In mijn nopjes

Met de wind in de haren en de zon op mijn gezicht (en de zonnebril verbrand in mijn gezicht) genoot ik vorig jaar met volle teugen van Concert at Sea op de Brouwersdam in Zeeland. Dit jaar zijn we weer van de partij en de voorpret is al begonnen. Ik heb lekker extra vrije dagen opgenomen, wat betekent dat we een lang weekend van maarliefst vijf dagen in Zeeland doorbrengen eind juni. Place to be is de stacaravan van de schoonfamilie, waar we voor de zoveelste keer kosteloos gebruik van mogen maken.

Het vooruitzicht van (hopelijk) zon, zee, strand, geen gezeik en goede muziek doet wonderen. Nou doet het zonnetje op dit moment ook fanatiek haar best buiten, dus het is goed voor te stellen hoe lekker het straks zal zijn. Vorig jaar hadden we fietsen gehuurd bij de buurcamping. Ideaal. We fietsten met gemak de 17 km richting de dam en konden vlakbij onze stalen rossen stallen. Parkeren is daar altijd een probleem en bovendien betekent met de auto gaan dat één iemand niet mag drinken. En een dag (of twee) Concert at Sea staat wat mij betreft toch ook voor biertjes drinken (en poffertjes, pizza, hotdogs en ander ranzig voer eten). De terugweg verliep minder voorspoedig, we hadden een afslag gemist en wind tegen, maar ik heb er het volste vertrouwen in dat dat dit jaar helemaal goed gaat komen.

Maar waar ik nog wel het meest mee in mijn nopjes ben wat betreft dit hele vooruitzicht, is dat we voor het spreekwoordelijke dubbeltje op de eerste rang zitten. Kaartjes voor twee dagen Concert at Sea kosten namelijk 50 euro de man, bovendien moet je dan nog ergens slapen. Wij logeren gratis in de stacaravan en Mathijs had een topaanbieding gevonden: een jaar lang Nieuwe Revu met twee weekendkaarten Concert at Sea voor 70 euro in totaal. En als echte Nederlander, of zuinige Zeeuw, kan ik daar erg van genieten.

Presentatie met inhoud

Tijdens de NIMA-lezing die ik gisteravond bezocht met een aantal collega’s werd me veel duidelijk. Ten eerste is Big Brother watching you op het web. Waar je op (door)klikt, welke pagina’s je hoe lang bekijkt en waar je wellicht in geïnteresseerd bent, het is allemaal relatief gemakkelijk te achterhalen. Misschien leuk om ook bij deze site te gebruiken…. Dan kan ik inspringen op de onderwerpen die goed gelezen worden.

Naast het schoolreisjesachtige karakter van de onderneming, wat onderdrukt gegiechel op het eind toen de aandacht verslapte, en het zogenaamde netwerken waar ik weinig ervaring mee heb, waren er de presentaties van drie grote bedrijven. Je verwacht van een grote Nederlandse bank of internetwinkel dat ze met een aantrekkelijke presentatie van formaat komen. Marketeers kennen het klappen van de zweep en weten als het goed is hoe ze een klant kunnen boeien. Dat viel in de praktijk nogal tegen. PowerPoint maakte overuren aangevuld met monotoon gemompel en de nodige euhs en kuchjes. Terwijl ik spetterende, inspirerende lezingen had verwacht.

Stuk voor stuk waren de sprekers zeer intelligente mensen met hoge functies. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze een verhaal kunnen overbrengen. De laatste was misschien wel het ergst van allemaal. Ze mocht ‘het achterste van haar tong niet laten zien’ en praatte heel toepasselijk met haar tanden op elkaar (à la Dinant van Kane). Bovendien ondermijnde ze constant haar eigen verhaal met opmerkingen als ‘o nu ben ik even de draad kwijt’, ‘dat is een hele moeilijke vraag’ en ‘ik begin even opnieuw’. Dodelijk voor je eigen geloofwaardigheid. De presentaties bleken vooral om de inhoud te gaan. Toch raar, als je bedenkt dat online-marketing juist draait om hoe je iets presenteert.

