Moeders verwende prinsesjes, of niet?

IJsje etenColumniste Elma Drayer draait er in de Volkskrant van 18 september niet omheen. Moederschap is helemaal niet zwaar, het was nog nooit zo licht als nu, meent zij. Sterker nog: moeders die klagen zijn verwende prinsesjes die hun zegeningen moet leren tellen. Zo, dat je het even weet.

 

De aanleiding was een blog op Me-to-we van journalistes Barbara van Erp en Femke Sterken waarin zij aangaven dat er een te rooskleurig beeld van moederschap wordt geschetst. In werkelijkheid ervaren zij het moederschap – in combinatie met werk – als zwaar. En dat had iemand hun van tevoren best mogen vertellen. Drayer vindt het onzin. Met alle moderne gemakken van nu, een man die steeds meer betrokken is en de gezinnen die uit steeds minder kinderen bestaan, is het juist gemakkelijker, zegt zij. We moeten niet zeuren. We moeten juist genieten van ‘kleuterpraat na een dag vol kouwe drukte op de zaak’ en scheppen in de zandbak om ‘te voorkomen dat je doordraait’. Ze vindt het geen dubbele belasting, maar dubbele rijkdom.

 

Moeten we nu alleen maar blij zijn met onze verworven rechten als vrouw om te mogen werken? En vooral niet zeuren? Feit is dat vrouwen nog steeds het grootste deel van de opvoeding en het huishouden voor hun rekening nemen. En ja, dat huishouden is nu minder werk dan vijftig jaar geleden. Maar er is naast die baan ook een stuk minder tijd.

 

Misschien zit het probleem er niet in dat we ‘alleen maar’ werken en zorgen. Maar in dat we dat graag zo perfect mogelijk willen doen. En dat we daarnaast nog jong, hip en slank willen blijven. Dat we ook een leuke vriendin willen zijn die regelmatig sport, een sociaal leven heeft en reisjes naar verre oorden maakt waarbij ‘de kinderen gewoon meegaan hoor’. Misschien dat die druk het zwaar maakt.

 

Ja, er wordt steeds meer gesproken over de ongemakken en obstakels van het moederschap. Poep, kots, hechtingen, huilbaby’s en krijsende peuterpubers zijn geen taboe meer. Maar toch: als je een blad over zwangerschap of geboorte opent, kun je rekenen op de roze wolk: zoetsappige plaatjes van schattige baby’s, moeders met blossen op hun wangen, handige, veel te dure gadgets en negen manieren om zelf biologische babyvoeding te maken. En vooruit, twee pagina’s over de minder leuke kanten. Het is zoeken naar een flinter realiteit tussen al het roze geweld. En zo lang er nog winkels zijn die als slogan ‘als jij wij wordt’ hebben, valt er nog flink wat winst te behalen.

 

Dus, is het zwaar? Ja, soms. Er zijn momenten dat ik gevierendeeld word tussen kinderen, werk, tijd voor mezelf en tijd voor mijn man. En o ja, het huishouden. Er zijn momenten dat ik om vier uur ’s nachts in mijn onderbroek weer een bed en kind sta te verschonen of dat ik twintig minuten lang met een peuter in de auto rondrijd die per se ‘een koekje wil’. En er zijn ook momenten dat ze ontzettend grappig, lief, aandoenlijk, slim en mooi zijn. Die zijn er gelukkig heel veel. Dus het is zwaar. En leuk. En vermoeiend. En hartverwarmend. Alle kanten van de medaille zijn vertegenwoordigd.

De lelijke wereld

Stiekem slapen in het grote bedAangespoelde lijken van kinderen, een man met twee kinderen onder zijn arm en wanhoop op zijn gezicht. Een moeder die haar tweeling verdrinkt en voor de zekerheid met een balpen steekt omdat ze psychisch ziek is. Genocide door IS, het kapotmaken van eeuwenoud erfgoed door dezelfde mannen. Oorlog in Somalië, Noord- en Zuid-Sudan en Mali.

