Verbouwen of verhuizen

Even naar Funda.nl.
Standaard iedere ochtend neem ik een kijkje. Mijn zoekinstellingen automatisch opgeslagen.

  • Te duur (voor wat je krijgt).
  • Niet mijn smaak (en dus zonde en te duur om aan te passen).
  • Verkeerde locatie.
  • Slaapkamer te weinig (en geen mogelijkheid om die gemakkelijk te maken).
  • Te kleine tuin.
  • Te verouderd (en daardoor weer te duur).
  • Naast een friettent (ik hoef de geur van frituurvet niet in mijn slaapkamer).
  • Te saai, te gelikt, te … vul maar in.

Het is nog niet zo gemakkelijk, zeker niet in deze markt. En eigenlijk mag ik niet klagen want we zitten niet op de schopstoel.

Want we willen helemaal niet verhuizen. We houden van ons huis(je) en de locatie. Maar een iets grotere woonkamer, tuin en badkamer zou heel fijn zijn. Maarja, vindt dat maar eens! Je wilt er wel op vooruit gaan en dan moet je de portemonnee trekken.

De andere optie is verbouwen. Beneden is er weinig ruimte om uit te breiden, maar boven zien we mogelijkheden. De eerste offertes zijn helaas nogal… heftig. Voor het bedrag waar we negen jaar geleden nog een dakkapel en vaste trap lieten plaatsen, heb je nu niet eens het sanitair van de badkamer. Dat is even slikken.

En dus blijft het voorlopig het dilemma: elke dag Funda openen. Elke dag gesprekken over ‘hoe we slim kunnen verbouwen’. Want dat bad, dat wil ik. En dat past nu niet.  

Disclaimer mocht je me een verwend nest vinden: een bad was ooit een voorwaarde van mij, maar dat heb ik laten gaan toen we dit huis bijna vijftien jaar geleden kochten. Het wordt tijd om die voorwaarde alsnog in te lossen. Vind ik.

En ja, ik ga er zeker in zitten (maar niet in het bad op de foto).

De middelbare start

Ik had er zin in.
12 jaar oud, rugtas om en een nieuwe start.

Een jaar eerder waren we verhuisd, van Heemstede naar Middelburg.
Mijn basisschool sloot ik af in een andere stad, met kinderen die elkaar al vanaf de kleuters kenden, net andere kleren droegen en niet zo’n rare (ai)r hadden als ik in die tijd.

Ik was anders.  
En dat was niet makkelijk. Maar uiteindelijk vond ik mijn plek in die groep 8.

Toch overheerste een jaar later vooral het gevoel van een frisse start, een nieuw begin.
Ik ging als enige van mijn groep 8 naar 1 vwo van het SSGM (nu Nehalennia).
Die eerste dag maakte ik meteen een vriendin en ontdekte ik dat ik zeker niet de enige was die opnieuw begon, die het spannend vond en graag ergens bij wilde horen.

Ik heb een geweldige middelbare schooltijd gehad.

Naar de kleuters

Vorige week maakten Joep en Evi de overstap naar de middelbare school.
Als tweeling startten ze samen op de basisschool op 100 meter van ons huis.
Nu hebben ze allebei een eigen school gekozen en starten ze opnieuw. Zonder elkaar en zonder vriendjes of vriendinnetjes, want ook die maakten een eigen keuze.

Daar gingen ze, met hun (zware) rugtas, dromen, vrees en goede moed.

De eerste dagen waren leuk, intensief, spannend en soms saai. Maar de start is goed!
Zo’n start gun ik ieder kind dat de overstap naar het vo maakt.
Zoals Joep zei: “Eigenlijk is het net de basisschool maar dan anders.”

En zo zou het voor iedereen moeten zijn.

Op naar nieuwe avonturen!
En deze mama kan ook weer opgelucht ademhalen (want niet alleen de kinderen vonden het spannend).

Mijn haat-liefdeverhouding met de avondvierdaagse

Ik ben van nature een vergevingsgezind persoon die negatieve ervaringen (mits niet te traumatisch) redelijk gemakkelijk vergeet.

Dat is in veel gevallen prettig, vind ik. Maar met enige regelmaat brengt het me in ‘dit had je kunnen weten’-situaties.

Zo ook de avondvierdaagse.

Deze week is het weer vier dagen feest. Of we meedoen? Natúúrlijk! Want dat is zo leuk voor de kinderen. Wanneer ik ons inschrijf denk ik aan de gezelligheid en de lol die ze onder elkaar hebben onderweg terwijl we een prachtig landschap doorkruisen met een vriendelijke avondzon op ons gezicht.