Salami, kostbaar bier en een vuilnisbak

Het is afkicken geblazen. Na een week in het lang-leve-de-lol-universum van Les Deux Alpes te hebben vertoefd, voelt Nederland ondanks het lenteweer als een keurslijf. Deze wintersport in Les Deux Alpes komt met stip binnen in mijn Top 3 van leukste vakanties. Alleen merk ik al dat je bij de meeste grappen ‘erbij moest zijn’. Toch probeer ik een kleine impressie te geven van het laagdrempelige plezier dat we gehad hebben.

Bekeuring
Drie auto’s (de anderen waren verder of liepen achterop) racen achter elkaar aan op de Péage. Dat kan niet goed gaan. Merlijn voorop, wij er achteraan en Daan (alias Peppy) trekt nog even flink op om bij te blijven. En wat staat daar opeens rechts verdekt opgesteld? Een politieauto met een vermanend zwaaiende arm uit het raam. Drie auto’s rijden plotseling hypocriet braaf 110 op de rechterrijbaan, de chauffeurs inwendig of hardop vloekend. De politiewagen passeert en wij halen opgelucht adem. Dat kun je van Merlijn niet zeggen, die mag meekomen. Negentig euro lichter voegt hij een tijdje later weer in op de snelweg. Al met al een meevaller.

Franse hond
Op de terugweg ging het een stuk minder hard. We geven de schuld aan Flappie. Op de rotonde wachten we tot een bus is gepasseerd en wat komt daar aangetrippeld? Een hond, midden op de weg. Schreeuwen helpt niet, hij loopt stoïcijns door en pakt onze afslag. Wij er achteraan en Flappie trippelt rustig verder. Dan staat hij stil, draait zich om en kijkt ons aan met de toepasselijk Franse arrogantie in zijn ogen. Het is overduidelijk zíjn weg.

Beestenboel
Je zou verwachten dat een appartement met zo’n grote groep onmiddellijk verandert in een beestenboel. Dat viel reuze mee. ’s Ochtends werden het kerkhof aan lege flessen en alle volle vuilniszakken netjes meegenomen door de boodschappencrew. Hulde! En er ging regelmatig een doekje over de tafels. Je moest alleen niet door je neus ademen in de ruimte van de skischoenen of op het toilet. Vooral de laatste dag had iedereen, met kater, voor vertrek nog even goed gebruik gemaakt van de mogelijkheden. Dat kon de Franse dame die ons appartement op mankementen controleerde, ook erg waarderen. Het was zo’n type in een pakje mét walkytalky en een ik-kan-niet-lachen-gezicht.

Off-piste
Skiën/boarden, daar kwamen we voor. Fantastische sneeuw en prachtig zonnig weer, wat een geluk! Zes gingen er op les, aan het begin van de week was het onwennig, maar de meesten gleden aan het eind verrassend soepel de berg af. De rest van de groep boarde en skiede naar hartenlust samen of in door omstandigheden (waar is iedereen?) of spontaan gecreëerde groepjes. Opper-groepsleider was de fameuze Bart die op één ski van de zwarte piste af kon knallen. Wat kan die jongen skiën! En ook hulde voor de allesdurfers en -kunners Ruben en Hendrik. Als Hendrik viel, kon je zijn gelach in de verte horen. De rest van de mannen bedankt. We hadden allemaal zo onze favoriete pistes, toch Bob? Voor sommige hadden we zelfs een ritje in de winderige lift The Bench over. Mij moet je trouwens nooit als leidraad nemen. Ik ging twee keer voorop. Eén keer bleek het zicht er slecht en leidde ik de groep off-piste. De andere keer nam ik onze lieve beginners bijna mee de rode piste af. Sorry!

Kronenburg, dat smaakt
Drank: veul, lekker en gezellig. Borreltjes ijskoude Jägermeister uit ingevroren eierdopjes, smakelijke Kronenburg (lekker hè Daan) en populaire Liquor 43. We kunnen vaststellen dat er voldoende alcohol geconsumeerd is en daarbij vele dansjes zijn gedaan. Het meest kostbare bier was te vinden bij de Panobar (ja, zonder i) bovenaan de piste. Met panoramisch uitzicht en de late middagzon op ons gezicht, dansten we op onze skischoenen en boots op de overheerlijke beats van een verrassend goede Franse dj. En ja, dan betaal je 7 euro voor een biertje.

