Afvalzeikerd

Nick Saltmarsh een beetje schimmel moet je voor lief nemenIk was ook zo’n zeikerd. De gemeente ging de vuilnisbakken in plaats van elke week, om de week ophalen. De ene week restafval en groen, de andere week papier en plastic. Ver-schrik-ke-lijk, dachten veel mensen, waaronder ik. Want: te weinig ruimte, maden en ander ongedierte. Toegegeven, ik was een beetje laks in het scheiden van afval. Een slechte zaak, ik weet het, zeker aangezien ik ben opgevoed met het zeer nauwkeurig scheiden van al het afval (paps werkte bij de M van VROM). Met name plastic belandde bij Mathijs en mij heel vaak bij het restafval, want ik vond het teveel moeite om een aparte bak in de keuken neer te zetten of om even naar buiten te lopen in de regen/zon/kou/sneeuw.

 

Maar ik ben om. Ja, in de zomer hebben we zo nu en dan maden. En ja, dat vind ik walgelijk, maar sinds we van die biologisch afbreekbare zakjes voor het groente- en fruitafval gebruiken en de bak uitspuiten na het ophalen, gaat het beter. En ja, het was wennen om consequent te zijn en afval netjes te scheiden. Veranderingen kosten altijd moeite, maar vallen op termijn gelukkig ook meestal mee.

 

En nu? Nu valt het me vooral op hoe belachelijk veel plastic- en blikafval we wel niet hebben. Kartonnen yoghurtpakken, vleesverpakkingen, zakjes met groente en fruit… Het is een overdaad en doet me afvragen of het wel nodig is allemaal. Toegegeven, mijn motivatie kreeg even een knauw toen ik vandaag op Nu.nl las dat veel gescheiden plastic alsnog de verbrandingsoven ingaat. En dat het sowieso maar een klein onderdeel vertegenwoordigt van de totale CO2-uitstoot. Maar toch, het kan altijd beter, en ik heb de smaak te pakken. Mijn volgende doel wordt om minder plastic in huis te halen. En oja, om nooit meer te vergeten om de bak buiten te zetten, want met een gezin van vijf is elk soort na twee weken goed gevuld.

 

 

Altijd iemand om jaloers op te zijn

Jeff TurnerHoger, beter, verder, meer. Over deze woorden heb ik veel nagedacht deze zomer. In de huidige prestatiemaatschappij ben je eigenaar van de B.V. Ik en doe je bijna automatisch mee met het constant verbeteren van jezelf. Maar waarom eigenlijk? Word je daar gelukkig van? Is het een doel op zich?

Daarnaast tonen we ons aan onze ‘vrienden’ van onze beste kant. We schrijven op Linkedin hoe goed we zijn en hoe ontzettend leuk ons werk is. We zetten de mooiste kiekjes van onze vakanties, ons kroost en wat voor voedzaams we nu weer op tafel zetten op Instagram. En op Facebook plaatsen we de leukste posts van waar we mee bezig zijn. Kijk ons eens een leuk leven hebben!

Tijd is geld, het leven is maakbaar en succes is een keuze. Dit soort uitspraken reduceren het leven tot een wedstrijd. Op een bepaalde manier werkt social media dit gedrag in de hand: we kunnen gemakkelijk vergelijken. Correspondent-journalist Ernst Jan Pfauth schrijft het volgende: “Omdat er altijd iemand is die het beter voor elkaar lijkt te hebben, zullen we nooit een punt bereiken waarop we tevreden zijn met wat we hebben. Hoe succesvol ook, er is altijd wel iemand om jaloers op te zijn.” Wat een onaangename manier van in het leven staan, als je erover nadenkt.

