‘Turks vliegtuig crasht in weiland bij Schiphol.’ Was het tien minuten voor het ongeluk nog de kredietcrisis die de boventoon voerde op de nieuwspagina’s, nu schittert deze onfortuinlijke crash opeens in grote, dikke letters op alle sites. Als je bedenkt waar het vliegtuig ook had kunnen landen, de huizenpartij op de achtergrond of de snelweg, dan hebben ‘we’ geluk gehad. Aan de andere kant blijft het verschrikkelijk. Het nieuws nu: negen doden, vijftig gewonden waarvan vijfentwintig ernstig.
Mathijs belde me meteen toen hij het hoorde. Niet omdat ik nou zoveel bekenden in Turkije heb, maar omdat ik van nature houd van nieuws. Ik ben letterlijk nieuwsgierig. Als er zoiets als dit gebeurt, zit ik er bovenop. Ik wil liefst elke vijf minuten een update en lees elk onbenullig detail. De meiden van Halal zaten bijvoorbeeld aan boord, ze mankeren niets, maar gaan ter controle naar het ziekenhuis. En Henk Westbroek zou eigenlijk meevliegen, maar deed dat op het laatste moment toch niet (waarom heb ik even gemist).
Begrijp me goed, ik ben geen ramptoerist. Ik spring niet in de auto om in de rij op de A9 te gaan staan en van mij hoeven ze ook geen microfoons onder besnotterde neuzen en camera’s op betraande ogen te duwen. Ik vind het écht erg en wil er daarom alles van weten. Ik weet nog precies hoe het ging toen de twee vliegtuigen in het World Trade Center in New York vlogen. Ik wist niet hoe snel ik thuis moest komen met de trein vanuit Hoofddorp (stage Viva) naar Uitgeest (ouderlijk huis). Daar kroop ik onmiddellijk achter de tv. ’s Avonds ging de telefoon, het waren mijn ouders in Griekenland. Ze begrepen niet veel van de beelden op de televisie met Grieks commentaar. Of ik het even wilde toelichten. En kijk, daar ben ik dan weer voor.
