De stress van het niets doen

Tambriell Claudill voetenIk keek ernaar uit. Verlangde er zelfs een beetje naar: even geen werk, de kinderen wel naar de opvang en Tijd voor Mezelf. Begrijp me goed, het was heerlijk. Maar hoe kan het dat deze spaarzame tijd zo ontzettend snel voorbij gaat? En hoe kan het dat er altijd wel iemand ziek is in zo’n periode?

 

Als jonge moeder is tijd voor jezelf een kostbaar goed. Dat heeft als voordeel dat je het ontzettend weet te waarderen als je een keer ongestoord iets voor jezelf kunt doen. Een cappuccino drinken zonder dat er iemand moet plassen/zich niet weet te gedragen/zijn appelsap omgooit. Eindeloos lang heel veel kleren passen. Een lange wandeling maken in je eigen, stevige tempo. Of op je gemakje douchen, inclusief (haar)maskertje, benen scheren en bodylotion.

 

Tegelijkertijd levert het keuzestress op. Want als tijd kostbaar is, zijn de mogelijkheden eindeloos. Ga ik het huis schoonmaken? Die kasten eens uitmesten? Sporten? De zolder opruimen? Winkelen? Wandelen? Puzzelen? Slapen? Een serie op Netflix kijken? Je kunt een uur maar één keer doen. Het levert aan het begin van de vakantie wat sacherijn op. Tot je op het punt komt dat je de ‘moet’-dingen kunt loslaten en kiest voor waar je op dat moment zin in hebt. En nu is het de kunst dat gevoel zo lang mogelijk vast te houden. Wens me succes.

Inzichten van een mama, deel drie

DSC_0242Joep en Evi zijn afgelopen zondag drie jaar geworden. Drie jaar! Zoals alle clichés over het moederschap waar blijken te zijn is een ‘wat gaat het toch snel’ absoluut legitiem. Het idee dat dit hun laatste jaar thuis is, maakt me nu al melancholisch. Straks gaan ze naar school en leren ze lezen en schrijven. Dan moeten ze mee in de orde en regelmaat van het leven. Moeten we op tijd op school zijn en kunnen we op een zonnige donderdag niet zomaar even naar de dierentuin. Gelukkig is het nog niet zover, dus tot die tijd genieten we optimaal. Want genieten is het zeker.

 

Het jaar waarin Joep en Evi twee waren was erg leuk. Het leidde tot minder inzichten en verrassingen dan voorgaande jaren, aangezien we inmiddels een beetje door de wol geverfd zijn. Maar toch, wat viel me op:

Dat ze grapjes maken. En er dan zelf om lachen.

Dat veel van deze grapjes over poep gaan.

Dat ze opeens een nieuw woord blijken te kennen, bijvoorbeeld inderdaad of afgesproken.

Dat het echt waar is ‘dat kinderen zelf aangeven wanneer ze zindelijk zijn’.

Dat Joep 100% voor iets kan gaan, of het nou luisteren naar Peter en de Wolf is of knippen of kleien.

Dat Evi de dingen graag zelf doet en naast de mama van pop Saartje soms ook mama van Joep speelt.

Dat je gesprekken met ze kunt hebben aan tafel.

Hoe ze soms niet uit hun woorden komen en dan hoog ademend hakkelen, zo vertederend.

Hoe ze op andere momenten met allerhande zaken kunnen gooien, smijten en slaan.

En dat er dan bijvoorbeeld rode verf op de witte muur zit.

Hoe vaak er een glas drinken omvalt.

Dat ze nu echt iets begrijpen van Sinterklaas.

En veel liedjes kunnen zingen.

Dat je via je kinderen een verjaardag en Sinterklaas veel meer beleeft.

Dat ze vorig jaar nog op de arm ‘zwommen’ met zwembandjes om en nu zelf vanaf de kant zonder vrees het water in plonsen.

Dat afscheid nemen van het middagdutje best een dingetje is.

Maar dat je dan wel je avonden terugkrijgt.

Dat ze een keer al zaklopend in hun kussenslopen de crème uit mijn sporttas over zichzelf hadden uitgesmeerd (wat hoor ik toch?) terwijl ze eigenlijk moesten slapen.

Dat tijd rekken tijdens het bedritueel populair is.

Dat samen keten superleuk is.

Maar dat de ander af en toe ook heel erg stom is.

Dat ze soms zeggen papa/mama/Joep/Evi is mijn beste vriend.

En dan je hand vastpakken.