En ja, ik doe er ook aan mee. Maar in een wereld waar ‘stilstand achteruitgang is’, wil ik vooral verder gaan met waar ik mee bezig ben. Meer mooie dingen schrijven en maken voor fijne opdrachtgevers, daarnaast voldoende tijd hebben voor mijn gezin, en hopelijk ergens ook een beetje tijd voor Mathijs en mezelf. Niet sexy hè? Maar het is eigenlijk prachtig: tevreden zijn met wat je hebt en hoe het gaat. Want hoewel ik soms wel aspecten van iemand anders leven zou willen hebben, écht ruilen, dat wil ik met niemand.

Het aanklooi-evangelie

klooien met zand en waterHoe langer ik moeder ben, hoe meer ik inzie hoe ingewikkeld ouderschap is. Voordat ik kinderen kreeg, dacht ik dat als je een bepaalde werkwijze hanteert, er een geslaagd kind uitrolt. Een kind dat luistert, een opleiding afrondt, lief is voor anderen, voor zichzelf opkomt wanneer nodig en dat – natuurlijk – gelukkig is. Inmiddels weet ik dat opvoeden zwaar overschat wordt en dat ieder kind anders is.

 

Een kind opvoeden alsof je tomaten kweekt, vergelijkt Rutger Bregman van De Correspondent. Waarom doen we dat eigenlijk? Waarom denken we dat het goed is om allerlei clubjes, lessen, regels en structuren toe te passen om onze kinderen te helpen op te groeien? Het antwoord volgens mij: omdat wij ook zo zijn opgevoed, met de beste bedoelingen overigens. En omdat ze anders niet in ons leven passen. Maar dat kunnen nooit goede redenen zijn.

 

Ooit waren we jagers en verzamelaars, stelt Bregman. We werkten vier uur per dag, aten gevarieerd en waren volop in contact met de natuur. Totdat de landbouw werd ontdekt. Opeens moest er hard gewerkt worden en moesten kinderen jong meewerken. Anno nu houdt het in dat we succes afmeten aan de hand van salaris en cv. Dat het niet meer draait om ervaren, geluk en je omgeven met mensen die je liefhebt, maar om passen in het systeem. We raken ons contact met de natuur in onszelf kwijt omwille van de wensen van de maatschappij. De maatschappij die we zelf hebben gecreëerd.

 

Ik wil me ervan los worstelen, voor mezelf en voor mijn kinderen. Maar waar begin je? Ik denk bij het aanleren van een aanrommelcultuur. ‘Die andere moeders doen ook maar wat’, is een van mijn favoriete uitspraken. En geldt dat niet eigenlijk voor alles? We doen maar wat. We doen alsof er zekerheid is omdat we een vaste baan hebben en een pensioen. We doen alsof we weten wat we doen als we onze kinderen opvoeden, keuzes maken of een (zwem)school uitzoeken. Ik predik van nu af aan het evangelie van het aanklooien. Tenminste, dat ga ik proberen. Ik houd jullie op de hoogte.

 

Mijn eerste jaar als mama van drie

Huub 1 jaarHuub is één jaar geworden. Ik vind het onvoorstelbaar en volkomen normaal tegelijkertijd. Het is onvoorstelbaar dat we daadwerkelijk 365 (oké, 371 vandaag) dagen verder zijn sinds hij is geboren. Tegelijkertijd zie ik dat hij geen klein baby’tje meer is. Hij loopt overal langs, zwaait, juicht, zegt ‘ohoh’, gooit met een bal en probeert overal op te klimmen (traphekjes-alarm).

Ik dacht een jaar geleden dat ik wel wat wist van het verzorgen van baby’s. Dat was natuurlijk ook zo, ik had Joep en Evi immers al ‘gedaan’. Maar toch blijkt het cliché dat ieder kind anders is hartstikke waar te zijn. Bij Joep en Evi zat de uitdaging vooral in het feit dat ze een duo waren. Verder waren ze eigenlijk best makkelijke baby’s: ze spuugden niet, sliepen na elf weken door en aten en dronken overal enthousiast van. We hadden ze al vrij snel in een strak ritme zitten. Dat is bij Huub wel anders. De spuugdoekjes waren niet aan te slepen, zijn fles was een tijdlang zijn grootste vijand en doorslapen doet hij tot de dag van vandaag nog niet. Dus wat heb ik geleerd? Dat je vooral veel moet loslaten.