 

Elke dag worden er mensen vermoord, verkracht, ziek, beschadigd. Elke dag wordt er onrecht aangedaan. Ik houd me er liever niet teveel mee bezig, want je eigen leven wordt niet mooier wanneer je steeds aan de grimmige, donkere kant van de wereld denkt. Toch ben ik er nu wel mee bezig, met die lelijke zijde. Het kan niet anders, want het is te pijnlijk, te erg. Het contrast te groot. Aanspoelende lichamen van ‘gelukszoekers’, kinderen nog. Dat je als ouders zo’n stap durft te zetten, dan moet je wel wanhopig zijn. En dan mijn eigen kinderen, warm en rozig stiekem slapend in ons grote bed. Een leven om te koesteren.

Man zoekt parttime werk

Voor vrouwen kan het al lastig zijn: parttime werken in een leuke functie. Werk en privé blijft een constante zoektocht naar een goede balans. Hoe moet dat zijn voor een man in een mannenwereld? Een man die parttime wil en moet werken omdat hij de zorg heeft voor zijn zoon na het overlijden van zijn vrouw. Een zoon die extra begeleiding en zorg nodig heeft vanwege dat overlijden. Maak kennis met Michael Karna.

Het wordt tijd dat het Michael meezit. Zoals hij zelf zegt is hij nog steeds de hardwerkende, loyale en betrokken medewerker. Maar wél een medewerker met belangrijke verantwoordelijkheden thuis. Hij is 32 uur beschikbaar maar kan geen ploegendiensten meer draaien want ’s avonds en ’s ochtends moet hij er zijn voor zijn zoon. Hij kan aan de slag als proces operator, heftruckchauffeur en bij het uitvoeren van simpele werkzaamheden in bouwprojecten. De vraag is nu: welke ondernemer geeft hem een kans? Ik hoop dat er een ondernemer met een warm hart en een flinke dosis lef is die hem in dienst wil nemen. Hij krijgt er een harde werker voor terug.

Maar breder nog: blijkbaar is er niet alleen voor vrouwen een strijd te voeren op het gebied van parttime werken en de mogelijkheid om carrière te maken of simpelweg een leuke baan te hebben. We lijken te vergeten dat werk – hoewel belangrijk en in het beste geval leuk en interessant – onderdeel is van ons leven en een middel om dat leven te bekostigen. Er is (bijna) niemand die op zijn of haar sterfbed zal zeggen ‘had ik maar meer gewerkt’. Terwijl ik denk dat Michael nu en later alleen maar trots is op zijn keuze om er voor zijn zoon te zijn. Een keuze die ik alleen maar toe kan juichen.

In ons gezinscoconnetje

IJsje etenTerwijl onder meer Nederland zich opmaakt voor een hittegolf, Griekenland de hakken in het zand zet en afstevent op een faillissement en geliefden van slachtoffers van Franse en Tunesische gruweldaden hun tranen stelpen, denk ik terug aan een heerlijke vakantie. Een week waarin alles draaide om Mathijs, Evi, Joep en ik en we de wereld buitensloten. Wat was het fijn!

 

Elke dag van de glijbaan in het zwembad. ’s Middags krulletjesei (roerei) eten en regelmatig een ijsje. Heel veel bellen en ballonnen (op)blazen, nog meer springen, spetteren en plonzen in het zwembad, spelletjes doen, borrelen, naar de dierentuin en broodjes met vakantiesmeerkaas (La vache qui rit) mee voor onderweg. Het spannendste wat De fontijn in Monser in ons park gebeurde was dat er een hertje ontsnapte uit de kinderboerderij. Dan weet je het wel.

 

Vakantie met kleine kinderen is familietijd. In ons gezinscoconnetje genoten we van elkaar en van de zee aan tijd die we konden besteden zoals wij dat wilden. Geen haast, geen stress en heel veel leuke dingen. We hebben genoten. Gelukkig mogen we deze zomer nog een keer, want de week vloog veel te snel voorbij.

Met het treintje

Nu even niet

Twee dezelfde regenjacks, eindeloze fietstochten en kruiswoordpuzzels. Ik wil niemand voor het hoofd stoten, maar dit is wat mij betreft het schrikbeeld voor de toekomst: twee gezapige, doorleefde partners die met de mondhoeken omlaag samen ontevreden zijn. In een tijdschrift las ik vorige week een artikel over dit toekomstbeeld en hoe ik ervoor kon zorgen dat het geen werkelijkheid zou worden. Mijn aandacht was gewekt.