 

 

 

Money money money

Epsos .deDoen waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Genieten van je vrijheid als ondernemer en ondertussen een beetje bloggen. Het klinkt allemaal fantastisch, maar wat je niet moet vergeten is dat er aan het eind van de dag gewoon geld verdiend moet worden. Omzet, winst, een boterham.

 

Sommige mensen – vrijwel altijd vrouwen – zeggen dat ze ‘een bedrijfje hebben maar niet perse geld willen verdienen want het gaat om het plezier’. Dan staan mijn nekharen overeind. Hoe kun je jezelf serieus nemen als je ‘bedrijfje speelt’? Je wil toch aan het eind van de rit die factuur sturen, je boekhouder aan het werk zetten en jezelf je maandelijkse toelage uitkeren? Het financieel voor elkaar hebben is wat mij betreft een belangrijk onderdeel van succesvol ondernemerschap.

 

Wanneer ben je succesvol? Op die vraag kun je alleen zelf antwoord geven. Voor mij betekent succes me goed voelen in mijn werk en groeien qua werkzaamheden én qua omzet. Het betekent overigens niet dat ik het druk-druk-druk moet hebben. Liever heb ik een fijne balans tussen werk en vrije tijd. Succes is voor mij dus geen eindeloze groei. Mij helpt het om mezelf doelen te stellen: zoveel nieuwe opdrachtgevers erbij dit jaar en zoveel meer omzet. Als ik mijn doelen haal, of nog beter, voorbij streef, ben ik zeer tevreden. Kijk maar eens wat Jos Burgers hierover zegt (rond 1 minuut 10).

 

In mijn serie van vijf tel ik af tot mijn vijfjarig jubileum op 1 februari. Ik doe dit aan de hand van mijn eigen ideeën, inspiratiebronnen en geleerde lessen. Vandaag deel vijf van mijn vijf lessen in ondernemerschap.

Lampionnen in het bos

stacaravan liesbethIk houd ervan als mensen hun nek durven uitsteken. Als ze iets nieuws durven proberen, risico nemen. Ik doel daarmee niet op bungeejumpen of het roer omgooien, maar meer op wat kleinere schaal zaken aanpakken en dromen najagen. Zo sprak ik deze week oud-collega Liesbeth. Ze vertelde over een initiatief waar zij samen met een vriendin van haar, Chantal Wieffer,  mee bezig is: een gepimpte stacaravan op een Veluwe camping.

 

De dames hebben met hulp van hun mannen een bruinige, uitgewoonde caravan omgetoverd tot een klein paradijsje in het bos. Een kleurrijke en gezellige plek om je even terug te trekken, van alle gemakken voorzien. En ga er maar vanuit dat het comfortabel is, want als er iemand bedreven is in het in de watten leggen van anderen, dan is het Liesbeth wel. En dat zal bij Chantal ook vast goed zitten. Ik kreeg meteen een beeld van sfeervolle lampionnen op de veranda met een glaasje wijn en een chocolaatje op het bed. Even echt ontspannen.

 

Het mooie is dat wij heel toevallig eind augustus een midweek (te kort!) naar Landal ‘t Loo zijn geweest, vlakbij de stacaravan van Liesbeth en Chantal. Uit ervaring weet ik dus hoe leuk de omgeving is. Je vindt er water, bos, vele activiteiten en prachtige stadjes en dorpen als Zwolle en Elburg. Ook mooi is dat de twee vrouwen hun passie en talent voor gastvrijheid en inrichten de komende jaren verder wil uitbreiden. Deze eerste stacaravan is slechts het begin. Goed bezig, wij komen graag een keertje kijken!

 

Nu even niet

Door PVC ManTwee dezelfde regenjacks, eindeloze fietstochten en kruiswoordpuzzels. Ik wil niemand voor het hoofd stoten, maar dit is wat mij betreft het schrikbeeld voor de toekomst: twee gezapige, doorleefde partners die met de mondhoeken omlaag samen ontevreden zijn. In een tijdschrift las ik vorige week een artikel over dit toekomstbeeld en hoe ik ervoor kon zorgen dat het geen werkelijkheid zou worden. Mijn aandacht was gewekt.

 

Hoe word je niet ontevreden, saai en voorspelbaar? Het antwoord in het artikel: door jezelf onderweg niet kwijt te raken. En, mede-mama’s (en papa’s), laten we eerlijk zijn: het is een reëel risico. Want de dagen rijgen zich nou eenmaal aaneen van werk naar kinderopvang, van geplette rozijntjes tot ‘s avonds mails beantwoorden en van de was opvouwen tot discussies over welke schoenen je kind aan moet doen. Er is altijd wel iets wat moet, en dat iets zit de dingen die mógen in de weg.

