Op de beenmerglijst

Ik ben een flinke tijd bloeddonor geweest. Als klein kind ging ik al met mijn moeder mee dus het was een voor mij bekend fenomeen. Bovendien ben ik niet bang voor prikken en vond ik het een mooi iets om te doen. Toen mijn hb-gehalte een paar keer te laag was om te doneren en ik vervolgens zwanger werd, ben ik gestopt. Maar als de kinderen wat groter zijn, pak ik deze ‘oude hobby’ zeker weer op. En dan mogen de kinderen mee.

Wat ik wel nog steeds ben is beenmergdonor. Nou heeft dat in principe niet zoveel om het lijf. Ik ben het al jaren en hoor er niets over. Het is namelijk zo dat maar één op de duizend beenmergdonoren daadwerkelijk matcht met een ontvanger. De kans is niet zo groot. De kans dat iemand die het nodig heeft een donor vindt, is dus ook klein. En daarom is het zo belangrijk om het te doen.

Eerlijk gezegd hoop ik dat ik op een dag een telefoontje krijg. Niet omdat het betekent dat iemand ziek is, maar omdat het betekent dat ik hopelijk een verschil kan maken in iemands leven. Het verschil van leven of dood, het is nogal iets. Misschien help ik een huisvader met leukemie aan een nieuwe start in het leven of een jongere met een ernstige ziekte wiens stamcellen hem of haar in de weg zitten. Hoe dan ook, ik zou het een voorrecht vinden om iemand te mogen helpen, ook al kost het me een week ziekzijn en wat pijn. Volgens mij is het een ervaring die je nooit vergeet. En krijg je uiteindelijk veel meer dan je geeft, maar dan in de vorm van voldoening. Dat wil jij toch ook?

Klik hier voor meer informatie en om je aan te melden.