Die lekkere flow

Het is alweer even geleden dat ik de balans opmaakte van 2014. De vakantie is voorbij gevlogen en het nieuwe jaar is spetterend van start gegaan. Ik weet niet of het komt door de acquisitie die ik gedaan heb, mijn fantastische kwaliteiten of puur toeval en geluk, maar mijn agenda puilt plotseling uit. Vandaar dat de eerste blog van het nieuwe jaar even op zich liet wachten. Het schrijven ervan zweefde steeds ergens op mijn ‘to do’-lijstje maar net niet hoog genoeg.

En nu dus wel. Maar wat valt er te zeggen? Ik ben vooral dolblij met het toenemende succes. En tegelijkertijd probeer ik in mijn hoofd de agendapunten en afspraken aan elkaar te knopen. Een interview afnemen in België en hup door om de kinderen op te halen van het kinderdagverblijf. Een afspraak in Utrecht, Tilburg, Den Bosch en, nee, die afspraak in Eindhoven past er niet meer bij. Lastig, voor iemand die heel enthousiast is en liever geen ‘nee’ zegt.

Naast de op de achtergrond in kleine mate aanwezige ongerustheid (gaat dit allemaal lukken? Natuurlijk lukt het! Wat als er een kind ziek wordt? Dan vind ik daar wel een oplossing voor) is er vooral een overheersend gevoel van trots, van goed bezig zijn, van mezelf nuttig maken. Wat is het toch lekker om in een flow te zitten. Als carrièrevrouw, ondernemer en als moeder. Alleen die sportbroek ligt een beetje te verstoffen in de kast. Dat komt in februari wel weer.

Inzichten van een mama -deel 2

Joep en Evi zijn afgelopen zaterdag twee jaar geworden. Hoewel het me aan de ene kant melancholisch maakt – wat gaat de tijd toch snel – voelt het aan de andere kant heel logisch. Ze zíjn namelijk al echt twee jaar. Het zijn geen kinderen meer van een jaar die nog niet goed kunnen lopen, drie woorden zeggen en net baby-af zijn. Het zijn mini-mensjes geworden met een eigen wil, voorkeuren en mogelijkheden. En de ‘ik ben twee en zeg nee’-fase is ook begonnen. Vorig jaar schreef ik over de verrassingen die het eerste jaar moederschap mij hebben gebracht. Wat bracht het tweede jaar?

De verrassingen van het tweede jaar:

  • Dat het bestwel intensief is wanneer je kinderen net wel/net niet kunnen lopen.
  • Dat blijven zitten in de kinderwagen iets voor baby’s is.
  • Dat het heel fijn is om zonder kinderwagen op pad te gaan (mits niet te ver).
  • Dat je dan geen haast moet hebben.
  • Dat je weer op stap kunt met een kleine tas (mits je de luiers niet vergeet).
  • Dat zelf doen vele malen leuker is dan wanneer papa of mama iets doet.
  • Dat je geduld dagelijks wordt beproefd.
  • Dat je de wereld opnieuw leert kennen door hun ogen.
  • Hoe je hart overstroomt als ze alleen maar bij jou willen zijn.
  • Hoe vervelend het is wanneer ze opeens alleen maar bij jou willen zijn.
  • Dat poepen met de deur open normaal wordt.
  • Dat avondeten per definitie vies is.
  • Behalve als het pannenkoeken zijn.
  • Dat ergens koffie drinken met de kinderen meestal niet relaxed is.
  • Behalve als er iets te doen is voor de kinderen.
  • Dat we tegenwoordig heel soms daadwerkelijk tijd hebben om onze koffie op te drinken.
  • Krentjes de uitvinding van de eeuw zijn.
  • Dat er nog steeds zo nu en dan gebroken nachten zijn.
  • Maar dat het gelukkig meestal stil is ’s nachts.
  • Dat je zo verliefd kunt zijn vanwege een ondeugende blik of actie.
  • Dat je ’s ochtends met z’n allen in het grote bed ligt als een gezin.
  • Of ’s avonds samen een boekje leest op de bank.
  • Wanneer ze luisteren als je iets vraagt/zegt/verbiedt.
  • Wanneer ze je vol in je ogen kijken en iets doen wat niet mag.
  • Dat ze soms samen spelen.
  • En op andere momenten elkaar verschrikkelijk irritant vinden.
  • Dat ze zo jong al zeggen ‘papa/mama NIET doen’.
  • Dat ze zeggen dat ze je lief vinden.
  • En daarna een koekje willen.

