Ik las vanmorgen dat Heleen van Royen aanraadt dat als je wilt schrijven, je vooral veel moet (blijven) schrijven. Dat klinkt als een open deur, maar is eigenlijk meer ‘een waarheid als een koe’. De drempel om te schrijven wordt steeds groter als je het een tijdje niet doet. Gelukkig is dat bij mij niet van toepassing want op mijn werk produceer ik aan de lopende band teksten.
Maar toch blijft de schrijfdrempel een issue voor mij. De oplettende lezer heeft misschien gemerkt dat toen ik mijn site startte, ik drie categorieën in het leven heb geroepen. Twee daarvan komen beurtelings aan bot (vuistje en hoofd), maar in nummer drie, de dikke duim, blijft het angstvallig stil. En dat komt omdat fictie schrijven in mijn ogen heel wat anders is dan schrijven met een vaststaande aanleiding en onderwerp. Ik kan deze blog trouwens heel stiekem in derde categorie plaatsen, maar dan speel ik vals.
En toch begint het te kriebelen. Als ik zomaar een verhaaltje verzin, gaat dat meestal vlot. Mits ik dus een aanleiding en onderwerp heb. Alleen dan verzonnen. Conclusie is dus dat ik een duwtje in de goede richting nodig heb. Vervolgens moet ik het ook nog aan jullie, het grande publiek, laten lezen. En dat is ook nog best lastig. Wanneer je namelijk een actuele aanleiding als onderwerp gebruikt, heb je te maken met vaststaande feiten. Daar heb je geen invloed op. Bij fictie mag je alles zelf bedenken en heb je dus geen excuus om een stom idee te verwerken. Je hebt altijd de keuze voor iets beters. Kortom ik heb last van een fictieve schrijffaaldrempel. Mooie conclusie, maar hoe kom ik er vanaf?






Bij de meeste makelaars denk je aan het prototype gladde jongen. Een tikkeltje louche figuur met glanzend achterover gekamd haar, glimmende schoenen, een dikke leasebak en een vlotte babbel. De scheve glimlach moet het gebrek aan juiste antwoorden op vervelende vragen compenseren. Zaterdag hadden wij een makelaar die totaal niet voldeed aan dit profiel. Blonde borstelharen, ogen die geen oogcontact maken, een wijfelende stem, verontschuldigende glimlach en een klein postuur. Absoluut niet het type gladde makelaar. Ik vond hem totaal niet passen in het plaatje en had met hem te doen. En toen hij ging lopen kwam ik er maar niet uit. Er klopte iets niet. Liep hij gewoon een beetje moeilijk? Had hij als kind polio gehad? Of misschien een kleine beroerte?
Het is een wonder dat ik hier nog zit. Dag in dag uit waag ik mijn leven. Ik fiets over spekgladde, ijzige wegen en trotseer sneeuw en vrieskou. Het verbaast me oprecht dat ik nog niet keihard op mijn bek ben gegaan (afkloppen). Ten eerste ben ik nou niet altijd héél erg handig. En ten tweede is het gewoon verraderlijk glad. Wat ik nog wel het ergste vind zijn de hoopjes sneeuw die kinderen bij ons in de wijk op de weg gooien. Heel leuk als je aan het sleëen bent, maar met je fiets in het donker blijf je vastzitten in de hoop. Je achterwiel slipt vervaarlijk en je stuur trilt bijna je handen uit. Goed opletten dus.
