Voetenresearch

Just another day at the office: vanmorgen mocht ik genieten van een voetreflexmassage in het kader van artikelresearch. En we hadden voeten nodig voor de foto, dus tja, dan offer ik me wel op. Ik had nog nooit zo’n massage gehad en het was een bijzondere ervaring. In je voeten zitten drukpunten die via energiebanen corresponderen met organen elders in je lichaam. Door die drukpunten te stimuleren hef je blokkades op en help je het lichaam zichzelf te genezen en van afvalstoffen te ontdoen.

Ik voelde me in eerste instantie een beetje opgelaten zo met fotograaf. Mijn doorgezakte platvoeten zijn nou niet bepaald het toonbeeld van elegantie. Ter compensatie had ik mijn nagels voorzien van een felrode lak. Die knalde er flink uit op de foto. Ik ging liggen en moest me ontspannen. Geen probleem met rustgevende muziek en geurkaarsen. Ria begon. Ze ging langzaam de drukpunten af. Ik voelde wanneer er een punt geprikkeld werd en soms was dat pijnlijk. Dan schoot er een steek door mijn voet wat betekende: een blokkade. Ria vroeg dan of ik misschien last had van mijn keel (euh ja, herstellende van keelontsteking), moe was (ja!), soms hoofdpijn en nek- en schouderklachten had (als ik moe ben) en of ik soms ongesteld moest worden (privé). Rustig masseerde ze elk drukpunt. Ze ontdekte dat ik mijn hersenen veel gebruik (klopt natuurlijk) en dat het met mijn hart, lever, alvleesklier en galblaas wel goed zit. Mijn lymfeklieren en holtes waren minder fit, logisch met een verkoudheid (overblijfsel van de keelontsteking). Van het masseren kreeg ik het erg warm en mijn handen waren klam van het zweet. Logisch, zei Ria, in je handen zitten ook uiteinden van dezelfde energiebanen. Aan het einde masseerde ze mijn voeten heerlijk na met een lavendelolie.

En nu is het de vraag wat er gebeurt. Sommige mensen krijgen er meteen energie van, anderen krijgen last van alle afvalstoffen en worden moe. Ik vermoed dat ik in de tweede categorie val want sinds ik de massage gehad heb ben ik moe en loop ik als een stonede zombie rond. Logisch, met al die griepbacillen in me. Het was echt heerlijk ontspannend, een aanrader. Wat ik nog wel het fijnste vond is dat iemand met aandacht en liefde mijn voeten masseerde. En dat ikzelf met aandacht en liefde naar mijn lichaam luisterde, me bewust was van mijn eigen lijf. Dat mag ik wel wat vaker doen.

Fotografie: Dirk Kreijkamp

Jammer Pollevie

Ik had collega T. beloofd weer eens een blog te schrijven over iets waar ‘hij bij was’. Nou hadden we toevallig gisteren met een aantal collega’s een terrasje gepakt, dus een mooi onderwerp om aan te pakken. We togen rond zes uur richting stad, waar de terrassen al flink gevuld waren. Het was zoeken naar een plekje en uiteindelijk kwamen we bij Pollevie terecht, een eetcafé op een leuk binnenpleintje in de binnenstad van ‘s-Hertogenbosch.

De biertjes smaakten goed, we hadden een mooi plekje bemachtigd en ook de eerste hapjes gingen er als zoete koek in. En toch was het bezoek aan Pollevie niet voor herhaling vatbaar. En dat kwam met name door de bediening. Het eten was best lekker. Ik had pasta met truffel, groene asperges en oude kaas. Het smaakte goed, maar was iets te gaar en bevatte bijzonder weinig truffel. Maar al met al: prima pasta’tje.

Twee collega’s hadden een gerecht waarbij frietjes en salade hoorde. De serveerster zei op de automatische piloot ‘eet smakelijk, frietjes en salade komen er zo aan’. Maar die kwamen dus niet. Wel kreeg een andere tafel tien minuten na ons frietjes en salade, wat ons deed vermoeden dat we nogal vergeten werden. En dus vroegen we hoe het zat aan de oververhitte, ietwat sacherijnige ober. Die zei dat het toch gratis was (!). Waarschijnlijk bedoelde hij inbegrepen bij de prijs, maar toch. Niet erg handig geformuleerd en ook bepaald geen goede reden om een tafel van friet en sla te onthouden. Vijf minuten later vroegen we het zijn vrouwelijke collega, die het ‘bullshit’ vond dat hij had gezegd dat het gratis was. En gelukkig kwam het er vervolgens snel aan.