Jespertje

Wat is dat ineens weer klein, zo’n pasgeboren baby’tje. Dat dacht ik toen ik Jesper voor het eerst in mijn handen hield. Onze wereld is namelijk weer een klein neefje rijker. Op 28 oktober is Jesper geboren, broertje van Timo en zoon van zus L en zwager R. Zo klein, zo kwetsbaar, zo hulpeloos. Jesper produceert wat kreungeluidjes, drinkt zijn flesje en huilt soms een klein beetje tijdens ons bezoek. Joep vindt het heel even interessant. Evi wel iets langer. Maar daarna blijken de beschuit met muisjes toch nét iets interessanter.

Jesper is de zesde telg van de Bussenkleinkinderen. Alweer een jongen dus de teller staat op vijf jongens en één meisje (gelukkig staat Evi haar mannetje). Wat is het weer bijzonder om zo’n kleintje te zien, vast te houden, te voelen en te ruiken. En wat is het toch een gek idee dat 48 uur voor ons bezoek Jesper nog veilig in zijn moeders buik zwom. Nu is hij er, helemaal compleet en gezond. Wat prachtig!

Lieve Jesper, je bent een aanwinst voor de familie. Je grote broer is heel trots op je en is blij met je komst, ook al is het soms even wennen. En je ouders houden nu al ontzettend veel van je. Ook al is het slaapgebrek weer net zo pittig als drie jaar geleden. Groei maar goed, slaap maar goed, laat je lekker knuffelen en verwennen. En leer de wereld aan de hand van je ouders en je grote broer kennen. Alle geluk voor jou!

Opvoeden is ontdekken

Kinderen in Nederland worden te vrij opgevoed. Het programma Dit is de dag had er vorige week een discussie over. Het blijkt dat 63% van de Nederlands vindt dat kinderen te vrij worden opgevoed. Is dit zo? En wat is dat eigenlijk, een vrije opvoeding?

Gillende peuters op de grond in de supermarkt, kinderen die zeuren om een snoepje, pubers die alleen maar snauwen vanachter hun Smartphone. De a-sociale kinderen waaraan iedereen zich ergert. En  natuurlijk zijn het altijd andermans kinderen en nooit die van onszelf. Nu ikzelf kinderen heb, heb ik meer begrip voor hoe moeilijk opvoeden eigenlijk is. Dat kinderen nou eenmaal leren door zaken eerst fout te doen (het zijn net mensen) en dat peuters soms zo gefrustreerd zijn dat ze het op een ongecontroleerd brullen zetten. Ze zijn ‘work in progress’ dus reken ze niet te snel af op de tussenstand.

Vroeger moesten kinderen luisteren. Punt. Of ze daar gelukkig van werden, bleef ongevraagd. Nu willen we dat onze kinderen gelukkig zijn en worden (en dat blijken de Nederlandse kinderen te zijn, yes!). Tegelijkertijd willen we ze opvoeden tot verantwoordelijke, autonome mensen met normen en waarden. Maar hoe doe je dat?

Tijdens het discussieprogramma komt helaas niet aan bod wat vrij opvoeden nou eigenlijk is. Ik vermoed dat veel mensen een beeld hebben van ongecontroleerd springende kinderen die nooit luisteren. Maar zonder regels is er ook geen vrijheid, zegt de psycholoog terecht. En tijdens het programma blijkt dat op sommige punten de vrije en strenge opvoeders helemaal niet zoveel verschillen: beiden hebben regels. De een alleen wat meer dan de ander.

