Het zijn die kleine gesprekjes

Mam, een bevalling duurt toch meestal twee minuten?

We zijn onderweg naar de voetbal en het stemmetje van de kleine jongen achterop de fiets verrast me met deze vraag.

Eh nee lieverd, ik denk eerder dat tien uur gemiddeld is.

O, dat zeggen ze op school.

Mam, wist jij van de Watersnoodramp in Zeeland in 1953?
En dat je je hartslag in je pols kunt voelen?
En dat je hart een spier is?
En dat je kunt trommelen op je lichaam?
En dat je hersenen een beetje klein zijn maar veel energie gebruiken?

Van de waarom-fase zijn we ongemerkt in de ‘wist je dat’-fase beland. Wat een heerlijkheid!
Meestal kloppen de feitjes als een bus en moet ik op mijn tong bijten om niet steeds te zeggen ‘ja, dat wist ik al’, want als ik dat níet doe, vertelt hij honderduit over alles wat hij weet.

Hoe weet je dat eigenlijk allemaal? Van school?

Nee hoor, gewoon,

Met een wereldwijs snoetje kijkt hij me aan.
Dikke duim voor jou (en een beetje voor de leraar)!

Existentiële vragen

Eén keer per jaar ga ik met mijn schoonmoeder een avondje naar de schouwburg. Meestal kiezen we een kleinschalige musical. We genieten van de talenten op het podium die vaak meerdere rollen vervullen, de muziek, het decor dat steeds met kleine veranderingen een compleet andere setting biedt, en we genieten van het samen op pad zijn.

Zo ook vorige week donderdag.
De Mol en de paradijsvogel.

Een musical over Albert Mol en hoe hij zijn homoseksualiteit voluit toonde op de Nederlandse televisie in een tijd dat dit nog niet gewoon was. Ik verwachtte een avond heerlijk vermaak, mooie muziek en dans en een goed verhaal.

Ik kreeg zoveel meer!

Want de musical gaat niet per se over Albert Mol (die, om eerlijk te zijn, van voor mijn tijd is). Het gaat over existentiële vragen. Vragen die van alle tijden zijn.

Wie ben ik? Wat laat ik anderen zien?
Ben ik mezelf als ik het podium (letterlijk of figuurlijk) pak en vol overgave laat zien welke talenten ik in huis heb?
Of ben ik mezelf als ik thuis op de bank onder een dekentje een film kijk?
Hebben we allemaal een paradijsvogel in ons, gekooid of vrij gelaten?

Wanneer hoor ik erbij?
Waar vind ik gelijkgestemden?
En wat als ik nergens bij hoor?

Het was een magische avond. In een razend tempo namen de acteurs het publiek mee op reis langs alle scènes. Met een live band, fantastische dansers en prachtige stemmen imponeerde het gezelschap op alle vlakken.

Eén acteur blijft me het meeste bij. Deze boomlange, zachtaardige kerel die in zijn vrije tijd ook als uitsmijter aan de gang kan gaan, laat de mens in alle facetten zien; robuust, groot en dominant, en dan weer liefdevol, warm en meelevend.

Een voorstelling die nog wel even nagalmt in mijn hoofd.

En dan zijn er mensen die zeggen dat cultuur een onnodig extraatje is…

Verbouwen of verhuizen

Even naar Funda.nl.
Standaard iedere ochtend neem ik een kijkje. Mijn zoekinstellingen automatisch opgeslagen.

  • Te duur (voor wat je krijgt).
  • Niet mijn smaak (en dus zonde en te duur om aan te passen).
  • Verkeerde locatie.
  • Slaapkamer te weinig (en geen mogelijkheid om die gemakkelijk te maken).
  • Te kleine tuin.
  • Te verouderd (en daardoor weer te duur).
  • Naast een friettent (ik hoef de geur van frituurvet niet in mijn slaapkamer).
  • Te saai, te gelikt, te … vul maar in.

Het is nog niet zo gemakkelijk, zeker niet in deze markt. En eigenlijk mag ik niet klagen want we zitten niet op de schopstoel.

Want we willen helemaal niet verhuizen. We houden van ons huis(je) en de locatie. Maar een iets grotere woonkamer, tuin en badkamer zou heel fijn zijn. Maarja, vindt dat maar eens! Je wilt er wel op vooruit gaan en dan moet je de portemonnee trekken.

De andere optie is verbouwen. Beneden is er weinig ruimte om uit te breiden, maar boven zien we mogelijkheden. De eerste offertes zijn helaas nogal… heftig. Voor het bedrag waar we negen jaar geleden nog een dakkapel en vaste trap lieten plaatsen, heb je nu niet eens het sanitair van de badkamer. Dat is even slikken.

