Mobile leren

Vrolijke, felgekleurde shirts, aardig wat brillen en veel mannen. Ik begaf me vrijdag 7 juni tijdens Mobile Down South tussen de mobile developers en designers. Een tikje verlegen types, creatief, dol op gadgets en bijzonder slim met applicaties. Ik was in het Conference Center van de High Tech Campus in Eindhoven omdat ik een verslag van de dag en een column ging schrijven namens Blue Mango Interactive. Een mooie opdracht!

Het leuke van mijn vak is dat je tussen het tikken van de regels door zelf ook wat informatie oppikt. Wisten jullie bijvoorbeeld dat Android in 2010 nog vrijwel onbekend was? En dat Hyves toen twee keer zo groot was als Facebook? De wereld anno nu met alle mobiele mogelijkheden bestaat pas een jaar of drie. En dat terwijl smartphones en tablets nu al niet meer weg te denken zijn uit ons dagelijks leven. Een eyeopener, tenminste voor mij dan.

Ik leerde nog veel meer over mobile marketing. De creativiteit erachter, de mogelijkheden, de kansen (er wordt relatief gezien nog weinig geïnvesteerd, terwijl de doelgroep wel actief is) en de stommiteiten. Als gebruiker weet ik maar al te goed waar ik niet op zit te wachten. Geen irritante pop-up reclames op mijn telefoon die ik bijna niet weg geklikt krijg. Geen gewone sites op mijn mobiel die niet goed werken en geen ingewikkelde apps waar ik uiteindelijk niets aan heb. Ik wil dat het makkelijk werkt, inspireert, handig én leuk is. En met mij willen velen dat. Zo blijkt. Er is dus nog voldoende werk voor mobile marketeers.

Aan het eind van de dag ging ik met een hoofd vol indrukken en een ouderwets schrijfblok met aantekeningen, ik viel ietwat uit de toon tussen de tablets, weer huiswaarts. Bijzonder om me even onder te mogen dompelen in deze wereld van mogelijkheden. En zo steek ik stiekem steeds wat op van allerlei onderwerpen, een mooi aspect van mijn werk. Nu over naar mijn to do-lijstje van vandaag: mobile marketing, pensioenen, hypotheken en voortijdig schoolverlaten. Geen saaie dag.

Systeembeheer

Als zelfstandige ben je meer dan je functieomschrijving doet vermoeden. Naast in mijn geval tekstschrijver en communicatiekenner, ben ik ook mijn eigen systeembeheerder, salespersoon, marketingstrateeg, schoonmaakster en office manager. Meestal is dat leuk, vind ik. Het houdt het werk afwisselend en doordat je alles zelf doet houd je het gemakkelijk in de hand. Je wordt er ook lekker initiatiefrijk van. Er is niemand anders die het voor je regelt en dus doe je het zelf. Wel zo duidelijk.

Natuurlijk ligt de ene taak me meer dan de andere. Alle papieren netjes in mappen doen en mijn administratie bijhouden, vind ik stiekem wel leuk. Het voelt heel volwassen wanneer je al je facturen optelt. Ook heb ik niet zoveel moeite met de ‘sales’. Een keiharde, gesjeesde salesdame zal ik nooit worden, maar een beetje over mezelf en mijn eigen werk babbelen, daar heb ik niet zoveel moeite mee.

Wat me alleen totaal niet ligt is systeembeheer. In de loop der tijd heb ik mezelf gedwongen ontwikkeld, maar veel blijft nog abracadabra. Dan mis ik MicroRoy van mijn oude werkgever DamenRomijn. Na een korte uitleg drukte hij op een paar knopjes en was het euvel meestal snel verholpen. Maarja, hij zit niet in mijn ZZP-budget.

Dus moest ik vorige week, na lang voor me uitschuiven, toch echt mijn e-mailaccount overzetten van mijn oude Outlook op de computer naar mijn nieuwe op de laptop. Inclusief bestaande mails en agenda-afspraken. Zoiets klinkt altijd gemakkelijker dan het is. Back-upje hier, installeren daar, uploaden en voilà. Maar zo gaat het eigenlijk nooit. En daar loopt het dus spaak. Er komt altijd een moment waarop de laptop iets doet dat niet in de omschrijving staat die ik via Google heb gevonden. Als ik dan zoek naar een oplossing, verdwaal ik op fora waarop iedereen alleen maar afkortingen gebruikt. En dan is het doorzetten, ontcijferen en niet opgeven (en niet je gloednieuwe laptop uit het raam gooien).

Na drie uur was het eindelijk gelukt en zat ik letterlijk juichend achter mijn laptop. Het kost een hoop meer moeite, maar de trots is minstens zo groot.

De wondere, medische wereld

Misschien was ik in een ander leven wel arts geworden. Of chirurg. De medische wereld heeft altijd een grote aantrekkingskracht op me gehad. Mensen genezen, hoe gaaf is dat! Met bloed heb ik nooit een probleem gehad (ik kan gerust een operatie op tv kijken tijdens het eten, zo lang er maar niet gespuugd wordt), ik ben al jaren bloeddonor en toen ze op mijn achtste in het ziekenhuis mijn bloed wilde prikken om te controleren of ik geen blindedarmontsteking had, heb ik de vriendelijk babbelende dokters gevraagd om even hun mond te houden. Ik wilde zien hoe ik geprikt werd.