 

Wat heb ik het afgelopen jaar puur voor mezelf gedaan? Bijtend op mijn lip dacht ik na over deze vraag. Sporten, een keer uit eten met een vriendin, tekenen, mijn nagels lakken, winkelen, eten met Mathijs, een weekendje weg, naar de sauna met mijn zussen en moeder. Ik somde het op in mijn hoofd en kwam tot de conclusie dat het lijstje best wat langer mocht zijn. Dat, om mezelf te kunnen blijven, ik leuke dingen moet doen zodat ik eraan herinnerd word wie ik ook alweer ben naast mama en zelfstandig ondernemer. En natuurlijk, het is óók leuk om leuke dingen te doen met het gezin. En daar geniet ik ook van, maar daar gaat het nu dus even niet over.

 

En dus toog ik gisteren met handdoek en badjas richting sauna. In mijn eentje. Het voelde eerst als spijbelen, want het was eigenlijk een werkdag, maar al snel maakte dat gevoel plaats voor stiekem genieten. Ik liet mijn gedachten de vrije loop, deed mee aan een opgieting, genoot van een lunch -gewapend met tijdschrift, dat wel – en verscheen een paar uur later helemaal schoon en opgeladen aan het avondritueel. Dat moet ik écht vaker doen, dacht ik. Hopelijk kan ik me hieraan houden en blijven de regenjacks nog even in de kast.

Baby’s eerste jaar

Evi en Joep ruim vier maandenIedere baby het eerste jaar thuis, ik schreef er eerder al een gepikeerde blog over. Inmiddels heb ik het onderwerp laten bezinken en de documentaire Rust rond de wieg gezien. En ik moet zeggen: die Carolina de Weerth is zo gek nog niet.

 

Ik trok het me persoonlijk aan en dat had ik niet moeten doen. Want niemand zegt dat het een fout van de ouders is dat zij het eerste jaar niet thuis blijven bij hun kind. Het probleem zit hem juist in het gebrek aan mogelijkheden. De vinger wijst niet naar ons, maar naar de overheid. Die moet het verlof beter regelen. Volgens Carolina betekent dat een jaar verlof verdeeld over de man en vrouw.

 

En dat is natuurlijk een ander verhaal. Want hoe belachelijk is het eigenlijk: drie maanden verlof voor de moeder en twee dagen voor de man? Heb je net je draai gevonden en hopelijk iets meer slaap dan in de eerste weken, mag je alweer aan het werk. Ik had graag langer verlof gehad. Tweelingmoeders mogen sinds kort in hun handjes klappen dat het verlof verlengd is naar twintig weken. Dit houdt in dat moeders vier weken eerder met verlof mogen gaan. In de praktijk betekent het vooral een mentale verandering, aangezien veel meerlingmoeders al eerder in de ziektewet terechtkomen.

 

Volgens Carolina is de zorg van de ouders het beste voor het kind vanwege de binding. Zo voorkom je stress. We kunnen op dat gebied veel leren van ‘primitievere volkeren’. Daar waar baby’s veel gedragen worden, huilen ze minder. Ze willen contact met hun ouders. Dat klinkt mooi, maar als ik terugdenk aan de drie maanden tijdens mijn verlof met Joep en Evi thuis, dan denk ik niet aan het eindeloos dragen van twee baby’s. Ik vermoed dat er bij ons thuis ook wel eens stress is geweest bij de één omdat ik bezig was met de ander. Datzelfde geldt vast ook voor andere moeders van meerdere kinderen.

 

Toch ben ik het met de onderzoekster eens dat het fijn is om thuis een stressvrije omgeving te hebben voor baby’s. Fijn voor de ouders, die niet hoeven rennen en vliegen van crèche naar werk  en naar de supermarkt. En fijn voor de baby’s die de rust vast kunnen waarderen. Het krijgen van een kind (of kinderen) gebeurt nu een beetje tussen de bedrijven door. Ik denk dat het goed voor iedereen is om meer tijd te krijgen tijdens zo’n levens veranderende gebeurtenis. Maar ik blijf erbij dat een jaar lang is, ook gezien je positie op de arbeidsmarkt. De keuze aanbieden, dat zou al fijn zijn. Voor moeders én voor vaders.

Predicaat slechte moeder

Evi en Joep 11 wekenHoogleraar Carolina de Weerth van het Nijmeegse Radboud vindt dat ouders het eerste jaar zelf voor hun kind moeten zorgen. Want zo zegt ze: de kwaliteit van crèches is slecht, baby’s krijgen er stress van en snappen niet waar hun ouders zijn en dat leidt tot problemen op latere leeftijd. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar mijn nekharen staan overeind.

