Gewoonweg goddelijk

Mijn moeder kent me goed. Natuurlijk denk je, het is je moeder, maar toch wilde ik het even gezegd hebben. Dat ze me zo goed kent, bleek afgelopen woensdag weer eens toen we aanschoven in het gezellige restaurantje Mas in Utrecht. Na een wandeling van een minuut of twintig langs idyllische Utrechtse straatjes, grachten en prachtige ouderwetse panden, vonden we Mas. Mama had er eerder gegeten met een tante die het weer ontdekte na een concert in de vlakbij gelegen tijdelijke concertgebouwlocatie.

Zoals de meeste mensen wel weten: ik houd van lekker eten (en van nog wel meer dingen, maar die zijn nu even niet aan de orde). Een restaurant moet goed zijn, gezellig, het eten smakelijk, origineel en niet te veel, de wijn heerlijk en bijpassend en de bediening leuk en verzorgend. Als ik het gevoel heb dat ik nergens op hoef te letten en dat ik in de watten word gelegd, dan is het goed. Ik ben geen gemakkelijke, kritiekloze tafelgenoot. Lastig dus om een restaurant te kiezen dat aan mijn hoge eisen voldoet.

Maar zoals gezegd, mijn moeder kent me goed. Na het etentje met haar zus in Mas, wist ze ‘dit is iets voor Melinde’. En zo geschiedde. Mas is een sfeervol, klein restaurant met een bovenverdieping die ’s woensdags niet open was. Ze hebben hun concept tot in de puntjes doorgevoerd, iets wat ik als medewerker van een communicatie- en marketingbureau erg kan waarderen. Vier originele kleuren, ieder seizoen een kleur en dan niet de meest voor de hand liggende. In de winter kiezen ze voor geel, want dat vrolijkt de boel zo lekker op. De kleuren zie je terug in de bloemen, kaarsen, een gordijn, de rekening, de betegeling in het toilet (!) en in de menukaart.

Of beter gezegd: menukaartjes. Je krijgt een houten doosje met daarin per gerecht een kaartje in memorieformaat. Zo selecteer je gemakkelijk wat afvalt en wat niet. En ik kan je verzekeren; er is keuze te over. De kaart wisselt elk seizoen en wordt aangevuld met extra gerechten. Mama at: gemarineerde rauwe tonijn met op de huid gebakken meerval, dungesneden coquilles met iets wat ik vergeten ben en als toetje een tarte tartin flan met vanillesaus. Ik koos voor de krokant gebakken zeeduivel met langoustine en venkelappel, kalfswang met gebrande mosterd en zoetzure rode kool en als dessert en gewoonweg goddelijk warm chocoladetaartje van witte en pure chocola met vanille-ijs. Ik had weer een ouderwets chocolademomentje. De amuse was een knolselderijsoepje met een mousse van ecrivisstaartjes.

Doezelig van de wijn, voldaan van het overheerlijke eten en rozig van alle goede gesprekken, liepen we door de frisse buitenlucht weer richting station. Zeker voor herhaling vatbaar! www.masrestaurant.nl.

IJspret

In onze kast prijkt sinds ongeveer anderhalve maand een ijsmachine. Met dank aan Mathijs, die Hoofd Onderhandelen is, kochten we het nog nooit gebruikte apparaat van Philips voor een prikkie via marktplaats. De koop vond plaats op een ijskoude, witbesneeuwde maandagavond begin januari, een toepasselijk moment om weg te dromen bij de koelte van zelfgemaakt ijs.

Sindsdien heb ik al vele malen dankbaar gebruik gemaakt van de ijsmachine. Ik kan het iedereen aanraden. Als je eenmaal de zachte, smeuïge structuur hebt geproefd van zelfgemaakt ijs, wil je niet meer anders. In januari heb ik me vooral geconcentreerd op allerlei varianten yoghurtijs (dit in het kader van de goede voornemens); frambozen, aardbei, banaan, kaneel en ananas. Stuk voor stuk verrassend lekker, al moet ik bij de banaan nog de juiste verhouding banaan-suiker-yoghurt vinden.

Vriendinnetjes Petra en Anne kwamen afgelopen zaterdag bij me eten. Ik had nogal lovend over mijn nieuwe apparaat georeerd en Anne had zo ongeveer geëist dat ik kaneelijs maakte. Ik had geen keus: kaneelijs zou het worden. Wandelend over de markt ’s ochtends raakte ik geïnspireerd door de verse stroopwafelkraam en dus werd het kaneelijs met stukjes stroopwafel. Ik zocht een recept op dat iets lastiger was dan het yoghurtijs (alles mengen met de staafmixer en hup in de machine). Ik moest room koken met een kaneelstokje en dat dan roeren door een mengsel van eidooiers en suiker. Alles in de machine en op het laatste moment de stukjes stroopwafel erbij.