Al met al was het erg gezellig op het warme terras met alle lieve collega’s. en ook erg leuk om oud-collega W. weer eens te spreken. Alleen viel de service van Pollevie nogal tegen. Los van bovenstaande anekdote hadden we per persoon gemiddeld twee à drie drankjes meer gedronken als ze regelmatig langs waren gekomen of de drankjes sneller hadden geserveerd. Een gemiste kans. Volgens mij stonden ze met te weinig (kundig) personeel. Terwijl een goed mannetje (of vrouwtje) meer zichzelf meteen terug betaalt in een hogere omzet. www.pollevie.nl: typisch geval van jammer.

Flos-zin

Ik weet het: ik loop hopeloos achter, de meeste mensen gebruiken het al jaren en zo bijzonder is het nou ook weer niet. Maar ik heb dus de elektrische tandenborstel ontdekt. In welke grot ik heb gezeten? Nou, de ‘ik blijf gewoon handmatig poetsen want dat is goedkoper en al die elektrische onzin heb ik thuis niet nodig’-grot.

Laatst moest ik voor controle naar de tandarts (geen gaatjes, joepie). Na een grondige blik op mijn gebit kreeg ik op mijn kop van hem omdat ik te hard poetste. ‘Daar werden mijn tanden echt niet witter van en ik poetste mijn tandvlees kapot’, reclameerde hij. Ik moest met een zachte borstel gaan poetsten. Maar dan voelt het niet lekker schoo-hoon, zeurde ik. Toen volgde het advies om een elektrische tandenborstel aan te schaffen. En aangezien ik over dertig jaar ook nog graag tandvlees heb, moest ik er wel aan geloven.

Heel toevallig kreeg ik hetzelfde advies trouwens het weekend voor mijn controle van vriendin M. van zus L. die mondhygiëniste is. Zij raadde ook elektrisch poetsen aan én zag meteen dat ik poetste na het eten van zure dingen. Oeps, lachte ik met mijn lippen op elkaar, want dat klopte als een bus. En dus is er een revolutie gaande bij mij thuis. Ik poets nu voordat ik zure dingen eet in plaats van erna én elektrisch. Ik ben dolblij met mijn Oral-B Professional Clean. Mijn tanden hebben nog nooit zo glad gevoeld, mijn mond blijft fris en mijn tandvlees intact. Ik krijg er zelfs zin van om te flossen, want dan voelt het helemaal lekker schoon. En ik heb zin in mijn controle over een half jaar. Alleen lukt het me niet om helemaal kwijlloos te poetsen, zelfs als ik geen water gebruik. Hopelijk baart oefening kunst.

Eerlijk zeggen

Schrijf ik vandaag vanwege de herkenning, de aandacht, de schrijfoefening of voor mezelf? Dat vroeg ik me af toen ik deze blog las: http://www.bright.nl/28-mooi-geschreven (ja, ga er maar even voor zitten). Ik voel me natuurlijk onmiddellijk aangesproken. Schrijf ik nihilistisch? Zijn mijn overpeinzingen triviaal vergeleken bij het leed in de rest van de wereld?

Ik denk dat het antwoord op bovenstaande vragen stuk voor stuk volmondig ‘ja’ is. Ten eerste is het leuk om ‘hee dat heb ik ook’ te horen. Als vrouw probeer je jezelf altijd beter/netter/intelligenter/dunner te profileren dan je eigenlijk zou zijn wanneer je je compleet ontspant (vrouwennijd). Dus is het best fijn om de boel eens te laten hangen, hierover te schrijven en dan te horen dat je niet de enige bent. Daarnaast is het gewoon lekker om een stukkie te tikken. En een mooie oefening.

Natuurlijk weet ik dat er mensen doodgaan van de honger, omkomen bij een vliegtuig- of treinramp en dat politici veels te veel declareren. Ik weet dat het feit dat ik mijn bh’s te weinig was of ga barbecuen daar schril bij afsteekt. Maar zo is alles relatief en onbelangrijk en zijn wij eigenlijk maar mieren op een grote hoop die individueel weinig waarde hebben. Aangezien ik dat een droevig idee vind, ga ik er vanuit dat de wereld zit te wachten op mijn verhalen.