Persoonlijk geloof ik dat je kinderen de kans moet geven om zelf spelenderwijs, met vallen en opstaan de wereld te ontdekken. Laat kinderen vooral lol maken en plezier hebben, we kunnen de rest van ons leven nog serieus zijn. Dat betekent niet dat ze bij ons op tafel staan te dansen of dat alles mag. Maar het houdt wel in dat hun ontdekkingstocht leidend is. Tegelijkertijd vind ik het hele opvoeden zelf ook één grote ontdekkingstocht. Elke fase vraagt om een andere aanpak en ieder kind is anders. En die ontdekkingstocht is vaak heel leuk maar soms frustrerend. Hoe denken jullie over opvoeden?

Familietijd

Ik vond het best een beetje spannend dit jaar. Vanwege mijn optimistische inslag was ik er vorige zomer vanuit gegaan dat een vakantie met twee baby’s van negen maanden hart-stik-ke leuk zou zijn. Dat ik dan ook zelf een beetje zou uitrusten en bijkomen enzo. Ik zat er flink naast. Ja, het was óók leuk, maar het was gewoon net als thuis maar dan zonder de luxe van een wasmachine, vaatwasser en opvang en dat alles op een paar vierkante meters. En tijd voor mezelf? Echt niet.

Dit jaar zou ik er niet intrappen. En dat is gelukt. We hebben een heerlijke vakantie gehad in Zeeland. Eerst drie nachtjes zonder Joep en Evi, met dank aan opa en oma H. En daarna lekker met zijn viertjes. Het overzichtelijke ritme van een middagslaapje zorgde voor een duidelijk dagprogramma. Vertier was er volop in de vorm van fiets, zand, paardjes, dennenappels en speelgoed. En rust was er tussen de middag en in de avond (gaap!).

Wat ik vooral heel leuk vond is dat je even tijd hebt met zijn viertjes zonder de afleiding van werk en andere zaken. Daardoor leer je je kinderen weer net iets beter kennen. Ze veranderen zo snel. Tijdens de vakantie heb ik écht goed kunnen zien wat ze nu allemaal doen, kunnen en zeggen. En dan is het zelfs zo leuk dat je nog niet naar huis wilt als de tijd erop zit. Wanneer gaan we weer?

Jongetje vs meisje

Er schijnen wetenschappers en opvoedkundigen te zijn die denken dat je een jongetje of meisje kunt ‘maken’. Dat als je een jongetje maar genoeg poppen geeft, hij zich als een meisje gaat gedragen. En dat meisje geef je dan auto’s. En Duplo.

Bij ons in huis bevindt zich (in mijn ogen) het bewijs dat bovenstaande onzin is. Vrijwel vanaf de geboorte was Evi een meisje-meisje en Joep een echt jongetje. Meisjes die te vroeg geboren worden zijn pittig: check, jongens hebben het vaak iets moeilijker: check. En hoe ouder ons tweespan wordt, hoe meer ik de verschillen zie. Natuurlijk zijn ze niet altijd zwart-wit, zo ‘rijdt’ Evi ook met een auto in haar hand rond terwijl ze broem-broem zegt, maar 90% van de keren klopt het.

Zo is Joep een druktemaker. Vanaf het moment dat hij wakker is gebruikt hij zijn energie zo optimaal mogelijk. Daarbij rent hij rond, valt hij, gooit hij zichzelf op kussen en zegt hij heel hard boem. Stilzitten is voor baby’s en als hij te lang in de kinderwagen of autostoel zit, wil hij er UIT! Speelgoed is om mee te slaan/timmeren/rond te rennen. Zand is er om in de lucht te gooien, de schommel moet heel hoog (en zo lang mogelijk) en de glijbaan moet hard. Als je in bad zit, spetter je dat het een lieve lust is en trappel je met je benen om extra slagkracht te hebben.

