IJspret

In onze kast prijkt sinds ongeveer anderhalve maand een ijsmachine. Met dank aan Mathijs, die Hoofd Onderhandelen is, kochten we het nog nooit gebruikte apparaat van Philips voor een prikkie via marktplaats. De koop vond plaats op een ijskoude, witbesneeuwde maandagavond begin januari, een toepasselijk moment om weg te dromen bij de koelte van zelfgemaakt ijs.

Sindsdien heb ik al vele malen dankbaar gebruik gemaakt van de ijsmachine. Ik kan het iedereen aanraden. Als je eenmaal de zachte, smeuïge structuur hebt geproefd van zelfgemaakt ijs, wil je niet meer anders. In januari heb ik me vooral geconcentreerd op allerlei varianten yoghurtijs (dit in het kader van de goede voornemens); frambozen, aardbei, banaan, kaneel en ananas. Stuk voor stuk verrassend lekker, al moet ik bij de banaan nog de juiste verhouding banaan-suiker-yoghurt vinden.

Vriendinnetjes Petra en Anne kwamen afgelopen zaterdag bij me eten. Ik had nogal lovend over mijn nieuwe apparaat georeerd en Anne had zo ongeveer geëist dat ik kaneelijs maakte. Ik had geen keus: kaneelijs zou het worden. Wandelend over de markt ’s ochtends raakte ik geïnspireerd door de verse stroopwafelkraam en dus werd het kaneelijs met stukjes stroopwafel. Ik zocht een recept op dat iets lastiger was dan het yoghurtijs (alles mengen met de staafmixer en hup in de machine). Ik moest room koken met een kaneelstokje en dat dan roeren door een mengsel van eidooiers en suiker. Alles in de machine en op het laatste moment de stukjes stroopwafel erbij.

Nou mag ik mezelf eigenlijk niet op de borst kloppen, dus alle hulde gaat naar het apparaat, maar wat was dat lekker! Heerlijk romig kaneelijs, niet te zoet, smeuïg en zacht met plakkerige stukjes stroopwafel die zorgden voor een kleine ‘bite’. Echt, een ijsmachine: ik kan het iedereen aanraden. Dat belooft wat voor komende zomer; lang buiten natafelen tijdens zwoele avonden, opgefrist door smaakvol ijs. Nu alleen nog dat huis met die zonnige tuin erbij.

Smullen

Maanden leef je er naartoe en dan is het opeens alweer voorbij: Kerstmis. Al in september oefenden we zo nu en dan receptjes om te kijken of ze door de strenge selectie van het kerstmenu zouden komen. Vele gerechten sneuvelden. Uiteindelijk werd het een zevengangen menu. Mooi uitgebalanceerd met producten van kwaliteit. En alles vanaf nul gemaakt. Dus de sjalottensaus met rode port op basis van een zelf getrokken bouillon en ook de bisque begon ooit als visafval.

Eerste Kerstdag was weer een klein feestje: een wandeling door het naastgelegen Amsterdamse Bos, een goede pot sjoelen, allerlei cadeautjes en grappige en/of mooie gedichten. En niet te vergeten: een copieus diner. Alle hulde voor de kok, oftewel Mathijs, want die had zich flink uitgesloofd. Ik heb dit jaar relatief veel achterover geleund. Goed geregeld dus. Zoals altijd evalueerden we samen met het hele gezin het jaar en spraken we over onze verwachtingen en plannen voor de toekomst. Een moment van bezinning (en met de nodige wijn wordt iedereen lekker loslippig). De locatie mocht er zeker ook zijn: het kersverse penthouse van zus E en vriend M, een prachtig appartement…

Mama was verantwoordelijk voor de styling van de tafel en de menu’s. Een erg leuk detail van het menu zat hem niet in de gerechten, maar in het verleden. Mama bleek onze oude kerstmenu’s bewaard te hebben. De pagina stond vol hanenpoten, ijs met verassing, Raak in plaats van wijn, chaslichpennen, tekeningen en dopewten. Bijna zag je ons weer als drie kleine meisjes in feest/prinsessenjurken kerstklokjes op de menu’s tekenen. We zongen liedjes bij de piano waarop een mobiel stond dat door de warmte van kaarsjes draaide en tingelde. Ook in de kerstboom brandden echte kaarsjes. En papa las een kerstverhaal voor. Heerlijk toch? Kerstmis: het blijft smullen!

