Mannen bedankt

Daar zit je dan. Pompomtidom. Je hebt er een lekkere dag opzitten. Even Mathijs afzetten in de stad, langs de Intratuin (na eerst natuurlijk het zoeken van de Intratuin), naar huis, cadeautjes inpakken en kokkerellen en dan hop naar de schoonouders om alle spullen daar te brengen. Met een opgeruimd en blij gevoel ga je op huis aan om even een lekkere warme en verfrissende douche te nemen. Daar ben je wel aan toe. Daarna is het tijd om terug te keren naar de schoonouders voor het ‘oud en nieuw’-feest.

Vroem vroem, daar ga je. Bochtje om, doorschakelen, beetje doorgassen. Stoplichten bij de grote kruising met de Baroniebaan en de Ringbaan West. Het begint te schemeren en ook de spits is in aantocht. Even wachten bij het stoplicht. Groen. Optrekken in zijn 1, doorschakelen naar zijn 2. En dan… helemaal niets meer. Het stuur voelt zwaar, de motor valt uit. Kut. Even opnieuw starten. Krggrhrgggrg. Niets. Paniekerig kijk je om je heen en ziet links twee banen met auto’s op je af komen. Je draait nog maar eens aan de sleutel. Neehoor. Niets. Alarmlichten aan.

Langzaam begint het duidelijk te worden dat de auto weer dezelfde kuren vertoont als afgelopen zomer. Dat betekent dat hij zomaar opeens uitvalt, zonder duidelijke reden. Om dan na een minuut of drie het op mysterieuze wijze gewoon weer te doen. Maar drie minuten is vrij lang als je midden op een kruispunt de boel staat te blokkeren.

Het zweet staat in mijn handen. Ik stap uit en maak een beweging van ‘dat wordt duwen’ en vervolgens een soort van ‘help’. Niemand lijkt te reageren. De man met wie ik oogcontact maakte, rijdt in ieder geval gewoon door. Nu staat het zweet ook op mijn rug. Ik ga weer zitten in de auto, want er komt weer een meute auto’s op me af, en probeer weer te starten. Niets. En dan zie ik uit mijn ooghoek drie auto’s stoppen. Er springen drie jonge mannen uit, ik schat begin dertig. Eentje schiet snel in een oranje jasje. De ware redders in nood komen als in slowmotion naar me toe gezweefd. Mijn hart maakt een sprongetje. In zijn vrij en dan daar het gras op sturen zegt de linker vriendelijk tegen me. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. De stuurbekrachtiging is uitgevallen dus sturen is loeizwaar. Daardoor vergeet ik op te letten voor een paaltje. Gelukkig letten de mannen wel op. Lachend wijzen ze me erop.

En dan sta ik in het gras. Mijn redders gaan er snel weer vandoor. Ik kan nog een bedankt uit het raam schreeuwen. De adrenaline giert door mijn lijf, mijn benen trillen. Pfff. Wat ben ik toch blij met deze onzelfzuchtige heren. Meteen neem ik me voor dat als ik ooit iemand ergens zo hulpeloos zie staan, ik altijd zal helpen.  Mannen, bedankt! Tien minuten later staat mijn eigen rots in de branding naast me om me te redden. En de auto, die doet het gewoon weer. Alsof er nooit iets gebeurd is.

Gelukkig Nieuwjaar!

Iedereen een gelukkig Nieuwjaar gewenst! Hopelijk wordt het een super-, glorieus, financieel aantrekkelijk, gelukkig, mooi, nieuwe kansen bevattend, gezellig jaar met heel veel hoogtepunten! En hopelijk raakt de kredietcrisis geen van ons… (alleen wat betreft die benzineprijzen hoor je mij niet klagen).

Op naar een fantastisch 2009!

Afvinken

IJskoud was het toen ik vanmorgen vol zelfmedelijden in het donker op mijn fiets stapte. Als een van de weinige Nederlanders moest ik gisteren en vandaag werken. Inmiddels ben ik allang weer opgewarmd en lekker bezig onder het genot van een muziekje. Collega Karlien en ik hebben het rijk alleen. We zijn wonderbaarlijk hard aan het werk (ja, ik weet wat jullie nu allemaal denken) en hebben voor de rest van de dag nog veel goede voornemens. Beetje opruimen, paar klusjes afmaken en een oliebol halen.

