mathijs natuurlijk) op die manier een goede toekomst geven. Soms heb ik het gevoel dat ik van hot naar her ren, maar als ik dan het verhaal van deze dame hoor, valt het nog best mee met de ballen die ik hooghoud. En dan valt zij bovendien volgens sommigen in de categorie gelukszoeker. Geluk met een wrange bijsmaak.

Een beetje minder is beter

Spelen met verfEen betere moeder zijn, dat doe je zo! De mail van blog Me to We deed mijn nekharen rijzen. Want toevallig had ik vorige week een gesprek met een oma in spé over het moederschap anno nu. En wat we allemaal wel niet moeten (van onszelf en anderen). Mag het alsjeblieft wat minder?

 

Zij zag dat de regels rondom zwangerschap haar dochter als een harnas omsluiten. En dat is ook wat mij tegen de borst stuitte van het credo ‘een betere moeder zijn’. Waarom moet het altijd beter, meer en groter? Gelukkig zette ik me over mijn weerstand heen en las ik de bijbehorende blog. En daar werd ik wel weer blij van. Eigenlijk draait het om onthaasten: want in onze strijd om álles goed te doen als moeder, vergeten we wel eens om stil te staan bij het moment en al het ‘moeten’ los te laten. Dus juist door minder je best te doen en dingen te laten zijn, word je een betere moeder. Kijk, dat is beter nieuws.

 

Stiekem weet ik wel dat het zo werkt. Want van al dat rennen en vliegen wordt niemand blij. En verstandelijk weet je ook dat je kinderen later niet denken aan die schone keuken of die biologische broccoli, maar aan die keer dat ze gingen picknicken onder lakens in de woonkamer. Dus, note to self: laat het los, laat het gaan (vrij naar Frozen, ik ben gehersenspoeld).

 

Verbouwen volgens vrouwen

Alpha 2008We denken er thuis (zeer serieus) over om de zolder te verbouwen. Dakkapel, wat steunbalken verplaatsen, vaste trap en alles netjes afwerken. Dat werk. Volgens de aannemers die op ons verzoek langskomen is het allemaal niet zo’n probleem. Het trapgat verplaatsen? Dan zagen we gewoon een gat in de vloer hè. Waar ik als leek de kriebels van krijg, daar worden zij niet warm of koud van.

 

Mooi vind ik de verschillende reacties van Mathijs en mij. Bij ons beiden begint het idee te groeien en neemt het enthousiasme toe. Maar waar we precies enthousiast over zijn, dat is anders. Mathijs heeft zin in een verbouwing. Ja, je leest het goed. Hij vindt het leuk om te kijken naar de constructie, kan niet wachten op een hijskraan met bungelende dakkapel en ziet stof, troep en vakmannen over de vloer als ‘leuk’.

 

Ik niet, ik word niet warm van het verbouwproces. Die troep en dat gedoe mogen van mij zo snel mogelijk achter de rug zijn. Mij gaat het om daarna, als het af is. Om het uitkiezen van het behangetje, het (her)inrichten van de kamers en het dromen van wakker worden in mijn nieuwe slaapkamer. Ik breng stiekeme uren door op Pinterest, terwijl Mathijs kijkt naar de dikte van balken. In gedachte dwaal ik al door ons vernieuwde huis dat vanzelfsprekend schoon, opgeruimd en fris is en een serene van zon doordrenkte rust uitstraalt. Ik kan niet wachten.

De stress van het niets doen

Tambriell Claudill voetenIk keek ernaar uit. Verlangde er zelfs een beetje naar: even geen werk, de kinderen wel naar de opvang en Tijd voor Mezelf. Begrijp me goed, het was heerlijk. Maar hoe kan het dat deze spaarzame tijd zo ontzettend snel voorbij gaat? En hoe kan het dat er altijd wel iemand ziek is in zo’n periode?

