Sommige woorden kun je bijna proeven in je mond, woorden die of heel mooi of juist heel raar zijn. Wenkbrauw heb ik altijd een heel apart woord gevonden. Wenk-brauw. Is het de bedoeling om mensen ermee te wenken? Want dat doe ik eigenlijk nooit. En wat betekent dat brauw eigenlijk? Hoe langer je erover nadenkt, hoe gekker het woord.
Nu las ik dat ‘komkommerpaniek’ het kindernieuwswoord van 2011 is geworden. Mooi toch? Het is knap dat één woord een compleet beeld kan oproepen. Zeg komkommerpaniek en je denkt aan levensgevaarlijke, zeer besmettelijke bacteriën op nietsvermoedende komkommers. En aan taugé, Duitsland en boeren die failliet gaan. Al die dingen zitten verstopt in dat ene woord.
Bij DamenRomijn hadden we een vacature voor tekstschrijver. Eén van de kandidaten stuurde een sfeervol stuk mee waarin hij de term ‘gehaktballeneters’ gebruikte. Dat ene woord overtuigde me meteen, hij moest en zou op gesprek komen. Want gehaktballeneters is wat mij betreft ook zo’n woord dat boven de andere woorden uitsteekt. Ik zag het meteen voor me. Een stuk of wat mannen (altijd mannen) zitten met jassen aan in een gure schuur, het licht gedimd en de vorken geheven richting een braadpan vol dampende gehaktballen en vette, lichtaangebrande jus. Je kunt de ballen bijna proeven, krokant, druipend en zout. Mooi. Helaas is de kandidaat niet mijn nieuwe collega geworden, maar hij heeft me wel even herinnerd aan de schoonheid van taal. Bedankt dus daarvoor.