 

De Weerth deed negen jaar lang onderzoek onder 200 baby’s. Op basis daarvan trekt ze haar conclusies. Even voor je beeld: per jaar worden er in Nederland tussen de 160.000 en 210.000 baby’s geboren (bron CBS). Dit is dus een steekproef van op in het meest positieve geval 0,001%. De Weerth pleit op basis van haar onderzoek voor een jaar lang verlof, te verdelen over beide ouders. Een flinke investering? Dat klopt, maar die betaalt zich volgens haar terug doordat kinderen op latere leeftijd minder problemen hebben.

 

Ik vind het een bijzondere conclusie voor iemand die zegt wetenschapper te zijn. Ze baseert haar advies in mijn ogen voornamelijk op aannames: crèches zijn slecht en kinderen willen bij hun ouders zijn. Hoe weet zij dat laatste? Heeft zij een goed gesprek met haar kind gehad toen die zes maanden was? En hoezo zijn alle crèches slecht? Hoe erg kun je generaliseren? Ok, ze heeft verhoogde stresslevels aangetoond bij de 200 crèchebaby’s die ze onderzocht. Maar hoe zijn die gemeten? En wanneer? Zijn andere factoren goed uitgesloten?

 

Niet naar de crèche toe, maar wat dan? Wie kan er een jaar lang thuis blijven betalen? Hoe zit het met je carrière? En wat te doen met die hypotheek? Het advies van de onderzoekster: neem je baby gewoon lekker mee naar je werk, in de Maxi Cosi. Dat deed ze zelf ook. ‘En als de baby ging huilen, ging ik gewoon naar huis’. Daar zullen werkgevers blij van worden! Los van het feit dat een baby geen uren achter elkaar in zo’n ding mag liggen.

 

Ik vind het prima dat iemand de knuppel in het hoenderhok gooit. Wat mij betreft mag het verlof van moeders en van vaders een stuk langer zijn. Op dat vlak ben ik het met haar eens, al vind ik een jaar best overdreven. Maar waarom moet er altijd ingespeeld worden op het schuldgevoel van de werkende moeder? Als jij je baby naar de crèche brengt, heeft die stress en ontwikkelt hij of zij zich minder goed. Het predicaat ‘slechte moeder’ is weer eens geplakt en daar pas ik voor.

Edit: uit een reactie van één van mijn lezers blijkt dat een negenjarig onderzoek onder 200 baby’s wél als wetenschappelijk verantwoord geldt. In die conclusie ben ik dus te kort door de bocht geweest. 

Van droom naar teringzooi

Niets kan je voorbereiden op het ouderschap. Van tevoren had ik er bepaalde (rooskleurige) gedachten over. En natuurlijk, die momenten waarbij je hart een sprongetje maakt zijn er. Als ze hun armpjes om je heen slaan en je een knuffel geven bijvoorbeeld. Of als ze elkaar een kusje geven of ’s avonds zoet liggen te slapen. Joep die met een schuin hoofd oogcontact maakt en knikkend iets vertelt. Evi die schalks lacht als ze iets stiekems heeft gedaan. Maar er zijn alleen minstens zoveel momenten waarop de moed je in de schoenen zakt en het bloed onder je nagels verdwijnt.

Zo is daar het geven van borstvoeding. Ik had verwacht dat ik als een soort goddelijke Madonna met twee kinderen aan de borst zou zitten, in een serene rust zou ik mijn schatjes liefkozend bekijken en gelukzalig glimlachen. Er zou nog net geen engelachtig aura om me heen verschijnen. De praktijk bleek weerbarstiger, vermoeiender en heel weinig met rust te maken te hebben. Ik zal je de details besparen.

Dan het samen eten aan tafel. Droomde ik vroeger van samen met mijn gezin de dag doornemen aan de eettafel, tegenwoordig ben ik vooral blij als iedereen wat gegeten heeft. Het begint al met het koken: twee kinderen die aandacht willen terwijl je in hete pannen staat te roeren. Vervolgens lusten ze het niet, smeren ze de tafel onder en probeer je zelf wat eten naar binnen te werken terwijl je je kinderen enthousiast aanmoedigt. Daarna mag je de troep opruimen. En dat gesprek? Misschien over vijf jaar?