Dat biedt me een mooi bruggetje naar goede voornemens voor het nieuwe jaar. Want die zijn er zeker. Ik heb geprobeerd een blog van een jaar geleden te vinden om te checken wat ik me toen had voorgenomen. Na flink zoeken bleek ik vorig jaar mijn goede voornemens niet gedocumenteerd te hebben in een blog. Hoe is het mogelijk? Het zal wel door het griepje komen dat ik toen had. Het jaar daarvoor, jaja zo lang blog ik al, was ik met mijn hoofd voornamelijk al op wintersport.

Maar dit jaar heb ik er wel goed over nagedacht. De afgelopen weken hoorde ik allerlei verdrietige verhalen over terminaal zieke jonge mensen, overleden kinderen en dood en verderf door oorlog en hongersnood over de hele wereld (ik noem maar iets). Dus wil ik bij de kern blijven; mijn goede voornemen is genieten. Ja, ik weet het, het is een beetje een baggerig cliché-woord geworden, maar clichés zijn nou eenmaal waar. Te vaak worden we geleefd en gaan we op in de waan van de dag. Dit voornemen is trouwens ook geïnspireerd door mijn opa die het afgelopen jaar zijn negentigste verjaardag vierde (!). Ik zag tijdens zijn verjaardag dat als je terugkijkt op je leven de leukste, meest levensveranderde en verdrietigste momenten het belangrijkst  zijn. Het komt dus neer op de leuke kleine momenten, feestjes, begrafenissen, ziektes en geboortes en huizen kopen. Ik hoop dat ik er komend jaar drie mag afvinken: leuke kleine momenten, feestjes en een huis kopen!

Zingen is een vak

Aan muzikaal talent geen gebrek afgelopen vrijdag. Samen met Petra luidde ik het begin van de vakantie in tijdens de Nacht van de muziek in het conservatorium van Tilburg. De studenten brengen tijdens deze lange avond in allerlei formaties, verschillende zalen en door middel van vele muziekstijlen hun muzikaliteit ten gehore. En dat was smullen. Tilburg was in grote getalen uitgelopen om iedereen in actie te zien. De gezichten van de deelnemers waren gespannen, wijd opengesperde ogen, een snelle tred door de smalle gangen, een immense koffer met instrument op de rug. Het is algemeen bekend dat van conservatoriumstudenten opperste inspanning wordt verwacht en zo te zien waren ook zij toe aan vakantie.

Petra en ik gingen vooral kijken en luisteren naar zanglerares Anne en boyfriend van Petra: Bart. In verschillende formaties brachten onze twee favorieten hun zangkunsten ten gehore. Ik was erg onder de indruk van de vijf vrouwen tellende formatie van Anne die onder meer Fields of gold a cappella zong: een brok in mijn keel. De meiden stonden er trots bij. De stemmen waren gesmeerd, vol van klank en timbre, de ogen keken vol emotie. Ze brachten hun verhaal met verve en overtuiging. En dan merk je des te meer dat zingen een vak is. Want je ziel en zaligheid blootleggen op een toneel en dan ook nog de sterren van de hemel zingen, is een vak. En daar kan ik alleen maar jaloers op zijn.

Na middernacht was het eindelijk tijd voor het hoogtepunt: het optreden van het Fontys Jazzkoor dat ook meedoet aan Korenslag. Er klonk onder meer een subliem Zombie, een opzwepend Een wereld (met een hele hoog noot, respect) en sfeervolle kerstliederen. Maar het allermooist vond ik toch wel My immortal. Zo klein gebracht, prachtig en vol emotie en harmonie gezongen in een bijzonder arrangement. Ondanks het late uur zat ik op het puntje van mijn stoel. En ik had wederom een brok in mijn keel. Muziek zoals muziek bedoeld is.

