‘I hope this old train breaks down.
Then I could take a walk around.
See what there is to see.
And time is just a memory.’
Deze (en meer) zinnen van Jack Johnson klonken gisteravond in de auto. Met mijn stoel op de relaxstand liet ik me comfortabel en al mijmerend door Mathijs van mijn ouders naar huis rijden. Ik herken het gevoel dat Jack omschrijft wel, dat je zin hebt om even uit de rijdende trein te stappen. Even alles wat moet en is afgesproken naast je neer leggen en de boel de boel laten. Als je ziek bent, word je eigenlijk gedwongen dat te doen. Alleen kun je dan niet, zoals Jack in dit nummer zingt, op het gemak een rondje lopen en bekijken wat er te bekijken valt.
Eigenlijk zouden we dat allemaal wat vaker moeten doen. De afgelopen paar dagen kreeg ik allemaal signalen die passen binnen deze boodschap. Ik denk dat het universum me wat wil vertellen. Vorige week keek ik Oprah (ja, je moet iets). Het ging over een vrouw die haar kind was vergeten in een auto in de gloeiend hete zon. Haar kind was overleden. De boodschap van de show was dat wij vrouwen (en sommige mannen misschien ook wel) teveel tegelijk willen zijn. En dat alles perfect moet. In ons streven naar de perfecte moeder, (huis)vrouw, vriendin, dochter, collega en medewerker, lopen we onszelf voorbij. We moeten zo ontzettend veel van onszelf, dat het wel een keer fout moet gaan.
In een ander tv-programma: wist je dat multitasken niet bestaat? We denken dat we twee dingen tegelijk doen, maar eigenlijk schakelen we constant heen en weer tussen de activiteiten en doen we niets met volledige aandacht. Nog zoiets: gisteren werd tijdens de verjaardag van mijn vader weer eens een pijnlijk helder beeld geschetst van het zo-moeder-zo-dochter-principe. Wat blijkt; mijn zussen en ik kunnen net als mijn moeder pas stilzitten als alles gedaan is. Eerder niet. Hmmm, denk ik dan. Misschien moet ik wat vaker naar Jack luisteren, eens uit mijn rijdende trein stappen en goed om me heen kijken. Want voor je het weet is het moment alweer voorbij.