De praktijk is wat complexer.

Ten eerste is er de logistieke uitdaging van om 17.00 uur eten en om 17.30 uur op de fiets zitten vier dagen lang. Het geeft me een gevangen gevoel.

Dan is er het vervoer. Aangezien we meedoen met de vierdaagse in Goirle (die in Tilburg vindt plaats in de Reeshof en dat is hemelsbreed nog verder weg) dienen we elke dag 20 minuten heen en terug te fietsen. Of in de file te staan met een auto die we nergens kunnen parkeren. Allemaal geen grote ramp, maar niet ideaal.

Dan het lopen.

Ik houd van wandelen. Maar wandelen in een colonne peuters, kinderwagen, kleuters, grotere kinderen en ouders is van een hele andere orde. Het schuifelt, het stopt opeens, het gilt en het stroomt niet door. In plaats van vrolijk doorstappen is het veel meer je overgeven aan de vaart der volkoren. Dat vind ik lastig.

En dan is er nog een ouderdilemma: het snoep. Ja, ze mogen best een snoepje. En nee, ze zijn zeker niet dat ene kind met een wortel, maar mensen, overdrijven we niet een klein beetje? Als kinderen op de laatste dag een washandje in hun nek moeten doen omdat de touwtjes met snoepzakken anders te veel in de tere huid snijden, dan gaan we denk ik een stap te ver.

Dus wat is wijsheid? Accepteren en meedoen of principieel weigeren?

Een opdrachtgever vroeg me vandaag wat nu eigenlijk het doel is van de Avondvierdaagse. Ik denk dat het draait om saamhorigheid, beweging en genieten van het lokale landschap. Maar helaas is de realiteit ook schuifelen met snoep en stress aan de keukentafel.

Herinner me hier volgend jaar aan mensen.

N.B. Het is óók leuk, dat zeker.

Je bent zo oud als je je voelt

Over negen dagen ben je jarig mama, rekent Huub blij uit.
En daarna is het nog negentien dagen tot mijn verjaardag!

Klopt helemaal, zeg ik.
Ik word 44 jaar. Poeh, zo oud voel ik me nog niet.
Natuurlijk hoop ik nog véél ouder te worden (in goede gezondheid graag), maar 44 voelt al zo ver weg van de veertig en toeschuivend naar de vijftig.

Huub kijkt me aan met een schuin hoofdje en een geïnteresseerde blik.
Hoe oud voel je je dan?

Nou, een jaar of 38 ofzo.

O ja? Ik denk dat als ik je niet kende, ik je 39 jaar zou schatten.

Daar doe ik het voor.
Dus mensen, ik word bijna 39. Dat jullie het even weten.

De stap naar het vo

Het was wel even een dingetje.

Deze week was het ‘Inschrijfweek voor het voortgezet onderwijs’.

Maandag schreef Evi zich in bij De Nieuwste School. Dinsdag Joep bij het Cobbenhagenlyceum.

Na vele open dagen, meeloopdagen en ouderavonden, was de keuze gemaakt. Extra spannend: beiden kozen voor een lotingsschool, dus bleef het nog even de vraag óf ze volgend jaar naar de school van hun eerste keuze mochten. Dat is best onzeker wanneer je een hoop moeite doet om een school te vinden waarvan je denkt dat die bij je past.

Terug naar maandag.

We lopen de school binnen met Evi en ja, het klopt.

Ik zie haar de komende jaren naar deze school gaan. Het is een logische stap in haar ontwikkeling, die past bij wie ze is.

Terug naar dinsdag

Joep loopt de school binnen. Ook hier volgt dat ‘kloppende gevoel’. Een prettig gesprek, een welkom gevoel. Ja, leuk!

En toch klopt het ook weer niet.

Want hallo! Hoe kan het dat ik ruim 11 jaar geleden met een megatoeter zat te puzzelen en het nu al tijd is voor het vo? Al die luiers, flesjes, stapjes, hapjes, lessen, clubjes, diploma’s en feestjes.

En nu staan we opeens hier. Dat wordt nog wat dit jaar met mij (lees: ik neem tissues mee naar de eindmusical).

Goed nieuws trouwens: beide scholen hoeven niet te loten.

Hier hangt de vlag uit.

Het verhaal achter een moordenaar

Seriemoordenaars, pedofielen, verkrachters; dat zijn monsters toch?

Of niet?

