‘Au’

Het heeft even geduurd voor ik me aan deze blog wilde wagen. De eerste teleurstelling moest wegebben eer ik in staat was om zo objectief mogelijk wat over de WK-finale te schrijven. Nu is het zover. Hoewel ik ook niet moet overdrijven: ik zit niet in zak en as. Ik hoefde niet te huilen en ik heb mezelf geen kater gedronken. Nee. Bij mij overheerst vooral een dankbaar en blij gevoel. Het was een top-WK, een fantastisch voetbalfeest, een maand van spanning, hoogtepunten, slechte muziek en het steeds opnieuw snel moeten wassen van mijn oranje T-shirt.

Was Spanje beter? Ja. Is het antwoord kort en bondig. Wint de betere ploeg altijd? Zeker niet. Op een gegeven moment stond in beeld dat de verhouding balbezit Nederland 46% – Spanje 54% was. Een mooie afspiegeling van de verhoudingen in mijn ogen. Maar haal je eens de wedstrijd tegen Brazilië voor de geest. De eerste helft was een kwelling, een deceptie. En toch wisten ‘onze jongens’ zich terug te vechten. Toen de 1-1 goal eenmaal gemaakt was, leefde het elftal op. Ze geloofden er weer in en gingen voor de winst. Passjes kwamen weer aan, afvallende ballen belanden bij Nederland en mooie acties werden gemaakt. En beloond. Ze wonnen terecht, als je het baseert op de tweede helft tenminste.

Zover kwam het afgelopen zondag jammer genoeg niet. Wat de ommekeer in de wedstrijd had moeten zijn – ja, Robben, sorry, ik heb het over jou – eindigde op de kleine teen van Casillas. Daar stopte de droom van Oranje. Want was die goal gemaakt, dan was het ware leeuwenteam opgestaan. Dan hadden ze vleugels gekregen. Howard Webb deed de uiteindelijk beslissende duit  in het zakje en maakte het WK 2010 daarmee officieel het WK van scheidsrechterlijke dwalingen. Wat ik nou nog het meest jammer vind? Dat we zondag niet meer gejuicht hebben. Ik had het graag nog een laatste keer gedaan. Doet verliezen pijn? Ik moet toegeven: het voelt als een blauwe plek waar je per ongeluk opnieuw tegenaan stoot. Je schreeuwt het niet uit. Het is meer een ‘au’.