Tandvlees

Gezucht, gesteun, gesleep en gekreun. Zo nu en dan wat gewrijf in gezicht en ogen, nog maar een kopje koffie. De laatste dingetjes afwerken, terwijl elk laatste dingetje er eigenlijk een te veel is. Het is bijna vakantie en we lopen op mijn werk een beetje op ons tandvlees. Iedereen moet ‘nog even dit en dat’ met als gevolg dat het nog bestwel druk is deze week. Onverwachts. Dat terwijl we ons het liefst zouden bezighouden met uitslapen, leuke dingen doen, gedichten schrijven en koken. De laatste loodjes hè!

Voordeel is wel dat de tijd vliegt. Je werkt een paar klusjes af, krijgt er tussendoor weer wat bij, en het is weer tijd voor de lunch. Je vergadert, tikt en leest wat en je mag alweer naar huis. Nog 1dag werken en dan heb ik tien dagen vrij. Wat een feest! Naast de logische festiviteiten die Kerstmis en oud en nieuw met zich meebrengen, heb ik niets gepland. En ik kijk ernaar uit.

Lekker uitslapen en ’s ochtends nog wat lezen in een goed boek vergezeld door de katjes. Uitgebreid koken en genieten van de kokkerelkunsten (maar ook boodschappen doen en cadeautjes kopen vergezeld door de rest van Neerlands kooplustigen), aan mijn knip-en-plak-receptenboek werken, sporten en eens wat troep uitmesten. Eigenlijk maakt het niet zoveel uit wat ik ga doen. Het gaat erom dat je een zee aan mogelijkheden hebt en dat niets moet. Krijgt mijn tandvlees ook even rust…

Vrouw achter het stuur

Ik geef het maar meteen toe: ik ben geen held in de auto. Met Mathijs als strenge voorbeeld ligt de lat hoog. Zijn commentaar op andere weggebruikers steekt hij niet onder stoelen of banken en hij verwacht dezelfde discipline van mij. Alleen heeft autorijden een hele andere betekenis voor ons beiden. Voor hem is het ontspannend, hobbymatig en nouja, gewoon lekker. Voor mij is het een manier om van A naar B te komen. En ik vind het vooral lekker om gereden te worden. Beetje muziek opzetten, wat uit het raam staren, beetje bijkletsen en af en toe net op tijd roepen dat we ‘die afslag moeten hebben’.

Nou gingen we vorig weekend naar zus E & zwager M in Amsterdam om te klussen. Zwager M was zo lief om zijn oude eettafelstoelen aan ons te schenken en er zelfs al twee naar Tilburg te rijden. Aan ons de taak om de laatste twee stoelen mee terug te nemen, alleen pasten die niet in onze auto. Dat deden ze wél in de auto van Mathijs’ ouders. Die mochten we lenen, alleen was er één klein detail: het raam van de bestuurder was kapot. Nou geen probleem.

Eenmaal in Amsterdam kondigde zus E enthousiast aan dat wij samen naar een woonwinkel gingen om hun nieuwe eettafelstoelen op te halen. Het ging om zes stuks, dus was het handig om met twee auto’s te gaan. Ik ging in de auto van mijn schoonouders. Niet zeiken, sprak ik mezelf bemoedigend toe, je hebt al negen jaar je rijbewijs, dit gaat vast goed. En dus togen we door Amsterdam, richting het oude huis van E om haar auto op te halen.

Vanuit de locatie ‘oude huis’ reden we door naar de Arena, en hup de parkeergarage in. Raampje open. Raampje open? Shit. Lichte paniek overviel me. Het raam kon natuurlijk helemaal niet open! Dus reed ik een klein stukje verder, maakte mijn gordel los, deed het raam achter me open en kon gelukkig precies bij het knopje. Dan door de smalle parkeergarage met de grote auto en parkeren maar (mijn persoonlijke hobby). Stond ie netjes achteruit in een vak, zegt zuslief: “zo kunnen we die stoelen niet achterin zetten.” En dus moest ik weer opnieuw parkeren.