 

Als jonge moeder is tijd voor jezelf een kostbaar goed. Dat heeft als voordeel dat je het ontzettend weet te waarderen als je een keer ongestoord iets voor jezelf kunt doen. Een cappuccino drinken zonder dat er iemand moet plassen/zich niet weet te gedragen/zijn appelsap omgooit. Eindeloos lang heel veel kleren passen. Een lange wandeling maken in je eigen, stevige tempo. Of op je gemakje douchen, inclusief (haar)maskertje, benen scheren en bodylotion.

 

Tegelijkertijd levert het keuzestress op. Want als tijd kostbaar is, zijn de mogelijkheden eindeloos. Ga ik het huis schoonmaken? Die kasten eens uitmesten? Sporten? De zolder opruimen? Winkelen? Wandelen? Puzzelen? Slapen? Een serie op Netflix kijken? Je kunt een uur maar één keer doen. Het levert aan het begin van de vakantie wat sacherijn op. Tot je op het punt komt dat je de ‘moet’-dingen kunt loslaten en kiest voor waar je op dat moment zin in hebt. En nu is het de kunst dat gevoel zo lang mogelijk vast te houden. Wens me succes.

Inzichten van een mama, deel drie

DSC_0242Joep en Evi zijn afgelopen zondag drie jaar geworden. Drie jaar! Zoals alle clichés over het moederschap waar blijken te zijn is een ‘wat gaat het toch snel’ absoluut legitiem. Het idee dat dit hun laatste jaar thuis is, maakt me nu al melancholisch. Straks gaan ze naar school en leren ze lezen en schrijven. Dan moeten ze mee in de orde en regelmaat van het leven. Moeten we op tijd op school zijn en kunnen we op een zonnige donderdag niet zomaar even naar de dierentuin. Gelukkig is het nog niet zover, dus tot die tijd genieten we optimaal. Want genieten is het zeker.

 

Het jaar waarin Joep en Evi twee waren was erg leuk. Het leidde tot minder inzichten en verrassingen dan voorgaande jaren, aangezien we inmiddels een beetje door de wol geverfd zijn. Maar toch, wat viel me op:

Dat ze grapjes maken. En er dan zelf om lachen.

Dat veel van deze grapjes over poep gaan.

Dat ze opeens een nieuw woord blijken te kennen, bijvoorbeeld inderdaad of afgesproken.

Dat het echt waar is ‘dat kinderen zelf aangeven wanneer ze zindelijk zijn’.

Dat Joep 100% voor iets kan gaan, of het nou luisteren naar Peter en de Wolf is of knippen of kleien.

Dat Evi de dingen graag zelf doet en naast de mama van pop Saartje soms ook mama van Joep speelt.

Dat je gesprekken met ze kunt hebben aan tafel.

Hoe ze soms niet uit hun woorden komen en dan hoog ademend hakkelen, zo vertederend.

Hoe ze op andere momenten met allerhande zaken kunnen gooien, smijten en slaan.

En dat er dan bijvoorbeeld rode verf op de witte muur zit.

Hoe vaak er een glas drinken omvalt.

Dat ze nu echt iets begrijpen van Sinterklaas.

En veel liedjes kunnen zingen.

Dat je via je kinderen een verjaardag en Sinterklaas veel meer beleeft.

Dat ze vorig jaar nog op de arm ‘zwommen’ met zwembandjes om en nu zelf vanaf de kant zonder vrees het water in plonsen.

Dat afscheid nemen van het middagdutje best een dingetje is.

Maar dat je dan wel je avonden terugkrijgt.

Dat ze een keer al zaklopend in hun kussenslopen de crème uit mijn sporttas over zichzelf hadden uitgesmeerd (wat hoor ik toch?) terwijl ze eigenlijk moesten slapen.

Dat tijd rekken tijdens het bedritueel populair is.

Dat samen keten superleuk is.

Maar dat de ander af en toe ook heel erg stom is.

Dat ze soms zeggen papa/mama/Joep/Evi is mijn beste vriend.

En dan je hand vastpakken.