Als tekstschrijver schrijf ik vrijwel altijd in opdracht van een ander: een bedrijf, een gemeente of een persoon. Er zijn altijd belangen. Iemand heeft een vinger in de pap, iemand betaalt, iemand moet het lezen. Mijn doel is om lekker leesbare teksten te maken die de doelgroep goed begrijpt. Klinkt simpel, maar dat is het niet altijd.
Zoveel meningen zoveel mensen. Daarbij is het lastige van taal dat vrijwel iedereen het spreekt, schrijft en leest en dus denkt er verstand van te hebben. Dat het doel ‘de lezer informeren’ daarbij soms over het hoofd wordt gezien, is helaas aan de orde van de dag. Mensen zijn te vaak bezig met wat ze zelf willen vertellen in plaats met wat de lezer wil lezen. Collega Evelyne Hermans schreef er een interessante blog over: is jouw universitaire website het kneusje van de klas (net als ik)?
Het komt erop neer dat je lef moet hebben om op te vallen. Van doordachte, uitgebreid geaccordeerde en zorgvuldig genuanceerde teksten wordt niemand warm. Gedurfde teksten met een creatieve twist vallen daarentegen op. Soms kan het niet: gevoelige informatie moet je niet in-your-face brengen, maar vaak blijven kansen liggen. Kruip in de huid van je lezer. Wat denkt hij? Wil hij? Verwacht hij? Vanaf nu ga ik het doen. Ik maak me er hard voor: meer lef en minder blabla.