Uit het glas

Gisteravond kwam de wijsheid meer uit het glas dan uit het vuistje. We togen met een select groepje collega’s naar het pittoreske Oss vanwege het neerstrijken van Winterwonderland aldaar. Het zag er erg gezellig en leuk uit: een flinke schaatsbaan, reuzenrad, iets te grote après-skibar, allerlei kraampjes met vette happen etc. De Osse jeugd deed een interessante paringsdans op het ijs. Gillen, duwen, vallen, elegant glijden, alles werd in de strijd gegooid om elkaar te imponeren. Wij vielen een beetje uit de toon met onze gemiddelde leeftijd, maar dat mocht de pret niet drukken.

Voor het schaatsen gingen we eten bij eetcafé De Wereld. Een erg gezellige, mooi ingerichte tent. Eerder deze week hadden we onze bestelling al doorgegeven (ze werken met menuutjes) zodat alles op de avond zelf soepel kon verlopen. En op zich verliep het ook wel soepel. Maar (ja daar is de maar) het duurde wel een beetje lang. En het eten was van eetcaféniveau. Dat kun je verwachten voor die prijs, maar stiekem hoop je op een aangename verrassing. Mijn voorgerecht was overigens lekker, de garnalen waren erg smaakvol. Maar over mijn hoofdgerecht en toetje was ik gemiddeld tevreden. Gewoon, maar niet bijzonder. Bij mijn collega’s zag ik trouwens bevestigd dat je zoiets als sushi beter alleen in een sushibar kunt bestellen. Das toch een kunst op zich.

Los van het gemiddelde niveau van eten, was het wel een übergezellige avond. We hebben wat afgelachen, potentiële plannen gemaakt voor het werk en onze hoogtepunten van 2008 doorgenomen. Ja, het was een mooie uitje. Alleen jammer (hoewel, dat was ook weer erg gezellig) dat ik de verleiding niet kon weerstaan om eenmaal terug in Tilburg even bij Polly binnen te wippen. De ‘Jongens van jeweetwel’ (van Crazy Piano’s) speelden de pannen van het dak. En dus bleef ik, al bier drinkend, tot in de kleine uurtjes hangen. Op en top gezelligheid! Mijn treinreis naar Den Bosch vanmorgen was helaas nogal misselijkmakend. Letterlijk dus hè.

Chocolademomentje

Het was een bijzonder gezelschap gisteravond. Bij baas Jaap van Polly thuis genoten we van een overheerlijke kerstmaaltijd, gekokkereld door Rutger en Mathijs. Aanwezig waren de fulltimers en hun aanhang, de oude baas, de vaste klusjesman en ondergetekende.

Kosten nog moeite waren gespaard. De drank vloeide rijkelijk, de gesprekken gingen onder meer over vakanties, oude Pollylegendes en -anekdotes, Rutger’s toekomst in Wales en huizen kopen. Champagne vooraf, bij iedere gang een goed glas wijn, dessertwijn, port bij de enorme kaasplank en cognac en whiskey bij de koffie. Het vijf-gangen-menu: ‘spinazierolletjes met rauwe zalmtartaar en appelstroop met geroosterde sesamzaadjes’, ‘coquilles met zeekraal’, ‘kalfsoester met truffelpuree en dragonsaus’, ‘merengue met witte chocolademousse en Bailyes’ en een kaasplankje.

Normaal gesproken eet Mathijs mij er met gemak uit. Als hij zijn best doet om rustig te eten, doet hij er half zo lang over als ik. Mijn vader is trots, want die kan zich ook wel voor een wedstrijdje inschrijven. Eindelijk een gelijkgestemde aan tafel… Maar gisteravond heb ik een nieuw record gevestigd. Vanzelfsprekend gebeurde het bij het nagerecht, je bent zoetekauw of niet. De merengue was zacht en zoet en krokant aan de buitenkant. De chocolademousse was perfect van structuur, met kleine snippers witte chocola en een goed accent Baileys. De strepen chocoladesaus maakten het helemaal af. Vol enthousiasme lepelde ik het dessert naar binnen, me niets aantrekkend van mijn omgeving of de gesprekken. Het was ik en mijn toetje. Toen ik opkeek van mijn leeggeschraapte bord, keek ik recht in de lachende ogen van Mathijs en Jaap. Iedereen had nog flink wat liggen. En blijkbaar had Mathijs me iets gevraagd. Dat was me even helemaal ontgaan. Je moet me ook niet storen als ik even een chocolademomentje heb…

