Zwanger sporten? Jazeker!

Samen buiten sportenVoor veel vrouwen staat zwangerschap voor rustig aandoen, luisteren naar je lijf en dealen met de kwaaltjes. Sporten sneuvelt snel van de agenda, of je moet een ‘fitgirl’ zijn. Ik begrijp dat het niet voor iedereen is weggelegd om lekker actief te blijven tijdens de zwangerschap. Soms zijn er medische redenen om rustig aan te doen zoals bekkeninstabiliteit of dreigende vroeggeboorte. Maar als alles goed gaat, kán het wel. Mijn ervaring: het is nog lekker ook!

 

Wordt het yoga of Mom in balance? Puffen of sporten? Dat vroeg ik me aan het begin van de zwangerschap van Huub af. Ik wist als geen ander wat een zwangerschap met je lijf kan doen. Bij Joep en Evi moest ik acht weken bedrust houden, afgesloten met een keizersnede en flinke gebroken nachten. Mijn conditie hierna was nul komma nul. Deed ik een jaar eerder nog mee aan een spinningmarathon, op dat moment was een wandelingetje naar de stad al een inspanning. Dat ging me geen tweede keer overkomen, nam ik me voor. En gelukkig was dat me ook gegund. De keuze viel op Mom in balance: bootcamp buiten met andere sportieve zwangeren onder professionele begeleiding.

 

Er waren koude en natte avonden dat ik weinig zin had. Dat na het hele circus van werken, naar huis, koken en Joep en Evi naar bed brengen, de bank erg verleidelijk was. Toch heb ik me vrijwel wekelijks naar de sportles gesleept. En iedere keer was het heerlijk. Hoe fijn is het om te voelen dat je nog iets kunt met je aftakelende lijf, om vertrouwen te houden in je lichaam en even niet alleen maar zwanger te zijn, maar ook gewoon jezelf. De buitenlucht geeft energie en het sporten zorgt ervoor dat je je conditie behoudt. Je bouwt niets op, maar raakt ook niet zoveel kwijt. Daarnaast bleef ik veel fietsen, ook een bewuste keuze.

 

De laatste keer dat ik sportte was met 39 weken en 4 dagen zwangerschap. Natuurlijk, joggen werd powerwalken en jumping jacks doen werd uitstappen naar opzij, maar ik was lekker in beweging. Ik ben ervan overtuigd dat mijn zwangerschap en bevalling mede zo voorspoedig zijn gelopen door al die beweging. En het herstel na de bevalling (sowieso andere koek dan een keizersnede) verloopt ook vlot. Nu, vijf weken later, heb ik alweer zin om aan de slag te gaan. Dus, wil jij ook fit blijven terwijl je uitdijt? Ik raad je Mom in balance aan.

Huub is er

HuubjeEn toen waren we met zijn vijven. Op maandag 13 juni is na een zeer vlotte bevalling om 2.12 uur Huub geboren. Hij woog 3120 gram en is helemaal gezond. Inmiddels is hij alweer vier weken oud. De dagen rijgen zich aaneen van voeding naar voeding, van kinderdagverblijf naar speeltuin en van eettafel naar bed. En zo vliegt de tijd voorbij.

 

‘Kun je net zoveel van een derde houden als van eerdere kinderen’ vroeg een vriendin me. Het antwoord is volmondig ‘ja’. Het blijft wonderbaarlijk dat je samen een mens hebt gemaakt. Een kleine baby die gaat uitgroeien tot dreumes, peuter, kleuter, tiener en uiteindelijk volwassene. Ongeveer tachtig jaar leven, maar nu nog zo hulpeloos. Zijn bewegingen zijn ongecontroleerd of ingegeven door reflexen, zijn ogen zien onscherp tot 25 cm en zijn dagen zijn gevuld met slapen, eten, poepen en huilen. En een beginnend lachje.

 

Trotse broer, zus en papaWe genieten enorm van hem. Van de wijze blik in zijn ogen, zijn lange vingertjes, zijn harde scheten en zachte, tevreden geknor. Eén baby tegelijk is een wereld van verschil ten opzichte van de komst van een tweeling. Er is meer ruimte om te knuffelen, te kijken en te genieten. Tegelijkertijd huppelen er al twee peuters rond wiens levens gewoon doorgaan, dus echt veel tijd is er ook weer niet. Gelukkig zijn ze een apetrotse grote broer en zus. En als ik dan kijk naar onze goed gevulde, chaotische eettafel, maakt mijn hart een sprongetje: deze drie schatjes horen bij ons! Welkom Huub, in ons gezin. We gaan nog veel plezier beleven!