cadeautjesEn verder:

  • Dat zo’n klein baby’tje weer best veel werk is.
  • Dat het gemakkelijker is om met één baby tegelijk een band op te bouwen. En wat is die band sterk!
  • Dat drie kinderen bij vlagen een beetje veel is.
  • Dat je smelt wanneer je grote kinderen lief zijn tegen je kleintje.
  • Dat baby-knuffelen goddelijk is. Tot het punt dat je nu écht, écht, écht wilt slapen.
  • Dat je grote kinderen opeens heel erg groot zijn.
  • Dat borstvoeding een vloek en een zegen is.
  • Dat je bij een derde een stuk gemakkelijker bent (of waren we dat al?).
  • Dat je gezin een vrolijke chaos is geworden.
  • Dat je hart een beetje groter wordt en er ruim voldoende liefde is voor iedereen.
  • Maar je aandacht moet je wel echt verdelen.

Van proberen kun je leren

paardrijden proberen is spannend ‘Voorzichtig, dat bord is heet’. Wees eens eerlijk: hoe groot is de kans dat je toch eventjes met een vinger je bord aanraakt om te voelen hoe heet het precies is? Juist ja. Mensen zijn van nature ontzettend nieuwsgierig en eigenwijs. Kinderen zijn net mensen, alleen dan in een wat primitievere vorm. Dus alles moet onderzocht worden.

 

Is dat eetpapier? Probeer maar Joep. Hij stopt het papiertje in zijn mond en concludeert na wat sabbelen dat het antwoord ‘nee’ is. Natuurlijk had ik hem dat ook gewoon kunnen vertellen. Maar Joep kennende werkt dit veel beter. Door te ervaren, leert hij iets écht. En is de kans aanzienlijk dat hij het onderwerp laat rusten, wat voor mij ook weer prettig is. Ik probeer dus zoveel mogelijk ‘probeer het maar’ te zeggen. Maar dat kan niet altijd.

 

Hoe heet is de barbecue? Wat gebeurt er als je met een prikker in het zwembad prikt? Als je je spinner in het zand laat vallen? Of een erwt in je neus stopt? Niet alles kan proefondervindelijk onderzocht worden. En soms willen ze het juist niet proberen. Dan heb ik het vooral over eten en dan nog specifieker: eten dat groente bevat. Misschien vind je het wel lekker! Probeer het maar. Drie woorden die vaak uit mijn mond komen. Want zoals de juf het zegt: ‘van proberen kun je leren. De aanhouder wint toch? Als ze net zo nieuwsgierig naar paella en lasagne worden als naar vuur, spinners en muziek, komt het helemaal goed.

 

 

Het bevredigende van koopjes

vrijmarkt selmer van altenEen zak lego, een Loompakket, een poppenfietszitje, een elektrische kindergitaar (!) en wat verkleedkleren. Ik ben trots op onze buit tijdens Koningsdag. Natuurlijk, ik had het feest ook aan kunnen grijpen om onze eigen nogal uitgebreide collectie speelgoed uit te dunnen, maar dat doe ik wel als het niet meer anders kan.

Als een gefocuste kat sloop ik langs de kraampjes. Mijn ogen gleden van laarsjes naar puzzels en van houten speelgoed naar step. Wat kan ik gebruiken? En hoeveel kost dat dan? Vervolgens het onderhandelen en de aankoop, gevolgd door het enthousiast aanpakken van de scha(ten). En dóór.

Wat is er zo lekker aan koopjes scoren? Waarom krijg ik een kick van iets voor een hele goed prijs kopen? Ben ik gewoon een Hollander of is het meer dan dat? Nou, het blijkt heel menselijk te zijn. De Universiteit van Michigan onderzocht het fenomeen en kwam tot de opvallende conclusie dat koopjes jagen net zo goed voelt als seks. Waarom? Omdat dezelfde hersengebieden oplichten bij seks en koopjes afrekenen. En omdat je bij beide gelegenheden het hormoon dopamine aanmaakt.