Nou mag ik mezelf eigenlijk niet op de borst kloppen, dus alle hulde gaat naar het apparaat, maar wat was dat lekker! Heerlijk romig kaneelijs, niet te zoet, smeuïg en zacht met plakkerige stukjes stroopwafel die zorgden voor een kleine ‘bite’. Echt, een ijsmachine: ik kan het iedereen aanraden. Dat belooft wat voor komende zomer; lang buiten natafelen tijdens zwoele avonden, opgefrist door smaakvol ijs. Nu alleen nog dat huis met die zonnige tuin erbij.

Open boek

Mijn gezicht spreekt boekdelen. Sommige mensen hebben van nature een poker- (of poep)gezicht. De ogen uitdrukkingsloos, de mond een streep en de kaken strak. Geen greintje emotie te vinden op het uitgestrekte gelaat. Zoniet bij mij. Als ik iets leuk vind, dan is dat overduidelijk. Opgekrulde mond, stralende ogen inclusief lachrimpeltjes en zo nu en dan zelfs aangevuld met wat blije kreetjes of een bulderend lachsalvo. Als ik teleurgesteld ben of het even niet zie zitten, dan hangen mijn mond en ogen, en meestal ook mijn schouders. Eenmaal verdrietig dan schieten de tranen razendsnel tevoorschijn en als ik iets niet leuk vind dan maakt de uitdrukking op mijn gezicht dat haarfijn duidelijk.

Bovendien ben ik in mijn mimiek een meelevend persoon. Wanneer vrienden een zielig, grappig of interessant verhaal vertellen, ben ik overduidelijk verdrietig, blij of hang ik aan hun lippen. Datzelfde geldt voor televisieprogramma’s. Ik kan bij Onderweg Naar Morgen een traantje wegpinken, brul zo nu en dan keihard mee met zielige films of lig helemaal dubbel bij America’s Funniest Homevideo’s.  Op zich is dat niet erg als je in je eentje thuis voor de televisie zit. En zelfs de blikken van Mathijs zijn nog te overkomen. Hij kijkt wel eens naar mij terwijl ik naar de tv kijk. Ik ga er dan helemaal in op en heb niet door dat zijn ogen op mij gericht zijn. Glimlachen, verbaasd kijken, een boze blik; de ene uitdrukking volgt de ander in rap tempo op. Meestal resulteert dat in een vertederde glimlach van Mathijs. En dan weet ik: ik doe het weer.

Het wordt alleen een ander verhaal op de sportschool. Health City heeft cardio-apparaten met televisieschermen erop gemonteerd. Je plugt een hoofdtelefoontje in het apparaat en volgt tijdens het sporten je favoriete programma’s. Een fantastisch idee, want als je in zo’n programma opgaat, vliegt de tijd. Voor mensen zoals ik heeft het alleen één groot nadeel: iedereen ziet wat ik van het programma vind. En die blikken zijn eigenlijk best intiem. Regelmatig betrap ik mezelf op stiekeme lachjes of een boze frons. Snel breng ik mijn gezicht dan weer terug in de plooi, maar toch. Het lijkt me erg vermakelijk voor de andere sporters, maar ik schaam me er een beetje voor.

Opa’s laatste poets

Wat me het meeste bijgebleven is van de crematie van opa is dat het een mooie man is geweest. Hij had een goed leven met de nodige ups en downs, verdrietige en vreugdevolle momenten. En opa had een lang leven, hij is negentig jaar geworden, veel kinderen, negen in totaal, nog meer kleinkinderen (ik houd even op met tellen) en twee achterkleinkinderen. Ik ken hem als de handige opa, zo maakte hij voor mij en mijn zussen een houten spaarpotje in de vorm van een huisje. Hij speelde viool, fotografeerde en kookte graag. In de periode dat opa en oma in Frankrijk woonden, gingen we er in de zomervakantie meestal een week op bezoek. Dat werd dan een week van nieuw, lekker eten uitproberen (zus L. maakte kennis met vis), kleien in de tuin, opvoeringen bedenken in het zwembad en ’s avonds een groot kampvuur maken.