Dan de grote vraag: doe ik het voor mezelf of voor de aandacht? Laten we eerlijk zijn; als ik het voor mezelf deed, kon het ook in een mooi dagboekje met een Ponypaardje en een slotje erop. Nou ben ik altijd een beetje huiverig voor van die mensen die constant in het middelpunt van de aandacht staan, uitschreeuwend ‘kijk naar mij’, een dansje doen en stralen vanwege de op hen gerichte ogen. Plaatsvervangende schaamte krijg ik ervan. Toch heb ik deze eigenschap ook in me, anders had ik deze blog niet en dan deed ik het wel anoniem. Eerlijk toegegeven hè? Herkenbaar ook?

Tijd of geld

Met dank aan lieve vriendin N. en de huidige digitale mogelijkheden luister ik nu al een paar dagen naar Paolo Nutini. Zijn naam doet een Italiaanse Casanova-achtergrond vermoeden, wat klopt, maar officieel blijkt Paolo Schots te zijn en lijkt hij meer op Wouter Hamel dan Eros Ramazotti. Ik vind een aantal nummers erg mooi, maar ‘Last request’ en ‘New shoes’ springen er uit. De eerste vanwege de heerlijke melancholie en het zinnetje ‘don’t shrug your shouders’. Ik heb dan meteen een beeld van een ontroostbaar meisje met een pruillip. Mooi vind ik dat, als een paar woorden meteen een heel beeld schetsen.

Bij ‘New shoes’ blijft ook een zin uit het refrein hangen. Dat gaat zo:
“… I said, hey, I put some new shoes on and everybody’s smiling,
It so inviting,
Oh, I’m short on money,
But long on time,
Slowly strolling in the sweet sunshine…”

Het doet vermoeden dat Paolo een beetje een lamlul is (excusez le mot) die de hele dag een beetje rond wandelt op nieuwe schoenen. Maar los daarvan zet het ‘short on money, but long on time’ me aan het denken. Want wat is nou echte rijkdom? Tijd of geld? Ik peins er nog even over terwijl ik uitkijk over de weide zee, het duinenlandschap en blije toeristen met in mijn oor de zacht-zwoele stem van Paolo.

Fikkie gezond

Drie dagen achter elkaar barbecueën, dat deden we de laatste keer dat we naar Zeeland gingen. Denk niet drie dagen speklappen en hamburgers, zeker niet. Nee: zelfgemarineerde kipsaté, vispakketjes met zalm, garnalenspiesjes, worstjes (ja, toch wel), gegrilde groene asperges en paprika en gemengde salade. Ik ga watertanden bij het idee. Deze keer probeer ik niet te vergeten om speciale kruiden mee te nemen (bijv. gemengd chilipoeder en mosterd- en korianderzaad), zodat de marinades nóg bijzonderder worden.

Deze keer vermoed ik dat we donderdag en vrijdag het vuur weer opstoken. Op zaterdag onderbreken we het barbecueën voor een ongezonde dag Concert at Sea. Vorig jaar had ik me tegoed gedaan aan poffertjes, pizzapunten, friet en een broodje hotdog. Dat belooft wat! Na dit culinaire dieptepunt stort ik me vol overgave op een gezonde variant van de barbecue. Want dat is zeker mogelijk. Het wordt: groentespiesjes van paprika, asperge, ui, tomaat en courgette. Gemarineerde visspiesjes (met mosterdzaad en citroen) en kipsateetjes. Flinke salade erbij, geen kruidenboter maar olijfolie met zout en verse tijm en zelfgemaakte pittige tomatensaus. Ik kan niet wachten. Iemand nog andere gezonde barbecue-ideeën? Ik houd me aanbevolen.

Even onredelijk

Soms ben ik de rust en redelijkheid zelve, bemiddel ik tussen verkeerd begrepen gesprekspartners, laat ik vriendelijk lachend oudere dames voor in de rij bij de kassa omdat ze maar twee dingen hebben en roep ik enthousiast bedankt nadat iemand me eigenlijk helemaal niet geholpen heeft. Soms ook niet. De laatste tijd merk ik dat ik vooral niet voor rede vatbaar ben op twee momenten (het zijn er vast meer, maar deze springen er nu even uit), te weten op het station lopend in een gekanaliseerde mensenmassa en wanneer er geklust dan wel gelawaaid wordt (onbekende klussen die gepaard gaan met veel lawaai).