Dan Evi. Ze wordt rustig wakker (van Joep) en sabbelt wat op haar tutje. Ze is vrolijk, puzzelt graag, kijkt met aandacht naar details, kan een half uur (!) tekenen als ze daar zin in heeft, vindt het leuk om mijn riem of haar schoenen eindeloos open en dicht te doen, bekijkt haar kleding vol aandacht, houdt niet van teveel gespetter, blijft langer zitten (mits vastgezet, anders is staan heel leuk) en doet de deur zachtjes achter zich dicht. Ze luistert net wat meer dan Joep, vindt het leuk om aan de hand te lopen en is onder de indruk van een duidelijk ‘nee’. Al kan het zijn dat ze dan als een papegaaitje meedoet: neeneeneenee!

Twee kinderen, één huishouden, één opvoeding. Totaal verschillend. Leuk hoor!

Verregende dagen

Het regent, het zegent, de pannetjes worden nat. In het liedje klinkt het heel gezellig. Het klinkt alsof Jip en Janneke hun regenlaarsjes aantrekken en lekker door de plassen gaan stampen. Alsof iedereen het hartstikke leuk vindt dat het regent, want daar kunnen we best tegen toch. En het klinkt alsof de bui zo weer over trekt.

Maar dat is dus niet zo. Zoals jullie weten regent het al dagen in Nederland. Na vele weken van droogte (en lekker weer voor de tijd van het jaar!) snakte de tuin naar wat hemelwater. Ik ben blij voor de tuin en ik wil ook niet teveel zeuren, maar nu is het wel genoeg. Want zo leuk als in dat kinderliedje is het helemaal niet. Ja, voordat ik kinderen had was een regenachtig weekend een goed excuus om op de bank te kruipen met een goed boek, potje thee en een dekentje erbij. Of om ’s middags spelletjes te spelen in de kroeg met een biertje en bitterbalen. En later een sateetje want niemand heeft dan nog zin om te koken. Maar dat kan dus niet met kinderen.

Ik kan namelijk niet een hele dag binnen zitten met Joep en Evi. Dan komen de muren een beetje op me af en krijgen zij onderling ruzie over nu dan het ene en dan weer het andere speeltje. Een frisse neus halen is voor allemaal fijn. Even een verandering van uitzicht doet wonderen voor het humeur. Maarja, wat als het continu regent. Met twee kinderen van anderhalf is het dan niet zo leuk om naar buiten te gaan. En als het even droog is, is de speeltuin veranderd in een modderpoel met natte toestellen. Dus dat is ook niet handig.

Zaterdag gingen we met de familie naar een binnenspeeltuin. Dat was een eerste keer voor ons. En hoewel ik een beetje bang was voor de drukte, andere terrorkinderen en de frietlucht, viel het me 100% mee. Joep en Evi speelden de sterren van de hemel, dus het was zeker voor herhaling vatbaar. Maar elke dag naar de binnenspeeltuin? Nee. En voor veel dingen zijn ze nog te klein (koekjes bakken bijvoorbeeld). Iemand nog ideeën?

Trots in perspectief

Als ouders vind je je eigen kinderen ge-wel-dig. Tenminste, dat is mijn ervaring. Joep en Evi stappen nu vrolijk rond en daarvan maakt mijn hart een trots sprongetje. Vijftien maanden en lekker aan de wandel: wat knap! Joep zegt onder meer ‘poes’ (tegen elk dier, maar vooruit) en Evi ‘waf’ (of wahwahwah) en doet met verve een leeuw na. Elke dag komen er nieuwe verworvenheden bij en sta ik weer te glimmen. Heb je dát gezien? Bij andere kinderen is het volkomen normaal, bij mijn eigen kinderen steek ik de loftrompet. Misschien komt het doordat ik me nog zo goed kon herinneren hoe klein en hulpeloos ze een jaar geleden waren.

Er is altijd baas boven baas. Zo las ik dat deze peuter een IQ van 160 heeft. Volgens mij is dat niet per se goed nieuws, want of je er ook gelukkig van wordt is niet gegarandeerd. Maar ok, ze is dus heel erg slim, dat zie ik zelfs in. Ik las verder en ontdekte dat deze kleine meid al op 1-jarige leeftijd een naar-bed-gaan-verhaaltje niet alleen exact kon onthouden, maar het een avond later in zijn geheel op kon zeggen. Met alle woorden dus! Wat ontzettend knap. Dat zet de poes en wawawa weer in perspectief. Maar trots blijf ik.