Later in het verzorgingstehuis kon hij niet meer klussen of koken. Maar hij bleef levensgenieter. Hij kon met name genieten van wijn en nootjes. Tante J. vertelde gisteren hoe hij iedere zaterdag een grote zak pelpinda’s kreeg van de verpleging. Alleen hij, verder niemand. Hij zat dan de hele middag rustig te pellen met een bordje zout op schoot, waar hij iedere pinda in doopte. Om hem heen verzamelde zich een berg schillen. Ongeveer een jaar geleden moest er bovendien een slot op de wijnkast. Opa ging ’s avonds gezellig wijn drinken samen met een medebewoonster. En tja, dan voelde hij zich ’s ochtends niet zo lekker. Maar het was wel gezellig!

Wat me vooral bijblijft aan mijn opa is zijn positieve instelling. Zijn liefde voor het leven. Tijdens de dienst gistermiddag kwamen zijn inventiviteit en positiviteit meerdere malen naar voren. Alle muziek was live gespeeld. Ik vond het bijzonder knap van mijn muzikale oom en tante dat ze, ondanks het droevige moment, het voor elkaar kregen om piano te spelen en te zingen. Ik zou het niet kunnen. Een meeslepend strijkkwartet troostte de aanwezigen vervolgens en samen zongen we een Frans lied (wat ik niet dacht te kennen, maar toch kende): a Toi la glorie. Maar het mooiste vond plaats nog voordat de afscheidsdienst begon. Terwijl iedereen in de wachtruimte bedrukt stond te wachten, stelde opa ons geduld wat langer op de proef. De begrafenisauto kreeg pech. Uiteindelijk moest de kist midden op de openbare weg overgeheveld worden naar een andere begrafenisauto. Wat een stunt. Een laatste poets van opa.

Oorlogswonden

Mijn iets te onstuimige activiteiten van de laatste tijd kwamen al eerder aan bod in deze blog. Dat het natuurlijk erg gezellig was tijdens deze avonden staat buiten kijf. Maar de gezelligheid blijkt minder fijne gevolgen te hebben. Op de korte termijn was dat natuurlijk: de kater. Maar ook op de lange termijn blijken er nadelen aan het doorzakken te zitten. Want schreef ik de vorige keer (Dat belooft wat) nog ietwat blijmoedig en tussen neus en lippen door over de blaren op mijn kuiten, inmiddels zijn ze een behoorlijke issue geworden.

Wat begon als twee plakkaten op mijn kuiten, heeft zich nu ontpopt tot twee grote ontstoken wonden. De wonden zeuren, zweren, zijn dik en rood en veroorzaken pijnscheuten door mijn benen. Kortom: niet goed. Afgelopen vrijdag kreeg ik van de dokter antibiotica voorgeschreven, maar ook dat maakt weinig verschil tot nu toe. Morgen maar weer eens naar laten kijken.

En dus kan ik even niet sporten, verlang ik de gehele werkdag naar languit en duf op de bank liggen en moet ik het feesten ook even aan me voorbij laten gaan. Een moment van bezinning kan geen kwaad. Kan ik mooi nadenken over welk verhaal ik bij deze oorlogswonden ga verzinnen. Want ‘ik was dronken en heb te enthousiast gedanst met ontstoken blaren tot gevolg’, dat is een verhaal waar geen eer aan te behalen valt. Brandblaren omdat ik mensen uit een brandend huis heb gered? Te ongeloofwaardig. Littekens veroorzaakt door een ernstig motorongeluk waarbij ik beide benen aan de motor heb verbrand? Ik ben geen motormuis, dus dat wordt hem ook niet. Messteken tijdens een spannend gevecht? Ik ben een te grote angsthaas en de wonden zijn rond, niet lang en dun. Iemand suggesties?

Yes we can

Je hebt soms van die periodes in je leven dat alles vrolijk verder kabbelt. Weinig dingen om je zorgen over te maken, de dagelijkse gang van zaken met hier en daar een leuke afspraak of geluksuitschieter. Ik verkeer momenteel zelf in zo’n periode. Mijn leven is koek en ei. Op mijn werk is ‘de nieuwe’ begonnen, wat betekent dat ik na vijf maanden weer een normale hoeveelheid werkdruk ervaar. En daarnaast geniet ik van allerlei leuke borrels en feestjes (zie vorige blogs).

In mijn omgeving is het helaas anders. Ik hoor (via via) de meest deprimerende, verdrietige en moeilijke verhalen. De januarimaand veroorzaakt de nodige depressiviteit. Een oude bekende heeft zelfmoord gepleegd (ik kende hem zelf nauwelijks overigens), iemand vertelde over een jeugd die zo slecht was dat je het verhaal zou kunnen verfilmen, mensen met terminale kanker… Natuurlijk staat in ieder huisje zijn kruisje, clichés zijn nou eenmaal niet voor niks clichés, maar de laatste dagen blijven die nare verhalen in mijn achterhoofd zitten. Niet op een negatieve manier trouwens, meer met een ‘wat mag ik blij zijn’-gevoel. Want ik mag mezelf wel even knijpen dat het gewoon lekker goed gaat. Dat ik een fijne jeugd heb gehad, een lieve vriend heb, leuk werk, gezellige vrienden en een leuk leven.