L’amour
Niet bij iedereen was de liefde in de lucht, maar bij sommigen wel. Ik zal geen namen noemen… Maar ik kreeg er opeens wel een roomy bij. Die Franse, amoureuze sfeer blijkt een broeierige bakermat voor liefde. Of was het lust? 

Friet en friet
Worstjes met friet, kip met friet, hamburger met friet; de frituur draaide overuren. Maar wijzelf hebben ook een aantal dagen overheerlijke gerechten op tafel gezet. Dat kun je niet zeggen van de zogenaamde crapery/snackbar bij De Prins. Denk: bowlingbaan meets snackbar met fluorescerende letters op palen, foute banken en spaarlampen van 60 watt zó uit het plafond. Lardeer dit tafereel met twee Fransmannen die ieder drie knalgroene borrels drinken uit plastic glaasjes en genieten van een zakje M&M’s. En denk er dan ook twee, hoogstwaarschijnlijk homofiele, mannen bij met een koeler en champagne. Hoe romantisch kun je het maken.

Vuilnisbak
Aangezien de mannen voetbal wilden kijken, gingen we op donderdagavond in genoemd etablissement dineren. Mijke kreeg een verkeerde pizza, Royal in plaats van Hawaï. Geen probleem, dan kieper je er gewoon een blikje ananas overheen. Gefrituurde kip, vette pizza en heel veel cola (nee ik wil één cola, niet veertien); complementeerden het geheel. Maar het moment suprême kwam aan het einde van het diner. Dankzij een aantal overheerlijke broodjes knakworst vlak na het skiën en de inferieure kwaliteit van de kok, lagen er behoorlijk wat etensresten op onze borden. Onze ober kwam naar onze tafel om de boel af te ruimen. In zijn hand: een vuilnisbak. Op het gemakje schoof hij de etensresten in de bak en stapelde de borden hoog op. We hebben een foto als bewijs. 

Salami
Helaas komt aan alles een eind en dus ook aan deze supergezellige vakantie. Tijd om af te sluiten met een lach en een traan. Daan, ik denk nog vaak aan je salami én aan je neus. En bedankt allemaal voor de fantastische week! Volgend jaar weer…

Nu even niet

Zo vlak voor een vakantie krijgen dingen een heel andere kleur en betekenis. Van binnen borrelt de vrijheid. Zelf kiezen wanneer je wat doet, lekker uitslapen en alleen maar leuke dingen doen (nouja…). Terwijl ik mijn laatste uren voor de wintersportvakantie slijt op mijn werk, wordt de vrijheidsdrang van binnen steeds groter. Het wil naar buiten. Liefst loop ik straks schreeuwend door de trein ‘IK HEB VAKANTIE’ te roepen naar allen die het willen of kunnen horen. Maar ik vermoed dat mijn medetreinreizigers niet op deze informatie zitten te wachten en het ook niet kunnen waarderen. Als ik de zaken omdraai, zou ik er ook niet blij van worden. Dan zou ik denken: kan dat hysterische wijf haar bek dichthouden, sommige mensen proberen een dutje te doen in deze trein.

Maar dat alles kan me op dit moment gestolen worden. Raar eigenlijk zoiets als vakantie. Omdat je er naartoe leeft, ben je er aan toe. Anders was je gewoon verder gegaan in de stroom der dingen, afspraken en opdrachten. Werken, sporten, eten, daten. Wasje doen, katten aaien en hangen op de bank. Dagen verdwijnen op deze manier. Maar niet als je bijna vakantie hebt, dan doemen de Vrije Dagen als grote lange leegtes voor je op. Blanco papieren, klaar om naar believen te bekladden en te beschrijven.

Ik merk dat ik er een beetje wollig van ga schrijven, van dat bijna-vakantie-gevoel. En dus brei ik er een eind aan. Wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik een heel leuke baan en weblog heb, maar nu even niet. Nu heb ik wintersportvakantie. Tot snel allemaal!

Frisse tegenzin

Eigenlijk had ik helemaal geen zin om gisteren te spinnen. Een uur lang verplicht zweten en de soms idiote opdrachten van de spinninginstructeur opvolgen (wie wil er nu staand dubbel tempo fietsen), leek mij geen fijne avondbesteding. Maar ik wilde niet flauw doen en had afgesproken met buuf M. Bovendien gaan we zaterdag op skivakantie en wil ik zo fit mogelijk zijn. Dus ik moest wel. Even hoopte ik dat de les vol zou zitten, maar dat was vergeefs: er waren zelfs vier fietsen vrij.