Jij slaapt, ik lees

Er is een nieuwe site voor moeders. Deze keer geen holistische ideeën, ergonomische draagtips en biologische recepten. Nee, het is een website voor ‘moeders met een leven’. Ik voel me aangesproken (en denk verdorie, waarom heb ik dat niet bedacht).

Eén van de aansprekende blogs is deze. Het gaat over wat je als vrouw vindt dat je moet doen als de kinderen slapen. En wat je eigenlijk zou moeten doen. Nieuwbakken mama’s maken vaak de fout om heel efficiënt en productief te willen zijn. Been there done that. Wasje erin, vaatwasser uitruimen, even stofzuigen, speelgoed opruimen, dat werk. Je kent het wel. Heel begrijpelijk als je een krijsende zuigeling op je arm hebt, maar ook die periode gaat voorbij. En wat blijkt: klusjes doen tijdens slaaptijd moet je dus juist niet doen. Die uren moet je je tegoed doen aan de rust. Je leest een tijdschrift of een boek, doet een dutje, werkt wat. Je laadt jezelf weer op om na afloop vol enthousiasme verder te gaan met de dag.

Het blijkt namelijk dat kinderen veel dingen als spelen zien. Wij zien een vaatwasser, zij zien een doos met allemaal speelgoed. Schakel je kinderen in om de plastic bakjes aan te pakken en ze vinden het léuk. De messen doe je vanzelfsprekend zelf. Het duurt wat langer, maar je krijgt het gedaan. Datzelfde geldt voor opruimen (samen doen en meehelpen), wasje erin doen (even tussendoor, samen opvouwen, zie vaatwasser) en stofzuigen (is eigenlijk een heel leuk spelletje). Voel je vooral niet schuldig over het nuttig besteden van je tijd met je kinderen erbij. Het is niet erg dat ze leren dat sommige dingen nou eenmaal gedaan moeten worden. En misschien vinden ze het zelfs leuk. Hoewel ik deze aanpak al gedeeltelijk  toepaste, ben ik me er nu meer bewust van. Bedankt voor de tip!

Gelukkig niet perfect

Een fijne jeugd geeft een grotere kans op depressie, zo blijkt uit onderzoek. Doordat je in je jonge leven weinig stress hebt ervaren, ben je er op latere leeftijd minder goed tegen gewapend. Het klinkt logisch, maar wat nu?

Als je kinderen krijgt wil je het allerbeste voor ze. Tenminste, ik wel. Ik gun Joep en Evi een heerlijke jeugd vol koekjes bakken, bomen klimmen, liedjes zingen, buiten spelen, muziek, tekenen en plezier. Een jeugd waarin ze zich geliefd, vertrouwd, vrij en geborgen voelen. Een mooie basis voor de rest van hun leven. En nu blijkt dat dus helemaal niet zo goed te zijn!

Zal ik mijn kinderen dan maar bewust blootstellen aan stress? Nee, dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Dan accepteer ik liever dat ze beter geen politieagent of militair kunnen worden. Aan de andere kant is het fijne jeugdscenario dat ik net schetste niet altijd realistisch. Het is niet zo dat je hele dagen door het bos aan het struinen bent op zoek naar beukennootjes en kastanjes om daarna de dag af te sluiten met pannenkoeken.

Veel dagen bestaan uit leuke momenten, maar ook uit momenten waarop Joep en Evi ruzie hebben om een speeltje, ze vinden dat het al vééls te lang geleden is dat ze iets te eten hebben gekregen, ze moe zijn maar dat niet willen toegeven en ze daardoor net iets te hard omvallen en hun hoofd stoten tegen de punt van de tafel of de speelgoedbak. Een zekere mate van stress is dus gegarandeerd. Gelukkig maar dat ons leven niet perfect is, hoef ik me daar in ieder geval geen zorgen over te maken.