Met al deze gedachten ronddolend in mijn hoofd, keek ik dinsdagavond naar de inauguratie van Obama. Als een moderne Martin Luther King predikte hij met gedragen stem en gepaste intonatie de tijd van verandering. Change has come. En zoals altijd bij zaken die veranderen, drijven angst, hoop, goede en slechte dingen naar de oppervlakte. Het is dat ik geen zwarte Amerikaanse ben, want dan had ik me zeker aan de voeten van deze nieuwe Messias geworpen. Als nuchtere (nouja…) Hollandse ben ik in ieder geval zwaar onder de indruk van zijn inspirerende woorden. Yes we can! Hopelijk inspireren ze ook anderen om in moeilijke tijden de moed erin te houden.

Dat belooft wat

Verkondigde ik vrijdagmiddag enigszins gaar gewerkt nog tegen onze kersverse stagiair dat ik te oud werd voor nachtbrakende activiteiten, diezelfde avond strompelde ik om half vijf ’s nachts mijn appartement binnen. En schrok ik me trouwens kapot van de buurman die op ongeveer hetzelfde tijdstip thuis kwam. Vrijdag was de préwintersportvakantieborrel die startte om half negen (nouja, ik dacht acht uur, dus voor ons begon ie om 20.10 uur) en dus eindigde om vier uur. Toen werd ik Polly uitgeveegd. Dit belooft wat aangezien de borrel en de laatst nogal uit de hand gelopen Nieuwjaarslunch gevierd werden met mensen met wie we op skivakantie gaan. Ik voorspel dat het een vermoeiende maar oergezellige vakantie wordt!

Ik wist niet dat ik het nog in me had om het zo lang vol te houden. Maar het was gewoon zó gezellig. Het bier kwam in hoog tempo op tafel, de bitterballen vulden onze magen en voorzitster N. van de feestcommissie probeerde ondertussen iedereen een beetje in toom te houden zodat ze nog vast kon stellen wie er nou wel of niet een reisverzekering wilde, wat voor ski’s we wilden huren en hoe laat de karavaan auto’s zou vertrekken. Een wonder dat alles besproken is. De gemaakte notulen schetsen een duidelijk beeld van een steeds flauwer wordend gespreksniveau. Toen om twee uur de lichten aan gingen bij Burgemeester Jansen togen de overgebleven vakantiegangers naar Polly om de avond af te sluiten met een dansje en een klein biertje. Mede-organisatrice M. klaagde aldaar over haar relatief hoge leeftijd. Zij is de oudste van de dames. Maar vonden we zelf, we konden voor jonger doorgaan. Dat moest meteen getest. En wat bleek: samen werden we door een knul die wij op 12 jaar schatten, toch mooi 24 geschat. Een klein hoogtepunt van de avond.

Dat ik toch echt geen 24 jaar meer ben, merkte ik de volgende dag. De vele biertjes en het gebrek aan slaap, speelden me parten. Dat wordt nog wat op die skivakantie. En wat helemaal apart was, waren de twee enorme plakkaten van blaren op mijn kuiten die ik pas zondag ontdekte. Blijkbaar hadden mijn enkellaarsjes tijdens het dansen tegen mijn benen geschuurd. Conclusie: feesten kan ik nog wel. Alleen het devies ‘’s avonds een vrouw, ’s ochtends een vrouw’ wordt steeds lastiger hoog te houden.

Agossie

Bij de meeste makelaars denk je aan het prototype gladde jongen. Een tikkeltje louche figuur met glanzend achterover gekamd haar, glimmende schoenen, een dikke leasebak en een vlotte babbel. De scheve glimlach moet het gebrek aan juiste antwoorden op vervelende vragen compenseren. Zaterdag hadden wij een makelaar die totaal niet voldeed aan dit profiel. Blonde borstelharen, ogen die geen oogcontact maken, een wijfelende stem, verontschuldigende glimlach en een klein postuur. Absoluut niet het type gladde makelaar. Ik vond hem totaal niet passen in het plaatje en had met hem te doen. En toen hij ging lopen kwam ik er maar niet uit. Er klopte iets niet. Liep hij gewoon een beetje moeilijk? Had hij als kind polio gehad? Of misschien een kleine beroerte?