Als laatste snelde ik naar binnen, want ik dacht nog wel tijd te hebben om een zonnebankje mee te pikken. Leraar John reageerde als altijd erg enthousiast en blij verrast op mijn komst. Een welgemeend welkom voor mij! Daar vrolijkte ik al iets van op. Dus hup, niet zeiken, fiets afstellen en draaien met de beentjes. Het eerste nummer, oftewel het infietsnummer, was ‘Let me entertain you’ van Robby Williams. John spoorde ons met zijn immer enthousiaste en vrolijke inslag aan naar de tekst te luisteren. ‘Ja, je hebt er een hele dag opzitten. En je bent misschien met tegenzin gekomen. Maar over vier minuten heb je er zin in, dat beloof ik’.

Hell’s gone and heaven’s here
There’s nothing left for you to fear
Shake your ass, get over here, now scream!

En het onmogelijk gebeurde. Ik kreeg er zin in. En niet zo’n beetje ook. Ik raakte bevlogen. Mijn benen roteerden in bijna onmogelijk snelle rondjes, ik draaide extra slagen aan mijn weerstandsknop, de beat dreunde door mijn lichaam en ik gíng ervoor. Heerlijk. Aan het einde van de les zat ik moe, voldaan, compleet bezweet en belachelijk vrolijk uit te hijgen. Dat had ik nou net nodig. John bedankt!

Krappe voldoende

Er zijn veel acceptabele eetcafe’s. Niet uitmuntend, maar prima voor de prijscategorie. Afgelopen donderdag ging ik met een aantal collega’s tapas eten bij Danza in ‘s-Hertogenbosch. En hoewel het een erg gezellige avond was, wat ik toeschrijf aan het gezelschap, kan ik de tapastent zelf helaas maar een krappe voldoende geven. Zo’n voldoende van hehe, dit tentamen hoeft in ieder geval niet opnieuw. Kortom: niet voor herhaling vatbaar.

Was het dan zo ontzettend slecht? Nee, zeker niet. De bediening was zo nu en dan goed en leuk, op andere momenten niet aanwezig of kwijt. Drankjes werden vergeten, we moesten lang wachten. En ja, het zat vol, maar het was nou ook weer niet superdruk. De sfeer was gezellig. Alleen jammer dat de twee deuren van het voorportaal lastig dichtgingen waardoor wij het grootste gedeelte van de tijd op de tocht zaten. Hoeveel kost zo’n dranger nou? Denk ik dan.

De tapas zelf waren ok. Sommige hapjes waren erg lekker, zoals de gehaktballetjes in tomatensaus. Bij andere had ik het gevoel dat ze rechtstreeks van de Sligro kwamen, zoals de gemarineerde kip. De olijven waren zo scherp en zo vol van knoflooksmaak dat ik vermoed dat ik de halve trein heb vergast. En de creme catalana was smaakvol, al kwam de ‘vla’ waarschijnlijk uit een pakje en was van een krokant suikerlaagje absoluut geen sprake. Erg jammer.

De avond was erg gezellig. De sfeer in Danza is gemoedelijk, door de meerdere gangen met hapjes kun je uitgebreid tafelen. Maar dat is inherent aan tapas-eten en dus niet een specifiek pluspunt van Danza zelf. We eindigden de avond met een dompertje. De rekening klopte op een paar punten niet en kwam dus duurder uit. Daar heeft collega G. iets van gezegd. De echte afsluiter was het verhaal van hoe collega G haar man ontmoette. Een verhaal met een hoog vermaakgehalte, veel humor en mooie details. Daar kan Danza nog en puntje aan zuigen.

Letterlijk nieuwsgierig

‘Turks vliegtuig crasht in weiland bij Schiphol.’ Was het tien minuten voor het ongeluk nog de kredietcrisis die de boventoon voerde op de nieuwspagina’s, nu schittert deze onfortuinlijke crash opeens in grote, dikke letters op alle sites. Als je bedenkt waar het vliegtuig ook had kunnen landen, de huizenpartij op de achtergrond of de snelweg, dan hebben ‘we’ geluk gehad. Aan de andere kant blijft het verschrikkelijk. Het nieuws nu: negen doden, vijftig gewonden waarvan vijfentwintig ernstig.