Slikken en smullen

Sommige mensen gourmetten of kaasfonduen met Kerstmis. Bij anderen staat sinds jaar en dag een pasteitje met ragout, rollade met aardappelpuree en spruitjes en als toetje een bak ijs op het menu (met zo’n wafeltje). Lieve lezers, jullie kennen me een beetje, aan mij is dat natuurlijk niet besteed. En aan Mathijs (kokkie-vriend) al helemaal niet. En dus beginnen de voorbereidingen voor Kerstmis bij ons al in september.

Vorig jaar fêteerden we vriend en familielid met een elfgangendiner. En aangezien je jezelf elk jaar dient te verbeteren, kun je je voorstellen dat de lat hoog ligt. Meer gangen is geen optie, als we willen dat er niemand op de eerste hulp terecht komt. Dus luidt de conclusie ‘andere, nog subtielere, meer bijzondere gerechten’ en ‘kwaliteit boven alles’. Nou houd ik dus erg van koken. Ik blader al maandenlang allerhande kookboeken en magazines door op zoek naar bijzondere recepten. Mathijs is daar anders in. Die wil het liefst zelf iets verzinnen. En aangezien hij overduidelijk de broek aan heeft in de keuken, kan ik niets anders doen dan volgen.

En zo zat ik gistermiddag receptentitels op te lezen. Ik formuleerde ze smeuïg, sprak paaiend, tongstrelend en liefkozend over runderhaas, lamsgebraad en parelhoen. Mathijs was niet onder de indruk. Op een gegeven moment heb ik hem gevraagd om in ieder geval te doen alsof hij het interessant vond. Volgens mij ben ik zo ongeveer de enige vrouw in Nederland die méér wil doen met kerst. Maar ach. Straks staan we weer de sterren van de hemel te koken in de fantastische keuken van mijn zus. Dus ik slik het allemaal, want het wordt hoe dan ook smullen!

Bis bis!

Tot nu toe zijn de teksten van ‘uit het vuistje’ voornamelijk verzand in klaagliederen en gezeik over de matige gesteldheid van het serviceniveau en kookkunsten van de plaatselijke horeca. Maar vandaag niet. Vandaag wordt het een juichende lofzang, een ophemelende blog, oftewel een zéér positieve recensie van restaurant Bis in Utrecht
(www.bis-utrecht.nl).

Met zus E. was ik al eens eerder in dit schattige en gezellige (e)etablissement geweest middenin het Utrechtse winkelkwartier. Gisteren bracht ik samen met mijn moeder een bezoek. Het was druk, gelukkig had ik gereserveerd, en erg rumoerig. Of we een iets rustiger tafeltje mochten? Dat was geen probleem, binnen twee minuten hadden we een prachtig plekje aan het raam. Rustig en met uitzicht op het winkelend publiek (en zo nu en dan de ruggen van onze rokende medemens).

Het eten was super. Goed op smaak en niet standaard. Als ik een biefstukje of sateetje wil, ga ik wel naar een eetcafé. Of beter: kook ik thuis wel. We konden kiezen uit drie soorten witte wijn (dus per glas) en kozen voor een smakelijke Zuid-Afrikaanse sauvignon. Mama at vooraf drie grote garnalen met Indiase curry en als hoofdgerecht linguini met een kruidensausje, druiven, gegrilde tomaten en oude kaas. Ik had vooraf oesters (met citroen, peper of rode wijnazijn met uitjes) en als hoofdgerecht zwaardvis met groentebrunoise, aardappeltjes in de schil en ansjovismayonaise. Samen hebben we nog een tompouce met witte chocolade- en rabarbermousse als nagerecht gegeten. Het was héérlijk. De sfeer was gemoedelijk, niet stijfjes maar open en gastvrij. De bediening was bekwaam, vriendelijk, oplettend en steeds bereid om een stapje extra te doen voor de gasten (ja, de gamba’s kunnen ook gepeld).

Dus, mocht je een keer in de gelegenheid zijn. Reserveer dan (lijkt me gewenst) en geniet bij Bis in Utrecht. Ik zeg in ieder geval ‘bis bis’, want ik kom er graag nog een keer.

