Stokstaartje Timon en Knobbelzwijn Pumbaa hebben officieel intrek in mijn lichaam genomen. Het vrolijke Hakuma Matata dreunt bij elke stap, ieder getikt woord op de pc en elke hartslag zachtjes maar zeker door mijn lijf, als het gebonk van een Afrikaanse trom. Ik ben doordrongen van een verwachtingsvolle blijheid, aangevuld met een stukje angst voor teleurstelling.
Vanwaar deze vrolijkheid? Nou, dat komt doordat de Oranje spelersgroep zich heeft verzameld in Hoenderloo voor de voorbereidingen op het WK. Onze ster-jongens druppelen sinds 10 mei binnen – sommigen volgen later – en daarmee begint bij mij de voorpret. Als ik mijn ogen sluit voel ik van binnen nog het opgeluchte gejuich van de winst op Italië en Frankrijk. Of de verleningsgoal van Van Nistelrooij tegen Rusland. Of de nagelbijtende penaltywinst tegen Zweden. Kortom: ik heb er weer zin in.
En toch is er ook die angst. Want na ieder WK en EK is daar die bijna bodemloze put. Dat zwarte gat van desillusie. Dan neem ik me voor er niets meer van te verwachten, er niets meer over te lezen, niet meer mee te doen met een poule en al helemaal niet te dromen van een eindzege. Om vervolgens iedere keer weer opnieuw als een naïef roze bebrild kind toch weer in die droom te geloven. Zou het deze keer dan lukken? Of wordt het gebonk van de trommels in mijn lijf straks overstemd door het irritante gezoem van de Afrikaanse Zulu-hoorn? De voetbaltoeter Vuvuzela.