Hoe word je niet ontevreden, saai en voorspelbaar? Het antwoord in het artikel: door jezelf onderweg niet kwijt te raken. En, mede-mama’s (en papa’s), laten we eerlijk zijn: het is een reëel risico. Want de dagen rijgen zich nou eenmaal aaneen van werk naar kinderopvang, van geplette rozijntjes tot ‘s avonds mails beantwoorden en van de was opvouwen tot discussies over welke schoenen je kind aan moet doen. Er is altijd wel iets wat moet, en dat iets zit de dingen die mógen in de weg.

Wat heb ik het afgelopen jaar puur voor mezelf gedaan? Bijtend op mijn lip dacht ik na over deze vraag. Sporten, een keer uit eten met een vriendin, tekenen, mijn nagels lakken, winkelen, eten met Mathijs, een weekendje weg, naar de sauna met mijn zussen en moeder. Ik somde het op in mijn hoofd en kwam tot de conclusie dat het lijstje best wat langer mocht zijn. Dat, om mezelf te kunnen blijven, ik leuke dingen moet doen zodat ik eraan herinnerd word wie ik ook alweer ben naast mama en zelfstandig ondernemer. En natuurlijk, het is óók leuk om leuke dingen te doen met het gezin. En daar geniet ik ook van, maar daar gaat het nu dus even niet over.

En dus toog ik gisteren met handdoek en badjas richting sauna. In mijn eentje. Het voelde eerst als spijbelen, want het was eigenlijk een werkdag, maar al snel maakte dat gevoel plaats voor stiekem genieten. Ik liet mijn gedachten de vrije loop, deed mee aan een opgieting, genoot van een lunch -gewapend met tijdschrift, dat wel – en verscheen een paar uur later helemaal schoon en opgeladen aan het avondritueel. Dat moet ik écht vaker doen, dacht ik. Hopelijk kan ik me hieraan houden en blijven de regenjacks nog even in de kast.

Een, twee ik zeg ‘nee’

2015-05-28 08.13.03Even tot tien tellen, ik doe het momenteel dagelijks. Ik wil niet die kleren aan, ik wil niet plassen, ik wil dat muziekje nog tien keer horen, ik wil geen yoghurt, ik wil geen water, ik wil bellenblazen, ik wil geen schoenen aan, ik wil geen jas aan, ik heb helemaal niet gepoept. En dan heb je dus alleen nog maar ontbeten (tenminste Mathijs en ik hebben wat gegeten, zij hebben niet zoveel op). En dat keer twee.

 

Waar zijn mijn lieve, gezeglijke kinderen gebleven? Waar zijn de Joep en Evi die ’s nachts gewoon doorslapen, ‘ja’ kunnen antwoorden op een vraag en dingen willen doen die ik wil? Soms zie ik glimpen van mijn oude schatjes maar de laatste tijd zie ik vooral twee peuterpubers die de grenzen volop opzoeken. Ik weet ‘het is een fase’, maar wel een tenenkrommende.

 

Het lastigste vind ik de continue afweging tussen ‘choose your battles’ en ‘geef consequent je grenzen aan’. Ik wil niet op elke slak zout leggen en elke discussie aangaan. Daar wordt het zo ongezellig van. Maar ik wil ook niet mijn kinderen verpesten door het inconsequent en te weinig aangeven van regels, want ik geloof er heilig in dat kinderen regels nodig hebben. Hoog tijd om mijn boek ‘How to talk to kids’ weer eens uit de kast te trekken. En dan vanavond vol goede moed weer verder. Duimen mag.

Baby’s eerste jaar

Evi en Joep ruim vier maandenIedere baby het eerste jaar thuis, ik schreef er eerder al een gepikeerde blog over. Inmiddels heb ik het onderwerp laten bezinken en de documentaire Rust rond de wieg gezien. En ik moet zeggen: die Carolina de Weerth is zo gek nog niet.

 

Ik trok het me persoonlijk aan en dat had ik niet moeten doen. Want niemand zegt dat het een fout van de ouders is dat zij het eerste jaar niet thuis blijven bij hun kind. Het probleem zit hem juist in het gebrek aan mogelijkheden. De vinger wijst niet naar ons, maar naar de overheid. Die moet het verlof beter regelen. Volgens Carolina betekent dat een jaar verlof verdeeld over de man en vrouw.