Ik licht dit even toe. Ik reis iedere dag heen en weer met de trein tussen het industriële Tilburg en het authentieke ‘s-Hertogenbosch. Gisteren ging ik, zoals zo vaak op dinsdag, spinnen. Ik heb dan beperkt de tijd. Eenmaal aanbeland op Tilburg CS maakte ik gisteren de grote fout om niet op tijd richting treindeur te lopen én in het midden van de coupé te gaan zitten (al moest ik blij zijn dat ik überhaupt kon zitten). Ik moest aansluiten in de trage rij naar buiten schuifelende mensen en het duurde wel even eer ik op het perron stond. Meestal laat ik me gedwee meevoeren door de stroom van de kudde, maar nu wipte ik zenuwachtig heen en weer op mijn tenen. De trein had namelijk vijf minuten vertraging dus ik ‘was al la-haat’. Vervolgens perste ik me met de gehele kudde een smalle trap af, tegenliggers en vouwfietsen ontwijkend de kleine gang door en wegduikend voor senioren door de wat ruimere hal. Eenmaal buiten schreeuwde de dikke daklozenkrantverkoper me vanaf zijn stoel een blij verbeten ‘Allee allee’ toe. Ik manoeuvreerde mezelf langs de slenteraars richting mijn fiets en merkte: ik ben onredelijk sacherijnig.

Mijn andere bron van ergernis is lawaai. Met het risico dat ik klink als een ouwe zeur, moet ik bekennen dat ik houd van rust en stilte. Een kabbelend beekje, jazzy deuntje of het geluid van aanrollende golven, vind ik heerlijk, maar lawaai: nee. Sommige mensen werken stoïcijns en effectief in hun eigen wereldje zonder last te hebben van pratende collega’s, slijptolbedienende bouwvakkers of rinkelende telefoons. Ik dus niet. Het zal wel door mijn nieuwsgierige aard komen, maar telefoons en gesprekken op geluidsafstand leiden mij altijd af. Ik móet weten wat er aan de hand is. En bouwvakkers, nouja, die haat ik dus. Dat is niet persoonlijk bedoeld en bovendien erg onredelijk en onaardig (ik weet het). Maar dat lawaai! Ik word er horendol van. Overigens een prachtig woord dat vaker gebruikt mag worden: horendol. Zoals je merkt heb ik ze niet meer op een rijtje. Daarom gaan we er even tussenuit. De komende vijf dagen vertoeven wij aan de Zeeuwse kust (voor de inbrekers: onze buurman past op huis en katten, kom dus maar niet langs…), genietend van zee, zon, strand en Concert at Sea.

Dovendansers

Met het enthousiasme van een vrolijke adhd’er huppelden ze naar voren het podium op. Ze waren met z’n tweeën. Omstebeurt deden ze een liedje en zweepten ze het publiek op. Swingend, aandacht trekkend en ontzettend vrolijk gebaarden ze de tekst. Over wie ik het heb? De dovendansers tijdens Mundial. Twee dames beeldden alle liedjes van Sabrina Starke uit met een flair, inlevingsvermogen en een geestdrift dat het een lieve lust was. In één woord: geweldig!

In eerste instantie grapte ik ‘dat lijkt wel een doventolk’, wat dus ook zo bleek te zijn. De dame links op het podium trok bijna meer aandacht dan Sabrina zelf. Ze gebaarde ritmisch en danste daarbij. Op zich een goed en leuk initiatief vond ik, zo kon iedereen van de tekst genieten. Alleen, bedacht ik me vervolgens, een doventolk is voor dove mensen. En dove mensen kunnen niet horen, wat betekent dat ze de muziek ook niet kunnen horen. Wat heb je dan aan zo’n optreden? Ik besprak dit met een meisje uit onze groep, die me verzekerde dat als je doof bent, je wel trillingen voelt. En je pikt natuurlijk ook de gezelligheid mee van het festival. Dat kon ik alleen maar beamen.