Horecabeesten onder mekaar

Op hyves had ik beloofd dat ik een verslagje zou schrijven van collega Liesbeth’s afscheid. Inmiddels is het zondag en afgelopen donderdag was het feestje. Een beetje mosterd na de maaltijd, maar ach: beter laat dan nooit! Het was een topavond, maar wat wil je ook anders met zo’n topcollega. We gaan haar heel erg missen (waarom Almere???). Enne, we gaan nooit meer eten bij het Groot Genoegen in Den Bosch. Dit eetcafe heeft gastvrijheid een hele nieuwe betekenis gegeven. En dat bedoel ik niet in positieve zin.

Liesbeth zal het waarschijnlijk met me eens zijn. Als horecabeest kan zij ook nooit lekker achterover leunen in een restaurant, toppertjes daar gelaten, want er is altijd wel iets te zien. Horeca is kijken. Als ex-horecamedewerker zie je alles wat moet gebeuren en alles wat fout gaat. Toch Lies? En Emilie? En…? Lege glazen, onaardig personeel, niet zo smakelijk eten, gebrek aan inzicht etc. Liesbeth en ik kunnen er wel een boompje over opzetten. Dat gaan we waarschijnlijk nog wel doen, want we gaan zeker nog een (heleboel) keer uit eten in Utrecht. De arme Utrechtse middenstand weet niet wat haar overkomt. Maar lieve lezer, als iemand je uitnodigt voor een etentje in de Brabantse hoofdstad, loop dan voorbij het Groot Genoegen. Er zijn namelijk een hele hoop goede alternatieven. Later meer…

Verdomhoekje en taaie biefstuk

Wat kun je verwachten van een eetcafé? Niet zoveel, blijkt regelmatig. Het grappige is dat de boel wel steeds duurder wordt. En toch moet je je verwachtingspatroon naar beneden bijstellen. Probleem is dat de schnitzel en saté uit de frituur komen, dat biefstukje à raison van € 16, – niet mals is, laat staan rood (zoals gevraagd), de frietjes te lang of te kort gebakken zijn en het garnituur karig of gewoonweg raar is. Want wie zit er nu te wachten op huzarensalade, maïs uit blik en schijfjes kiwi op zijn sla? Dan kook je thuis beter. En goedkoper. Tijdens de zomervakantie hebben Mathijs en ik het lekkerst gegeten bij een zelfgemaakte vlees- en visgemarineerde bbq. En als ik romige risotto maak, smaakte dit, al zeg ik het zelf, beter dan bij al die eetcafés.


Bovendien is de service meestal knudde. Om de één of andere reden zit ik altijd in het verdomhoekje. Ik word genegeerd of onbewust niet gezien en bestel uiteindelijk verhongerd en uitgedroogd mijn eten bij de bar. Of ik verrek mijn nek en verpest het gesprek aan tafel in de hoop contact te maken met de serveerster. In Zeeland dacht ik dat het anders was. In deze provincie hebben ze horeca en gastvrijheid zo ongeveer uitgevonden en dat geldt voor een hoop zaken gelukkig nog steeds, maar voor een aantal helaas niet.

Zo waren we afgelopen zomer bij Duinzigt in Burg-Haamstede. Na de eerste bestelling werden we compleet genegeerd. Uiteindelijk heeft Mathijs na een half uur binnen broodjes besteld (honger!), is ons geen enkele keer gevraagd of we nog iets wilden drinken (dorst, maar het is graag of niet) en zat er op mijn broodje gezond weer van alles wat er niet op thuis hoort (huzarensalade is niet gezond). Uiteindelijk brulde Mathijs over het terras dat hij wilde betalen. We spraken de serveerster aan op het gebrek aan service en wonderlijk genoeg was ze het met ons eens. Maarja, ze stond ook maar alleen. Ze had vier tafels! Ja, ze moest dingen voor de lunch klaarzetten (maar stond voornamelijk te kletsen, hadden we gezien). En daar wordt de klant dan de dupe van? Tja, dat was inderdaad zo. Bij dezen dus voor allen die naar Burg-Haamstede gaan: vermijd Duinzigt! Ik roep een algehele boycot af. Kan zij tenminste rustig haar lunchdingen klaarzetten.