En dus blijft het voorlopig het dilemma: elke dag Funda openen. Elke dag gesprekken over ‘hoe we slim kunnen verbouwen’. Want dat bad, dat wil ik. En dat past nu niet.  

Disclaimer mocht je me een verwend nest vinden: een bad was ooit een voorwaarde van mij, maar dat heb ik laten gaan toen we dit huis bijna vijftien jaar geleden kochten. Het wordt tijd om die voorwaarde alsnog in te lossen. Vind ik.

En ja, ik ga er zeker in zitten (maar niet in het bad op de foto).

De middelbare start

Ik had er zin in.
12 jaar oud, rugtas om en een nieuwe start.

Een jaar eerder waren we verhuisd, van Heemstede naar Middelburg.
Mijn basisschool sloot ik af in een andere stad, met kinderen die elkaar al vanaf de kleuters kenden, net andere kleren droegen en niet zo’n rare (ai)r hadden als ik in die tijd.

Ik was anders.  
En dat was niet makkelijk. Maar uiteindelijk vond ik mijn plek in die groep 8.

Toch overheerste een jaar later vooral het gevoel van een frisse start, een nieuw begin.
Ik ging als enige van mijn groep 8 naar 1 vwo van het SSGM (nu Nehalennia).
Die eerste dag maakte ik meteen een vriendin en ontdekte ik dat ik zeker niet de enige was die opnieuw begon, die het spannend vond en graag ergens bij wilde horen.

Ik heb een geweldige middelbare schooltijd gehad.

Naar de kleuters

Vorige week maakten Joep en Evi de overstap naar de middelbare school.
Als tweeling startten ze samen op de basisschool op 100 meter van ons huis.
Nu hebben ze allebei een eigen school gekozen en starten ze opnieuw. Zonder elkaar en zonder vriendjes of vriendinnetjes, want ook die maakten een eigen keuze.

Daar gingen ze, met hun (zware) rugtas, dromen, vrees en goede moed.

De eerste dagen waren leuk, intensief, spannend en soms saai. Maar de start is goed!
Zo’n start gun ik ieder kind dat de overstap naar het vo maakt.
Zoals Joep zei: “Eigenlijk is het net de basisschool maar dan anders.”

En zo zou het voor iedereen moeten zijn.

Op naar nieuwe avonturen!
En deze mama kan ook weer opgelucht ademhalen (want niet alleen de kinderen vonden het spannend).

Mijn haat-liefdeverhouding met de avondvierdaagse

Ik ben van nature een vergevingsgezind persoon die negatieve ervaringen (mits niet te traumatisch) redelijk gemakkelijk vergeet.

Dat is in veel gevallen prettig, vind ik. Maar met enige regelmaat brengt het me in ‘dit had je kunnen weten’-situaties.

Zo ook de avondvierdaagse.

Deze week is het weer vier dagen feest. Of we meedoen? Natúúrlijk! Want dat is zo leuk voor de kinderen. Wanneer ik ons inschrijf denk ik aan de gezelligheid en de lol die ze onder elkaar hebben onderweg terwijl we een prachtig landschap doorkruisen met een vriendelijke avondzon op ons gezicht.

De praktijk is wat complexer.

Ten eerste is er de logistieke uitdaging van om 17.00 uur eten en om 17.30 uur op de fiets zitten vier dagen lang. Het geeft me een gevangen gevoel.

Dan is er het vervoer. Aangezien we meedoen met de vierdaagse in Goirle (die in Tilburg vindt plaats in de Reeshof en dat is hemelsbreed nog verder weg) dienen we elke dag 20 minuten heen en terug te fietsen. Of in de file te staan met een auto die we nergens kunnen parkeren. Allemaal geen grote ramp, maar niet ideaal.

Dan het lopen.

Ik houd van wandelen. Maar wandelen in een colonne peuters, kinderwagen, kleuters, grotere kinderen en ouders is van een hele andere orde. Het schuifelt, het stopt opeens, het gilt en het stroomt niet door. In plaats van vrolijk doorstappen is het veel meer je overgeven aan de vaart der volkoren. Dat vind ik lastig.

En dan is er nog een ouderdilemma: het snoep. Ja, ze mogen best een snoepje. En nee, ze zijn zeker niet dat ene kind met een wortel, maar mensen, overdrijven we niet een klein beetje? Als kinderen op de laatste dag een washandje in hun nek moeten doen omdat de touwtjes met snoepzakken anders te veel in de tere huid snijden, dan gaan we denk ik een stap te ver.