Een ander onderwerp valt in de categorie koekjesmoeder. Ik wil dolgraag die moeder zijn die hutten bouwt met haar kinderen en daarin gaat picknicken. Die koekjes bakt, kleiwerkstukjes maakt, met ze vingerverft en tekent en plakt. Wat blijkt: die dingen zijn (als je kinderen maximaal twee jaar en drie maanden oud zijn) maar tien minuten leuk. Maar de voorbereiding en het opruimen duurt veel langer. Zo hebben we gisteren gekleid. Dat duurde dus tien minuten en als ik niet mee had gedaan nog korter. Vervolgens moesten we alles opruimen en de handen wassen. Dat handen wassen gebeurde iets te spetterend wat resulteerde in één groot waterballet. Dus: alle kleren uit en opnieuw aankleden. En dat willen ze dan zelf doen. Voordeel is wel dat het een ochtendvullend programma was.

Gezellig, zo’n werkende moeder

Werkende moeder zijn: is het nou echt zo erg? Ik las deze blog op Me-to-we.nl waarin een werkende moeder suggestieve opmerkingen voor haar kiezen kreeg en kreeg plaatsvervangende stompneigingen. Wat een onzin! Werkende moeders zijn niet slecht en thuisblijvende moeders ook niet. Laten we ophouden met neerkijken op elkaar en juist kijken waar we van elkaar kunnen leren. Mijn handen jeuken teveel om niet op een paar punten uit de blog te reageren…

* “Tja, ik zou het niet kunnen hoor… de kinderen bij een vreemde achterlaten. Daarvoor houd ik teveel van ze.”

Dat heeft toch niets met houden van te maken? Als ik zie hoe blij onze kinderen zijn om opa en oma te zien of hoe leuk ze het vinden om met ‘de kindjes’ of hun favoriete leidster te spelen dan gun ik ze dat plezier van harte.

* “Raak je er niet gestresst van als je verhalen hoort als over zo’n Robert M.? Die man werkte jarenlang op een kinderopvang bij jou in de stad.”

Nee. Ik heb een goed gevoel bij de leidsters van ons kinderdagverblijf. Sowieso vind ik angst geen goede leidraad.

* “Je voelt je vast heel schuldig.”

Waarom? Omdat ik een deel van mijn tijd mezelf blijf en doe wat ik leuk vind en waar ik goed in ben? Volgens mij leren kinderen van voorbeelden, dit lijkt me een hele mooie.

* “Ik zou het heel lastig vinden om mijn kind grotendeels door een ander te laten opvoeden. Maar dan heb ik het puur over mezelf.”

Ik heb totaal geen probleem om mijn kinderen in de capabele handen van opgeleide leidsters of een liefhebbende opa en oma achter te laten. Ik heb de wijsheid niet in pacht, niemand toch?

* “Maar vind je het dan niet erg dat je zoveel speciale momenten van je kind mist?”

Soms. Maar er zijn ook genoeg momenten die ik niet mis. Met een paar poepluiers, driftbuien en tijdrekkende discussies minder in de week kan ik prima leven. En het mooie is dat ik juist op de dagen dat ik Joep en Evi wél zie meer van ze kan genieten omdat ik ze die andere uren gemist heb. Ik denk oprecht dat ik er een betere moeder van word. Een gezelligere ook.

Die lekkere flow

Het is alweer even geleden dat ik de balans opmaakte van 2014. De vakantie is voorbij gevlogen en het nieuwe jaar is spetterend van start gegaan. Ik weet niet of het komt door de acquisitie die ik gedaan heb, mijn fantastische kwaliteiten of puur toeval en geluk, maar mijn agenda puilt plotseling uit. Vandaar dat de eerste blog van het nieuwe jaar even op zich liet wachten. Het schrijven ervan zweefde steeds ergens op mijn ‘to do’-lijstje maar net niet hoog genoeg.

En nu dus wel. Maar wat valt er te zeggen? Ik ben vooral dolblij met het toenemende succes. En tegelijkertijd probeer ik in mijn hoofd de agendapunten en afspraken aan elkaar te knopen. Een interview afnemen in België en hup door om de kinderen op te halen van het kinderdagverblijf. Een afspraak in Utrecht, Tilburg, Den Bosch en, nee, die afspraak in Eindhoven past er niet meer bij. Lastig, voor iemand die heel enthousiast is en liever geen ‘nee’ zegt.

Naast de op de achtergrond in kleine mate aanwezige ongerustheid (gaat dit allemaal lukken? Natuurlijk lukt het! Wat als er een kind ziek wordt? Dan vind ik daar wel een oplossing voor) is er vooral een overheersend gevoel van trots, van goed bezig zijn, van mezelf nuttig maken. Wat is het toch lekker om in een flow te zitten. Als carrièrevrouw, ondernemer en als moeder. Alleen die sportbroek ligt een beetje te verstoffen in de kast. Dat komt in februari wel weer.