Huub 4 weken

Stichting van het kind

Voor de meeste Nederlandse kinderen is een veilig thuis gelukkig heel gewoon. Maar voor 35.000 kinderen in Nederland is dat niet het geval. Zij wonen in tehuizen omdat ze door hun ouders mishandeld, verwaarloosd of verlaten zijn, of doordat ze vanwege gedragsproblematiek niet meer thuis kunnen wonen. Voor deze kinderen is het vanwege geldgebrek vaak niet mogelijk om te sporten, een zwemdiploma te halen of op vakantie te gaan. Daar doet Stichting van het kind iets aan.

Het doel raakt me (en zo zijn er nog meer, maar je moet ergens beginnen). Want het idee dat deze kinderen even hun zorgen vergeten, een hoognodig zwemdiploma halen of lekker bezig zijn met sport, vind ik fantastisch. Dat ze weer even kind kunnen zijn. Ik ben er dan ook trots op dat ik met dank aan een flink aantal van mijn vaste opdrachtgevers een mooie donatie mag doen. Bedankt allen! Een fijn idee dat we voor even een lach op het gezicht van deze kinderen kunnen toveren.

Koninklijke kinderwagen

Supersonische wagenIk win nooit iets. Die uitspraak doen veel mensen. Het klopt bij mij niet helemaal. Ik heb wel eens een bakje ijs gewonnen bij de Postcodeloterij of een beer bij de bingo. Maar geen serieuze dingen. Dus toen ik een mail kreeg met ‘gewonnen’, dacht ik eerlijk gezegd dat het om een loting ging en ik na het kopen van zes dure tickets kans zou maken op een miljoen dollar ofzo. Maar niets was minder waar.

 

Ik heb dus écht iets gewonnen. Pas toen ik het op de website van fabmama.nl zag staan, geloofde ik het. Het gaat om een supersonische, luxe kinderwagen: de ABC Design Salsa! We wilden eigenlijk een leuk tweedehandsje op de kop tikken, maar het geluk lachte ons toe. Dit is namelijk andere koek: prachtig uiterlijk, veel rijcomfort, allerlei luxe dingetjes erbij (zoals een kap op de wieg die je los kan maken en als zonnescherm kunt gebruiken), een zitje dat vooruit en achteruit gezet kan worden. En ga zo maar door.

 

Inmiddels staat hij in de bijkeuken glimmend te wachten op de komst van ons derde kindje. Evi heeft hem al even uitgetest met pop Ukkie, straks rijden we broertje er als een koning in rond. Bedankt Fabmama!

Een klein broertje

aan het strandEen kontje duwt omhoog richting mijn ribben terwijl ik dit schrijf. Een voetje stampt op mijn blaas. Ja, lieve lezers, ik ben zwanger van ons derde kindje. Half juni verwachten wij de komst van een klein broertje voor Joep en Evi! Ik ben nu ruim 34 weken zwanger.

 

Dat het een kleine druktemaker is, is duidelijk. Hij trappelt, draait en beweegt wat af in de steeds kleiner wordende ruimte in mijn buik. Nou mag hij niet klagen: hij hoeft de baarmoeder in ieder geval niet te delen. Voorlopig heeft hij het volgens mij nog prima naar zijn zin. En dat is maar goed ook, want hij mag nog even lekker blijven zitten. Rond en gezond graag.

 

Deze tweede zwangerschap is compleet anders dan de eerste. Draaide bij Joep en Evi werkelijk álles om het zwanger zijn, nu is dat niet het geval (ja sorry, hij is nu al verwaarloosd). Een eerste keer zwanger zijn is al bijzonder en wanneer het er meteen twee zijn helemaal. Bovendien moest ik vanaf 28 weken bedrust houden en kon ik op een gegeven moment ook niet zoveel meer vanwege de enorme buik die ik had. Ik zat in mijn coconnetje, trok me terug uit de wereld en dook onder in zwangerschap, luiers en boertjes.

 

Nu is het anders. Ik werk volop tot 36 weken (bij Joep en Evi beviel ik bij 36 weken en 1 dag) en voel me daar goed bij. Al kijk ik ook uit naar mijn verlof, ik ben ook maar een mens. Ik fiets en sport nog, til zo nu en dan een peuter van 13 of 15 kg, pak als een soort drinkende giraffe legoblokjes van de vloer en doe een groot deel van het huishouden. Bij thuiskomst na het werk laat ik me niet puffend op de bank vallen maar kook ik avondeten, haal de kinderen op van het kinderdagverblijf en start ik het deel van de dag dat onder (niet) eten- eventueel badderen- voorlezen- en naar bed gaan valt. Om daarna alsnog het logge lijf neer te vlijen op die bewuste bank.