Dus wat is wijsheid? Accepteren en meedoen of principieel weigeren?

Een opdrachtgever vroeg me vandaag wat nu eigenlijk het doel is van de Avondvierdaagse. Ik denk dat het draait om saamhorigheid, beweging en genieten van het lokale landschap. Maar helaas is de realiteit ook schuifelen met snoep en stress aan de keukentafel.

Herinner me hier volgend jaar aan mensen.

N.B. Het is óók leuk, dat zeker.

Je bent zo oud als je je voelt

Over negen dagen ben je jarig mama, rekent Huub blij uit.
En daarna is het nog negentien dagen tot mijn verjaardag!

Klopt helemaal, zeg ik.
Ik word 44 jaar. Poeh, zo oud voel ik me nog niet.
Natuurlijk hoop ik nog véél ouder te worden (in goede gezondheid graag), maar 44 voelt al zo ver weg van de veertig en toeschuivend naar de vijftig.

Huub kijkt me aan met een schuin hoofdje en een geïnteresseerde blik.
Hoe oud voel je je dan?

Nou, een jaar of 38 ofzo.

O ja? Ik denk dat als ik je niet kende, ik je 39 jaar zou schatten.

Daar doe ik het voor.
Dus mensen, ik word bijna 39. Dat jullie het even weten.

De stap naar het vo

Het was wel even een dingetje.

Deze week was het ‘Inschrijfweek voor het voortgezet onderwijs’.

Maandag schreef Evi zich in bij De Nieuwste School. Dinsdag Joep bij het Cobbenhagenlyceum.

Na vele open dagen, meeloopdagen en ouderavonden, was de keuze gemaakt. Extra spannend: beiden kozen voor een lotingsschool, dus bleef het nog even de vraag óf ze volgend jaar naar de school van hun eerste keuze mochten. Dat is best onzeker wanneer je een hoop moeite doet om een school te vinden waarvan je denkt dat die bij je past.

Terug naar maandag.

We lopen de school binnen met Evi en ja, het klopt.

Ik zie haar de komende jaren naar deze school gaan. Het is een logische stap in haar ontwikkeling, die past bij wie ze is.

Terug naar dinsdag

Joep loopt de school binnen. Ook hier volgt dat ‘kloppende gevoel’. Een prettig gesprek, een welkom gevoel. Ja, leuk!

En toch klopt het ook weer niet.

Want hallo! Hoe kan het dat ik ruim 11 jaar geleden met een megatoeter zat te puzzelen en het nu al tijd is voor het vo? Al die luiers, flesjes, stapjes, hapjes, lessen, clubjes, diploma’s en feestjes.

En nu staan we opeens hier. Dat wordt nog wat dit jaar met mij (lees: ik neem tissues mee naar de eindmusical).

Goed nieuws trouwens: beide scholen hoeven niet te loten.

Hier hangt de vlag uit.

Het verhaal achter een moordenaar

Seriemoordenaars, pedofielen, verkrachters; dat zijn monsters toch?

Of niet?

Een paar weken geleden interviewde ik twee strafrechtadvocaten over hoe zij verdachten bijstaan tijdens een rechtszaak en hoe belangrijk het is dat de rechten van een verdachte worden verdedigd.

Want iedereen heeft recht op een eerlijk proces.

So far, so good.

Ze vertelden over hoe hun cliënten worden uitgekotst door de samenleving én hun eigen familie. Zeker cliënten in de wat extremere zaken. Mensen zijn geneigd om te oordelen; jij bent slecht. Maar, zo verzekerde één van de twee mij, je start niet met een wietplantage als je het goed hebt. Achter ieder mens zit een verhaal, ook wanneer je iets gedaan hebt wat de maatschappij verafschuwt.

Volgens hem zien de meeste mensen verdachten als monsters en vergeten we dat het óók mensen zijn. Mensen met ouders, soms kinderen, broers, zussen, hoop, verdriet.

Ook daar kan ik in meegaan.

Maar tot hoe ver? Wanneer wordt een mens een monster? Of wordt hij dat nooit? Is er altijd context?

Toen ik hierover sprak met een collega verwees zij me naar Midas Dekkers. Die vertelde over waarom hooligans zo gewelddadig kunnen zijn. Dat komt namelijk omdat mensen eigenlijk dieren zijn. En neem een vos, die kan de eigen jongen fantastisch verzorgen, maar een prooi aan stukken scheuren. Omdat het nu eenmaal moet eten, of zichzelf moet verdedigen. Beide kanten zitten in ons.