Mathijs belde me meteen toen hij het hoorde. Niet omdat ik nou zoveel bekenden in Turkije heb, maar omdat ik van nature houd van nieuws. Ik ben letterlijk nieuwsgierig. Als er zoiets als dit gebeurt, zit ik er bovenop. Ik wil liefst elke vijf minuten een update en lees elk onbenullig detail. De meiden van Halal zaten bijvoorbeeld aan boord, ze mankeren niets, maar gaan ter controle naar het ziekenhuis. En Henk Westbroek zou eigenlijk meevliegen, maar deed dat op het laatste moment toch niet (waarom heb ik even gemist).

Begrijp me goed, ik ben geen ramptoerist. Ik spring niet in de auto om in de rij op de A9 te gaan staan en van mij hoeven ze ook geen microfoons onder besnotterde neuzen en camera’s op betraande ogen te duwen. Ik vind het écht erg en wil er daarom alles van weten. Ik weet nog precies hoe het ging toen de twee vliegtuigen in het World Trade Center in New York vlogen. Ik wist niet hoe snel ik thuis moest komen met de trein vanuit Hoofddorp (stage Viva) naar Uitgeest (ouderlijk huis). Daar kroop ik onmiddellijk achter de tv. ’s Avonds ging de telefoon, het waren mijn ouders in Griekenland. Ze begrepen niet veel van de beelden op de televisie met Grieks commentaar. Of ik het even wilde toelichten. En kijk, daar ben ik dan weer voor.

Carnavalsgekte

Toettoet! Lalalalala! Boinkboink, zwalk, zwalk. Terwijl ik hier binnen probeer serieus te werken is het buiten één groot gek feest. Een constante stroom bezoekers loopt vanuit het station richting centrum en voor het raam is het een komen en gaan van mensen met kleurrijke sjaals en aparte pakken. Als werkende ben je een buitenstaander. Je valt momenteel meer op in je gewone kloffie dan wanneer je iets debiels aan hebt.

Ik ben niet opgegroeid met carnaval. Ik maakte er voor het eerst kennis mee met huisgenoot en vriendin G. (eveneens afkomstig uit Zeeland en onbekend met het fenomeen). Wat onwennig trokken we onze tenues aan en togen naar Kruikenzeikersstad (Tilburg). Het kostte moeite om de carnavalsgekte te waarderen en dus schonk een vriend ons allebei een flink glas Schrobbelèr in. En toen was het opeens erg gezellig.

De daaropvolgende jaren vierde ik carnaval in de kroeg. En wat een feest was dat! Dagen- en nachtenlang doorwerken op dezelfde hoempapamuziek met dezelfde foute teksten. Dronken lui die de hele carnaval lang dezelfde outfit aanhielden (je wilt niet weten hoe ze roken) en langskwamen in de polonaise Hollandaise. Een bonk gezelligheid was het. Weer later maakte ik kennis met de carnavalsvereniging toen ik in een klein café werkte. Dat viel tegen. De hele Alaaf- en huldigingstraditie is aan mij niet besteed. En dat je ‘als je flink doorzakt, niet sacherijnig wordt’ bleek helemaal niet waar te zijn. Eerder het tegenovergestelde. Wat een stelletje … (vul zelf maar in). Dat was eens en nooit weer.

Inmiddels ben ik de horeca ontgroeid en heb ik ook niet gegarandeerd vrij of vakantie. Wel ga ik meestal op zondag naar de optocht in Tilburg kijken. Dat was dit jaar best gezellig. Lekker een biertje gedronken, op de achtergrond kwam de optocht voorbij en als afsluiting hebben we een heerlijke pannenkoek gegeten. Maar nu zit ik hier op de eerste verdieping van mijn werk met op de achtergrond zingende, schreeuwende en hossende mensen. Eigenlijk vind ik het maar een raar feest. Ongelimiteerd zuipen in het bijzijn van je kinderen, verkleed als idioot. En niemand die nog weet waarom carnaval gevierd wordt. Laat staan dat ze veertig dagen gaan vasten. Ik ben benieuwd hoe het station er morgenvroeg uitziet en waar het naar ruikt als ik weer in Den Bosch aankom. Vanmorgen was de straat bezaaid met confetti en lege plastic bekertjes. De verschaalde bierlucht prikte onaangenaam in mijn neus. Wat mij betreft mag het al woensdag zijn…