 

Of ik er al genoeg van heb? Nee, zeker nog niet. Want door een verbouwing en bijbehorende werkzaamheden, een kapotte auto, een blinde darmontsteking bij Mathijs en de drukte rondom werk zit ik nog helemaal in dat gewone leven. Dus, laat mij de boel even netjes afronden. En dan ga ik lekker met een hypnobirthboekje in de tuin zitten, een puzzel maken of dutjes doen. Tussendoor geniet ik van de kleine in mijn buik en zo trek ik me langzaam opnieuw terug in mijn cocon. En voor dan zwaai ik af.

Onderbroekenliefde

Hij lijkt zo onschuldigHet bedritueel is afgerond. We hebben geplast, pyjama’s aangetrokken, tanden gepoetst, voorgelezen en liedjes gezongen. Tijd voor knuffels, kusjes en diepe rust. Aangezien Joep vandaag niet op zijn best was, bespreek ik dat nog even met hem. Ik sluit de dag namelijk graag positief af, ook als een kind meerdere malen Oost-Indisch doof geweest is en ik zeker drie keer heb gevraagd of hij ergens mee wilde ophouden. Zoals daar is het spetteren met waterverf of gooien met wortels.

 

En dus zeg ik: mama was vandaag een paar keer boos op je omdat je niet luisterde. Maar je moet weten dat dit niet betekent dat ik niet van je houd. Ik houd heel veel van je. Joep kijkt me verbaasd aan en dan volgt onderstaande conversatie:

Joep: Houd je van me?

Ik: Ja, heel veel.

Joep: Maar ook als ik stink en scheetjes laat?

Ik: Ja, dan ook (juist).

 

De scheet.

Het gewicht van het meerlingouderschap

Ik zou het niet willen missen. ‘Zeker wel zwaar hè, een tweeling’. Die opmerking hoorde ik de afgelopen drie jaar regelmatig. Tijdens mijn zwangerschap verzette ik me tegen deze deprimerende gedachte. Ja, het wordt vast zwaar, maar ook heel leuk. Na een paar maanden met Joep en Evi kwam ik tot een andere conclusie: een beetje erkenning is best lekker, want ja, soms is het niet zo gemakkelijk. Het krijgen van twee kinderen tegelijk vergt meer tijd, inspanning en logistiek. En dat gaat helaas ten koste van het genieten.

 

Inmiddels zijn we een heel eind verder en is het tweeling-zijn van Joep en Evi minder een issue. Ja, ze versterken elkaar in hun peuterpuberbuien. En het is soms een verademing om even met één tegelijk op pad te zijn: wat is dat overzichtelijk. Maar over het algemeen is het niet zo anders dan met twee ‘gewone’ kleine kinderen. Denk ik. Op vragen als ‘hoe lang blijven ze bij elkaar op de kamer slapen’ en ‘doen we ze straks samen in een kleuterklas’ na.

 

Je hebt altijd baas boven baas. Zo las ik gisteren bij op de Facebook van Vier keer zoveel geluk, het verhaal van de familie Adema. Zij kregen na twee dochters een vierling. Deze vier meiden zijn inmiddels alweer anderhalf jaar oud en gelukkig helemaal gezond. Mijn respect voor het optimisme, de aanpakkersmentaliteit en de hoeveelheid energie van de ouders is gigantisch groot. Vond ik het al een logistiek gebeuren om twee baby’s in bad te doen, zij deden dat met vier. En baalde ik wel eens omdat het leek of de poepluiers zich aaneenregen, zij hebben dat waarschijnlijk altijd. Hoeveel slaapgebrek hebben zij wel niet (gehad)? En toch lijken ze ook tijd te vinden om van hun gezin te genieten en leuke dingen te doen. Al geven ze zelf wel aan dat je leuke dingen niet ‘even’ doet. Dus bij dezen: een diepe buiging.

Een beetje minder is beter

Spelen met verfEen betere moeder zijn, dat doe je zo! De mail van blog Me to We deed mijn nekharen rijzen. Want toevallig had ik vorige week een gesprek met een oma in spé over het moederschap anno nu. En wat we allemaal wel niet moeten (van onszelf en anderen). Mag het alsjeblieft wat minder?

Zij zag dat de regels rondom zwangerschap haar dochter als een harnas omsluiten. En dat is ook wat mij tegen de borst stuitte van het credo ‘een betere moeder zijn’. Waarom moet het altijd beter, meer en groter? Gelukkig zette ik me over mijn weerstand heen en las ik de bijbehorende blog. En daar werd ik wel weer blij van. Eigenlijk draait het om onthaasten: want in onze strijd om álles goed te doen als moeder, vergeten we wel eens om stil te staan bij het moment en al het ‘moeten’ los te laten. Dus juist door minder je best te doen en dingen te laten zijn, word je een betere moeder. Kijk, dat is beter nieuws.