Dus geen monsters, maar beesten dus. Beesten met een verhaal. Ik blijf nog even kauwen op dit vraagstuk.

Back to the future

22 november

Ieder jaar is het weer zover; de herbeleving.
Om 11.30 uur gingen we naar het ziekenhuis.
Om 12.00 uur at ik nog stiekem een eierkoek terwijl we naar de afdeling reden (ik had beginnende zwangerschapsvergiftiging en kreeg wat extra onderzoeken, met mogelijk een keizersnede aan de horizon).
Om 13.00 uur kreeg ik een CTG (hartfilmpje van de baby’s) en deden ze bloedtesten.
Rond 13.45 uur sprak de gynaecoloog de memorabele woorden: 22-11, een mooie datum voor een tweeling. Houd haar maar nuchter voor de keizersnede (oeps, die eierkoek)!
Om 15.45 uur werden Joep en Evi geboren.

Schijnbaar blijft dit zo. Ik hoorde van andere, meer ervaren moeders dat ze nog steeds ieder jaar op de verjaardagen van hun kinderen alle stappen doorlopen. Het staat in onze geheugens gegrift.

Dat is op zich niet zo raar natuurlijk, je krijgt niet iedere dag een kind. Of twee.
Het blijft bijzonder.

Ik pak de foto’s er nog maar even bij. Daar meten we mijn buik voor de laatste keer op (112 cm omvang!). Daar trekt Mathijs het te kleine operatiekamerpak aan. Daar krijg ik de ruggenprik. En daar liggen twee schreeuwende, kleine, paars-roze baby’s op de tafel. Ze zijn er!

Inmiddels typt Evi sneller de namen inclusief bumpervoorkeuren in bij de bowlingbaan dan dat ik dat kan. Zingen we samen in de auto keihard mee met nieuwe (Engelstalige) muziek die ik ken via Evi . En weet Joep vele malen meer van vissen dan ik. En praat hij in een soort codetaal over Pokémons (raids, namen, evoluties…). En zijn we ons volop aan het verdiepen in middelbare scholen.

Jongens, jongens, wat gaat het snel.

Maar woensdag even niet in mijn hoofd. Woensdag was het eventjes 2012 (maar dan gelukkig zonder de lichamelijke ongemakken).

Dikke pro van zelfstandig ondernemen

Ik vind het heerlijk om zelfstandig ondernemer te zijn.

En soms vind ik het verschrikkelijk om zelfstandig ondernemer te zijn.

Hoe dat zo?
Ik neem je even mee.

Afgelopen maandag reisde ik voor EELT Theatercollectief af naar het Zeeuwse Zoutelande. Voor de mensen die het niet weten; het strand is mijn happy place. Het ruisen van de zee, de luchten en vergezichten, de zoute geur in mijn neus. Dus een uitnodiging om het nieuwe beleidsplan van EELT op papier te helpen zetten in deze kustplaats, liet ik niet aan me voorbij gaan.

Na stevige gesprekken, diepgaande discussies en kritische noten, pakte ik mijn kans om even uit te waaien. Het maakt mij niet zoveel uit wat voor weer het is wanneer ik het strand bezoek (echte stormen of striemende regen daargelaten); ook in de herfst is het strand een fijne plek. Ik genoot.

Ik geniet wel vaker. Wanneer ik bijvoorbeeld besluit om een rondje te wandelen om mijn hoofd leeg te maken tussen de bedrijven door. Of wanneer ik even thuis ga lunchen en geen twee bammetjes met kaas maar een gegrilde flatbread met van alles maak. Hoe fijn is het dat er niemand dan zegt ‘moet jij niet aan het werk zijn?’. En ja, ik maak ook lange dagen, schakel steeds tussen projecten en opdrachtgevers en ervaar soms iets te hoge pieken qua werkdruk. Maar over het algemeen is het dus genieten.

Het enige grote nadeel van voor jezelf werken vind ik dat niemand je uit je blokkade kan en gaat halen. Dat ene project waar ik me in moet vastbijten? Ik moet het van mijn eigen daadkracht en doorzettingsvermogen hebben om daarmee aan de slag te gaan. Die BTW-aangifte die de deur uit moet? Ja, dat mag ik dus doen, niemand doet het voor me. En dan heb ik het nog niet over zaken als een Teams-app die niet goed werkt of de aanschaf van een bureau.

Maar goed, het mag de pret niet drukken. Want kijk eens naar deze foto: mijn blije snoetje zomaar op een maandagmiddag op het Zeeuwse strand. Geluk in een notendop.