Mijn hart maakte een sprongetje toen ik het sms-berichtje van zus L. las: ‘ik mag naar de verloskamers!’ Op de uitgerekende datum kondigde de baby zich aan. Stipt en eigenwijs, want net als zijn moeder lag hij in een stuit. De uren erna was ik gespannen. Alle positieve energie werd mentaal richting de Hofstad gestuurd en mijn telefoon week niet van mijn zijde. Wat een gek idee dat je zus ligt te puffen dat het een lieve lust is, terwijl jij zelf thuis vol spanning op de bank zit.
’s Nachts, eenmaal in een diepe slaap beland, schrikken we wakker van de telefoon. ‘Zwager R’, roept Mathijs. ‘Opnemen!’, antwoord ik opeens klaarwakker. Aan de lijn klinkt de stem van een kersverse papa, die apetrots en vol liefde vertelt over zijn net geboren zoon. Timo, 3425 gr en 54 cm lang. Geboren om 0.04 uur, dus net een dagje later. Dan krijg ik mijn zus, net mama geworden, aan de lijn. Wat klinkt ze fris en gelukkig! En heel zachtjes op de achtergrond hoor ik de zachte kreuntjes van mijn pasgeboren neefje. Wat een geluk.
Wat is het wonderlijk als ik twee dagen later mijn neefje voor het eerst vasthoud. Wat weegt hij weinig en wat een klein en zacht schatje is het. De ogen van mijn zus en de mond en neus van zwager R (zeggen we nu). Even later ligt hij aan de borst van mijn zus te drinken. Ze straalt, ondanks vermoeidheid. Kleine Timo krult zijn vuistjes langs zijn gezicht en drinkt. En dan laat hij een zacht scheetje. En ja, zelfs dat is lief, als je een baby bent. Welkom kleine neef, wat geweldig dat je er bent!