Het is maar goed dat Koningsdag bestaat, dan kun je tenminste nog los gaan voor een tientje.

Klikgebitten in de sauna

Thomas Wanhoff sauna‘Ik wil geen klikgebit’, zegt de vrouw naast me resoluut. ‘Maar dan krijg je klappertanden’, roept haar buurvrouw uit. Gniffelend eet ik verder van mijn broodje geitenkaas. Achter mijn zonnebril luister ik met gespitste oren het luide gesteggel van de twee dames naast me af. Dat gaat van het trekken van kiezen – je kunt een brug nemen, ik heb ook een halve auto in mijn mond – naar kauwen op tandvlees – volgens mijn tandarts went het vanzelf -, naar suikerzakjes – ik heb laatst nog een appeltaart gebakken van mijn bewaarde zakjes-, naar wel of niet roken – als je al lang rookt, kun je beter niet stoppen want juist dan word je ziek. Nee, de dames laten zich in hun conversatie niet hinderen door kennis van zaken.

 

Even later lig ik in de sauna te puffen wanneer een viertal me vergezelt. Ik hoor wat een slanke, behaarde man nog van zijn vrouw in de tuin moet doen, hoe zijn vriend het presteerde om de stroom voor de tuinverlichting compleet verkeerd aan te leggen – nu zit álles op een dimmer – en hoe de bijbehorende dame zich niet liet afschepen door een dure strandtent – ik heb ze gewoon gemaild dat we niet komen. Nou, nou, dat zal ze leren. Wat je allemaal niet ter ore komt tijdens een ontspannend dagje sauna voor één. Ter oge ook trouwens: zelden aanschouwde ik zoveel lillend en trillend vlees. Je valt eerder op als je perfect bent. Mijn fysieke, mentale en inspiratiebatterij is weer helemaal opgeladen.

Tracy over haar en liefde

Johhny LaiTracy Chapman schalde door de auto terwijl ik de snelweg opreed. Lang geleden draaide ik de cd compleet grijs en nu had ik hem weer opgeduikeld. Woord voor woord zong ik de teksten mee die blijkbaar nog ergens in mijn hersens waren opgeslagen. Wonderbaarlijk hoe je brein zoiets onthoudt. Alsof je een vergeten, stoffige doos van achter het schot op zolder haalt en de woorden er één voor één uithaalt.

 

Ik was veertien toen Tracy mijn leven binnenkwam. Ik dacht overigens eerst dat zij een man was, vanwege de diepe, warme stem. Het besef dat ik het mis had, kwam pas toen ik haar naam goed tot me door liet dringen. In die tijd leefde ik van songteksten. Ik stond ermee op, schreef ze stiekem in schriften tijdens schooluren en ging ermee naar bed. En toch begreep ik niet alles wat er gezegd werd. Ik begreep wat een ietwat onzekere maar gelukkig opgroeiende veertienjarige kán begrijpen, maar meer ook niet.

 

Nu ik wat ouder ben, hoor ik meer. En wat me opviel is dat de teksten van Tracy nog steeds actueel zijn. Helaas. Met name het nummer Why raakte me. Want hoewel ze zingt ‘the time is coming soon’, is er helaas weinig veranderd. Vandaag, de dag dat we mogen (en moeten) stemmen, blijft het in mijn hoofd hangen. Het haalt de idealist in me naar boven. Die zat in het meisje van veertien en bestaat nog steeds in de vrouw van 36 jaar.