Als niet-dove voegt het trouwens ook wat toe, vind ik. Ik weet nu bijvoorbeeld hoe je liefde uitbeeldt; sla beide handen op je borst en spreid ze daarna uit richting de andere mensen, lach blij. En het woord lelijkheid is me ook bijgebleven; maak van je linkerhand een kommetje, dat je op je hoofd plaatst terwijl je een soort van builenpest uitbeeldt, kijk hier vies bij. Toch handig, als je iemand stiekem héél lief of lelijk vindt.

Onbegrijpelijk zomerdipje

Zomerdepressie, ik las er vanmorgen over in de Spits. Eigenlijk bestaat het niet, aldus een geciteerde psychologe. Het is net zoiets als winterdepressie, waarvan de officiële term winterblues is. De zomerblues dus. Mensen worden moe, lamlendig en somber van lange, zonnige dagen. Het voelt alsof ze blij móeten zijn. En daar is weinig begrip voor.

Nou heb ik van mijn papa en mama geleerd dat je altijd moet proberen je te verplaatsen in een ander. Dat heb ik gedaan en nog begrijp ik het niet. Zelfs ondanks het feit dat ik zonneallergie heb. Volgens de psychologe zijn deze mensen waarschijnlijk al een beetje down en worden ze door de confrontatie met blije mensen depressief. Ok, dat begrijp ik. Maar dan is het dus geen zomerblues maar een ‘het hele jaar door’-blues. 

Dit citaat vond ik op www.zomerdepressie.net:
“Mensen vinden iets pas gezellig als het warm en zonnig is. Ze gaan buiten zitten of verzinnen er een hulpoplossingen voor. Veel mensen hebben het idee dat de ‘mooie’ zomers de laatste jaren te ‘danken’ zijn aan de klimaatverandering. Ze beseffen niet dat een klimaatverandering niet alleen betekent dat er warmere en drogere lentes en zomers komen, maar ook heftigere schommelingen. Dus meer stormen, meer neerslag en daardoor mogelijk nattere zomers etc. Die onwetendheid vind ik onvoorstelbaar…”

Dan denk ik ‘ok, je vindt dat mensen zich bewust moeten worden van klimaatverandering’ en ‘ok, je bent meer een wintermens’. En wat dan nog? Zo lyrisch als iedereen over de mooie zomer oreert, zo heftig reageert de zomerdepressielijder. Een kwestie van ‘afzetten tegen’ en ook wel van conditionering. Heeft het merendeel van de mensen geleerd dat warm zomerweer leuk en gezellig is, een kleine groep ervaart dit juist andersom. Nou en? Ik snap het nog steeds niet. En als ik morgen in de regen op Mundial sta, al helemaal niet. Laat de zon maar schijnen!

Het lege bed

Mathijs zwaaide een week geleden naar een bejaarde overbuurvrouw op het balkon toen hij naar de auto liep. Op zich niets bijzonders, dat doet hij dagelijks. Hij riep vriendelijk ‘alles goed’ en kreeg een antwoord dat hij niet verwachtte. De man des huizes lag namelijk op sterven. Hij had terminale kanker, at en dronk niet meer. Hij lag alleen nog in de woonkamer met het ziekenhuisbed naast het raam waarschijnlijk afwisselend te kijken naar de wolken in de blauwe lucht en zijn lieve vrouw. Vijftig jaar waren ze getrouwd geweest en daarvoor waren ze al zeven jaar samen.

De vrouw liep weer terug naar binnen, pakte de hand van de man en zwaaide ermee als een soort laatste groet. Mathijs ging, nogal onder de indruk van dit droevige verhaal, richting auto. We wonen naast een bejaardentehuis en dan weet je dat de kans dat er iemand overlijdt of ernstig ziek wordt, groot is. Maar zulk nieuws op de vroege ochtend hakt er in. ’s Avonds vertelde hij het verhaal aan mij. We hadden het over de overbuurman, die ik niet zo goed kende. Hij had enthousiast gereageerd toen Mathijs een jaar geleden een kast aan het opknappen was op het balkon. Tips, werkwijzes en anekdotes gingen over en weer. En nu lag de man op sterven.

Sinds vorige week maandag kijk ik met een schuin oog richting het raam van de flat. Staat het bed er nog? Hoe lang doet iemand die niet meer eet en drinkt erover om dood te gaan? Even dacht ik dat het bed weg was, maar dan stond het er de volgende dag weer. Afgelopen weekend zag ik het duidelijk. Het bed stond er nog, leeg. De overbuurvrouw is na 57 jaar samen weer alleen.