Stiekem weet ik wel dat het zo werkt. Want van al dat rennen en vliegen wordt niemand blij. En verstandelijk weet je ook dat je kinderen later niet denken aan die schone keuken of die biologische broccoli, maar aan die keer dat ze gingen picknicken onder lakens in de woonkamer. Dus, note to self: laat het los, laat het gaan (vrij naar Frozen, ik ben gehersenspoeld).

De stress van het niets doen

Ik keek ernaar uit. Verlangde er zelfs een beetje naar: even geen werk, de kinderen wel naar de opvang en Tijd voor Mezelf. Begrijp me goed, het was heerlijk. Maar hoe kan het dat deze spaarzame tijd zo ontzettend snel voorbij gaat? En hoe kan het dat er altijd wel iemand ziek is in zo’n periode?

Als jonge moeder is tijd voor jezelf een kostbaar goed. Dat heeft als voordeel dat je het ontzettend weet te waarderen als je een keer ongestoord iets voor jezelf kunt doen. Een cappuccino drinken zonder dat er iemand moet plassen/zich niet weet te gedragen/zijn appelsap omgooit. Eindeloos lang heel veel kleren passen. Een lange wandeling maken in je eigen, stevige tempo. Of op je gemakje douchen, inclusief (haar)maskertje, benen scheren en bodylotion.

Tegelijkertijd levert het keuzestress op. Want als tijd kostbaar is, zijn de mogelijkheden eindeloos. Ga ik het huis schoonmaken? Die kasten eens uitmesten? Sporten? De zolder opruimen? Winkelen? Wandelen? Puzzelen? Slapen? Een serie op Netflix kijken? Je kunt een uur maar één keer doen. Het levert aan het begin van de vakantie wat sacherijn op. Tot je op het punt komt dat je de ‘moet’-dingen kunt loslaten en kiest voor waar je op dat moment zin in hebt. En nu is het de kunst dat gevoel zo lang mogelijk vast te houden. Wens me succes.

Inzichten van een mama, deel drie

DSC_0242Joep en Evi zijn afgelopen zondag drie jaar geworden. Drie jaar! Zoals alle clichés over het moederschap waar blijken te zijn is een ‘wat gaat het toch snel’ absoluut legitiem. Het idee dat dit hun laatste jaar thuis is, maakt me nu al melancholisch. Straks gaan ze naar school en leren ze lezen en schrijven. Dan moeten ze mee in de orde en regelmaat van het leven. Moeten we op tijd op school zijn en kunnen we op een zonnige donderdag niet zomaar even naar de dierentuin. Gelukkig is het nog niet zover, dus tot die tijd genieten we optimaal. Want genieten is het zeker.

 

Het jaar waarin Joep en Evi twee waren was erg leuk. Het leidde tot minder inzichten en verrassingen dan voorgaande jaren, aangezien we inmiddels een beetje door de wol geverfd zijn. Maar toch, wat viel me op:

Dat ze grapjes maken. En er dan zelf om lachen.

Dat veel van deze grapjes over poep gaan.

Dat ze opeens een nieuw woord blijken te kennen, bijvoorbeeld inderdaad of afgesproken.

Dat het echt waar is ‘dat kinderen zelf aangeven wanneer ze zindelijk zijn’.

Dat Joep 100% voor iets kan gaan, of het nou luisteren naar Peter en de Wolf is of knippen of kleien.

Dat Evi de dingen graag zelf doet en naast de mama van pop Saartje soms ook mama van Joep speelt.

Dat je gesprekken met ze kunt hebben aan tafel.

Hoe ze soms niet uit hun woorden komen en dan hoog ademend hakkelen, zo vertederend.

Hoe ze op andere momenten met allerhande zaken kunnen gooien, smijten en slaan.

En dat er dan bijvoorbeeld rode verf op de witte muur zit.

Hoe vaak er een glas drinken omvalt.

Dat ze nu echt iets begrijpen van Sinterklaas.

En veel liedjes kunnen zingen.

Dat je via je kinderen een verjaardag en Sinterklaas veel meer beleeft.

Dat ze vorig jaar nog op de arm ‘zwommen’ met zwembandjes om en nu zelf vanaf de kant zonder vrees het water in plonsen.

Dat afscheid nemen van het middagdutje best een dingetje is.

Maar dat je dan wel je avonden terugkrijgt.

Dat ze een keer al zaklopend in hun kussenslopen de crème uit mijn sporttas over zichzelf hadden uitgesmeerd (wat hoor ik toch?) terwijl ze eigenlijk moesten slapen.

Dat tijd rekken tijdens het bedritueel populair is.

Dat samen keten superleuk is.

Maar dat de ander af en toe ook heel erg stom is.

Dat ze soms zeggen papa/mama/Joep/Evi is mijn beste vriend.

En dan je hand vastpakken.