Wat zeggen ze bij de winkel? “U moet even de parkeergarage uitrijden, door een andere ingang naar binnen en dan naar een bepaald afleverdek.” We hadden geen keus en gingen weer richting auto. Alleen had ik bij de uitgang van de parkeergarage de auto nu net iets verder van de paal gezet. Gevolg: ik moest mijn deur openen. Mijn voet ging van de koppeling, auto schiet uit en een stukje naar voren. Mijn hart klopt in mijn keel, maar het lukt me het poortje te openen. Dan weer opnieuw naar binnen rijden, op een knopje drukken (met de deur open). Vervolgens stoelen inladen en zonder achteruitkijkspiegelzicht naar de loods. Daar nieuwe stoelen opslaan en oude stoelen meenemen (je begrijpt dat we inmiddels twee uur verder zijn). En toen kwam de grootste uitdaging: met twee vrouwen twee best grote stoelen op een handige manier achterin een auto zetten. Euhm, als jij die nou eens? Hmm, nee, dat is het ook niet.

Zucht. Máár: het ging goed, de auto is heel en alle stoelen zijn op de plaats van bestemming beland. Dus eigenlijk was het een hele succesvolle middag.

Woongevoel

Het idee alleen al: een huis kopen. Dat doen volwassen mensen met verantwoordelijkheidsgevoel, een dikke portemonnee en toekomstvisie. En nu gaan Mathijs en ik het ook doen. Tenminste, we zijn ons ‘aan het oriënteren’. Dat wil zeggen dat we dagelijks bijhouden welke huizen er in onze prijsklasse bijkomen op funda, wie in prijs daalt en welke woningen net aan onze neus voorbij gaan. Verder volgen we de recessie op de voet, want: het is een kopersmarkt. Dat betekent dat je het als koper voor het zeggen hebt. Tienduizend euro van de vraagprijs? Geen probleem! Nouja, tot op zekere hoogte natuurlijk. Maar er zijn al opvallend veel huizen in prijs gedaald de laatste tijd.

Volgende week vrijdag gaan we voor het eerst een huis bezichtigen. Ik voel me als een kind in een speelgoedwinkel. Ik zie allemaal lekkers: knusse elementen, een open haard, een badkamer met bad, een grote keuken, eikenhouten vloeren… Het ligt allemaal voor het grijpen, lijkt. Alleen hoe belangrijk is dubbele beglazing? Hoe doorzie je verborgen gebreken? En wanneer heb je zon als je tuin(tje) op het zuiden ligt? Ik voel me dus een klein kind in een speelgoedwinkel. Er bungelt allerlei lekkers voor mijn neus, maar ik weet niet wat ik moet of mag pakken.

Om financieel in ieder geval goed onderlegd te zijn, hebben we twee gesprekken gehad met een hypotheekadviseur. Mijn oren toeterden toen hij alles uitlegde over hypotheken, aflossingen, rente, fiscale aftrekposten, pensioen, verzekeringen en wat te doen bij overlijden. Heel informatief allemaal. Verder voelde het een beetje belachelijk om te weten dat we een x bedrag kunnen lenen, maar wél druk aan het sparen zijn voor de wintersportvakantie.

Mathijs en ik zijn het in ieder geval over een aantal dingen met elkaar eens. Ten eerste moeten we erop vooruit gaan. Dus: meer woonoppervlak op een fijne locatie. Het huis moet gezellig zijn: sfeervolle, authentieke elementen, geen nieuwbouw. En we hebben geen haast. We zien wel hoe het loopt. Als het juiste huis op ons pad komt, voelen we dat vast. Vooralsnog ga ik er gewoon van genieten. Want het is toch hartstikke leuk om te dromen van een eigen huis?

Rijdende trein

‘I hope this old train breaks down.
Then I could take a walk around.
See what there is to see.
And time is just a memory.’

Deze (en meer) zinnen van Jack Johnson klonken gisteravond in de auto. Met mijn stoel op de relaxstand liet ik me comfortabel en al mijmerend door Mathijs van mijn ouders naar huis rijden. Ik herken het gevoel dat Jack omschrijft wel, dat je zin hebt om even uit de rijdende trein te stappen. Even alles wat moet en is afgesproken naast je neer leggen en de boel de boel laten. Als je ziek bent, word je eigenlijk gedwongen dat te doen. Alleen kun je dan niet, zoals Jack in dit nummer zingt, op het gemak een rondje lopen en bekijken wat er te bekijken valt.

