Toettoet! Lalalalala! Boinkboink, zwalk, zwalk. Terwijl ik hier binnen probeer serieus te werken is het buiten één groot gek feest. Een constante stroom bezoekers loopt vanuit het station richting centrum en voor het raam is het een komen en gaan van mensen met kleurrijke sjaals en aparte pakken. Als werkende ben je een buitenstaander. Je valt momenteel meer op in je gewone kloffie dan wanneer je iets debiels aan hebt.
Ik ben niet opgegroeid met carnaval. Ik maakte er voor het eerst kennis mee met huisgenoot en vriendin G. (eveneens afkomstig uit Zeeland en onbekend met het fenomeen). Wat onwennig trokken we onze tenues aan en togen naar Kruikenzeikersstad (Tilburg). Het kostte moeite om de carnavalsgekte te waarderen en dus schonk een vriend ons allebei een flink glas Schrobbelèr in. En toen was het opeens erg gezellig.
De daaropvolgende jaren vierde ik carnaval in de kroeg. En wat een feest was dat! Dagen- en nachtenlang doorwerken op dezelfde hoempapamuziek met dezelfde foute teksten. Dronken lui die de hele carnaval lang dezelfde outfit aanhielden (je wilt niet weten hoe ze roken) en langskwamen in de polonaise Hollandaise. Een bonk gezelligheid was het. Weer later maakte ik kennis met de carnavalsvereniging toen ik in een klein café werkte. Dat viel tegen. De hele Alaaf- en huldigingstraditie is aan mij niet besteed. En dat je ‘als je flink doorzakt, niet sacherijnig wordt’ bleek helemaal niet waar te zijn. Eerder het tegenovergestelde. Wat een stelletje … (vul zelf maar in). Dat was eens en nooit weer.
Inmiddels ben ik de horeca ontgroeid en heb ik ook niet gegarandeerd vrij of vakantie. Wel ga ik meestal op zondag naar de optocht in Tilburg kijken. Dat was dit jaar best gezellig. Lekker een biertje gedronken, op de achtergrond kwam de optocht voorbij en als afsluiting hebben we een heerlijke pannenkoek gegeten. Maar nu zit ik hier op de eerste verdieping van mijn werk met op de achtergrond zingende, schreeuwende en hossende mensen. Eigenlijk vind ik het maar een raar feest. Ongelimiteerd zuipen in het bijzijn van je kinderen, verkleed als idioot. En niemand die nog weet waarom carnaval gevierd wordt. Laat staan dat ze veertig dagen gaan vasten. Ik ben benieuwd hoe het station er morgenvroeg uitziet en waar het naar ruikt als ik weer in Den Bosch aankom. Vanmorgen was de straat bezaaid met confetti en lege plastic bekertjes. De verschaalde bierlucht prikte onaangenaam in mijn neus. Wat mij betreft mag het al woensdag zijn…