Een paar weken geleden interviewde ik twee strafrechtadvocaten over hoe zij verdachten bijstaan tijdens een rechtszaak en hoe belangrijk het is dat de rechten van een verdachte worden verdedigd.

Want iedereen heeft recht op een eerlijk proces.

So far, so good.

Ze vertelden over hoe hun cliënten worden uitgekotst door de samenleving én hun eigen familie. Zeker cliënten in de wat extremere zaken. Mensen zijn geneigd om te oordelen; jij bent slecht. Maar, zo verzekerde één van de twee mij, je start niet met een wietplantage als je het goed hebt. Achter ieder mens zit een verhaal, ook wanneer je iets gedaan hebt wat de maatschappij verafschuwt.

Volgens hem zien de meeste mensen verdachten als monsters en vergeten we dat het óók mensen zijn. Mensen met ouders, soms kinderen, broers, zussen, hoop, verdriet.

Ook daar kan ik in meegaan.

Maar tot hoe ver? Wanneer wordt een mens een monster? Of wordt hij dat nooit? Is er altijd context?

Toen ik hierover sprak met een collega verwees zij me naar Midas Dekkers. Die vertelde over waarom hooligans zo gewelddadig kunnen zijn. Dat komt namelijk omdat mensen eigenlijk dieren zijn. En neem een vos, die kan de eigen jongen fantastisch verzorgen, maar een prooi aan stukken scheuren. Omdat het nu eenmaal moet eten, of zichzelf moet verdedigen. Beide kanten zitten in ons.

Dus geen monsters, maar beesten dus. Beesten met een verhaal. Ik blijf nog even kauwen op dit vraagstuk.

Dikke pro van zelfstandig ondernemen

Ik vind het heerlijk om zelfstandig ondernemer te zijn.

En soms vind ik het verschrikkelijk om zelfstandig ondernemer te zijn.

Hoe dat zo?
Ik neem je even mee.

Afgelopen maandag reisde ik voor EELT Theatercollectief af naar het Zeeuwse Zoutelande. Voor de mensen die het niet weten; het strand is mijn happy place. Het ruisen van de zee, de luchten en vergezichten, de zoute geur in mijn neus. Dus een uitnodiging om het nieuwe beleidsplan van EELT op papier te helpen zetten in deze kustplaats, liet ik niet aan me voorbij gaan.

Na stevige gesprekken, diepgaande discussies en kritische noten, pakte ik mijn kans om even uit te waaien. Het maakt mij niet zoveel uit wat voor weer het is wanneer ik het strand bezoek (echte stormen of striemende regen daargelaten); ook in de herfst is het strand een fijne plek. Ik genoot.

Ik geniet wel vaker. Wanneer ik bijvoorbeeld besluit om een rondje te wandelen om mijn hoofd leeg te maken tussen de bedrijven door. Of wanneer ik even thuis ga lunchen en geen twee bammetjes met kaas maar een gegrilde flatbread met van alles maak. Hoe fijn is het dat er niemand dan zegt ‘moet jij niet aan het werk zijn?’. En ja, ik maak ook lange dagen, schakel steeds tussen projecten en opdrachtgevers en ervaar soms iets te hoge pieken qua werkdruk. Maar over het algemeen is het dus genieten.

Het enige grote nadeel van voor jezelf werken vind ik dat niemand je uit je blokkade kan en gaat halen. Dat ene project waar ik me in moet vastbijten? Ik moet het van mijn eigen daadkracht en doorzettingsvermogen hebben om daarmee aan de slag te gaan. Die BTW-aangifte die de deur uit moet? Ja, dat mag ik dus doen, niemand doet het voor me. En dan heb ik het nog niet over zaken als een Teams-app die niet goed werkt of de aanschaf van een bureau.

Maar goed, het mag de pret niet drukken. Want kijk eens naar deze foto: mijn blije snoetje zomaar op een maandagmiddag op het Zeeuwse strand. Geluk in een notendop.

Zwem’pret’

Waar moet ik beginnen?

Het was een week waarin Krezip-drummer Bram van den Berg optrad met U2, een doorgedraaide man angst en verderf zaaide in Rotterdam, een voetbalkeeper ernstig gewond raakte tijdens de wedstrijd en de aanloop naar de verkiezingen werd ingezet. En dan heb ik het nog niet over beroemde acteurs die verkrachtingen ontkennen, woningnood, demonstraties op de A2 en dreigende faillissementen vanwege terugbetaling coronasteun.