Achteraf gezien ben ik blij dat ik niet heb gekozen voor een medische carrière. Want naast het boeiende van het menselijk lichaam is er ook een keerzijde: het falen ervan. De duistere kant van de medische wereld past totaal niet bij mij. Verdriet, pijn, overlijden, ik zou er de halve tijd snotterend bij staan kijken. En dan heb ik het nog niet eens over de jarenlange studies, de 60-urige werkweken en het opofferen van vrije tijd. Nee, dan kun je beter teksten schrijven. Lekker creatief bezig zijn, veel nieuwsgierige vragen stellen aan allerhande mensen over de meest uiteenlopende onderwerpen. En wie weet gaat het soms wel over die wondere medische wereld.

Met aandacht kijk ik iedere week naar de docu Kijken in de ziel: artsen. Journalist Coen Verbraak stelt op een prettige manier prangende vragen over wanneer wel en wanneer niet behandelen, hoe om te gaan met eigen fouten of met regelgeving vanuit de overheid en of je als arts je werk ook mee naar huis neemt. Het geeft een ongekend kijkje achter de schermen van de medische wereld. Wat me vooral is bijgebleven is wat intensivist Hans van der Hoeven vertelde over hoe hij het beleefde om een tijdlang zelf patiënt te zijn. “Je probeert uit alles wat de dokter doet conclusies te trekken; een lach, een knik, een zucht.” Je leven in de handen van een arts, wat een verantwoordelijkheid.

Kijken in ziel: artsen, maandag 21.15 uur Nederland 2.

Grand dessert van de sportzomer

Het is feest deze zomer. Sportfeest. Na een, voor Nederland teleurstellend, EK, tussendoor nog wat tennis en een mooie Tour de France (al ben ik daar geen fan van), maken we ons allemaal op voor het toetje van de zomer: de Olympische Spelen. Toetje? Zeg maar gerust grand dessert.

Ik heb er zin in. Mijn goede voornemen voor vandaag is om een blaadje te scoren met een mooi overzicht van alle wedstrijden. En dan wel graag een beetje een chauvinistische: ik wil weten wanneer mijn Oranje topmensen zich opmaken voor de strijd van hun leven. Daar gaat het me om. Dit jaar hebben de Olympische en Paralympische Spelen bovendien nog een extra betekenis voor mij. In opdracht van sportmarketingbureau Triple Double schrijf ik voor Politie Topsport Selectie namelijk blogs voor drie topsporters: beachvolleybalster Sanne Keizer (OS), wheeler Kenny van Weeghel en tafeltennisser Tonnie Heijnen (PS).

Via de interviews met de topsporters slaan de kriebels op mij over. Want bedenk je eens dat je minstens vier jaar lang (of je hele leven) alles aan de kant zet voor dat ene doel: schitteren op de Olympische Spelen. Je traint je het leplazarus, eet alleen gezonde voeding, reist over heel de wereld naar toernooien, zet je sociale leven op een laag pitje en wie weet wat nog meer. Dit alles voor dat ene doel. En binnen afzienbare tijd is het zover. Dan gaat ’s ochtends je wekker en ‘mag’ je die dag. Dan is het erop of eronder. En je tegenstanders voelen zich precies zo. Tenenkrommend spannend is het. En ik leef lekker mee. Op naar goud!

Zorgwereld

Het TweeSteden ziekenhuis in Tilburg was vier maanden lang, anderhalve dag in de week mijn opdrachtgever. Ik zat er ter vervanging van een oud-studiegenoot die met zwangerschapsverlof ging (haar bedrijf Zin tekst en redactie). Deze week sluit ik deze bijzondere opdracht af. In het TSz (zoals de medewerkers het ziekenhuis noemen) ben ik warm ontvangen en heb ik ontzettend veel geleerd. Gek dat ik nu afscheid ga nemen.

Een warm onthaal, dat was mijn eerste dag op de Plaza, zoals het kantoor waar onder meer de afdeling communicatie is gevestigd, heet. Het TSz heeft het motto: zorgzaam en professioneel. En dat motto wordt duidelijk gebezigd door de mensen op de Plaza. Ook al kwam ik maar voor een paar uur in de week en gedurende slechts een paar maanden, collega’s stelden geïnteresseerde vragen en vertelden me veel over het ziekenhuis. Collega’s ja, want zo voelde het.

Achter de deuren van een ziekenhuis gaat een enorme organisatie schuil. Specialist, adviseur, verpleegkundige, gastvrouw, communicatie medewerker: allemaal hebben ze een plekje in het grote bedrijf. Het is ontzettend boeiend om te zien hoe het werkt, hoe een ziekenhuis in deze tijd van marktwerking en macht van zorgverzekeraars opereert en hoe er letterlijk wordt gebouwd aan het ziekenhuis en figuurlijk aan samenwerkingen binnen en buiten de muren van het TSz.

Raar om al die opgedane kennis over het TSz, de zorg in het algemeen en over werken binnen een grote organisatie op de reservebank te zetten. Bovendien ken ik net de weg in het complexe gebouw. De komende maanden focus ik me op iets heel anders: ik ga onder meer aan de slag voor internetbureau Magneds met het maken van websites, actieteksten en banners. Met dank aan Bureau Vrijdag, wiens eigenaresse binnenkort met zwangerschapsverlof gaat. Ook duik ik verder in de wereld van de Voortijdige Schoolverlater, hoe krijgen we die jongere zover dat hij of zij een startkwalificatie haalt? Aan afwisseling geen gebrek en aan motivatie zeker ook niet. Al hoop ik in de toekomst nog vaker actief te mogen zijn in de zorg. Want ik ga het wel missen: het TSz, de collega’s en ‘de zorgwereld’. Ik houd jullie in de gaten!