 

En dat is natuurlijk een ander verhaal. Want hoe belachelijk is het eigenlijk: drie maanden verlof voor de moeder en twee dagen voor de man? Heb je net je draai gevonden en hopelijk iets meer slaap dan in de eerste weken, mag je alweer aan het werk. Ik had graag langer verlof gehad. Tweelingmoeders mogen sinds kort in hun handjes klappen dat het verlof verlengd is naar twintig weken. Dit houdt in dat moeders vier weken eerder met verlof mogen gaan. In de praktijk betekent het vooral een mentale verandering, aangezien veel meerlingmoeders al eerder in de ziektewet terechtkomen.

 

Volgens Carolina is de zorg van de ouders het beste voor het kind vanwege de binding. Zo voorkom je stress. We kunnen op dat gebied veel leren van ‘primitievere volkeren’. Daar waar baby’s veel gedragen worden, huilen ze minder. Ze willen contact met hun ouders. Dat klinkt mooi, maar als ik terugdenk aan de drie maanden tijdens mijn verlof met Joep en Evi thuis, dan denk ik niet aan het eindeloos dragen van twee baby’s. Ik vermoed dat er bij ons thuis ook wel eens stress is geweest bij de één omdat ik bezig was met de ander. Datzelfde geldt vast ook voor andere moeders van meerdere kinderen.

 

Toch ben ik het met de onderzoekster eens dat het fijn is om thuis een stressvrije omgeving te hebben voor baby’s. Fijn voor de ouders, die niet hoeven rennen en vliegen van crèche naar werk  en naar de supermarkt. En fijn voor de baby’s die de rust vast kunnen waarderen. Het krijgen van een kind (of kinderen) gebeurt nu een beetje tussen de bedrijven door. Ik denk dat het goed voor iedereen is om meer tijd te krijgen tijdens zo’n levens veranderende gebeurtenis. Maar ik blijf erbij dat een jaar lang is, ook gezien je positie op de arbeidsmarkt. De keuze aanbieden, dat zou al fijn zijn. Voor moeders én voor vaders.

Angsthazen

Onze kinderen zijn niet zo bang aangelegd. De manier waarop Evi een ballenbak inspringt doet de wenkbrauwen van veel moeders rijzen. En ik verwonder me regelmatig over het gemak waarmee Joep enthousiast een kamer met onbekenden doorspeelt en -stuitert. Maar sinds kort blijken we toch twee angsthazen te hebben.

De paashaas, het klinkt zo leuk. En dat was het ook. Eitjes zoeken: leuk. Chocolade eten: nog leuker. Gekookte eitjes pellen en eten: idem. Maar dan die rare paashaas. Ze hebben hem de eerste keer gespot tijdens een bezoek met opa en oma aan een tuinwinkel. Panisch waren ze, aldus opa. Ik nam het ter kennisgeving aan. Op eerste paasdag zag ik het met eigen ogen. We waren aan het wandelen en vanuit het bos kwam een man verkleed als paashaas aangelopen. Hij was tientallen kinderen aan het helpen met eieren zoeken. De reactie was overweldigend. Twee kinderen sprongen bij ons op schoot, kropen diep weg in onze nekken en huilden omdat ze zo bang waren. Zo kenden we onze kinderen helemaal niet. Het kostte heel wat overredingskracht om de paashaas uiteindelijk op drie meter te naderen, meer zat er niet in.

Inmiddels ligt Pasen achter ons maar zijn we nog bezig met het verwerken van alle indrukken. Joep droomde eerder deze week over de paashaas en werd gillend wakker. De paashaas mocht niet in de auto, zei hij. Evi had gisternacht twee keer een nachtmerrie over de paashaas en was enorm ‘geschrokken. Het lastige was dat ze gisteravond, hoewel heel moe, niet durfde te gaan slapen. Ze lag zwetend, trillend en huilend in bed, zich vastklampend aan haar knuffelolifant. Na twee uur praten en proberen konden we haar ervan overtuigen dat de paashaas in zijn eigen huis was en niet bij ons binnenkwam. Dat werkte. Maar wat een verdriet. En dat om iets dat speciaal voor kinderen is bedacht. Ik ben benieuwd hoe het over twee maanden gaat na een bezoek aan de Efteling.