Ik zie door de bomen het bos niet meer. En daarom kies ik voor een wat trivialer onderwerp. Een onderwerp waar elke jonge ouder in Nederland mee te maken krijgt; de zwemles.

Ik begeef me inmiddels zo’n vijf jaar geregeld al zwetend in broeierige kleedkamers. Dus ik vind mezelf een ervaringsdeskundige.

Het goede nieuws is dat het einde in zicht is. Joep en Evi beschikken al geruime tijd over A en B, Huub is bijna zover dat hij ‘op mag’ voor zijn A-diploma. Het spant erom; hij zit in badje vijf (het laatste badje) en hoeft nog maar twee van de vijftien smileys te halen, en ze staan al op geel.

Dat klinkt voor niet-ingewijden als abracadabra, maar tegenwoordig kun je de voortgang van je kind nauwgezet via een app volgen. Elk onderdeel moet behaald worden, waarna je kind een groene smiley krijgt. Komende donderdag is het erop of eronder. Dan wordt het oordeel geveld over Huubs zwemkunsten. Wordt het afzwemmen in de herfstvakantie of mag hij nog doortrappelen tot kerst? Het is spannend.

Ik ben er wel klaar mee. En Huub zelf eigenlijk ook wel. Hij droomde laatst dat hij in één keer zijn A en B haalde. Nu lijkt me dat onwaarschijnlijk, maar dromen mag. Ik heb niet zo’n grafhekel aan de zwemles zelf; na afronding volgt er toch weer iets anders (sport of muziek) waar je naartoe rijdt met je kind, dus de Sjaak ben je toch wel. Het is de zwemclub zelf waar ik graag afscheid van wil nemen. Of beter gezegd; het secretariaat. Want in het contact met hen is mijn bloeddruk toch regelmatig gestegen.

Maar donderdag dus. We gaan voor de zekerheid uit van het langere scenario. Dan kan het alleen maar meevallen. Maar duimen mag.

Scharreltijd

Er scharrelt een kip rond onze veranda.

We zijn omgeven door heuvels vol met frisgroene bomen.
Een gilletje uit het zwembad.
Loom en lui, kon dit maar altijd.

En ik houd niet eens van kippen.

Het leven op de camping lachte me toe deze zomer. Het voelde even alsof alles zo altijd moest zijn; wakker worden zonder wekker, snel naar de diertjes om ze eten te geven, een croissant uit de hand eten, eindeloos spelen, vissen, zwemmen, spelletjes spelen, boeken lezen en kletsen. Middenin de natuur, een plek waar het woord ‘gemoedelijk’ uitgevonden lijkt te zijn.

In mijn hoofd ben ik er nog, langzaam trekt het gewone leven me terug in de dagelijkse realiteit van wekkers, broodtrommels, e-mails en sportclubs.

Volgend jaar weer!

Sup it up

Ik ben geen early adopter. Meestal loop ik achter de muziek aan en vind ik dat prima.

Sinds kort is er iets nieuws in mijn leven, iets hips (is dat nog een hip woord? Iets ‘lijps’ dan maar), sportiefs en heerlijks. Iets wat ik associeer met fit girls: een SUP.

Oké, ik loop zoals gewoonlijk weer een jaar of twee, drie achter, maar voor mij is het verrassend vroeg om nu al deze trend op te pikken. Ik werd daarbij geholpen door mijn lieve man, want hij gaf de SUP in kwestie cadeau voor mijn verjaardag (ik moet hem wel delen met de rest van het gezin).

De eerste keer was zeer ongemakkelijk. Want hoe daal je gracieus neer op een wiebelige plank in het water? Hoe doe je dat terwijl je weet dat er tig paar ogen op je gericht zijn? En ja, ik weet dat iedereen uiteindelijk toch vooral met zichzelf bezig is, maar je wilt niet te knullig zijn.

Het zag er weinig gracieus uit.

Maar, het mag gezegd: ik viel niet in het water! Nu durfde ik de eerste keer niet verder te gaan dan op mijn knieën, maar dan nog. De kop was eraf. Inmiddels zijn we twee weken verder en kan ik met trots mededelen dat ik kan Stand Up Paddelen. Ik sta! De eerste keer was ik als een dreumes die net leert lopen; gebogen knietjes, trillend en in opperste concentratie. Inmiddels kan ik er zelfs bij lachen (nu ja, niet altijd, maar toch).

Dus zie je me deze zomer in de Piushaven (of ergens anders op het water) parmantig langs glijden als een wannabe fit girl: ja, ik ben het! Zwaaien mag.