 

De makelaar was twee minuten te laat, iets wat de gladde versie ook had kunnen overkomen. Aangezien wij tien minuten te vroeg waren, stonden we te verkleumen voor de deur. De eigenaresse was zo vriendelijk om ons binnen te laten. Verontschuldigend kwam de man binnen. Zijn vorige afspraak moest uit Hoevelaken komen en was twintig minuten te laat. Vooruit, dat kan. Het zat de man niet mee.

 

Met z’n drieën liepen we door het huis. Het lag op een mooie locatie en had voldoende ruimte. Maar iets te veel werk aan de winkel, bleek na goed kijken en vele vervelende vragen van onze kant. Eenmaal weer buiten bedankte wij de makelaar vriendelijk en liepen richting onze auto. Hij ging nog even terug om lichten uit te doen en de boel af te sluiten. Wij installeren ons in de auto en hebben zicht op een glibberende makelaar. De straat was helemaal met sneeuw en ijs bedekt. Mathijs lacht: kijk hij glijdt al twee keer bijna onderuit. Ik keek op van het dichtklikken van mijn gordel. Precies op tijd om de makelaar weer een keer te zien glibberen, zijn papieren en map vastgeklemd in zijn linkerhand.

 

Hij liep net iets te hard, iets te raar, te onvoorzichtig. En toen viel hij. Zomaar opeens. Zijn benen schoten beide onder hem vandaan naar rechts, net zoals bij een cartoonfiguur. Met zijn heup en schouder landde hij op het keiharde wegdek, de paperassen nog onder zijn arm geklemd. Mijn adem stokte in mijn keel. Wat zielig, dacht ik! Gevolgd door een gewetensvraagstuk in het klein: helpen of niet? Want heeft hij hulp nodig en is het lullig hem te laten liggen? Of voelt hij zich al opgelaten genoeg en zou hulp het alleen maar erger maken? Gelukkig krabbelde hij snel weer op. Zodra hij in zijn auto zat reden we weg. Agossie, dacht ik, dit is letterlijk een gladde makelaar.

Verfrissend spannend

Het is een wonder dat ik hier nog zit. Dag in dag uit waag ik mijn leven. Ik fiets over spekgladde, ijzige wegen en trotseer sneeuw en vrieskou. Het verbaast me oprecht dat ik nog niet keihard op mijn bek ben gegaan (afkloppen). Ten eerste ben ik nou niet altijd héél erg handig. En ten tweede is het gewoon verraderlijk glad. Wat ik nog wel het ergste vind zijn de hoopjes sneeuw die kinderen bij ons in de wijk op de weg gooien. Heel leuk als je aan het sleëen bent, maar met je fiets in het donker blijf je vastzitten in de hoop. Je achterwiel slipt vervaarlijk en je stuur trilt bijna je handen uit. Goed opletten dus.

Ik wens iedereen een fijne en veilige thuisrit. Ik ga nu op huis aan, hopelijk bereik ik die bestemming weer heelhuids. Spannend is het wel. Een verfrissend dynamisch begin en eind van de dag. Nu maar hopen dat de verwarming in de trein het inmiddels weer doet.

Professioneel lummelen

Het ene moment vul je je dagen met lang loom niks doen. Even naar de stad, een gedichtje schrijven, beetje opruimen en sporten. En dan is het alweer tijd om te koken. Vakantie, je bent er zó aan gewend. Niets doen is niet moeilijk, vind ik. Het zou mijn vak kunnen zijn: professioneel lummelen. Niks doen is vooral gemakkelijk als het schaars is, want dan geniet je er des te meer van. Ik vond het dan ook helemaal niet erg om mijn vakantie te onderbreken voor twee dagen werken. Aan het einde van de tweede dag werd ik namelijk opnieuw met het blije vakantiegevoel overspoeld: nog vijf dagen niksen!

Inmiddels is dat allemaal weer lang geleden. Ik heb weer vijf werkdagen achter de kiezen en samen met mijn collega’s een complete congreskrant naar de drukker geschreven en gecreëerd. Niet te geloven hoe snel je weer in het ritme zit. Hoeveel je dan doet op een dag. En hoe weinig tijd je overhoudt om te lummelen. Ik ben blij dat het weer weekend is, kan ik nog even teruggrijpen naar de vakantie. Al staan er intussen alweer flink wat activiteiten op mijn agenda. Huisjes kijken, sporten, zoeken naar een ski-outfit. Maar ook: borrelen, bankhangen en een potje darten. Ik vermaak me wel.