Het lege bed

Mathijs zwaaide een week geleden naar een bejaarde overbuurvrouw op het balkon toen hij naar de auto liep. Op zich niets bijzonders, dat doet hij dagelijks. Hij riep vriendelijk ‘alles goed’ en kreeg een antwoord dat hij niet verwachtte. De man des huizes lag namelijk op sterven. Hij had terminale kanker, at en dronk niet meer. Hij lag alleen nog in de woonkamer met het ziekenhuisbed naast het raam waarschijnlijk afwisselend te kijken naar de wolken in de blauwe lucht en zijn lieve vrouw. Vijftig jaar waren ze getrouwd geweest en daarvoor waren ze al zeven jaar samen.

De vrouw liep weer terug naar binnen, pakte de hand van de man en zwaaide ermee als een soort laatste groet. Mathijs ging, nogal onder de indruk van dit droevige verhaal, richting auto. We wonen naast een bejaardentehuis en dan weet je dat de kans dat er iemand overlijdt of ernstig ziek wordt, groot is. Maar zulk nieuws op de vroege ochtend hakt er in. ’s Avonds vertelde hij het verhaal aan mij. We hadden het over de overbuurman, die ik niet zo goed kende. Hij had enthousiast gereageerd toen Mathijs een jaar geleden een kast aan het opknappen was op het balkon. Tips, werkwijzes en anekdotes gingen over en weer. En nu lag de man op sterven.

Sinds vorige week maandag kijk ik met een schuin oog richting het raam van de flat. Staat het bed er nog? Hoe lang doet iemand die niet meer eet en drinkt erover om dood te gaan? Even dacht ik dat het bed weg was, maar dan stond het er de volgende dag weer. Afgelopen weekend zag ik het duidelijk. Het bed stond er nog, leeg. De overbuurvrouw is na 57 jaar samen weer alleen.