Eigenlijk zouden we dat allemaal wat vaker moeten doen. De afgelopen paar dagen kreeg ik allemaal signalen die passen binnen deze boodschap. Ik denk dat het universum me wat wil vertellen. Vorige week keek ik Oprah (ja, je moet iets). Het ging over een vrouw die haar kind was vergeten in een auto in de gloeiend hete zon. Haar kind was overleden. De boodschap van de show was dat wij vrouwen (en sommige mannen misschien ook wel) teveel tegelijk willen zijn. En dat alles perfect moet. In ons streven naar de perfecte moeder, (huis)vrouw, vriendin, dochter, collega en medewerker, lopen we onszelf voorbij. We moeten zo ontzettend veel van onszelf, dat het wel een keer fout moet gaan.

In een ander tv-programma: wist je dat multitasken niet bestaat? We denken dat we twee dingen tegelijk doen, maar eigenlijk schakelen we constant heen en weer tussen de activiteiten en doen we niets met volledige aandacht. Nog zoiets: gisteren werd tijdens de verjaardag van mijn vader weer eens een pijnlijk helder beeld geschetst van het zo-moeder-zo-dochter-principe. Wat blijkt; mijn zussen en ik kunnen net als mijn moeder pas stilzitten als alles gedaan is. Eerder niet. Hmmm, denk ik dan. Misschien moet ik wat vaker naar Jack luisteren, eens uit mijn rijdende trein stappen en goed om me heen kijken. Want voor je het weet is het moment alweer voorbij.

Ziek

Even niet zo’n fantastisch, gezellige, onderhoudende en optimistische blog. Ik zit namelijk thuis te snotteren (etc.). Als je ziek bent, maak je ook niet zoveel mee, afgezien van een hele enge film gisteren (Strangers). Echt zo’n film waarbij je met een kussen in de handen steeds stiekem wegkijkt en je dan toch elke keer kapot schrikt. Maar aangezien ik verder bar weinig meemaak, ik zal jullie niet vermoeien met snotlappen en keelpijn, houd ik het kort. Ik beloof bij dezen plechtig de volgende keer weer wat origineler en uitgebreider uit de hoek te komen.

Irrationele ergernissen

Ik kan me soms aan kleine dingen ergeren. Zo kom ik vaak dezelfde man op de fiets tegen ’s ochtends. Hij fietst alleen net iets te langzaam. Een onaangenaam tempo. En hij houdt zijn grijze laptoptas met één hand vast achterop zijn bagagedrager, terwijl hij fietstassen heeft. Waarom dan die fietstassen?

Aangekomen op station West heeft hij zo’n kluisje voor zijn fiets. Natuurlijk, want die kostbare fiets moet je beschermen tegen vandalisme… maar er hard mee fietsen is te veel gevraagd. Waarom vind ik hem irritant? Wat heeft hij mij misdaan? Logische vragen waar ik geen antwoord op kan geven.

Op het perron staat bovendien altijd een kleine vrouw, die net als de fietser, een bron van ergernis is voor mij. Reden hiervoor is dat ze altijd iets te goed uitgekozen kleding aan heeft, combi’s die net te hip zijn voor haar leeftijd. En in haar hand hangt altijd een rieten mandje. Ze is ook nog eens klein en ik schat een jaar of vijftig oud. In combinatie met de mand, kleding en postuur ziet ze er uit als een bejaard Grietje (van het beroemde sprookje Hans en Grietjes red.). Dat vind ik irritant.

‘Ze’ zeggen dat irritaties vooral in jezelf zitten. Dat je je ergert aan eigenschappen die je zelf ook hebt en niet zo leuk vindt. Maar ik loop niet met een rieten mand rond. En ik fiets ook niet nét te langzaam met fietstassen. Eigenlijk weet ik niet waarom ik dit opschrijf, want ik schaam me voor mijn ergernis. Wat zegt het over mij? Dat ik een niet ruimdenkende vrouw ben die haar tijd beter kan gebruiken dan zich te storen aan nietsvermoedende mensen? Ik roep maar iets… Of hebben er meer mensen last van irrationele ergernissen?

Nu vraag je je trouwens af wat dat plaatje van die bevers ermee te maken heeft. Nou, daar word ik dan altijd weer vrolijk van…