Huis weggekaapt

Een huis kopen is spannend. Gesprekken met de hypotheekadviseur, bezichtigingen, berekeningen en het inwinnen van allerhande informatie bij familie, vrienden en vreemden (in de douche bij Health City bijvoorbeeld). Je bent er stiekem constant mee bezig. Soms heel bewust en op andere momenten is het voortdurend aanwezig in je achterhoofd.

Vanmorgen hebben we een tweede bezichtiging gedaan van een huis waar we zelf enthousiast over zijn. Heel enthousiast. De ouders van Mathijs gingen mee voor een frisse, kritische blik en samen togen we naar de betreffende locatie. Toen ik een week eerder belde om een afspraak voor een eerste bezichtiging te maken, kon ik eigenlijk pas vanmiddag terecht. Dat vond ik te laat. En na wat schuiven, passen en meten, bekeken we het huis dus al vorige week vrijdag. Een afspraak voor een tweede bezichtiging was ook niet gemakkelijk. Helemaal niet omdat ik overdag in Den Bosch werk, Mathijs horecatijden heeft en bovendien een opleiding volgt. En dus stonden we pas vanmorgen weer voor de deur. Volgens veel adviserende familieleden geen probleem, het is immers een kopersmarkt en je moet geduld uitoefenen. En het huis staat pas drie weken te koop.

Maar wat bleek toen wij de prachtige woning betraden: er was een bod gedaan door een andere partij. Weggekaapt de middag voor onze tweede bezichtiging. Mijn voorgevoel klopte dus helaas. De verkopende en de geïnteresseerde partij zijn in onderhandeling en wij moeten afwachten. Pas wanneer ze er niet uitkomen, mogen wij een bod doen. En of we dan nog iets van de prijs afkrijgen, is maar de vraag. Mijn gevoel zegt bovendien dat deze partijen er wel uitkomen en het huis dus aan onze neus voorbijgaat. Een hele teleurstelling. Ik laat het even zakken en ga dan weer met frisse moed verder. Blijkbaar had het niet zo moeten zijn en wacht dé woning nog ergens op ons. Laten we het hopen.

Schrijfdrempel

Ik las vanmorgen dat Heleen van Royen aanraadt dat als je wilt schrijven, je vooral veel moet (blijven) schrijven. Dat klinkt als een open deur, maar is eigenlijk meer ‘een waarheid als een koe’. De drempel om te schrijven wordt steeds groter als je het een tijdje niet doet. Gelukkig is dat bij mij niet van toepassing want op mijn werk produceer ik aan de lopende band teksten.

Maar toch blijft de schrijfdrempel een issue voor mij. De oplettende lezer heeft misschien gemerkt dat toen ik mijn site startte, ik drie categorieën in het leven heb geroepen. Twee daarvan komen beurtelings aan bot (vuistje en hoofd), maar in nummer drie, de dikke duim, blijft het angstvallig stil. En dat komt omdat fictie schrijven in mijn ogen heel wat anders is dan schrijven met een vaststaande aanleiding en onderwerp. Ik kan deze blog trouwens heel stiekem in derde categorie plaatsen, maar dan speel ik vals.

En toch begint het te kriebelen. Als ik zomaar een verhaaltje verzin, gaat dat meestal vlot. Mits ik dus een aanleiding en onderwerp heb. Alleen dan verzonnen. Conclusie is dus dat ik een duwtje in de goede richting nodig heb. Vervolgens moet ik het ook nog aan jullie, het grande publiek, laten lezen. En dat is ook nog best lastig. Wanneer je namelijk een actuele aanleiding als onderwerp gebruikt, heb je te maken met vaststaande feiten. Daar heb je geen invloed op. Bij fictie mag je alles zelf bedenken en heb je dus geen excuus om een stom idee te verwerken. Je hebt altijd de keuze voor iets beters. Kortom ik heb last van een fictieve schrijffaaldrempel. Mooie conclusie, maar hoe kom ik er vanaf?