Ik kan mijn jeukende handen niet langer negeren. Ik móet er iets over schrijven: het Koningslied. Ter voorbereiding op deze blog heb ik het volledige nummer beluisterd en de klip bekeken. Een prestatie op zich. Want nee, ook ik ben niet laaiend enthousiast. Zeker niet over het tweede rapstukje met de W van Willem, of over het zoetsappige karakter van de muziek en de tekst. Dat ik geen fan ben, zal niet verrassend zijn.
En toch waren de artiesten en met name arme John Ewbank heel erg verrast door de reacties van het Nederlandse volk. Is het gebrek aan zelfkennis? Ewbank zal toch wel vaker liedjes schrijven die geen hits worden, alleen sterven die dan een stille dood in plaats van dat ze een publieke steniging ondergaan. Had hij er niet op gerekend dat het Koningslied ook negatief ontvangen kon worden? Waarschijnlijk heeft hij dan de kracht van social media en het plezier dat mensen beleven aan het anoniem veroordelen en vervloeken van dingen onderschat. Dat is nu juist zo makkelijk, ‘lekker’ en gevaarlijk van social media.
Het lijkt erop dat de makers van het lied dachten ‘hoe meer mensen meedoen, hoe beter’. Op zich geen verkeerde gedachte want zo wordt het een tijdsdocument (en wat voor één!). Alleen leidt samenwerken aan zoiets creatiefs als een liedtekst vaak tot compromissen. En compromissen zijn niet meestal niet het allermooist. Tel daarbij het thema ‘mijn droom voor de koning’ op en je ziet het lied langzaam richting afgrond verdwijnen. Hoe kun je over zo’n thema schrijven zonder poëtisch, hoogdravend, zoetsappig en Mini-playbackshowachtig te worden? Dat kan niet, blijkt wel.
Ik ben benieuwd wat we gaan zingen op 30 april. Ik wacht nog maar even met het instuderen van deze nieuwe hit. Wat is er eigenlijk mis met het Wilhelmus? Ok, de tekst is wat oubollig en de koning van Spanje eren we allang niet meer, maar toch. Ik houd wel van een beetje traditie.