 

Why do the babies starve
When there’s enough food to feed the world
Why when there’re so many of us
Are there people still alone
Why are the missiles called peace keepers
When they’re aimed to kill
Why is a woman still not safe
When she’s in her home

Love is hate
War is peace
No is yes
And we’re all free

 

Verhalen met een rietje

Rossy yumeWaarom kan ik me mijn geschiedenisleraar van de middelbare school zo goed herinneren? Waarom weet ik sommige details nog van de verhalen die hij vertelde terwijl veel van mijn schooltijd verder is verzand in een bak algemene kennis zonder noemenswaardige uitschieters? Het antwoord is omdat hij daadwerkelijk het verhaal van geschiedenis vertélde. De klas hing aan zijn lippen. En wat hij zei, zoog mijn brein op als limonade door een rietje.

 

De benen gestrekt onder het tafeltje, licht achterover leunend, de zon die schuin door het raam naar binnen scheen en de oren gespitst: ontspannen maar aandachtig luisterde ik naar meneer Heestermans. En nu besef ik dat hij mijn inspiratiebron is geweest. Waarom ben ik tekstschrijver geworden? Omdat ik ook verhalen wil vertellen. Omdat ik iets over wil brengen, ondertussen creatief bezig wil zijn én omdat ik iets te vertellen heb. Mijn eigen hersenspinsels of die van een ander.

 

Na twee jaar interimopdrachten bij ETZ en Tilburg University sla ik mijn laptop weer open aan de eettafel. Ik heb genoten van de afgelopen tijd als interimmer en er veel van geleerd. Over organisaties, mensen, communicatie en strategische beslissingen. Ik stop het in mijn rugzak en neem het mee. Maar waar gaat de reis nu naar toe? Dat ik dat niet precies weet, maakt me niet onzeker maar geeft me juist een fantastisch gevoel: de mogelijkheden zijn legio. En toch weet ik dat er één leidraad is die me de weg wijst: schrijven, verhalen vertellen. Want dat is waar mijn hart ligt. Of het nu via een blog, website, interview of boekje is: ik wil nog veel meer verhalen optekenen.  Daar ga ik voor, bedankt Heestermans.

 

 

 

Het voordeel van Trump

IosonounafotocarmeraEigenlijk is de komst van Trump zo slecht nog niet. “Hoezo dat dan?”, hoor ik je denken. Nou wel hierom.

 

Decennia lang zijn we aan het sluimeren. Maar weinig lijkt de Westerse wereld te raken. Het meeste nieuws is een ver-van-onze-bed-show en echte invloed hebben we toch niet, want ‘politici beslissen en wat is nou één stem waard’. Soms piept er opeens een nieuwsbericht door onze afgestomptheid heen: het lichaam van een Syrische jongetje op het strand, een bomaanslag dichtbij of het mogelijk verhogen van het eigen risico op de zorg (ach en wee). Maar het meeste nieuws blijft buiten ons eigen veilige wereldje. Tot nu.

 

Trump doet wat hij belooft, tenminste, voor zover het hem lukt aangezien zijn beloftes niet allemaal grondwettelijk onderbouwd zijn. Een goede zaak. Want nu zien de Amerikanen, en de rest van de wereld met hen, waar ze eigenlijk voor gestemd hebben. Een inreisverbod voor zeven nationaliteiten, een muur langs de grens met Mexico en investeren in het Amerikaanse leger: Trump wil zijn beloftes waarmaken. En nu wordt de Westerse wereld wakker uit de sluimerslaap, nu staat social media vol met anti-Trump berichten en nu beseffen mensen (hopelijk) opeens dat als je op Wilders stemt, dat hij dan ook gaat proberen om zijn plannen uit te voeren.

 

Er staan weer mensen op de barricades. Jongeren lezen weer over politiek. En een Deens filmpje verovert het internet. We zijn wakker. Het lijkt wel alsof de schellen van de ogen zijn gevallen van die duttende elite en het idealistische bloed weer stroomt. En ik kan me niet voorstellen dat Hillary zo’n goede wekker was geweest. Laat de discussies maar oplaaien, laat dat Malieveld volstromen (en andere internationale locaties) en zorg dat het nachtwerk wordt voor die handmatige stemtellers op 15 maart. Goedemorgen!