Van droom naar teringzooi

Niets kan je voorbereiden op het ouderschap. Van tevoren had ik er bepaalde (rooskleurige) gedachten over. En natuurlijk, die momenten waarbij je hart een sprongetje maakt zijn er. Als ze hun armpjes om je heen slaan en je een knuffel geven bijvoorbeeld. Of als ze elkaar een kusje geven of ’s avonds zoet liggen te slapen. Joep die met een schuin hoofd oogcontact maakt en knikkend iets vertelt. Evi die schalks lacht als ze iets stiekems heeft gedaan. Maar er zijn alleen minstens zoveel momenten waarop de moed je in de schoenen zakt en het bloed onder je nagels verdwijnt.

Zo is daar het geven van borstvoeding. Ik had verwacht dat ik als een soort goddelijke Madonna met twee kinderen aan de borst zou zitten, in een serene rust zou ik mijn schatjes liefkozend bekijken en gelukzalig glimlachen. Er zou nog net geen engelachtig aura om me heen verschijnen. De praktijk bleek weerbarstiger, vermoeiender en heel weinig met rust te maken te hebben. Ik zal je de details besparen.

Dan het samen eten aan tafel. Droomde ik vroeger van samen met mijn gezin de dag doornemen aan de eettafel, tegenwoordig ben ik vooral blij als iedereen wat gegeten heeft. Het begint al met het koken: twee kinderen die aandacht willen terwijl je in hete pannen staat te roeren. Vervolgens lusten ze het niet, smeren ze de tafel onder en probeer je zelf wat eten naar binnen te werken terwijl je je kinderen enthousiast aanmoedigt. Daarna mag je de troep opruimen. En dat gesprek? Misschien over vijf jaar?

Een ander onderwerp valt in de categorie koekjesmoeder. Ik wil dolgraag die moeder zijn die hutten bouwt met haar kinderen en daarin gaat picknicken. Die koekjes bakt, kleiwerkstukjes maakt, met ze vingerverft en tekent en plakt. Wat blijkt: die dingen zijn (als je kinderen maximaal twee jaar en drie maanden oud zijn) maar tien minuten leuk. Maar de voorbereiding en het opruimen duurt veel langer. Zo hebben we gisteren gekleid. Dat duurde dus tien minuten en als ik niet mee had gedaan nog korter. Vervolgens moesten we alles opruimen en de handen wassen. Dat handen wassen gebeurde iets te spetterend wat resulteerde in één groot waterballet. Dus: alle kleren uit en opnieuw aankleden. En dat willen ze dan zelf doen. Voordeel is wel dat het een ochtendvullend programma was.

Het bijna-effect

Joep kletst de hele tijd door. Vanaf het moment dat hij wakker is (mama, papa, wakker!) totdat hij gaat slapen (hoeve niet te slapen). Evi is iets stiller maar verrast ons vervolgens met nieuwe woorden die uit het niets lijken te komen. Kappusjon, zei ze gisteren, terwijl ze de capuchon van haar jas over haar hoofd trok omdat het regende. Weer een nieuw woord bij de verzameling in haar kleine hoofdje. Het is verbazingwekkend wat en hoe snel kinderen nieuwe dingen leren. Van lachen en omrollen tot rennen en praten.

Waarom zijn kinderen zo goed in leren? Natuurlijk, het is de bedoeling dat zij dit doen in deze levensfase, daar zijn hun hersenen op gebouwd. Maar wat kunnen wij leren van hen? Want hoe moeilijk is het om als volwassene iets nieuws te leren? Het antwoord zag ik opeens afgelopen week. Evi gooide met een ballon en probeerde hem op te vangen. De ene keer lukte het wel (ja, gelukt!) en de andere keer niet. Dan zei ze: bijna! Ook als de ballon een totaal andere kant op stuiterde.

Bijna. Het smaakt naar ‘straks lukt het wel’. Kinderen kunnen volgens mij zo goed leren omdat ze de bijna-instelling hebben. Ze weten dat de aanhouder wint. Dat je het stapje voor stapje moet doen. En dat als je maar blijft proberen en gelooft in jezelf, het je op een dag lukt. En dat je dan glundert van trots. Het bijna-effect, ik ga het ook proberen.